SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2015-2016 Zitting 2015-2016
________________
25 avril 2016 25 april 2016
________________
Question écrite n° 6-937 Schriftelijke vraag nr. 6-937

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________________
Centre de psychiatrie légale de Gand - Vlaamse Zorginspectie - Rapport d'audit - Critiques - Suivi - Collaboration avec les services de l'autorité flamande Forensisch Psychiatrisch Centrum te Gent - Vlaamse Zorginspectie - Auditverslag - Kritieken - Opvolging - Samenwerking met de diensten van de Vlaamse overheid 
________________
internement psychiatrique
médecine légale
audit
établissement psychiatrique
opname in psychiatrische kliniek
forensische geneeskunde
audit
psychiatrische inrichting
________ ________
25/4/2016 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/5/2016 )
13/6/2016 Antwoord
25/4/2016 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/5/2016 )
13/6/2016 Antwoord
________ ________
Question n° 6-937 du 25 avril 2016 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 6-937 d.d. 25 april 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Depuis quelque temps, un premier centre de psychiatrie légale, dépendant de l'autorité fédérale est en activité à Gand, et c'est heureux. La problématique de l'accueil et de l'accompagnement des internés est une compétence éminemment transversale, car elle concerne d'une part des autorités fédérales comme la Justice ou la Santé publique, et d'autre part les Communautés, lesquelles doivent veiller à ce que les institutions qui en dépendent offrent aux personnes hébergées dans ces centres de psychiatrie légale (CPL) des soins ambulatoires et résidentiels leur permettant d'en sortir.

La «Vlaamse Zorginspectie» a récemment procédé à un audit du CPL de Gand. Cet audit, bien entendu réalisé en liaison avec les services fédéraux compétents, était fort critique à l'égard de l'exploitation du CPL de Gand.

Sur beaucoup de critères, les soins dispensés au CPL ne correspondent pas aux exigences de la réglementation flamande des établissements psychiatriques et la qualité des soins est douteuse.

Au moment où les ministres fédéraux compétents, de la Justice comme de la Santé publique, sont légitimement fiers de la création de ce premier centre de psychiatrie légale et alors qu'on s'apprête à adjuger l'exploitation d'un nouveau CPL à Anvers, actuellement en construction, il importe assurément de tenir compte des recommandations et de répondre aux critiques du rapport de la «Vlaamse Zorginspectie».

1) La ministre a-t-elle déjà pu se concerter avec les services compétents de l'autorité flamande?

2) Quelles mesures prendra-t-elle pour développer encore plus la coopération avec la «Vlaamse Zorginspectie»?

3) Que va-t-elle décider pour rencontrer les critiques formulées par la «Vlaamse Zorginspectie»?

4) Le dossier d'adjudication en cours par le CPL d'Anvers tiendra-t-il compte des remarques qui figurent dans le rapport d'audit de l'administration flamande?

5) Aux yeux de la ministre, quelles sont les principales critiques auxquelles il faut remédier pour que le CPL de Gand et chaque nouveau CPL puissent prodiguer aux internés des soins de haute qualité?

6) Comment fera-t-elle en sorte que davantage d'internés puissent sortir du CPL et donc que la collaboration avec les services sociaux de l'autorité flamande se renforce?

7) Pourquoi n'a-t-elle pu empêcher que des dysfonctionnements se produisent aussi longtemps au CPL de Gand?

8) Les normes régissant les soins dans les futurs CPL seront-elles renforcées?

 

Gelukkig heeft de federale overheid sedert enige tijd een eerste werkzaam Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent. De problematiek van de opvang en begeleiding van geïnterneerden is een uitdrukkelijk transversale bevoegdheid waar onder andere de federale overheid via Justitie en Volksgezondheid bij betrokken zijn, en anderzijds de Gemeenschappen die ervoor moeten zorgen dat er ook een uitstroom uit deze forensische psychiatrische centra (FPC) gerealiseerd kan worden via het aanbod aan ambulante en residentiële opvang door instellingen die afhangen van de Gemeenschappen.

Door de Vlaamse Zorginspectie werd onlangs een audit gedaan van het FPC te Gent. Deze audit, die uiteraard tot stand kwam in de samenwerking met de federale bevoegde diensten, was uiterst kritisch voor de exploitatie van het FPC te Gent.

Zeker op het vlak van zorgverlening voldoet het FPC op tal van onderdelen niet aan de eisen die gesteld worden door de Vlaamse regelgeving voor psychiatrische instellingen en komt de kwaliteitszorg in het gedrang.

Op een ogenblik dat zowel de federale bevoegde ministers voor Justitie en Volksgezondheid terecht fier zijn over de realisatie van dit eerste forensisch psychiatrisch centrum en op het ogenblik dat een nieuw FPC te Antwerpen in de steigers staat en de exploitatie van dit FPC binnenkort zal toegewezen worden, is het wel belangrijk om de aanbevelingen en de kritieken uit dit auditverslag van de Vlaamse Zorginspectie mee te nemen en er op te antwoorden.

1) Heeft de geachte minister inmiddels al overleg kunnen plegen met de bevoegde diensten van de Vlaamse overheid?

2) Welke maatregelen zal zij nemen om de samenwerking met de Vlaamse Zorginspectie verder uit te bouwen?

3) Wat zal zij beslissen om tegemoet te komen aan de kritieken van de Vlaamse Zorginspectie?

4) Zal het aanbestedingsdossier dat lopende is voor het FPC in Antwerpen rekening houden met de opmerkingen die terug te vinden zijn in het auditrapport van de Vlaamse overheid?

5) Wat zijn voor haar de belangrijkste kritieken die zij meeneemt om ervoor te zorgen dat het FPC in Gent en elk nieuw FPC absolute zorgkwaliteit zal aanbieden aan de geïnterneerden?

6) Hoe zal zij ervoor zorgen dat er een betere uitstroom uit het FPC mogelijk wordt en hoe zal zij bijgevolg nog een betere samenwerking met de diensten welzijn van de Vlaamse overheid realiseren?

7) Waarom heeft ze niet kunnen voorkomen dat de gebreken aan de werking van het FPC in Gent al die tijd konden gebeuren?

8) Komen er strengere verzorgingsnormen voor de FPC's van morgen?

 
Réponse reçue le 13 juin 2016 : Antwoord ontvangen op 13 juni 2016 :

L’honorable membre trouvera ci-après la réponse à sa question.

Concernant la collaboration avec la « Zorginspectie Vlaanderen » (Inspection flamande des soins) et l’encadrement du personnel du CPL à Gand, je réfère à ma réponse à la question orale n° 10475 de madame la députée Karin Temmerman et la question orale n° 10491 de madame la députée Anne Dedry (Chambre, CRIV 54 COM 415, p. 15).

Eu égard à la procédure de marché public en cours pour le Centre de psychiatrie légale (CPL) à Anvers, il a été convenu avec la « Zorginspectie Vlaanderen » que le rapport d'audit sur le CPL de Gand ne serait pas rendu public. Un recours a été introduit auprès de l'instance de recours en matière de publicité de l'administration et de réutilisation des informations du secteur public à l'encontre de la décision de refus de la « Zorginspectie Vlaanderen » de fournir une copie du rapport d'audit sur le CPL de Gand. Le 4 mai 2016, cette instance a déclaré le recours « recevable mais non fondé ».

Cette décision implique que la « Zorginspectie Vlaanderen » ne publiera pas le rapport en question tant que la procédure de marché public pour l'exploitation du CPL d'Anvers sera en cours.

Du fait de cette décision, il m'est impossible de commenter plus profondément le contenu du rapport d'audit.

Je puis néanmoins communiquer à l'honorable membre que l'audit au sein du CPL de Gand ne s'est pas déroulé conformément à certaines dispositions réglementaires, mais bien sur la base d'un protocole d'accord conclu entre l'État fédéral et la Communauté flamande.

Cet accord stipule que le CPL sera inspecté comme s'il s'agissait d'un hôpital psychiatrique, bien que la loi sur les hôpitaux ne s'applique pas aux centres de psychiatrie légale.

L'exploitant du CPL doit respecter les conditions mentionnées dans le dossier d'adjudication et est sous la supervision du Comité de suivi.

La « Zorginspectie Vlaanderen » fait des recommandations au Comité de suivi en se basant sur des faits, mais également sur sa propre vision des soins.

Les remarques formulées par la « Zorginspectie Vlaanderen » ne signifient donc pas nécessairement que la réglementation ou certaines conditions contractuelles d'exploitation n'ont pas été respectées.

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Aangaande de samenwerking met FPC te Gent verwijs ik naar mijn antwoord de mondelinge vraag 10475 van mevrouw de volksvertegenwoordigster Karin Temmerman en de mondelinge vraag 10491 van mevrouw de volksvertegenwoordigster Anne Dedry (Kamer, CRIV 54 COM 415, blz. 15).

Gelet op de lopende aanbestedingsprocedure voor het FPC in Antwerpen werd met Zorginspectie Vlaanderen overeengekomen om het auditrapport over het FPC Gent niet publiek te maken. Tegen de weigeringsbeslissing van Zorginspectie Vlaanderen om een afschrift te verlenen van het auditrapport over het FPC Gent werd bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie beroep aangetekend. Deze instantie verklaarde op 4 mei 2016 het beroep « ontvankelijk doch ongegrond ».

Deze uitspraak betekent dat Zorginspectie het verslag niet openbaar maakt zolang de aanbestedingsprocedure voor de uitbating van FPC Antwerpen loopt.

Door deze beslissing kan ik geen verdere inhoudelijke commentaar leveren op de inhoud van het auditrapport.

Wél kan ik het geachte lid mededelen dat de audit in het FPC Gent niet gebeurt ingevolge reglementaire bepalingen maar op basis van een protocolakkoord dat werd afgesloten tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap.

Dit akkoord bepaalt dat het FPC geïnspecteerd zal worden, alsof het een psychiatrisch ziekenhuis is, niettegenstaande de ziekenhuiswet niet op het FPC van toepassing is.

De exploitant van het FPC dient de voorwaarden na te leven zoals vermeld in het aanbestedingsdossier en staat onder toezicht van het Opvolgingscomité.

Zorginspectie Vlaanderen doet hierbij aanbevelingen aan het Opvolgingscomité, waarbij ze zich baseert op de bestaande maar ook op haar eigen visie op zorg.

Opmerkingen door Zorginspectie Vlaanderen betekent dus niet noodzakelijk dat regelgeving of contactueel bepaalde exploitatievoorwaarden niet werden gerespecteerd.