SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2010-2011 Zitting 2010-2011
________________
4 mars 2011 4 maart 2011
________________
Question écrite n° 5-1668 Schriftelijke vraag nr. 5-1668

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique scientifique

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
________________
Etablissement scientifiques fédéraux - Moyens - Emploi Federale wetenschappelijke instellingen - Middelen - Aanwending 
________________
établissements scientifiques et culturels fédéraux
politique de la recherche
budget de la recherche
federale wetenschappelijke en culturele instellingen
onderzoeksbeleid
onderzoeksbegroting
________ ________
4/3/2011 Verzending vraag
11/5/2011 Antwoord
4/3/2011 Verzending vraag
11/5/2011 Antwoord
________ ________
Question n° 5-1668 du 4 mars 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-1668 d.d. 4 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Chaque année, l'autorité fédérale consacre environ 500 000 000 euros à la politique fédérale scientifique. Ces moyens sont globalement dépensés comme suit : 200 millions pour des activités spatiales, 100 millions en dotations aux communautés pour l'accueil d'étudiants étrangers, 100 millions pour les établissements scientifiques fédéraux et 100 millions pour des programmes nationaux de recherche, avec entre autres les Pôles d'attraction interuniversitaires (PAI) pour environ 28 millions par an.

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes:

1) Comment les 100 millions consacrés aux établissements scientifiques fédéraux sont-ils répartis ? Quels établissements ont-ils reçu quels montants de subsides annuels au cours de la période de 2006 à 2010 ? Comment ces subsides ont-ils évolué ? Comment la ministre évalue-t-elle ces changements ?

2) La ministre peut-elle expliquer les principales réalisations de ces établissements ? Comment justifie-t-­elle la pertinence de ces subsides ?

 

Jaarlijks spendeert de federale overheid ongeveer 500 000 000 euro aan het federale wetenschapsbeleid. Deze middelen worden grosso modo als volgt aangewend: 200 miljoen naar ruimtevaartactiviteiten, 100 miljoen via dotaties naar de gemeenschappen voor opvang van buitenlandse studenten, 100 miljoen naar de federale wetenschappelijke instellingen en 100 miljoen naar nationale onderzoeksprogramma's, met onder andere de Internationale Attractiepolen (IAP) voor ongeveer 28 miljoen per jaar.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoe wordt de 100 miljoen voor federale wetenschapsinstellingen verdeeld? Welke instellingen ontvingen welke jaarlijkse subsidies in de periode van 2006 tot 2010? Hoe evolueerde deze subsidiëring? Hoe evalueert de minister deze ontwikkelingen?

2) Kan zij de belangrijkste verwezenlijkingen van deze instellingen toelichten? Hoe bewijst zij de relevantie van deze subsidiëringen?

 
Réponse reçue le 11 mai 2011 : Antwoord ontvangen op 11 mei 2011 :

L’honorable membre trouvera ci-après la réponse à sa question.

1. Dix des quinze établissements scientifiques fédéraux (ESF) relèvent de mes compétences. Depuis 2010, le Jardin Botanique National de Belgique est également géré via l’administration de la Politique scientifique fédérale. Ces ESF sont :

  • la Bibliothèque royale de Belgique (BRB)

  • les Archives générales du Royaume et Archives de l'État dans les Provinces (AGR) + Centre d'Études Guerres et Sociétés contemporaines (CEGES)

  • l’Institut royal météorologique de Belgique (IRM)

  • l'Institut d'Aéronomie spatiale de Belgique (IASB)

  • l’ Observatoire royal de Belgique (ORB)

  • l’Institut royal des Sciences naturelles de Belgique (IRScNB)

  • le Musée royal d'Afrique centrale (MRAC)

  • les Musées royaux d'Art et d'Histoire (MRAH)

  • les Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique (MRBAB)

  • l’Institut royal du Patrimoine artistique (IRPA)

Des moyens budgétaires sont mis à la disposition des ESF afin de leur permettre de réaliser leurs missions statutaires et de financer des projets de recherche liés à leurs activités. Les montants sont mentionnés, séparément pour chaque ESF, dans le programme budgétaire 60/3, Organisation 46 Politique scientifique, et dans la division 62 pour le JBN.

ESF

2006

2007

2008

2009

2010

BRB

14.921.000

16.901.000

17.333.000

17.130.000

17.816.000

AGR

10.919.000

12.766.000

12.501.000

12.787.000

14.737.000

CEGES

1.558.000

1.625.000

1.914.000

1.745.000

1.979.000

IRM

9.884.000

12.103.000

11.786.000

13.280.000

13.188.000

IASB

5.451.000

6.503.000

6.611.000

8.521.000

7.430.000

ORB

6.244.000

8.321.000

8.573.000

8.619.000

8.878.000

IRScNB

20.406.000

20.922.000

22.306.000

21.688.000

23.384.000

MRAC

13.045.000

14.415.000

14.914.000

15.106.000

15.198.000

JNB

-

-

-

-

6.901.000

MRAH

13.365.000

13.179.000

14.025.000

14.397.000

13.478.000

MRBAB

9.014.000

10.172.000

10.660.000

10.360.000

9.992.000

IRPA

6.086.000

6.352.000

6.626.000

6.806.000

6.382.000

TOTAL

110.893.000

123.259.000

127.249.000

130.439.000

139.363.00

2. Une politique significative de modernisation des ESF est en cours pour accroître leur efficacité, leur rayonnement et la valorisation de leur patrimoine : rénovation des bâtiments, des salles, sites web renouvelés .

La politique de modernisation concerne également la gestion des collections (inventaires, récolement, conservation, décloisonnement). Les travaux de numérisation initiés sur base de la libération de la 1ère phase des budgets du plan pluriannuel 2006-2010 (15,1 millions d'euros) ont conduit à la mise en œuvre de 9 projets concrets jugés prioritaires.

Les moyens de financement ont aussi été renforcés pour assurer la revalorisation barémique du personnel scientifique contractuel employé par les ESF, qui représente près de 500 chercheurs travaillant sur les programmes et activités de recherche des établissements. Par ailleurs, le système des bourses post-doctorat accordés aux chercheurs étrangers donne la possibilité aux promoteurs des programmes de recherche d'attirer des collaborateurs de haut niveau, provenant du monde entier.

Chaque ESF publie un rapport d'activités (annuel ou bisannuel) disponible sur le site de la Politique scientifique fédérale : www.belspo.be. En outre, le magazine « Science Connection » édité par BELSPO, rend compte des activités des ESF de manière constante.

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op zijn vraag te vinden.

1. Tien van de vijftien federale wetenschappelijke instellingen (FWI's) vallen onder mijn bevoegdheid. Sinds 2010 wordt de Nationale Plantentuin van België (NPB) ook beheerd via de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid. Deze FWI’s zijn :

  • Koninklijke Bibliotheek van België (KBB)

  • Algemeen Rijksarchief (AR) en Rijksarchief in de Provinciën + Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en hedendaagse Maatschappij (SOMA)

  • Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI)

  • Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA)

  • Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB)

  • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)

  • Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)

  • Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG)

  • Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB)

  • Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK).

Er worden begrotingsmiddelen ter beschikking gesteld van de FWI's om hen in staat te stellen hun statutaire opdrachten te vervullen en onderzoeksprojecten te financieren die met hun activiteiten verband houden. In de Algemene uitgavenbegroting staan de bedragen voor elk FWI afzonderlijk vermeld in het begrotingsprogramma 60/3, Organisatie 46 Wetenschapsbeleid, en in de afdeling 62 voor de NPB.

FWI's

2006

2007

2008

2009

2010

KBB

14.921.000

16.901.000

17.333.000

17.130.000

17.816.000

AR

10.919.000

12.766.000

12.501.000

12.787.000

14.737.000

SOMA

1.558.000

1.625.000

1.914.000

1.745.000

1.979.000

KMI

9.884.000

12.103.000

11.786.000

13.280.000

13.188.000

BIRA

5.451.000

6.503.000

6.611.000

8.521.000

7.430.000

KSB

6.244.000

8.321.000

8.573.000

8.619.000

8.878.000

KBIN

20.406.000

20.922.000

22.306.000

21.688.000

23.384.000

KMMA

13.045.000

14.415.000

14.914.000

15.106.000

15.198.000

NPB

-

-

-

-

6.901.000

KMKG

13.365.000

13.179.000

14.025.000

14.397.000

13.478.000

KMSKB

9.014.000

10.172.000

10.660.000

10.360.000

9.992.000

KIK

6.086.000

6.352.000

6.626.000

6.806.000

6.382.000

TOTAAL

110.893.000

123.259.000

127.249.000

130.439.000

139.363.000

2. In de FWI’s is een duidelijk moderniseringsbeleid aan de gang, met als doel hun doeltreffendheid en hun uitstraling te verhogen en de valorisatie van hun erfgoed te verbeteren : renovatie van gebouwen, van zalen, vernieuwde websites

Het moderniseringsbeleid betreft eveneens het beheer van de verzamelingen (inventarissen, nazicht van de inventarissen, bewaring, samenbrengen van verzamelingen). De digitalisering heeft in gevolge de vrijmaking van een eerste fase van de budgetten van het meerjarenplan (2006-2010) (15,1 miljoen euro) geleid tot de realisatie van negen concrete projecten die als prioritair werden beschouwd.

De financiële middelen zijn ook verhoogd om de verhoging in weddenschaal van het wetenschappelijke contractueel personeel dat in de FWI's is tewerkgesteld, te dragen. Dit personeel vertegenwoordigt bijna 500 onderzoekers die werken aan de onderzoeksprogramma's en -activiteiten van de instellingen. Het systeem van de post-doctoraatbeurzen toegekend aan buitenlandse onderzoekers geeft daarnaast aan promotoren van onderzoeksprogramma's de mogelijkheid hoogwaardige medewerkers aan te trekken die afkomstig zijn uit de hele wereld.

Elk van de FWI’s maakt een jaarlijks of tweejaarlijks activiteitenverslag. Die rapporten zijn beschikbaar via de website van het Federaal Wetenschapsbeleid : www.belspo.be. Bovendien zoemt het tijdschrift “Science Connectionpermanent in op activiteiten in de FWI. Dit tijdschrift wordt door BELPSO uitgegeven.