BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2023-2024
________
21 februari 2024
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-2220

de Peter Van Rompuy (CD&V)

aan de vice-eersteminister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Mobiliteitsbudget - Huisvestingskosten - Controle
________
pendel
bijkomend voordeel
huisvesting
________
21/2/2024Verzending vraag
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2218
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2219
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-2220 d.d. 21 februari 2024 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds 2019 bestaat het mobiliteitsbudget. Het is een duurzaam alternatief voor de klassieke salariswagen. De werknemer krijgt de mogelijkheid om deze in te ruilen voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen (pijler 1), duurzame vervoersmiddelen en huisvestingskosten (pijler 2) of cash (pijler 3). Het systeem wint afgelopen jaren duidelijk aan populariteit. Hierbij valt vooral de inzet van het mobiliteitsbudget voor de aflossing van de woonlening of huishuur op. In 2023 werd 77 % van alle budgetten hiervoor gebruikt. In 2022 was dat 52 % en in 2021 45 %. Dat blijkt uit een artikel uit «Het Laatste Nieuws» van 2 februari 2024. In tegenstelling tot pijler 3 is er hierbij geen aftrek van een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07 %.

De inzet van het mobiliteitsbudget voor huisvestingskosten kan enkel als de woonplaats binnen 10 kilometer van de werkplaats gelegen is of de werknemer 60 % van thuis werkt. Uiteraard dient de werknemer het huurcontract of de hypothecaire lening alleen of samen als koppel te hebben afgesloten.

Wanneer voor een koppel beiden een mobiliteitsbudget inzetten voor huisvestingskosten, mag het budget samen niet hoger liggen dan 100 %. Op de website van de federale overheid staat daarover: «Of de besteding in pijler 2 voldoet aan de wettelijke voorwaarden, wordt beoordeeld per mobiliteitsbudget. Het is aan de werkgever om in geval van een sociale of fiscale controle het bewijs te leveren, via de rechtvaardigingsstukken bezorgd door de werknemer, dat de huisvestingskosten slechts één keer worden gefinancierd met een mobiliteitsbudget. Om de privacy van de werknemer te beschermen en de administratieve lasten voor de werkgever te beperken, volstaat een verklaring op eer waaruit duidelijk blijkt dat de huisvestingskosten niet eerder zijn gefinancierd met een mobiliteitsbudget.»

Daarenboven mogen geen huisvestingskosten van derden ten laste genomen worden van het mobiliteitsbudget.

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag: het stimuleren en inzetten op duurzame vervoersmiddelen voor woon-werkverkeer, alsook de eventuele controle hierop is een gedeelde verantwoordelijkheid.

Daarom volgende vragen:

1) Heeft de geachte minister zicht op het aantal koppels waarbij beiden mobiliteitsbudget inzetten voor huisvestingskosten?

2) Zijn er gevallen gekend waarbij koppels samen meer dan 100 % van de huisvestingskost ontvangen via het mobiliteitsbudget?

a) Hoeveel?

b) Voor welk budget?

c) Vinden er controles plaats op de verklaringen op eer die dit moet staven?

3) Vonden er afgelopen jaren controles plaats op het correct inzetten van het mobiliteitsbudget voor huisvestingskosten? Onder andere op de 10 km-regel, 60 % thuiswerk of huisvestingskost voor derden.

a) Wie staat in voor deze controles?

b) Hoeveel controles vonden plaats?

c) Cijfers per jaar?

d) Wat was het gevolg van deze controles? Werden inbreuken vastgesteld? Op welk vlak en voor welk bedrag?

4) Werden afgelopen jaren klachten ontvangen over het niet correct inzetten van het mobiliteitsbudget voor huisvestingskosten?

a) Wie staat in voor deze klachten?

b) Hoeveel klachten werden ontvangen?

c) Cijfers per jaar?

d) Wat was het gevolg van deze klachten? Werden inbreuken vastgesteld? Op welk vlak?

5) Hoe evalueert de geachte minister deze cijfers?