BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
9 november 2010
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-357

de Christine Defraigne (MR)

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister
________
Verkeersreglement - Inbreuken - Boeten en veroordelingen - Belgische en buitenlandse chauffeurs - Discriminaties - Maatregelen
________
overtreding van het verkeersreglement
buitenlandse staatsburger
gelijke behandeling
________
9/11/2010Verzending vraag
15/12/2010Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-357 d.d. 9 november 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

In maart 2010 stelde de automobilistenvereniging Touring vast dat Belgen worden gediscrimineerd tegenover buitenlanders bij de bestraffing van een inbreuk op het verkeersreglement. Zo moet de Belgische chauffeur bij een inbreuk van de vierde graad voor de rechtbank verschijnen, terwijl een buitenlander onmiddellijk de boete betaalt en zijn weg kan vervolgen.

Als de Belgische chauffeur wordt veroordeeld moet hij niet enkel de boete betalen, maar ook de kosten en eventueel een bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Een buitenlander kan niet meer worden verplicht de boete te betalen eens hij de grens is gepasseerd. Hij zal slechts de verplichte waarborg hebben betaald, die veel lager is dan wat de Belgische chauffeur zal moeten betalen, vooral wanneer het gaat om een inbreuk van de vierde graad.

Touring vraagt dus een einde te stellen aan die discriminatie en wenst een aanpassing van de boeten voor de buitenlanders. Touring vraagt tevens dat de intrekking van het rijbewijs van buitenlanders wordt toegepast in dezelfde gevallen als voor een Belgische chauffeur, en dat voor het hele verblijf in BelgiŽ.

Met betrekking tot deze vaststelling kreeg ik graag antwoord op deze vragen:

1. Wat is uw antwoord op de verklaringen van Touring?

2. Welke maatregelen overweegt u om een einde te stellen aan die discriminaties?

Antwoord ontvangen op 15 december 2010 :

Ik heb de eer het geachte lid het volgende te antwoorden:

Het is juist dat er een verschil is tussen Belgische inwoners en niet-inwoners wat de vervolging van overtredingen van de vierde graad betreft. Het probleem is voornamelijk dat de boetes erg moeilijk in te vorderen zijn van buitenlandse overtreders, aangezien daarvoor uitvoeringsmaatregelen van Belgische rechterlijke beslissingen in het buitenland ontbreken. De onmiddellijke inning is daarom toegelaten voor overtreders die geen inwoners zijn, zelfs bij een overtreding van de vierde graad, terwijl de Belgische automobilisten geen keuze hebben en voor de rechtbank moeten verschijnen.

Het bedrag van de onmiddellijke inning moet overigens op het ogenblik van de interceptie betaalbaar blijven, vandaar is het beperkt tot 300 euro. Een door een rechtbank opgelegde boete bedraagt minimaal 220 euro, vermeerderd met de gerechtskosten en de bijdrage aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, en ligt dus hoger dan dat bedrag van 300 euro. Toch moet worden opgemerkt dat een Belgische bestuurder verzachtende omstandigheden kan aanvoeren en eventueel een vermindering van het boetebedrag kan krijgen.

De huidige toestand is het resultaat van een compromis tussen twee eisen: niet-inwoners moeten kunnen worden vervolgd wegens overtredingen van het Verkeersreglement en de sanctie moet ook effectief worden uitgevoerd. Het is dus van belang dat de boete wordt geïnd op het ogenblik van de interceptie. De onmiddellijke inning die buitenlanders wordt voorgesteld voor overtredingen van de vierde graad, is in die zin een pragmatische oplossing waarmee de Europese Commissie heeft ingestemd.

De regels voor de intrekking van het rijbewijs zijn overigens dezelfde, ongeacht of de overtreder Belg of buitenlander is, behalve dat het rijbewijs moet worden teruggegeven wanneer de houder van een buitenlands rijbewijs, die niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te behalen, het grondgebied verlaat. Bij onmiddellijke intrekking van het rijbewijs geldt de intrekking inderdaad voor de hele verblijfsduur.

Een volstrekt gelijke behandeling van Belgische en buitenlandse overtreders is pas mogelijk eenmaal als de internationale rechtsinstrumenten dat toelaten. Men moet dus zowel de identificatiegegevens van de in het buitenland ingeschreven voertuigen als de betaling van de boetes door de buitenlandse overtreders kunnen verkrijgen.

België speelt al jaren een proactieve rol op dit gebied. Het Belgische voorzitterschap plaatst dit item hoog op de agenda. Met het Europees Parlement organiseerden wij op 13 en 14 oktober 2010 de Europese Dagen van de Verkeersveiligheid, waar de Cross Border Enforcement” richtlijn, en meer algemeen de samenwerking tussen politie- en justitiediensten van de verschillende lidstaten om de verkeersovertredingen in Europa beter te kunnen behandelen, uitgebreid ter sprake kwam. Het doel van de richtlijn bestaat erin om de vier zwaarste verkeersovertredingen aan te pakken, namelijk snelheid, alcohol, gordel en roodlichtnegatie, door EU-burgers begaan in een andere lidstaat, door de uitwisseling van persoonsgegevens over houders van inschrijvingsbewijzen mogelijk te maken. De tenuitvoerlegging van boetes tegen bestuurders die een overtreding begaan in een andere lidstaat dan die waar hun voertuig is ingeschreven, wordt op die manier vergemakkelijkt.

Wat de toegang tot de inschrijvingsgegevens betreft, namen wij het initiatief tot het Verdrag dat op 13 oktober 2008 met Frankrijk is gesloten en weldra wordt geratificeerd (Parlementaire Stukken, Senaat, 4 1512; Kamer, 52 2358). Onderhandelingen met Nederland staan op het punt om, onder de hoede van het Benelux-secretariaat, met een soortgelijk bilateraal verdrag te worden afgerond. Wij hebben ook met Spanje contacten gelegd.

Dit voorontwerp van wet is de omzetting in Belgisch recht van Kaderbesluit 2005/214/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties, dat de erkenning en tenuitvoerlegging in een lidstaat van een door een rechterlijke of bestuurlijke autoriteit van een andere lidstaat opgelegde geldboete regelt.

Indien deze stappen resulteren in een efficiënt systeem, wordt een volstrekt identieke werking van de onmiddellijke inning voor Belgen en voor buitenlanders de regel.