BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
3 augustus 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6825

de Bart Tommelein (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee
________
Kunstenaars - Volgrecht - Auteursverenigingen - Beheersvennootschappen - Volgrecht van niet aangesloten artiesten - Zoeken van rechthebbenden - Incassering - Stand van zaken
________
officiŽle statistiek
auteursrecht
volgrecht
handel in kunstvoorwerpen
________
3/8/2012Verzending vraag
27/11/2012Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6825 d.d. 3 augustus 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Belgische wetgeving inzake het volgrecht voorziet dat professionele kunsthandelaars de auteursverenigingen bij elke doorverkoop van oorspronkelijke kunstwerken op de hoogte brengen van de namen van de kunstenaars wiens werken doorverkocht worden.

De aangesloten kunstenaars ontvangen de volgrechten (momenteel 4% van de toewijzingsprijs) voor werken met een verkoopprijs van 2 000 euro of meer.

De Belgische auteursverenigingen innen sinds kort niet alleen de rechten voor de artiesten die ze vertegenwoordigen maar ook de volgrechten van de artiesten en de erven van de artiesten die ze niet vertegenwoordigen.

Volgens de huidige werkwijze, volgend uit het huidige koninklijk besluit, worden eerst automatisch volgrechten geÔnd van artiesten die nergens aangesloten zijn, worden vervolgens de namen van de kunstenaars waarvoor geld geÔnd werd ťťn keer gepubliceerd in het Staatsblad en wordt na drie jaar het geld geÔncasseerd door de beheersvennootschappen. Dit is een vreemde gang van zaken daar deze gelden aldus worden doorgestort naar auteursverenigingen die deze artiesten niet vertegenwoordigen.

De huidige regeling brengt eigenlijk met zich mee dat het contraproductief zou zijn vanuit het standpunt van de beheersvennootschappen om daadwerkelijk actief op zoek te gaan naar de rechthebbenden vermits de gelden na drie jaar aan de beheersvennootschappen worden toebedeeld als zij de erven niet kunnen vinden.

Voor de duidelijkheid: na drie jaar is het geld ook niet meer opeisbaar door de kunstenaar en zijn familie bij de beheersvennootschappen.

In 2006 werd de oude regeling van 1998 blijkbaar gewoon overgenomen, zonder dat men de concrete gevolgen hiervan ingeschat heeft. Ik pleit voor een andere aanpak maar eerst wil ik een zicht krijgen over de omvang van de gelden op deze rekening.

Graag had ik hieromtrent dan ook volgende vragen voorgelegd:

1) Is het normaal dat de Belgische Vereniging van auteurs, componisten en uitgevers (Sabam) systematisch galerijen en roepzalen benadert met de vraag om de volgrechten voor artiesten die ze niet vertegenwoordigen te storten op een hiervoor gecreŽerde gemeenschappelijke rekening zonder adres noch officiŽle naam en dit nota bene zonder een officiŽle factuur door te zenden? Kan de geachte minister zeer uitvoerig toelichten en aangeven of deze gang van zaken correct is?

2) Kan hij aangeven hoeveel het totaalbedrag op jaarbasis bedraagt dat wordt gestort op deze gemeenschappelijke rekening en dit respectievelijk voor de jaren 2009, 2010 en 2011 alsook de eerste zes maanden van 2012? Kan hij deze cijfers duiden?

3) Kan hij aangeven hoeveel het totaalbedrag op jaarbasis bedraagt dat van deze gemeenschappelijke rekening na drie jaar wordt gestort op de rekening van de respectieve beheersvennootschappen en dit respectievelijk voor de jaren 2009, 2010 en 2011 alsook de eerste zes maanden van 2012? Kan hij tevens aangeven in centen en procenten hoeveel van de geÔnde volgrechten voor artiesten die de beheersvennootschappen niet vertegenwoordigen respectievelijk op jaarbasis voor de laatste drie jaar worden doorgestort enerzijds aan de rechthebbenden, erven of artiesten dus en anderzijds aan de beheersvennootschappen bij gebrek aan rechthebbenden? Hoe evolueert dit percentage?

4) Kan hij zeer gedetailleerd aangeven welke inspanningen de beheersvennootschappen effectief en concreet hebben geleverd om de erven van de artiesten of de artiesten zelf op te sporen in wiens naam gelden werden gestort op de eerder aangegeven gemeenschappelijke rekening voor het innen van volgrechten voor artiesten die de beheersvennootschappen niet vertegenwoordigen? Beperkt hun inspanning zich daadwerkelijk tot het publiceren in het Staatsblad?

5) Meent hij dat de huidige inspanningen volstaan en is het geheel niet toe aan een aanpassing? Kan dit uitvoerig worden toegelicht?

Antwoord ontvangen op 27 november 2012 :

Ziehier mijn antwoord op de vraag van het geachte lid :

1)  Overeenkomstig art. 13, paragraaf 1, eerste en tweede lid van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (Belgisch Staatsblad 27 juli 1994) (hierna auteurswet) zijn de actoren uit de professionele kunsthandel verplicht om bij een doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk de auteur, dan wel de vennootschap belast met het beheer van rechten op de hoogte te stellen. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is dienen de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen, met name SABAM en SOFAM hiervan op de hoogte te worden gesteld.

Overeenkomstig artikel 2, paragraaf 1 en 2 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2007 tot uitvoering van de wet van 4 december 2006 houdende de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk, dienen de actoren uit de professionele kunsthandel, indien het gaat om doorverkopen die niet plaatsvinden in het kader van een openbare veiling, om de drie maanden via een daartoe bestemd formulier aan de betrokken beheersvennootschappen haar verkopen mee te delen.     

Na ontvangst van dit formulier sturen de beheersvennootschappen een betalingsaanvraag door. 

In het geval het een openbare veiling betreft, is artikel 13, paragraaf 1, eerste lid, van de auteurswet van toepassing.  De actoren uit de professionele kunsthandel zijn gehouden om de auteur of de betrokken beheersvennootschap(pen) in kennis te stellen van deze verkoop. In de praktijk gebeurt dit door het opsturen van een kopie van het proces verbaal, hetzij via een lijst van doorverkopen, dan wel via het invullen van het aangifteformulier.   

Wanneer blijkt dat het kunstenaars betreffen die recht hebben op het volgrecht en die niet aangesloten zijn bij een beheersvennootschap, moeten de rechten gestort worden op de gemeenschappelijke rekening, die op naam staat van SABAM en SOFAM. Er wordt geen factuur opgesteld, maar er wordt gevraagd om een storting op de gemeenschappelijke rekening te verrichten. Deze gemeenschappelijke rekening werd ingesteld op grond van artikel 3, paragraaf 2 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2007. 

De auteurswet en het koninklijk besluit van 2 augustus 2007 bepalen dat de actoren uit de professionele kunsthandel op periodieke basis melding dienen te maken van de verkopen onderhevig aan het volgrecht. In het geval het niet mogelijk was om de auteur, noch de vennootschap belast met het beheer van rechten hiervan in kennis te stellen, dient men de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen, met name SABAM en SOFAM hiervan op de hoogte te brengen. De actoren uit de professionele kunsthandel zijn zodoende wettelijk ertoe gehouden om de gegevens met betrekking tot deze doorverkopen mee te delen aan SABAM en SOFAM. 

Voor de volledigheid dien ik te preciseren dat het volgrecht steeds van toepassing is indien het een doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk betreft waarvan de verkoopprijs minimum 2 000 euro (exclusief BTW) bedraagt. De auteur kan geen afstand van dit recht nemen. Indien aan de voorwaarden gesteld door de auteurswet voldaan wordt, is men gehouden tot het betalen van een volgrecht bij de doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk. 

2)     Het geachte lid gelieve hieronder de totaalbedragen te vinden die op deze gemeenschappelijke rekening gestort zijn in de loop van de boekjaren 2007 tot 2012 (1 januari tot met 30 juni 2012) :

Boekjaar

Gestorte bedragen

2009

37 153,00 euro

2010

52 192,00 euro

2011

71 968,34 euro

Ik beschik niet over voldoende elementen om deze verhoging te duiden.

3)        Voor de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 (tot en met 30 juni 2012) deelden SABAM en SOFAM mij mee dat er tot op heden nog geen storting verricht werd van de gemeenschappelijke rekening naar de rekening van de beheersvennootschappen. 

Wat betreft de uitbetaling aan de auteurs of de erfgenamen, welke niet aangesloten zijn bij een beheersvennootschap werden mij volgende cijfers meegedeeld :

Boekjaar

Uitbetaalde bedragen

2009

6 168,79 euro

2010

8 583,21 euro

2011

3 950,00 euro

2012 (tot 30 juni 2012)

3 784,35 euro

Overeenkomstig artikel 13, paragraaf 2 van de auteurswet verjaart de vordering van de auteur/erfgenamen na verloop van drie jaar te rekenen vanaf het verstrijken van de verjaringstermijn bedoeld in artikel 13, paragraaf 1, eerste of tweede lid naargelang de situatie. Na het verstrijken van deze verjaringstermijn worden de overgebleven bedragen op de gemeenschappelijke rekening verdeeld in verhouding tot het bedrag van volgrechten die ieder van hen geheven heeft gedurende het voorgaande jaar. De beheersvennootschappen zijn verplicht om deze bedragen overeenkomstig artikel 69 van de auteurswet te verdelen onder de rechthebbenden van betrokken categorie, en volgens de modaliteiten die door de algemene vergadering bij tweederde meerderheid goed zijn gekeurd. 

4)      In het koninklijk besluit van 2 augustus 2007 staan er enkele verplichtingen opgenomen waar SABAM en SOFAM toe gehouden worden. Zo dienen ze overeenkomstig artikel 3, paragraaf 2 van het voornoemde koninklijk besluit jaarlijks in het Belgisch Staatsblad een lijst te publiceren met daarin de rechthebbenden waarvan de werken het voorwerp hebben uitgemaakt van een doorverkoop die tijdens het vorige kalenderjaar aanleiding heeft gegeven tot het storten van volgrecht op de gemeenschappelijke rekening, evenals de datum van de doorverkoop en de datum van de kennisgeving van de doorverkoop aan één van deze beheersvennootschappen. Bij ontstentenis van identificatie van de rechthebbenden dienen de werken te worden meegedeeld. 

Deze lijst dienen de beheersvennootschappen eveneens op hun website te plaatsen. 

Daarnaast doen de beheersvennootschappen SABAM en SOFAM bijkomende inspanningen om de auteurs of de erfgenamen op te sporen. Zo publiceert SABAM in haar ‘SABAM Magazine’ de lijst van kunstenaars voor wie bedragen openstaan op de gemeenschappelijke rekening. De lijst wordt tevens voorgelegd aan de kunstenaars of in voorkomend geval hun erfgenamen en aan de buitenlandse verenigingen die de volgrechten beheren. 

SOFAM deelde mij mee dat ze informatie omtrent de kunstenaars verzameld via de internetsite Artprice, het tijdschrift (H)ART en bij ‘la Fondation pour l’Art Belge Contemporain’ of via contacten met het BAM (Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst) en de Franse Gemeenschap (Commission Consultative des Arts Plastiques). 

Tot slot gebeurt er ook een verificatie van de lijsten aan de hand van de IPI-database. Deze database is een centrale database tussen de beheersvennootschappen die lid zijn van CISAC (Confédération Internationale des Sociétés d’Auteurs et Compositeurs). De IPI-database bevat de namen van alle auteurs en de beheersvennootschappen waarvan zij lid zijn.

5)  De huidige regeling is tot stand gekomen naar aanleiding van de omzetting van richtlijn 2001/84/EG, en is het resultaat van een raadpleging van de betrokken sectoren, waaronder de Unie van de Belgisch-Luxemburgse Kunstmarkt, en de Beroepsvereniging van galerieën in moderne en hedendaagse kunst. In verband met de auteurs die niet aangesloten zijn bij een beheersvennootschap, kan verwezen worden naar de memorie van toelichting bij de wet van 4 december 2006 houdende de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk[1], waar onder meer het volgende wordt aangegeven:

Wat termijnen van betaling betreft, wordt voorgesteld dat zowel voor de doorverkopen die plaatsvinden in het kader van een openbare veiling, als voor de overige doorverkopen – het begrip doorverkoop wordt omschreven in het ontworpen artikel 11, paragraaf 1, eerste lid - de betaling moet geschieden binnen de 2 maanden na de kennisgeving.

De kennisgeving dient in eerste instantie te geschieden aan de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten. Indien de auteur geen lid is van een beheersvennootschap, dienen de debiteurs van het volgrecht in principe eerst zelf op zoek te gaan naar de gegevens (adres, rekeningnummer, enz.) van de auteur om de kennisgeving en de betaling te kunnen verrichten. Aangezien dit in de praktijk vaak moeilijk, zoniet onoverkomelijk is, wordt voorgesteld dat de kennisgeving ook geldig kan geschieden aan «de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen » indien de kennisgeving aan de auteur of aan de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten, redelijkerwijs niet mogelijk is. Op de debiteur van het volgrecht rust dus een middelverbintenis om als een normaal en redelijk persoon op zoek te gaan naar de identificatiegegevens van de auteur, voornamelijk indien deze geen lid is van een beheersvennootschap. Indien een redelijk onderzoek ter zake niets oplevert, kan de debiteur van het volgrecht de kennisgeving doen aan de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen.”

Deze regeling lijkt mij evenwichtig. Wanneer een doorverkoop plaatsvindt van een beschermd werk dat onder het toepassingsgebied van de richtlijn 2001/84/EG betreffende het volgerecht valt, is immers een volgrecht verschuldigd. De regeling die uitgewerkt is biedt voor de kunsthandelaar de mogelijkheid om op een administratief vlotte wijze zich aan zijn verplichtingen te voldoen. Tevens worden bekendmakingsmaatregelen voorgeschreven, en beschikken de auteurs over een termijn van drie jaar om hun vergoeding op te eisen, wat mij een redelijke termijn lijkt. 

[1] Wetsontwerp houdende de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk, Gedr. St. Kamer, 2005-2006, 2464/001, 11.