SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2007-2008 Zitting 2007-2008
________________
15 septembre 2008 15 september 2008
________________
Question écrite n° 4-1576 Schriftelijke vraag nr. 4-1576

de Louis Ide (CD&V N-VA)

van Louis Ide (CD&V N-VA)

à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________________
Maisons de repos et de soins (MRS) - Visites à domicile - Chiffres Rust- en verzorgingstehuizen (RVT) - Huisbezoeken - Aantallen 
________________
soins à domicile
médecin
statistique officielle
équipement social
médecine générale
personne âgée
répartition géographique
thuisverzorging
dokter
officiële statistiek
sociale voorzieningen
algemene geneeskunde
bejaarde
geografische spreiding
________ ________
15/9/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/10/2008)
5/1/2009Dossier gesloten
15/9/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/10/2008)
5/1/2009Dossier gesloten
________ ________
Réintroduite comme : question écrite 4-2310 Réintroduite comme : question écrite 4-2310
________ ________
Question n° 4-1576 du 15 septembre 2008 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-1576 d.d. 15 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Cette question reprend la question écrite n° 4-278 et demande des informations complémentaires. La question antérieure traitait du nombre de visites en maisons de repos et de soins (MRS). Je l'ai posée le 30 janvier 2008 et j'ai reçu, le 5 mars 2008, la réponse suivante : «  J'ai l'honneur de vous informer que les éléments de réponse ont été demandés à l'Institut national d'assurance maladie-invalidité mais que celui-ci n'a pas encore pu rassembler toutes les données pour pouvoir répondre correctement à votre question.

Une réponse définitive vous sera fournie dans les meilleurs délais. ». Entre-temps, six mois se sont écoulés et j'attends toujours la réponse. Je vous repose donc la question.

Le « Journal du médecin » du 12 octobre 2007 mentionnait le fait que les médecins travaillent de plus en plus sur rendez-vous. Pour beaucoup de patients, ce serait une manière facile d’éviter les salles d’attente bondées. Cela diminue aussi le nombre de visites à domicile qui prennent beaucoup de temps (et sont de plus en plus coûteuses à cause du prix des carburants). Il est scientifiquement prouvé que les meilleurs soins sont donnés dans le cabinet du médecin. Les médecins (généralistes) y disposent de tout le nécessaire pour dispenser les meilleurs soins. Cela leur évite aussi d'être confrontés à d'importants problèmes de parking. L’introduction d’un « stationnement illicite non gênant exigé » (SINGE) n’aurait pas un très grand impact sur la situation actuelle du trafic. Moins de visites à domicile signifierait moins de problèmes de parking, moins de sigles SINGE à délivrer et par conséquent, l'octroi plus facile de ces sigles par l’administration.

Afin de pouvoir mieux inventorier la situation, j’aimerais recevoir une réponse aux questions suivantes, qui traitent toutes des visites dans les maisons de repos et de soins (MRS) :

Combien de visites à un malade en MRS (numéro de nomenclature 103913) ont-elles eu lieu en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles en 2004, 2005, 2006, 2007 et durant le premier semestre 2008 ? Quel pourcentage des consultations totales en MRS cela représente-t-il en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles ? Quel était le total pour la Belgique pour ces années ?

Combien de « visites à un malade effectuées le soir entre 18 h et 21 h » en MRS (numéro de nomenclature 103913+104333) ont-elles eu lieu en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles en 2004, 2005, 2006, 2007 et durant le premier semestre 2008 ? Quel pourcentage des consultations totales en MRS cela représente-t-il en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles ? Quel était le total pour la Belgique pour ces années ?

Combien de « visites à un malade effectuées la nuit entre 21 h et 8 h » en MRS (numéro de nomenclature 103913+104311) ont-elles eu lieu en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles en 2004, 2005, 2006, 2007 et durant le premier semestre 2008 ? Quel pourcentage des consultations totales en MRS cela représente-t-il en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles ? Quel était le total pour la Belgique pour ces années ?

Combien de « visites à un malade effectuées un samedi, un dimanche ou un jour férié » en MRS (numéro de nomenclature 103913+104296) ont-elles eu lieu en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles en 2004, 2005, 2006, 2007 et durant le premier semestre 2008 ? Quel pourcentage des consultations totales en MRS cela représente-t-il en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles ? Quel était le total pour la Belgique pour ces années ?

 

Deze vraag herneemt schriftelijke vraag nr. 4-278 en vraagt om bijkomende informatie. Deze handelde over het de aantal huisbezoeken in rust- en verzorgingstehuizen (RVT). Ik stelde deze op 30 januari 2008. Op 5 maart 2008 kreeg ik volgend antwoord : “ Ik heb de eer u mee te delen dat de elementen van antwoord aan het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering werden gevraagd, maar dat deze dienst nog niet alle elementen heeft kunnen verzamelen om een correct antwoord op te stellen. Een definitief antwoord zal u zo spoedig mogelijk worden verstrekt. ” We zijn intussen een half jaar verder en ik wacht nog steeds op het antwoord. Bij deze herneem ik de vraag nog eens.

De Artsenkrant van 12 oktober 2007 maakte melding van het feit dat de artsen steeds meer met afspraken werken. Dit zou voor veel patiënten een gemakkelijke manier zijn om overvolle wachtkamers te vermijden. Hierdoor worden ook het aantal tijdrovende (en door de brandstofprijzen ook steeds duurdere) huisbezoeken van de arts verminderd. Tegelijk is het wetenschappelijk bewezen dat de beste zorgen in het dokterskabinet gebeuren. Daar heeft de arts (huisarts) alles bij de hand om de beste zorgen toe te dienen. Het neemt ook een boel frustratie weg bij de huisartsen die zeer veel parkeerproblemen ondervinden. Het invoeren van een aanvaard aangepast parkeren (AAP) zou dan ook niet zo’n grote impact hebben om de bestaande verkeerssituatie. Minder huisbezoeken zou dan ook leiden tot minder parkeerproblemen, minder nood tot AAP en bijgevolg een gemakkelijker toestaan van AAP door de overheid.

Om dit allemaal beter in kaart te kunnen brengen had ik graag een antwoord gehad op volgende vragen, die allen handelen over huisbezoeken in rust- en verzorgingstehuizen (RVT) :

Hoeveel gewone huisbezoeken in RVT's (nomenclatuurnummer 103913) werden gedaan in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en dit voor de jaren 2004, 2005, 2006, 2007 en het eerste semester van 2008 ? Hoeveel procent van de totale consultaties in RVT's in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel is dit ? En hoeveel was het totaal voor België voor die jaren ?

Hoeveel avond-huisbezoeken tussen 18 en 21 uur in RVT's (nomenclatuurnummer 103913+104333) werden gedaan in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en dit voor de jaren 2004, 2005, 2006, 2007 en het eerste semester van 2008 ? Hoeveel procent van de totale consultaties in RVT's in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel is dit ? En hoeveel was het totaal voor België voor die jaren ?

Hoeveel nacht-huisbezoeken tussen 21 en 8 uur in RVT's (nomenclatuurnummer 103913+104311) werden gedaan in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en dit voor de jaren 2004, 2005, 2006, 2007 en het eerste semester van 2008 ? Hoeveel procent van de totale consultaties in RVT's in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel is dit ? En hoeveel was het totaal voor België voor die jaren ?

Hoeveel weekend- en feestdag-huisbezoeken in RVT's (nomenclatuurnummer 103913+104296) werden gedaan in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en dit voor de jaren 2004, 2005, 2006, 2007 en het eerste semester van 2008 ? Hoeveel procent van de totale consultaties in RVT's in respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel is dit ? En hoeveel was het totaal voor België voor die jaren ?