SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2020-2021 Zitting 2020-2021
________________
1 mars 2021 1 maart 2021
________________
Question écrite n° 7-1065 Schriftelijke vraag nr. 7-1065

de Guy D'haeseleer (Vlaams Belang)

van Guy D'haeseleer (Vlaams Belang)

à la ministre des Pensions et de l'Intégration sociale, chargée des Personnes handicapées, de la Lutte contre la pauvreté et de Beliris

aan de minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
________________
Pensions - Calcul - Périodes assimilées - Chiffres Pensioenen - Berekening - Gelijkgestelde periodes - Cijfers 
________________
régime de retraite
condition de la retraite
Région flamande
service public
fonctionnaire
pensioenregeling
pensioenvoorwaarden
Vlaams Gewest
publieke dienst
ambtenaar
________ ________
1/3/2021 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/4/2021 )
1/3/2021 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/4/2021 )
________ ________
Question n° 7-1065 du 1 mars 2021 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-1065 d.d. 1 maart 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Puisque les fonctionnaires flamands bénéficient également d'une pension, la présente question porte sur une matière transversale.

Pour le calcul de la pension, certaines périodes d'inactivité, comme le chômage, la prépension, la maladie, etc., sont assimilées à des périodes de travail pour lesquelles des cotisations sont retenues.

1) Quelle est actuellement la part des journées assimilées dans le calcul des différentes pensions ? Comment a-t-elle évolué par rapport aux années précédentes ?

2) Y a-t-il des différences notables entre les Régions ?

3) Quant aux périodes assimilées, quelle est l'ampleur de l'écart entre les pensions des hommes et celles des femmes ?

4) Quelle est la ventilation des périodes assimilées selon le motif d'inactivité (parmi les motifs suivants) :

a) maladie ;

b) chômage ;

c) grossesse ;

d) crédit-temps/interruption de carrière ;

e) autre ?

 

Ook de Vlaamse ambtenaren ontvangen een pensioen en bijgevolg behandelt deze vraag een transversale aangelegenheid.

Bij de pensioenberekening worden bepaalde periodes van inactiviteit zoals werkloosheid, brugpensioen, ziekte, enz., gelijkgesteld met periodes van arbeid, waarop bijdragen worden betaald.

1) Wat is momenteel het aandeel van de gelijkgestelde dagen bij de berekening van de verschillende pensioenen? Wat is de evolutie hiervan ten opzichte van de voorgaande jaren?

2) Zijn er hier opmerkelijke verschillen binnen de Gewesten?

3) Hoe groot zijn de verschillen inzake gelijkgestelde periodes tussen de pensioenen voor mannen en vrouwen?

4) Wat is het aandeel binnen de gelijkgestelde periodes wegens volgende redenen van inactiviteit:

a) ziekte;

b) werkloosheid;

c) zwangerschap;

d) tijdskrediet / loopbaanonderbreking;

e) andere?