BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
10 november 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1966

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
________
Schijnhuwelijken - Aantallen - Negatieve adviezen - Vragenlijsten
________
schijnhuwelijk
Dienst Vreemdelingenzaken
huwelijk
burgerlijke stand
buitenlandse staatsburger
________
10/11/2008 Verzending vraag
5/1/2009 Dossier gesloten
________
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2571
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1966 d.d. 10 november 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

7 000 huwelijken zouden verdacht zijn en mogelijks een schijnhuwelijk zijn. Zoveel huwelijken onderzoekt de dienst Vreemdelingenzaken. Wellicht is 20 % van de huwelijken die dit jaar in ons land plaatsvinden, een schijnhuwelijk.

In de strijd tegen schijnhuwelijken, beschikken de ambtenaren van de burgerlijke stand over de bevoegdheid om de voltrekking van een huwelijk te weigeren. Vooraleer een beslissing te nemen over het al dan niet voltrekken van het huwelijk, kan de ambtenaar (een niet-bindend) advies inwinnen bij de procureur des Konings.

Als antwoord op mijn schriftelijke vraag 51-987 uit de vorige legislatuur in de Kamer (Kamer, Vragen en Antwoorden nr. 51-123, blz. 24092), meldde de voormalig minister van Justitie me dat zij zich voornam "om een uniforme vragenlijst betreffende de schijnhuwelijken aan de gerechtelijke overheden te richten om zo tot ondubbelzinnige en volledige cijfergegevens te kunnen beschikken".

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen :

1. Is die uniforme vragenlijst op heden een feit ? Zo neen, hoe komt dit en wenst u hier werk van te maken ?

2. Zo ja, hoeveel negatieve adviezen wegens vermoedelijk schijnhuwelijk werden de vorige jaren (2005, 2006, 2007 en de eerste negen manden van 2008) per parket, per gerechtelijk arrondissement verleend ?

3. Hoeveel koppels zijn uiteindelijk toch getrouwd, ondanks een negatief advies ?

4. a) Gebeurt er een opvolging wat betreft de echtscheiding door deze koppels ?

b) Hoeveel processen-verbaal voor verlating van de echtelijke woonst werden er opgemaakt ?

5. Erkent de geachte minister dat mogelijks 20 % van het aantal huwelijken een schijnhuwelijk is ? Heeft de geachte minister daar cijfers over ?