SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2011-2012 Zitting 2011-2012
________________
28 décembre 2011 28 december 2011
________________
Question écrite n° 5-4724 Schriftelijke vraag nr. 5-4724

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

au ministre des Entreprises publiques, de la Politique scientifique et de la Coopération au développement, chargé des Grandes Villes

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden
________________
Entreprises publiques fédérales - Salariés - Âge de la retraite - Relèvement Federale overheidsbedrijven - Werknemers - Pensioenleeftijd - Verhoging 
________________
fonctionnaire
entreprise publique
condition de la retraite
régime de retraite
ambtenaar
overheidsbedrijf
pensioenvoorwaarden
pensioenregeling
________ ________
28/12/2011 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode
28/12/2011 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode
________ ________
Réintroduction de : question écrite 5-1850 Réintroduction de : question écrite 5-1850
________ ________
Question n° 5-4724 du 28 décembre 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-4724 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Toutes les comparaisons internationales montrent que le Belge prend relativement vite sa retraite. Un des remèdes aux problèmes financiers de la sécurité sociale et des pensions est de maintenir les travailleurs plus longtemps au travail. C'est pourquoi beaucoup proposent de relever l'âge de la retraite et/ou de mettre les travailleurs actuels moins rapidement à la retraite. Ces remèdes valent à la fois pour le secteur privé et public.

Je souhaiterais une réponse aux questions suivantes.

1) À quel âge le salarié moyen d'une entreprise publique prend-il sa retraite ? Comment cet âge moyen a-t-il évolué de 2001 à 2010 ? Comment le ministre évalue-t-il et explique-t-il cette évolution ?

2) Observe-t-on des différences entre les diverses entreprises publiques concernant cet âge moyen ? Ces variations peuvent-elles être expliquées ?

3) Dans quelle mesure et de quelle manière cet âge moyen varie-t-il en fonction du sexe, du niveau et du domicile (région) de ces salariés des entreprises publiques ?

4) Dans quelle mesure l'âge moyen de la retraite des salariés des entreprises publiques fédérales diffère-t-il de celui des fonctionnaires fédéraux et des travailleurs salariés du secteur privé ? Pourquoi existe-t-il une différence ?

5) Mène-t-on une politique spécifique pour relever cet âge ? Dans l'affirmative, au moyen de quels instruments ? Dans la négative, pourquoi ne fait-on pas de ce problème une priorité ?

 

Alle internationale vergelijkingen geven aan dat de Belg relatief vroeg op pensioen gaat. Bij remedies voor de financieringsproblemen van sociale zekerheid en pensioenen klinkt daarom altijd de roep om langer te werken. Daarbij flirten velen met het voorstel om de pensioenleeftijd te verhogen en / of om de huidige werknemers minder vroeg op pensioen te laten vertrekken. Deze remedies gelden voor zowel de privésector als de overheid en de overheidsbedrijven.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Op welke leeftijd gaat de gemiddelde werknemer van een overheidsbedrijf op pensioen? Hoe evolueerde deze gemiddelde leeftijd in de periode van 2001 tot 2010? Hoe evalueert en duidt de geachte minister deze evolutie?

2) Hoe verschilt deze gemiddelde leeftijd per overheidsbedrijf? Zijn er aanwijsbare verklaringen voor deze variaties?

3) In welke mate en hoe varieert deze gemiddelde leeftijd afhankelijk van het geslacht, het niveau (en de woonplaats (gewest) van deze werknemers van overheidsbedrijven?

4) In welke mate verschilt de gemiddelde pensioenleeftijd bij werknemers van federale overheidsbedrijven met deze van federale ambtenaren en van werknemers in de privésector? Waarom verschilt deze gemiddelde pensioenleeftijd?

5) Wordteen specifiek beleid gevoerd om deze leeftijd te verhogen? Zo ja, met welke instrumenten? Zo niet, waarom is dit geen belangrijk aandachtspunt?