SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2013-2014 Zitting 2013-2014
________________
24 février 2014 24 februari 2014
________________
Question écrite n° 5-11180 Schriftelijke vraag nr. 5-11180

de Anke Van dermeersch (Vlaams Belang)

van Anke Van dermeersch (Vlaams Belang)

au ministre des Finances, chargé de la Fonction publique

aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
________________
Permanents syndicaux - Traitements - Récupération auprès des syndicats - Service public fédéral Finances Syndicale vaste afgevaardigden - Wedden - Terugvordering van de vakbonden - Federale Overheidsdienst Financiën 
________________
syndicat de fonctionnaires
représentant syndical
ministère
administration fiscale
salaire
ambtenarenvakbond
vakbondsvertegenwoordiger
ministerie
belastingadministratie
loon
________ ________
24/2/2014 Verzending vraag
27/3/2014 Antwoord
24/2/2014 Verzending vraag
27/3/2014 Antwoord
________ ________
Question n° 5-11180 du 24 février 2014 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-11180 d.d. 24 februari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La présente question rebondit sur la réponse du ministre à ma question écrite 5-10846. Selon le ministre, la CGSP comptait trois délégués (quatre jusqu’au 15 septembre 2012) et on a récupéré, pour les années en question, 181 679,8 euros et 169 928,2 euros. La CSC disposait de quatre délégués, mais les récupérations n'ont atteint que 36 489,08 euros en 2011 et 35 884,79 euros en 2012. Pour les trois délégués du SLFP, une récupération s'est élevée à 54 372,84 euros. Un agent des finances touche normalement de trente à quarante mille euros. Si le montant récupéré auprès de la CGSP me paraît correct, ceux correspondant à la CSC et au SLFP soulèvent des questions.

Au Service public fédéral Finances, des récupérations n'ont-elles pas été opérées pour certains délégués syndicaux permanents, et dans l'affirmative, pour quels syndicats et combien de personnes étaient-elles en cause ? Sur quelle base légale ces récupérations ont-elles été omises ?

 

Deze vraag sluit aan bij het antwoord dat de geachte minister mij meedeelde op mijn schriftelijke vraag nr. 5-10846. Uit het antwoord van de minister blijkt dat het ACOD drie afgevaardigden telt (vier tot 15/9/2012) en er is die jaren 181.679,80 € en 169.928,20 € teruggevorderd. ACV telt vier afgevaardigden, maar er is slechts een invordering van 36.489,08 € in 2011 en 35.884,79 € in 2012. Het VSOA telt drie afgevaardigden en daar is er een invordering geweest voor 54.372,84 €. Normalerwijze verdient iemand bij Financiën een 30 à 40.000 €. De invordering bij ACOD lijkt me dus correct. De invorderingen bij ACV en VSOA roepen daarentegen vragen op.

Zijn er syndicale vaste afgevaardigden bij de Federale Overheidsdienst Financiën waarvoor er geen terugvordering is geweest en zo ja bij welke vakbonden en voor hoeveel mensen? Op basis van welke wetgeving heeft men deze terugvordering in dat geval dan niet gedaan?

 
Réponse reçue le 27 mars 2014 : Antwoord ontvangen op 27 maart 2014 :

L’arrêté royal du 20 avril 1999 (Moniteur belge du 12 mai 1999) portant exécution de l’article 18, alinéa 3, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, prévoit en son article 3 que l’organisation syndicale qui, en vertu de l’article 7 de la loi du 19 décembre 1974, est considérée comme représentative pour siéger dans le comité des services publics fédéraux, communautaires ou régionaux, est dispensée des remboursements visés à l’article 78, §§ 1er et 3, de l’arrêté royal du 28 septembre 1984 en ce qui concerne dix délégués permanents.

Conformément à cet arrêté, le traitement de cinq délégués permanents du Service public fédéral (SPF) Finances n’a pas été récupéré:

C.G.S.P. : 1

C.S.C. : 2

S.L.F.P.: 2

Het koninklijk besluit van 20 april 1999 (Belgisch Staatsblad van 12 mei 1999) tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel voorziet in zijn artikel 3 dat de vakorganisatie die krachtens artikel 7 van de wet van 19 december 1974 als representatief wordt beschouwd om zitting te hebben in het comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten, vrijgesteld is van de terugbetalingen bedoeld in artikel 78, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 voor tien vaste afgevaardigden.

In toepassing van dit besluit werd de wedde van vijf vaste afgevaardigden bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën niet teruggevorderd:

A.C.O.D.: 1

A.C.V.: 2

V.S.O.A.: 2