BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
19 maart 2015
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-519

de Christine Defraigne (MR)

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Denturisten - Erkenning van het beroep - Diploma - Opleidingen
________
paramedisch beroep
tandheelkunde
medisch en chirurgisch materiaal
erkenning van diploma's
________
19/3/2015Verzending vraag
9/6/2015Rappel
7/7/2015Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-519 d.d. 19 maart 2015 : (Vraag gesteld in het Frans)

Op een ontmoeting met vertegenwoordigers van de Unie van Belgische gediplomeerde Denturisten vernam ik dat die Unie en haar leden te maken hebben met het volgende probleem: de uitoefening van hun beroep is nog niet erkend en daarom is het voor hen onmogelijk om in BelgiŽ een opleiding en een diploma in te voeren voor deze praktijk.

Naast het feit dat ze technisch gespecialiseerde professionals zijn die uitneembare tandprothesen plaatsen, willen ze in verband daarmee ook de psychologische begeleiding verzorgen van ouderen en met name van rusthuisbewoners.

Ze voeren aan dat die begeleiding complementair is met het werk van tandartsen en in het algemeen kan leiden tot betere gezondheidszorg voor wie ze nodig heeft. Een tandprothese is duur en door toedoen van die paramedische professionals kan de kostprijs dalen. De erkenning van een nieuw beroep kan ook zorgen voor meer werkgelegenheid, wat in heel BelgiŽ nodig is.

Op federaal niveau moet hierover dus een debat worden aangegaan met de deelgebieden, in overleg met denturisten en tandartsen, om na te denken over een passende oplossing die goed is voor alle betrokkenen.

Is er al nagedacht over de invoering van deze nieuwe paramedische beroepstitel? Zou de regering dit steunen? Wordt een wetswijziging overwogen met het oog op de erkenning van dit beroep? Hoe kunnen deze professionals in het systeem worden opgenomen? Kan er ook een nieuwe paramedische opleiding overwogen worden?

Antwoord ontvangen op 7 juli 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Momenteel voer ik geen gesprekken met de denturisten omtrent hun erkenning.

Volgens de Raad van tandheelkunde, die mij adviseert over tandheelkundige beroepen, is er om verschillende redenen geen noodzaak om de het beroep « denturist » als dusdanig te erkennen.

Zo daalt de nood aan uitneembare prothesen door een betere sensibilisering van de noodzaak aan preventie en een regelmatiger tandartsbezoek. Het heeft dan ook geen zin om een nieuw erkend zorgberoep te creëren voor een medisch hulpmiddel dat minder en minder gebruikt wordt.

Daarnaast stijgt de moeilijkheidsgraad van de prothesebehandeling, wegens de vergrijzing van de bevolking en de bijhorende polymorbiditeit. Deze patiënten hebben dus nood aan medisch geschoolde practici (in tegenstelling tot de bestaande opleiding tot denturist).

Onderzoek wees ook uit dat vijf jaar na de invoering van het beroep « denturist » in één Canadese provincie, de kostprijs van een prothese bij een tandarts of bij een denturist dezelfde was, maar dat de patiënttevredenheid hoger lag bij de tandarts. Een adequaat ingerichte en hygiënische praktijk kan niet economisch haalbaar uitgebaat worden als die alleen dienstig is voor behandelingen met uitneembare prothese.

Deze beroepsgroep zou wel in aanmerking kunnen komen als bekwame helper onder toezicht van de tandarts. Deze reflectie nemen we mee in de herziening van het koninklijk besluit n° 78.

De VVT en de VBT maken als beroepsvereniging deel uit van de Raad van de tandheelkunde, en worden in die hoedanigheid zeker betrokken bij de (eventueel toekomstige) gesprekken omtrent dit onderwerp.