SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
7 septembre 2009 7 september 2009
________________
Question écrite n° 4-4287 Schriftelijke vraag nr. 4-4287

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

van Yves Buysse (Vlaams Belang)

à la ministre de l'Intérieur

aan de minister van Binnenlandse Zaken
________________
Pompiers volontaires - Formation - Flexibilité des employeurs - Concertation et mesures Vrijwillige brandweer - Opleiding - Flexibiliteit van de werkgevers - Overleg en maatregelen 
________________
lutte anti-incendie
premiers secours
transport de malades
brandbestrijding
eerste hulp
ziekentransport
________ ________
7/9/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/10/2009 )
19/10/2009 Antwoord
7/9/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/10/2009 )
19/10/2009 Antwoord
________ ________
Question n° 4-4287 du 7 septembre 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-4287 d.d. 7 september 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Avant de pouvoir être pompier-ambulancier, il faut évidemment suivre de nombreuses formations. Outre les formations de base “Aide médicale urgente” et “Sapeur-pompier” ainsi que certains cours de perfectionnement (Flash-over, Accoutumance au feu et à la chaleur, Saver, Porteur d'un appareil respiratoire indépendant...), de nombreux autres cours spécialisés existent aussi pour les élèves de niveau avancé.

Un pompier-ambulancier ne peut pas toujours participer à ces cours durant son temps libre, de sorte qu'il doit assez souvent solliciter un congé ou un changement d'horaire. On peut comprendre que les employeurs ne soient pas toujours très enclins à accorder des facilités aux travailleurs qui souhaitent être pompiers-ambulanciers volontaires, mais il appartient selon moi aux autorités d'intervenir à cet égard.

Mes questions sont les suivantes :

La ministre admet-elle que sur le terrain, un pompier-ambulancier volontaire éprouve parfois des difficultés à obtenir les facilités nécessaires pour parfaire ou entretenir ses qualités professionnelles ?

S'est-elle déjà concertée à ce sujet, par exemple avec les organisations syndicales représentatives et avec les représentants des organisations d'employeurs ?

A-t-elle l'intention d'élaborer certains incitants à l'intention des employeurs suffisamment flexibles pour accorder aux travailleurs désireux d'être pompiers volontaires les modalités nécessaires afin qu'ils puissent se perfectionner dans les tâches exercées par les services d'incendie ?

Ces éléments représenteront sans aucun doute une plus-value pour la qualité des interventions des services d'incendie et aussi, par conséquent, pour le bien-être global du citoyen.

 

Vooraleer iemand brandweerman-ambulancier kan worden, moeten er vanzelfsprekend heel wat opleidingen worden doorlopen. Naast de basisopleidingen ‘Dringende geneeskundige hulp’ en ‘Brandweerman’, en een aantal vervolmakingcursussen (Flash-over, Vuur- en Hittegewenning, Saver, Drager Onafhankelijke Adembescherming, …) zijn er voor de gevorderden ook nog heel wat andere gespecialiseerde cursussen.

Niet altijd kan een brandweerman-ambulancier in zijn of haar vrije tijd aan die cursussen deelnemen, zodat nogal dikwijls verlof moet aangevraagd worden of gevraagd moet worden om van shift te kunnen wisselen. Het is niet onbegrijpelijk dat werkgevers niet altijd even enthousiast zijn om faciliteiten toe te kennen aan werknemers die daarnaast ook vrijwillig brandweerman-ambulancier zijn, maar het is volgens mij de taak van de overheid om hierin bemiddelend tussen te komen.

Mijn concrete vragen:

Deelt de minister de mening dat het op het terrein niet altijd even evident is voor een vrijwillige brandweerman-ambulancier om de nodige faciliteiten te krijgen om hun beroepskwaliteiten te vervolmaken of te onderhouden?

Heeft zij hierover al overleg gehad met bijvoorbeeld de representatieve vakorganisaties en met de bevoegde vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties?

Is zij van plan om bepaalde stimulansen uit te werken die kunnen toegekend worden aan werkgevers die zelf de nodige flexibiliteit aan de dag leggen zodat werknemers die vrijwillig brandweerman zijn over de nodige modaliteiten kunnen beschikken om zich verder te kunnen vervolmaken in hun brandweertaken?

Een en ander zal ongetwijfeld een meerwaarde betekenen voor de kwaliteit van de brandweerinterventies en bijgevolg ook voor het algemeen welzijn van de burger.

 
Réponse reçue le 19 octobre 2009 : Antwoord ontvangen op 19 oktober 2009 :

L’honorable membre trouvera ci-dessous réponse à ses questions :

  1. Le sapeur-pompier-ambulancier constitue un maillon important du dispositif de secours et doit à ce titre bénéficier d’une formation étendue. Les formations visant à obtenir des attestations de sapeur-pompier et d’ambulancier exigent beaucoup de temps. Le volontaire dépend souvent du bon vouloir de l’employeur pour obtenir des congés en vue de suivre les formations. Je reconnais dès lors les difficultés auxquelles certains volontaires sont confrontés lorsqu’il s’agit de suivre les formations requises. Cette problématique sera prise en compte dans le cadre des travaux relatifs au nouveau système de formations.

  2. J’ai déjà demandé à mes services de vérifier dans quelle mesure une solution peut être trouvée au problème soumis. Dans le cadre de l’élaboration de la nouvelle réglementation, une concertation sera organisée avec les syndicats et les organisations patronales. L’objectif consistera ici à aboutir à un règlement équitable, qui tient compte des intérêts des deux parties.

  3. L’article 104 de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile prévoit la possibilité pour la zone de secours de conclure avec l’employeur privé ou public d’un membre du personnel opérationnel volontaire un contrat spécifiant les modalités de la disponibilité opérationnelle et de la disponibilité pour formation du membre volontaire. Les modalités relatives à la conclusion de ce type de contrat et à son contenu doivent être fixées par voie d’arrêté royal. Il s’agit donc là d’une opportunité de fixer des incitants éventuels.

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen:

  1. De brandweerman-ambulancier vormt een belangrijke schakel in de hulpverlening en moet beschikken over een brede vorming. Het volgen van de verschillende opleidingen om de attesten van brandweerman en van ambulancier te verkrijgen neemt veel tijd in beslag. De vrijwilliger is vaak afhankelijk van de goodwill van de werkgever om verlof te krijgen voor het volgen van de opleiding. Ik erken dan ook de moeilijkheid voor sommige vrijwilligers om de nodige opleidingen te volgen. Deze problematiek zal in aanmerking genomen worgen in het kader van de werkzaamheden rond het vernieuwd opleidingssysteem.

  2. Ik heb mijn diensten reeds de opdracht gegeven om na te gaan in welke mate er een oplossing kan worden gevonden voor het voorgelegde probleem. In de loop van het opstellen van een nieuwe regeling zal er overleg worden gepleegd met de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Er zal getracht worden een evenwichtige regeling uit te werken, die rekening houdt met de belangen van beide partijen.

  3. Artikel 104 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid voorziet in de mogelijkheid voor de hulpverleningzone om met de private of overheidswerkgever van een vrijwillig operationeel personeelslid een overeenkomst af te sluiten waarin de modaliteiten van de operationele beschikbaarheid en beschikbaarheid voor de opleiding van het vrijwillig lid verduidelijkt worden. De modaliteiten voor het afsluiten van zulke overeenkomst en de inhoud ervan moeten in een Koninklijk Besluit worden vastgelegd. Hier is er dan ook een gelegenheid om eventuele stimulansen vast te leggen.