BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2013-2014
________
10 april 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-11380

de Zakia Khattabi (Ecolo)

aan de minister van Justitie
________
Dienst voor het strafrechtelijk beleid - Verdwijning - Vervanging door twee diensten - Co÷rdinatie - Bevoegdheden - Vrijwillige detacheringen - Koninklijk besluit
________
misdaadbestrijding
openbaar ministerie
________
10/4/2014Verzending vraag
28/4/2014Einde zittingsperiode
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-11380 d.d. 10 april 2014 : (Vraag gesteld in het Frans)

Ik heb vernomen dat de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid (DSB) gaat verdwijnen. In de plaats daarvan komen twee diensten, de ene binnen de directie strafrecht van het Directoraat-generaal (DG) Wetgeving en een andere binnen de ondersteuningsdienst bij het College van het openbaar ministerie. Nochtans werd de DSB opgericht na de aanbevelingen van de Bendecommissie, die het nut van een ge´ntegreerd en integraal strafrechtelijk beleid had benadrukt.

De ondersteuningsdienst van het College zou ermee belast worden een strafrechtelijk beleid uit te werken, onafhankelijk van de administratie. De dienst die in de DG Wetgeving wordt ge´ntegreerd, zou daarentegen belast worden met de evaluatie van de ministeriŰle richtlijnen. Het gevaar bestaat dus dat de integratie en de co÷rdinatie tussen de verschillende aspecten van het integraal en ge´ntegreerd strafrechtelijk beleid verloren gaan.

Tot slot heeft de DSB momenteel achttien ambtenaren van niveau A. Dat kader is niet volledig, aangezien vier ambtenaren niet werden vervangen de voorbije maanden. Negen ambtenaren zouden bij de Federale Openbare Dienst (FOD) Justitie blijven en negen ambtenaren zouden worden toegewezen aan de dienst ondersteuning van het College, waarvan vijf ambtenaren gedetacheerd worden vanuit de FOD. De detachering zal automatisch gebeuren een jaar na de oprichting van de ondersteuningsdienst. Ondertussen zullen de vrijwillige detacheringen ter goedkeuring worden voorgelegd aan het directiecomitÚ van de FOD Justitie.

Mevrouw de minister,

1) Op internationaal niveau wordt steeds meer een ge´ntegreerd strafbeleid aanbevolen. Waarom wordt de DSB, die precies als opdracht had te waken over een ge´ntegreerd en integraal strafbeleid, dan afgeschaft?

2) Kunt u me de precieze bevoegdheden van elk van beide nieuwe diensten beschrijven?

3) Wie zal belast worden met de evaluatie van de ministeriŰle richtlijnen inzake het strafrechtelijk beleid?

4) Zal de oprichting van twee diensten in plaats van ÚÚn enkele dienst leiden tot een splitsing van de aanwezigheden op de vergaderingen van de werkgroepen, de expertisegroepen of evaluatiegroepen?

5) Waarom worden de vrijwillige detacheringen ter goedkeuring voorgelegd aan het directiecomitÚ, terwijl vijf ambtenaren moeten worden overgeplaatst naar de ondersteuningsdienst? Dreigt men daardoor de vrijwilligers niet te ontmoedigen en de installatie van de ondersteuningsdienst te vertragen?

6) Het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 1994 tot oprichting van een Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en alsook van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Justitie en tot opheffing van het koninklijk besluit van 11 juli 1994 houdende bezoldigingsregeling van de adviseur-generaal van de Dienst voor Criminele Politiek, en van zijn adjunct, werd voorgelegd aan de Ministerraad. Kunt u me zeggen wanneer het zal worden gepubliceerd?