BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2007-2008
________
20 februari 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-373

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
________
Comité van aankoop - Procedure - Vereenvoudiging
________
aankoopcomité
gemeente
onteigening
plaatselijke overheid
regionale overheid
onroerend eigendom
________
20/2/2008 Verzending vraag
19/3/2008 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-374
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-373 d.d. 20 februari 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Als een gemeentebestuur een gebouw wenst te kopen van de hogere overheid, dan moet die gemeente beschikken over een onteigeningsmachtiging van de regionale minister van Binnenlandse Aangelegenheden. Deze onteigeningsprocedure duurt lang en brengt heel veel administratief werk mee, zowel voor de gemeentelijke als de gewestelijke administratie en brengt voor de gemeente een aantal kosten mee (opmaak onteigeningsplan, organisatie openbaar onderzoek en dergelijke). Bovendien geeft deze procedure niet méér garantie op de juiste prijs. Anderzijds heeft de lange procedure meermaals tot gevolg gehad dat de goederen bij de uiteindelijke eigendomsoverdracht in veel slechtere staat zijn door leegstand en vandalisme.

Acht de geachte minister het nuttig om de procedure bij het Comité van aankoop te vereenvoudigen, opdat de lange wachttijd op de schattingsverslagen te verkleinen? Zo ja, in welke zin?

Antwoord ontvangen op 19 maart 2008 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op zijn vragen te vinden.

De wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen (thans de artikelen 87 tot en met 89 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991, samengeordende wetten op de Rijkscomptabiliteit), machtigt de minister van Financiën de onroerende domeingoederen van alle aard openbaar, uit de hand of bij wijze van ruiling te vervreemden.

Overeenkomstig dezelfde wet dienen deze vervreemdingen te worden bekendgemaakt door passende publiciteitsmaatregelen.

Deze bepalingen — het voeren van de nodige publiciteit met het oog op een verkoop aan de meestbiedende — hebben tot gevolg dat de comités tot aankoop van onroerende goederen, belast met de verkopen, dienen te streven naar een zo hoog mogelijke verkoopprijs.

Voormelde wet bepaalt dat de formaliteit van bekendmaking vervalt wanneer de verrichting geschiedt in het algemeen belang.

De patrimoniumdiensten zijn van oordeel dat gemeenten of andere onteigeningsgerechtigde instanties, die een onroerend goed wensen aan te kopen, de voormelde aankoopcomités slechts kunnen « ontlasten » van hun verplichting tot verkoop aan de meestbiedende door het voorleggen van een onteigeningsbesluit dat blijk geeft van het algemeen belang. Verkopen veronderstelt een wilsovereenstemming die de verkopende overheid enkel kan geven wanneer ze ervan overtuigd is dat de hoogst mogelijke prijs werd bekomen. Ingeval de verkopende overheid wordt onteigend heeft een verkoop aan de meestbiedende daarentegen geen enkele zin.

Indien een gemeente, of andere onteigeningsgerechtigde overheid, haar intenties tot aankoop bekendmaakt, wordt een redelijke termijn gegeven om een onteigeningmachtiging te bekomen. Indien de publiekrechterlijke overheid geen onteigeningsbesluit wil of kan bekomen, kan zij nog steeds, in samenloop met eventuele andere kandidaat-kopers, trachten het goed aan te kopen.

Er wordt opgemerkt dat de principes van de wet van 31 mei 1923 enkel van toepassing zijn op de verkopen van gedesaffecteerde onroerende goederen van de Federale Staat, de gewesten en de Gemeenschappen, en niet van andere « hogere » overheden als de pararegionale instellingen of de provincies.

Principieel wordt voorafgaandelijk aan elke verkoop, onafgezien of de kandidaat-kopers particulieren of overheden zijn, een schatting van het te verkopen goed gemaakt. Ik durf dan ook te veronderstellen dat het geachte lid in de laatste alinea van haar vraag doelt op de lange wachttijd van het onteigeningsbesluit in de plaats van het schattingsverslag.