BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2007-2008
________
4 februari 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-301

de Christine Defraigne (MR)

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Esthetisch geneesheer - Titel - Erkenning
________
plastische chirurgie
erkenning van diploma's
dokter
________
4/2/2008Verzending vraag
5/3/2008Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-301 d.d. 4 februari 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

Er wordt thans veel gesproken over het uiterlijke, vooral over esthetische chirurgie. Tal van vrouwen en mannen maken er gebruik van.

Er zijn verscheidene categorieŽn artsen die esthetische ingrepen uitvoeren, in de eerste plaats plastische chirurgen. De plastische, reconstructieve en esthetische chirurgie vormt ťťn en dezelfde medische specialiteit, die minimum dertien jaar studie vereist. Ook andere artsen zijn actief op het gebied van esthetische geneeskunde, namelijk dermatologen, esthetische geneesheren en specialisten NKO.

Ik heb in november†2006, samen met mijn collega Dominique Tilmans, een colloquium georganiseerd over esthetische geneeskunde. Het was de bedoeling de belangrijkste artsen op het gebied van esthetische geneeskunde bijeen te brengen om een ďstand van zakenĒ op te maken van de situatie in de praktijk teneinde de problemen beter in kaart te kunnen brengen en oplossingen voor te stellen.

Uit dat colloquium bleek onder meer dat er een probleem was op het gebied van de vakbekwaamheid. De titel van esthetisch geneesheer is immers nog niet erkend. Die artsen vragen dus de erkenning van hun vakbekwaamheid.

In 1974 werd de Belgische Vereniging voor Esthetische Geneeskunde opgericht, die met name de opleiding in esthetische geneeskunde organiseert. Geholpen door de leerstoel anti-aging van het universitair centrum van Charleroi heeft die vereniging een school voor esthetische geneeskunde opgericht. Het universitair centrum van Charleroi heeft tot op vandaag ongeveer veertig getuigschriften uitgereikt aan artsen die de theoretische opleiding met succes hebben gevolgd en de verplichte stages hebben vervuld. Naast de opleiding van de Belgische Vereniging voor Esthetische Geneeskunde zijn er nog de opleidingen die in het buitenland worden aangeboden.

Als de opleiding van de Belgische Vereniging voor Esthetische Geneeskunde niet afgesloten wordt met een erkende titel van esthetisch geneesheer, kunnen veel geneesheren zich esthetisch geneesheer noemen zonder die specifieke opleiding te hebben gevolgd.

Aangezien het gaat over handelingen die uitgevoerd worden op het menselijk lichaam, en die niet zonder gevaar zijn, zou moeten worden voorzien in een omkadering van de opleiding en de erkenning van de titel van esthetisch geneesheer. Dat is echter niet gemakkelijk, onder meer omdat verschillende beleidsniveaus hiervoor bevoegd zijn. Er zou daarover gezamenlijk moeten worden nagedacht.

Ik heb mevrouw†Simonet, minister van de Franse Gemeenschap bevoegd voor het hoger onderwijs, ondervraagd over de organisatie in de Franse Gemeenschap van een erkende opleiding in esthetische geneeskunde.

De minister heeft daarop geantwoord dat de federale regering hier een standpunt moet innemen. Zij zou regels kunnen uitvaardigen voor het verwerven van bijzondere bekwaamheden of voor de organisatie van minimumopleidingen voor bepaalde prestaties. De universitaire instellingen zouden kunnen meewerken aan bijkomende studies en voortgezette vorming en een getuigschrift kunnen uitreikenÖ

De minister besluit dat de Franse Gemeenschap en de universitaire instellingen de middelen ter beschikking hebben om dat probleem te verhelpen, maar dat de eerste normatieve verantwoordelijkheid op het federale niveau ligt.

Ik zou van de minister graag een antwoord krijgen op volgende vragen:

1. Wat denkt de minister over de erkenning van de titel van esthetisch geneesheer?

2. Is ze van plan de uitoefening van de esthetische geneeskunde te omkaderen?

3. Vindt de minister het opportuun hierover een debat te organiseren tussen de Gemeenschappen en het federale niveau?

Antwoord ontvangen op 5 maart 2008 :

Het koninklijk besluit van 25 november 1991 legt de lijst vast van de bijzondere beroepstitels die zijn voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde. Zoals u zegt, worden in artikel 1 de bijzondere beroepstitels opgesomd die zijn voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel-en verloskunde of van de academische graad van arts en komt de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde in die lijst voor. Het klopt dat de bijzondere beroepstitel van specialist in de plastische geneeskunde echter niet voorkomt in de lijst van de cumuleerbare titels die in artikel 2 van dit besluit is opgesomd.

In de andere Europese landen is de situatie gelijkaardig. In de Europese richtlijn 2005/36/EG komt geen titel in de plastische geneeskunde voor en is enkel de plastische heelkunde opgenomen.

In BelgiŽ mag een arts alle handelingen van de geneeskunde stellen als hij zich daartoe in staat acht. Het RIZIV betaalt echter enkel de prestaties eigen aan een bepaalde specialiteit terug op basis van de specifieke nomenclatuur die elke houder van een bijzondere beroepstitel bij zijn erkenning in een bepaalde specialiteit krijgt toegewezen.

Er dient gezegd dat de handelingen in de plastische heelkunde erg vaak volledig ten laste van de patiŽnt vallen.

Op verzoek van de minister kan de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen een advies uitbrengen over de creatie van een bijzondere beroepstitel in de plastische geneeskunde. Overeenkomstig artikel 5, ß 5, van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen heeft de Hoge Raad besloten tot de oprichting van een werkgroep die zich moet buigen over de problematiek van de bijzondere beroepstitels. Volgens hun eerste analyse van de hele problematiek lijkt het dat de gezondheidsbeoefenaars van mening zijn dat er te veel titels bestaan en dat de creatie van nieuwe titels ten koste zou gaan van de aanpak en van de kwalitatieve behandeling van de patiŽnten. De werkgroep zal de Raad binnenkort een nieuwe structurering van de titels en bekwaamheden van de geneesheren voorstellen, evenals een rooster waarin men het nut van nieuwe titels, en met name hun maatschappelijke waarde, kan evalueren.

Wanneer mij een goed gestaafd en beargumenteerd verzoek tot creatie van een bijzondere beroepstitel voor artikel 1 of artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 wordt overgemaakt, ben ik volledig bereid om dit ter advies aan de Hoge Raad en aan zijn werkgroep ę Titels Ľ voor te leggen.

Mocht de Raad een gunstig advies uitbrengen en er een bijzondere beroepstitel in de plastische geneeskunde moeten worden gecreŽerd, zouden de criteria waaraan moet worden voldaan om in die specialiteit erkend te worden en om die erkenning te behouden in een ministerieel besluit worden vastgelegd. De opleiding zou dan in het aanbod van de universiteiten moeten worden opgenomen.

Ten slotte herinner ik u eraan dat de helft van de leden van de Hoge Raad voorgedragen worden door de universiteiten, hetgeen per definitie de coŲrdinatie met de gemeenschappen inzake hoger onderwijs zelfs onrechtstreeks garandeert.