SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2010-2011 Zitting 2010-2011
________________
8 septembre 2011 8 september 2011
________________
Question écrite n° 5-3049 Schriftelijke vraag nr. 5-3049

de Fabienne Winckel (PS)

van Fabienne Winckel (PS)

à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
________________
Enseignement supérieur en alternance - Statut des étudiants-travailleurs Alternerend hoger onderwijs - Statuut van de student-werknemer 
________________
enseignement de promotion sociale
enseignement supérieur
formation professionnelle
statut professionnel
sécurité sociale
onderwijs voor sociale promotie
hoger onderwijs
beroepsopleiding
beroepsstatus
sociale zekerheid
________ ________
8/9/2011Verzending vraag
21/10/2011Herkwalificatie
8/9/2011Verzending vraag
21/10/2011Herkwalificatie
________ ________
Requalifiée en : demande d'explications 5-1256 Requalifiée en : demande d'explications 5-1256
________ ________
Question n° 5-3049 du 8 septembre 2011 : (Question posée en français) Vraag nr. 5-3049 d.d. 8 september 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

Suite au succès d'une expérience pilote menée en 2001 par la Haute école montoise Roi Baudouin, la Fédération Wallonie-Bruxelles s'est lancée cette année dans l'enseignement supérieur en alternance qui est en partie subsidié par le Fonds social européen. Ce type de formation nécessite l'accès aux équipements des entreprises qui semblent être séduites par le projet.

Les grilles de cours minimales (735 heures en deux ans) équitablement réparties entre cours académiques et travail en entreprise seront fixées par décret et la gestion quotidienne relèvera d'un comité de pilotage. Les étudiants-travailleurs suivront en alternance quatre semaines de cours et travailleront ensuite quatre semaines.

Le ministre de l'Enseignement supérieur de la Fédération Wallonie-Bruxelles aurait opté pour un statut étudiant pour les candidats dont la particularité serait qu'ils auront signé un contrat à temps partiel à durée déterminée ou une convention d'immersion professionnelle avec une entreprise.

Cette alternance heures de cours / travail n'est cependant pas semblable à celle rencontrée dans l'enseignement secondaire où les étudiants sont en général en âge de scolarité, contrairement aux étudiants de l'enseignement supérieur.

Je souhaiterais donc savoir si vous avez eu des contacts avec le ministre de l'Enseignement supérieur afin de déterminer comment sera fixée la rémunération des étudiants-travailleurs. Étant entendu que les contrats à durée déterminée sont de maximum deux ans, l'étudiant qui double devra-t-il changer d'employeur ou une dérogation spécifique sera-t-elle créée ? Quel sera exactement le statut social des étudiants-travailleurs en matière de droits sociaux : pension, chômage, mutuelle, ... ? Qu'est-il prévu pour la période de vacances de juillet et août ?

 

Naar aanleiding van het succes van een proefexperiment van de Haute école montoise Roi Baudouin in 2001, is de Fédération Wallonie-Bruxelles dit jaar begonnen met alternerend hoger onderwijs, dat ten dele gesubsidieerd wordt door het Europees Sociaal Fonds. Deze opleiding vereist de toegang tot de uitrustingen van de ondernemingen die zich blijkbaar aangetrokken voelen tot het project.

De minimale uurroosters (735 uren in twee jaar), evenwichtig verdeeld tussen formele lessen en werk in de onderneming zullen decretaal worden vastgelegd en een stuurcomité zal instaan voor het dagelijks beheer. De studenten werknemers zullen afwisselend vier weken les volgen en vier weken werken.

De minister van Hoger Onderwijs van de Fédération Wallonie-Bruxelles zou gekozen hebben voor het statuut van student voor de kandidaten die met een onderneming een deeltijdse overeenkomst voor bepaalde duur of een beroepsinlevingsovereenkomst hebben gesloten.

De afwisseling van les en werk is echter niet hetzelfde als in het secundair onderwijs, waar de studenten meestal nog schoolplichtig zijn, in tegenstelling tot de studenten van het hoger onderwijs.

Ik zou dus graag weten of u contacten gehad hebt met de gemeenschapsminister van Hoger Onderwijs om uit te maken hoe de vergoeding van die student werknemers zal worden bepaald. Aangezien de overeenkomsten voor bepaalde duur een maximumduur van twee jaar hebben, rijst de vraag of de student die het jaar overdoet van werkgever moet veranderen of dat er in een specifieke afwijking moet worden voorzien. Welk sociaal statuut zullen de studenten werknemers hebben op het vlak van sociale rechten : pensioen, werkloosheid, ziekenfonds,...? Wat met de vakantieperiode juli-augustus?