Bedrijven - Opleidingen - Genderdimensie - Achterstand vrouwen - Beleid
praktijkopleiding
gendermainstreaming
gelijke behandeling van man en vrouw
15/2/2012 | Verzending vraag |
25/7/2012 | Antwoord |
Uit een onderzoek van de sociale balansen van tienduizend bedrijven door het handelsinformatiekantoor Dun & Bradstreet blijkt dat de Belgische bedrijven in 2010 1,62 % van hun totale loonmassa hebben besteed aan vorming.
Uit nadere analyse van de cijfers blijkt dat meer dan driekwart van het opleidingsbudget naar mannen gaat. Per persoon werd in hen gemiddeld 1118 euro geïnvesteerd. Bij vrouwen bedroeg de gemiddelde investering niet eens de helft, meer bepaald 536 euro per hoofd. Bovendien is de investering bij mannen tegenover het jaar voordien gestegen met 4 %, terwijl ze bij vrouwen met 4 % gedaald is.
Er is met andere woorden ook inzake opleidingen duidelijk sprake van een genderdimensie die in het nadeel van vrouwen uitvalt.
1) Welke zijn de belangrijkste redenen van de (groeiende) achterstand van vrouwen op het vlak van vorming die door ondernemingen wordt aangeboden?
2) Welke initiatieven heeft de minister in het verleden in haar hoedanigheid van minister van Gelijke Kansen en van Werk ondernomen om de achterstand van vrouwen inzake opleiding trachten te verkleinen?
3) Is zij van oordeel dat deze nieuwe cijfers aanleiding moeten geven tot nieuwe initiatieven die de groeiende achterstand een halt toeroepen?
4) Stelt zij een numeriek doel, eventueel in combinatie met een actieplan ?
5) Welke sensibiliseringsacties en andere maatregelen zal zij nemen, desgevallend in overleg met haar collega van Werk, om de achterstand van vrouwen inzake opleidingen weg te werken?
De mate waarin een werkgever bereid is om te investeren in de opleiding van zijn werknemer is een belangrijk gegeven. Nochtans dienen de in deze studie gepresenteerde gegevens enigszins te worden gerelativeerd: het feit dat de middelen die gewijd worden aan de opleiding van de vrouwen minder hoog liggen wil niet noodzakelijk zeggen dat vrouwen minder opleidingen volgende maar zijn vooral een gevolg van het feit dat dit over kortere en goedkopere opleidingen gaat.
De gegevens van de sociale balans waar de vermelde studie naar verwijst, werden door de Nationale Bank bezorgd aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en opgenomen in de publicatie ‘Vrouwen en mannen in België. Genderstatistieken en genderindicatoren. 2e Editie’, in tabel 140, bladzijde 326[2]. Het gaat over de jaren 2003, 2007 en 2010. De tabellen werden opgenomen in bijlage.
Over de jaren zien we eerder een evolutie naar meer gelijkheid, hoewel er een duidelijk overwicht van mannelijke werknemers blijft in het aandeel van de opleidingskosten en het aantal gevolgde opleidingsuren.
Dit neemt uiteraard niet weg dat de genderverschillen pertinent zijn en de nodige beleidsaandacht verdienen.
1) Ik beschik niet over specifieke informatie over de redenen van deze achterstand. Ik heb evenmin voldoende informatie over het type opleidingen dat wordt gevolgd en de loopbaanmogelijkheden die zij bieden. Het past evenwel de nadruk te leggen op het feit dat vele vrouwen moeilijkheden ondervinden in het verzoenen van beroepsleven en familieleven. Opleiding die bovenop het te verrichten werk komen kunnen een bijkomende last vormen en worden dus door die vrouwen beschouwd als een bijkomende last.
2) De thematiek van de bezoldigingskloof wordt aangesneden in het raam van de jaarlijkse verslagen van het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen over de loonkloof. Een van de aanbevelingen van dit verslag verwijst trouwens naar de noodzaak voor de werkgevers om de voorstellen van opleidingen die binnen of buiten het bedrijf worden georganiseerd voor mannen en vrouwen billijker te maken.
3) 4) en 5) Er dient te worden verduidelijkt dat men niet echt gewag kan maken van een “toenemende” achterstand. De problematiek dient te worden ontleed onder het ruimer oogpunt van de vaak zwakkere positie van de vrouwen op de arbeidsmarkt. Het gaat er dus hier om het aanbrengen van een globaal en samenhangend beleidsantwoord. De wet op de loonkloof die in de Kamer op 8 maart jongstleden werd gestemd voorziet aldus een aantal acties met het oog op, op sectorniveau, de genderneutraliteit van de functieclassificaties na te zien en, op het niveau van de onderneming, de organisatie van het overleg om te komen tot een genderneutraal bezoldigingsbeleid verplicht te maken.
De wet op de loonkloof legt tevens op de sociale balans te ventileren naar geslacht, hetgeen een machtige stap voorwaarts is inzake toegang tot informatie maar eveneens sensibilisering. Het zal inderdaad voortaan mogelijk zijn te kunnen beschikken over een echte monitoring van de voordelen die toegekend worden aan vrouwen en mannen binnen de onderneming, met inbegrip van de opleidingsmogelijkheden. Indien op basis van deze informatie, dan kan de onderneming worden verplicht een actieplan te voeren. Die acties zullen concrete doelstellingen dienen te betreffen, maar ook actiedomeinen om die te bereiken en een verwezenlijkingstermijn en ten slotte een systeem voor de monitoring van de uitvoering ervan. Het is dus binnen de onderneming zelf dat er zal worden gesproken over de concrete middelen die in werking dienen te worden gesteld om te neigen naar een gelijkheid tussen vrouwen en mannen. In samenwerking met mijn collega de minister van Werk, Monica De Coninck, zal ik van heel dichtbij de inwerkingstelling van deze wet opvolgen.
[1] Attention dans la première édition, il s’agissait du tableau 24, page 80.
[2] Opgelet, in de eerste editie betrof het tabel 24 op bladzijde 80.
Aandeel werknemers dat een opleiding heeft gevolgd, aantal opleidingsuren en opleidingskosten en V/M-ratio's, naar sector en geslacht Bron: NBB, Balanscentrale 2010 |
|||||||||
|
Werknemers |
Gemiddeld aantal opleidingsuren |
Gemiddelde opleidingskost (in euro) |
||||||
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
|
Landbouw |
9,70% |
4,90% |
1,98 |
19,7 |
17 |
1,16 |
881 |
1,14 |
0,77 |
Industrie |
41,70% |
44,00% |
0,95 |
25,4 |
27,3 |
0,93 |
1,4 |
1,55 |
0,91 |
Winningsindustrie |
26,50% |
29,00% |
0,91 |
21,3 |
31,1 |
0,68 |
1,49 |
1,09 |
1,37 |
Verwerkende industrie |
38,70% |
42,30% |
0,91 |
24,4 |
26,2 |
0,93 |
1,23 |
1,34 |
0,91 |
Energie en water |
76,90% |
66,30% |
1,16 |
31,6 |
37,3 |
0,85 |
2,48 |
3,2 |
0,78 |
Bouw |
18,90% |
17,60% |
1,07 |
23,3 |
25 |
0,93 |
1,1 |
955 |
1,15 |
Handel, transport en communicatie |
33,20% |
34,10% |
0,97 |
23,3 |
40,6 |
0,57 |
1,18 |
2,09 |
0,56 |
Transport (bv. post) |
48,70% |
38,90% |
1,25 |
33,1 |
54,7 |
0,61 |
1,7 |
2,68 |
0,63 |
Communicatie |
45,40% |
43,90% |
1,03 |
25 |
30,8 |
0,81 |
1,66 |
2,17 |
0,76 |
Handel en reparatie |
30,00% |
29,00% |
1,03 |
19,2 |
26,1 |
0,74 |
902 |
1,3 |
0,7 |
Horeca |
17,10% |
14,20% |
1,2 |
17,3 |
18,4 |
0,94 |
659 |
633 |
1,04 |
Financiële dienstverlening, vastgoed, en overige zakelijke dienstverlening |
32,60% |
35,80% |
0,91 |
29,7 |
30,5 |
0,97 |
1,88 |
2,1 |
0,9 |
Financiële dienstverlening en verzekeringen |
56,10% |
60,90% |
0,92 |
27,5 |
26,3 |
1,05 |
2,36 |
2,42 |
0,97 |
Vastgoed en overige zakelijke dienstverlening |
23,60% |
26,20% |
0,9 |
31,8 |
34,3 |
0,93 |
1,46 |
1,81 |
0,81 |
Overige diensten |
56,20% |
39,60% |
1,42 |
21,9 |
30,4 |
0,72 |
614 |
955 |
0,64 |
Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening |
60,50% |
45,30% |
1,34 |
21,9 |
31 |
0,71 |
607 |
936 |
0,65 |
Collectieve, sociale en persoonlijke diensten |
16,90% |
19,60% |
0,86 |
22,1 |
25,7 |
0,86 |
833 |
1,11 |
0,75 |
2007 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Werknemers |
Gemiddeld aantal opleidingsuren |
Gemiddelde opleidingskost (in euro) |
||||||
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
|
Landbouw |
9,50% |
6,00% |
1,58 |
25,1 |
27,4 |
0,92 |
1,15 |
1,3 |
0,88 |
Industrie |
44,70% |
47,70% |
0,94 |
32,4 |
38,3 |
0,85 |
1,5 |
1,71 |
0,88 |
Winningsindustrie |
22,30% |
20,50% |
1,09 |
39,8 |
49,7 |
0,8 |
2,06 |
1,15 |
1,8 |
Verwerkende industrie |
43,30% |
47,10% |
0,92 |
30,2 |
36,3 |
0,83 |
1,32 |
1,59 |
0,83 |
Energie en water |
64,00% |
58,10% |
1,1 |
52 |
59 |
0,88 |
3,09 |
2,93 |
1,06 |
Bouw |
11,50% |
12,30% |
0,93 |
25,7 |
25,1 |
1,02 |
1,06 |
878 |
1,21 |
Handel, transport en communicatie |
33,80% |
38,10% |
0,89 |
26,8 |
38,7 |
0,69 |
1,19 |
1,78 |
0,67 |
Transport (bv. post) |
43,90% |
40,80% |
1,08 |
32,4 |
45,8 |
0,71 |
1,92 |
2,18 |
0,88 |
Communicatie |
56,70% |
53,70% |
1,06 |
31,8 |
41,1 |
0,77 |
1,58 |
2,17 |
0,73 |
Handel en reparatie |
29,80% |
33,20% |
0,9 |
24,3 |
29 |
0,84 |
849 |
1,1 |
0,78 |
Horeca |
18,20% |
16,20% |
1,12 |
12,2 |
16,4 |
0,74 |
363 |
543 |
0,67 |
Financiële dienstverlening, vastgoed, en overige zakelijke dienstverlening |
33,90% |
42,40% |
0,8 |
34 |
30,1 |
1,13 |
2,17 |
1,9 |
1,14 |
Financiële dienstverlening en verzekeringen |
57,80% |
61,10% |
0,95 |
34 |
33,5 |
1,01 |
2,93 |
3,06 |
0,96 |
Vastgoed en overige zakelijke dienstverlening |
23,30% |
34,60% |
0,67 |
33,9 |
27,5 |
1,23 |
1,34 |
1,05 |
1,27 |
Overige diensten |
55,00% |
33,80% |
1,63 |
20,8 |
22,6 |
0,92 |
543 |
709 |
0,77 |
Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening |
59,80% |
40,30% |
1,48 |
20,7 |
22,6 |
0,92 |
543 |
717 |
0,76 |
Collectieve, sociale en persoonlijke diensten |
13,60% |
13,90% |
0,98 |
24,8 |
22,3 |
1,11 |
569 |
628 |
0,91 |
2003 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Percentage werknemers |
Gemiddeld aantal uren opleiding |
Gemiddelde opleidingskosten |
||||||
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
Vrouwen |
Mannen |
V/M |
|
Landbouw |
19,8 |
7,6 |
2,61 |
24,7 |
39,8 |
0,62 |
911 |
1,76 |
0,52 |
Nijverheid |
37,5 |
46,2 |
0,81 |
31,9 |
35,6 |
0,9 |
1,4 |
1,6 |
0,87 |
Extractieve nijverheid |
15,7 |
22,8 |
0,69 |
43,9 |
28,2 |
1,56 |
3,64 |
897 |
4,06 |
Verwerkende nijverheid |
37,5 |
46,3 |
0,81 |
32,1 |
36 |
0,89 |
1,4 |
1,61 |
0,87 |
Energie en water |
42,2 |
51,6 |
0,82 |
20,7 |
21,6 |
0,96 |
1,15 |
1,25 |
0,92 |
Bouw |
11,8 |
14,2 |
0,83 |
25 |
25,7 |
0,97 |
853 |
778 |
1,1 |
Handel, vervoer en communicatie |
27,5 |
34,7 |
0,79 |
30,6 |
41,3 |
0,74 |
927 |
1,56 |
0,6 |
Vervoer en communicatie |
42,6 |
46 |
0,93 |
33,9 |
45,7 |
0,74 |
1,17 |
1,78 |
0,66 |
Handel en reparaties |
23,9 |
23,7 |
1,01 |
27,9 |
30,5 |
0,91 |
773 |
1,05 |
0,74 |
Horeca |
8,1 |
7,1 |
1,14 |
38,4 |
43,1 |
0,89 |
495 |
613 |
0,81 |
Financiële dienstverlening, vastgoed en diensten aan bedrijven |
38,4 |
41,4 |
0,93 |
26,5 |
32,4 |
0,82 |
1,91 |
2,17 |
0,88 |
Financiële dienstverlening en verzekeringen |
56,6 |
55,9 |
1,01 |
26,5 |
29,5 |
0,9 |
2,42 |
2,79 |
0,87 |
Vastgoed en diensten aan bedrijven |
24,6 |
31,8 |
0,77 |
26,6 |
35,7 |
0,75 |
1 |
1,46 |
0,69 |
Overige diensten |
47,8 |
34,6 |
1,38 |
18,2 |
21,4 |
0,85 |
449 |
599 |
0,75 |
Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening |
49,8 |
37,5 |
1,33 |
18,1 |
21,7 |
0,83 |
446 |
603 |
0,74 |
Collectieve, sociale en persoonlijke diensten |
15,2 |
23,1 |
0,66 |
22,5 |
19,1 |
1,18 |
609 |
572 |
1,06 |