BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
3 juli 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6640

de Karl Vanlouwe (N-VA)

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken
________
De staatsgreep in Mali
________
staatsgreep
Mali
presidentsverkiezing
________
3/7/2012Verzending vraag
10/10/2012Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2170
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6640 d.d. 3 juli 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Malinese president, Amadou Toumani Toure, werd op dinsdag 22 maart verjaagd door muitende regeringsoldaten die ontevreden zijn over de aanpak van de Touareg-rebellie in het noorden van het land. Die soldaten hebben vervolgens het nationale televisie- en radiostation bezet en de bevolking toegesproken.

Nadat de hele nacht geweervuur te horen was rond het presidentieel paleis kondigden een twintigtal Malinese soldaten aan dat ze de grondwet hebben opgeschort en een nieuw comitť hebben opgericht om het land te leiden. Ze beschuldigen de president en de legerleiding ervan incompetent te zijn en de legercampagne tegen de rebellerende Touaregs slecht te hebben aangepakt. Er zijn te weinig wapens, munitie en voedselvoorraden voorhanden waardoor het leger grote verliezen heeft geleden. De overheid zou zich ook te weinig bekommeren om de families van de gesneuvelde soldaten.

Tegelijk stelden ze een avondklok in en raadden ze de bevolking aan om kalm te blijven. De presidentsverkiezingen van april 2012 zullen nog steeds doorgaan, zodra de "nationale eenheid en de territoriale integriteit hersteld zijn". Het is onduidelijk waar president Toure zich nu bevindt, maar hij zou alvast ongedeerd zijn en omringd zijn door leden van de presidentiŽle garde.

Amadou Toumani Toure wordt beschouwd als een van de weinige democratische leiders in Afrika. Normaal gezien zou Mali op 29 april een nieuwe president kiezen, maar die verkiezing wordt naar alle waarschijnlijkheid uitgesteld. De grondwet belet dat een president langer dan twee termijnen van vijf jaar aan de macht is en Toure had al geruime tijd op het voorhand aangekondigd geen derde termijn te ambiŽren.

Daarom wordt gespeculeerd over de timing van de putschisten. Alle westerse donors, de EU, de Wereldbank en de African Development Bank hebben reeds hun hulp aan het land bevroren, evenals de Afrikaanse Unie en ECOWAS die de coup ook veroordeelden.

Ondertussen zijn de Malinezen op straat gekomen om tegen de staatsgreep te protesteren. Een duizendtal manifestanten eiste maandag 26 maart de opheffing van de noodtoestand en de avondklok.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1) Hoeveel landgenoten bevinden zich thans in Mali?

2) Kan de minister bevestigen dat tijdens de staatsgreep van het leger nog geen burgerdoden zijn gevallen?

3) Hoe evalueert de minister de klachten van het leger met betrekking tot de Touaregrebellie die aanleiding gaven tot de staatsgreep?

4) Verwacht hij dat de presidentsverkiezingen van april 2012 in gevaar komen? Hoe evalueert hij de timing van de staatsgreep, anderhalve maand voor de presidentsverkiezingen?

Antwoord ontvangen op 10 oktober 2012 :

1. Ten tijde van de staatsgreep op 22 maart, waren bij de ambassade 253 Belgen geregistreerd. De gegevens van onze landgenoten veranderen geregeld en mijn diensten onderhouden nauwe contacten met het bureau ontwikkelingssamenwerking in Bamako teneinde op de hoogte te blijven van de gebeurtenissen en over een betrouwbare lijst van onze landgenoten te kunnen beschikken. 

2. De Staatsgreep van 22 maart verliep relatief rustig. Helaas is de spanning in Bamako op 30 april opnieuw opgelopen. Ingevolge schermutselingen tussen coupplegers en leden van de presidentiële wacht zijn bij beide partijen tientallen slachtoffers gevallen. De situatie in het noorden van het land daarentegen blijft helemaal niet zonder gevolgen voor de burgerbevolking. 

3. In eerdere antwoorden gaf ik reeds aan dat het Malinese leger zwak staat. Dit is in de praktijk ook gebleken, met name ten aanzien van de Touareg-rebellen bij wie zich gewapende soldaten aansloten die na de val van het Lybische regime, naar Mali waren teruggekeerd. Het Malinese leger heeft overduidelijk nood aan grondige hervormingen. Eerder dan een oplossing te zijn voor  de crisis in het noorden, heeft de staatsgreep de opmars versneld van de rebellen die de steun krijgen van islamitische groeperingen met minder duidelijke bedoelingen. 

4. Het verloop van de overgangsperiode zal zeker bepalend zijn voor de presidentsverkiezingen. Het raamakkoord dat de coupplegers op 6 april hebben getekend onder auspiciën van de Economic Community Of West African States (ECOWAS) (met Burkina Faso als bemiddelaar), heeft het pad geëffend voor een terugkeer naar de grondwettelijke orde. De aanstelling van een tijdelijk president, een eerste minister en de samenstelling van een regering waren bemoedigende stappen te midden van talrijke onbekende factoren. De beheersing van de crisis in het noorden is een grote uitdaging. 

In een bijkomend akkoord, overeengekomen op 20 mei te Bamako, werd de transitieperiode bepaald op 12 maanden. De zwakte van het akkoord kwam echter snel tot uiting met de gewelddadige agressie tegen de eerste minister ad interim één dag later. Sedertdien verblijft hij in Frankrijk waar hij medische onderzoeken ondergaat. Het houden van verkiezingen binnen een termijn van 12 maanden impliceert een zeer strikte kalender en talrijke organisatorische vragen (budget, kieslijst, situatie in het noorden). 

Belangrijk is nu sneller werk te maken van een stappenplan met een tijdschema voor een volledig herstel van de grondwettelijke orde.

Dit werd nog benadrukt tijdens de vergadering van de Groep ter ondersteuning en opvolging van de situatie in Mali, waarvan de inaugurale samenkomst plaats had te Abidjan op 7 juni. De Groep eiste onder meer de onmiddellijke ontbinding van de junta (Conseil national pour le Redressement de la Démocratie et la Restauration de l’État – CNRDRE) en de volledige terugtrekking ervan uit de leiding van de transitie. Er werd wel opnieuw gedreigd met sancties aan het adres van wie het overgangsproces dreigt te verstoren.