BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
29 oktober 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1897

de Patrik Vankrunkelsven (Open Vld)

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
________
Zelfstandigen - Faillissement - Toekenning van een werkloosheidsuitkering
________
zelfstandig beroep
werkloosheidsverzekering
faillissement
sociale zekerheid
officiŽle statistiek
________
29/10/2008Verzending vraag
28/11/2008Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-430
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1897 d.d. 29 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, moet een aanzet zijn tot een werkloosheids-verzekering voor zelfstandigen. Bij faillissement zouden zelfstandigen, ťťnmalig, kunnen terugvallen op een uitkering van zes maanden.

Het zijn de sociale verzekeringskassen voor zelfstandigen die de praktische uitwerking van dit koninklijk besluit moeten toepassen. De praktijk leert echter dat vele kassen zelfs niet op de hoogte zijn van de mogelijk dat failliete zelfstandigen recht hebben op een uitkering. Graag had ik een antwoord gehad op volgende vragen†:

1. Hoeveel faillissementen telde ons land jaarlijks over de voorbije jaren†?

2. Hoeveel failliete zelfstandigen, zaakvoerders en bestuurders maakten de voorbije jaren gebruik van de faillissementsuitkering†?

3. Is de geachte minister van plan om de sociale verzekeringskassen opnieuw te informeren over het bestaan van deze uitkering†?

4. Als de gefaillieerde opnieuw tewerkgesteld wordt, vervalt dan zijn recht op de uitkering†?

5. Als de gefaillieerde deeltijds opnieuw tewerkgesteld wordt, heeft hij dan nog deels recht op de uitkering†?

Antwoord ontvangen op 28 november 2008 :

Alvorens op de vragen te antwoorden, wens ik het geachte lid te wijzen op het feit dat de financiële uitkering van de sociale verzekering in geval van faillissement sinds 1 juli 2007 gedurende twaalf maanden genoten kan worden en dus niet, zoals u in de aanhef van uw vraag vermeldt, gedurende zes maanden.

Ik wens uw aandacht eveneens te vestigen op het feit dat het bedrag van deze uitkering in diezelfde periode werd opgetrokken tot het bedrag dat het minimumpensioen van de zelfstandigen evenaart.

1. Ik heb de eer het geachte lid informatie in verband met het aantal gefailleerde ondernemingen mee te delen voor de periode van 2000 tot 2007. Voor een goed begrip het gaat hier zowel om vennootschappen als zelfstandigen/natuurlijke personen

Jaar

Aantal failliete vennootschappen en zelfstandigen

2000

4 594

2001

5 548

2002

6 920

2003

5 573

2004

6 146

2005

6 128

2006

5 796

2007

6 013

2. Het is zo dat ik niet over gegevens beschik in verband met het aantal failliete zelfstandigen/natuurlijke personen.

Ik kan wel cijfers meedelen in verband met de aanvragen en de toekenningen van de financiële uitkering van de sociale verzekering in geval van faillissement tussen 1 januari 2000 en 31 december 2007.

Jaar

Aantal aanvragen

Aantal toekenningen

2000

509

239

2001

510

198

2002

633

358

2003

707

448

2004

778

504

2005

707

492

2006

613

428

2007

640

443

Zoals u in de aanhef van uw vraag zelf aanhaalt, kan het voordeel van de sociale verzekering in geval van faillissement slechts éénmaal worden genoten. Bovendien dienen een aantal voorwaarden te worden vervuld.

3. De sociale verzekeringsfondsen zijn en worden wel degelijk geïnformeerd over het bestaan van deze uitkering.

Ik ben mij terdege bewust van de nood aan correcte informatie. Daarom heb ik al verschillende initiatieven genomen om de aandacht van de sociale verzekeringsfondsen te vestigen op de belangrijke taak van sociale begeleiding van hun leden.

Daarenboven heb ik recent bekomen dat in het kader van het Federaal Plan voor de strijd tegen de armoede specifieke aandacht zal besteed worden aan informatie over het bestaan en de talloze voordelen van deze sociale verzekering in geval van faillissement.

De afgelopen twaalf maanden werden in verband met de sociale verzekering in geval van faillissement twee verschillende informatienota’s aan de sociale verzekeringsfondsen opgesteld en verspreid.

Aanvullend op de cijfergegevens, kan ik de volgende bijkomende informatie geven.

Er zijn vier voorwaarden om beroep te kunnen doen op de zogenaamde faillissementsverzekering :

a) de zelfstandige moet zijn hoofdverblijfplaats in Belgïë hebben;

b) de zelfstandige moet in de voorafgaande periode verzekeringsplichtig zijn in het sociaal statuut van de zelfstandigen (meer bepaald tijdens het kwartaal van het vonnis van faillietverklaring en tijdens de drie hieraan voorafgaande kwartalen, of tijdens het kwartaal van de stopzetting ingeval van kennelijk onvermogen);

c) de zelfstandige moet in de voorafgaande periode de bijdragen verschuldigd zijn als hoofdberoep; en

d) vanaf de eerste werkdag na de dag van de uitspraak van het faillissement mag de zelfstandige geen beroepsactiviteit meer uitoefenen en ook geen vervangingsinkomen genieten.

De sociale verzekering in geval van faillissement is bovendien aanvullend van aard. Indien er ergens anders binnen de sociale zekerheid rechten kunnen worden geopend, bijvoorbeeld op een soortgelijke financiële uitkering, dan hebben deze rechten voorrang op de financiële uitkering in het kader van de sociale verzekering in geval van faillissement.

Ik denk hier bijvoorbeeld heel concreet aan het terugvallen op de werkloosheidsvergoeding, omdat de zelfstandige ofwel werknemer, ofwel werkloze was vóór de aanvang van zijn zelfstandige activiteit en deze zelfstandige activiteit binnen de negen jaar stopzette.

4. -5. Om een concreet antwoord te formuleren op die twee vragen, en rekening houdende met hetgeen ik u in de aanhef van mijn antwoord meldt, kan ik u aldus melden dat het uitoefenen van enige beroepsactiviteit of het genieten van enig vervangingsinkomen vanaf de eerste werkdag na de dag van de uitspraak van het faillissement er uiteraard toe leidt dat de financiële uitkering in geval van faillissement niet (meer) wordt uitbetaald.