SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2014-2015 Zitting 2014-2015
________________
31 octobre 2014 31 oktober 2014
________________
Question écrite n° 6-191 Schriftelijke vraag nr. 6-191

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

au ministre de la Justice

aan de minister van Justitie
________________
Détenus - Indemnité de maladie - Suppression - Conséquences pour les Communautés - Politique de lutte contre la pauvreté - Politique de réinsertion - Concertation Gedetineerden - Ziekte-uitkering - Schrapping - Gevolgen voor de gemeenschappen - Armoedebeleid - Re-integratiebeleid - Overleg 
________________
détenu
pauvreté
assurance maladie
coopération institutionnelle
relation État-région
réinsertion sociale
gedetineerde
armoede
ziekteverzekering
institutionele samenwerking
verhouding land-regio
reclassering
________ ________
31/10/2014 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode
31/10/2014 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode
________ ________
Question n° 6-191 du 31 octobre 2014 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 6-191 d.d. 31 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Le gouvernement fédéral envisage de supprimer l'indemnité de maladie pour les détenus. Cela a des conséquences importantes sur la politique des Communautés, non seulement en matière de lutte contre la pauvreté et de santé publique mais aussi au niveau de la politique de bien-être et de réinsertion des ex-détenus. La décision de l'autorité fédérale va donc alourdir les missions et tâches des Communautés.

Il existe une corrélation manifeste entre criminalité et pauvreté. De nombreux ex-détenus tombent dans la précarité après avoir purgé leur peine. Il y a aussi des personnes en situation de pauvreté qui commettent des délits (moins graves). Dans de nombreux cas, elles n'ont pas connaissance des procédures judiciaires et ne peuvent pas davantage payer un avocat. De ce fait, un nombre relativement élevé de personnes en situation de pauvreté séjournent dans les prisons belges et une grande partie des personnes qui sortent de prison tombent dans la pauvreté.

Une condamnation à une peine d'emprisonnement est très lourde. On est puni pour un délit. La peine consiste en une privation de liberté, éventuellement accompagnée d'une amende et/ou d'une indemnisation. La peine tend entre autres à trouver un arrangement entre l'auteur des faits et la victime, vise à réhabiliter l'auteur et à le réinsérer dans la société dès qu'il aura purgé sa peine. Intervenir de manière inconsidérée dans la situation financière des (ex-)détenus peut hypothéquer lourdement cette réinsertion.

La politique actuelle est déjà très équivoque : certaines indemnités sont suspendues, le rare travail pénitentiaire n'est payé qu'à concurrence d'une fraction du salaire minimum et, en même temps, le détenu doit prendre en charge ses frais personnels et l'indemnisation qui doit être payée aux victimes.

On peut approuver l'intention du gouvernement d'élaborer une réglementation logique en ce qui concerne les diverses sortes de revenus de remplacement pour les détenus. Aujourd'hui, des pensions sont encore temporairement payées, et des indemnités de maladie le sont encore, pour un détenu et plus pour un autre. Mais cette rationalisation doit se faire de manière équitable, en tenant compte du but final de la peine d'emprisonnement, à savoir la réinsertion de l'ex-détenu dans la société, avec les plus grandes chances de réussite possibles.

Mais l'enjeu est encore plus important. Une peine d'emprisonnement doit en premier lieu viser à remettre sur la bonne voie les personnes qui ont commis un délit. À l'évidence, supprimer à la légère les indemnités condamne de nombreux ex-détenus au cercle vicieux de la pauvreté. Si des personnes contractent des dettes durant leur séjour en prison, si, avant même leur remise en liberté, elles sont privées d'un ballon d'oxygène financier, le risque d'échec de leur réinsertion augmente également, avec toutes les conséquences négatives qui s'ensuivent pour la société. Les victimes ne trouvent pas davantage leur compte dans une telle mesure ; elles risquent au contraire de ne jamais obtenir l'indemnisation à laquelle elles ont droit.

On ne peut pas se laisser guider par la rancœur ou l'amertume. Si ce gouvernement a l'intention d'élaborer une réglementation qui respecte aussi bien les droits des victimes que ceux des auteurs des faits et qui sert l'intérêt général, une approche plus équilibrée de cette question est nécessaire. Un retrait unilatéral de l'indemnité de maladie durant la détention n'est pas la voie à suivre

Une concertation approfondie avec l'ensemble des partenaires de terrain est indiquée. Cela exige une implication des Communautés et un examen approfondi des conséquences de cette mesure fédérale sur la politique des Communautés en matière de bien-être et de lutte contre la pauvreté. Cette mesure risque d'engendrer beaucoup de misère, ce qui est préjudiciable aux Communautés.

1) Le ministre compte-t-il lancer cette concertation ? Envisage-t-il de mener une réflexion avec ses collègues des Communautés et d'en tenir compte ?

2) Le ministre a-t-il déjà examiné les effets potentiellement nuisibles de cette mesure unilatérale du gouvernement fédéral ? Cette mesure qui, à moyen terme, ne manquera pas d'être néfaste pour le fonctionnement harmonieux de toute la société ne lui semble-t-elle pas manquer totalement de prévoyance ?

 

De federale regering overweegt de ziekte-uitkering voor gedetineerden te schrappen. Dit heeft grote gevolgen voor het beleid van de gemeenschappen in dit land. Zowel op het vlak van armoedebestrijding, volksgezondheid, maar ook op heel het welzijnsbeleid en het re-integratiebeleid voor ex-gedetineerden heeft dit grote gevolgen. De beslissing van de federale overheid verzwaart bijgevolg ernstig de opdrachten en taken van de gemeenschappen.

Tussen criminaliteit en armoede bestaat een duidelijke correlatie. Heel wat ex-gedetineerden belanden in de armoede na het uitzitten van hun straf. Daarnaast zijn er ook mensen in armoede die (kleinere) criminele feiten plegen. Zij kennen bovendien vaak de rechtsprocedures niet en kunnen evenmin een advocaat betalen. Dit maakt dat er sprake is van een groot aandeel mensen in armoede in de Belgische gevangenissen en een groot aandeel mensen die de gevangenis verlaten in armoede.

Een veroordeling tot een gevangenisstraf is zeer ingrijpend. Je wordt gestraft voor een misdrijf. Je straf bestaat uit vrijheidsberoving, eventueel samen met een boete en/of schadevergoeding. Het doel van de straf bestaat onder andere uit een na te streven herstel tussen dader en slachtoffer, de rehabilitatie van de dader en de re-integratie in de vrije samenleving na afloop van de straf. Op een ondoordachte wijze ingrijpen in de financiële situatie van (ex-)gedetineerden kan een ernstige hypotheek plaatsen op dat laatste.

Vandaag zien we al een zeer dubbelzinnig beleid: bepaalde uitkeringen worden geschorst, de schaarse gevangenisarbeid levert slechts een fractie van het minimumloon op en tegelijk sta je als gedetineerde in voor eigen kosten én de vergoeding die aan slachtoffers betaald moet worden.

Het voornemen van de regering om tot een logische regeling te komen wat betreft de verschillende soorten vervangingsinkomens voor gedetineerden, is aanvaardbaar. Vandaag worden pensioenen nog tijdelijk en ziekte-uitkeringen voor de ene gedetineerde wel en de andere niet verder uitbetaald. Deze stroomlijning moet echter op een billijke wijze gebeuren, met aandacht voor het uiteindelijke objectief van de gevangenisstraf, met name de re-integratie van de (ex-)gedetineerde in de samenleving, met de grootst mogelijke kans op slagen.

Maar er staat meer op het spel dan dat. Een gevangenisstraf moet in de eerste plaats bedoeld zijn om mensen die een misdrijf gepleegd hebben, opnieuw op het rechte pad te krijgen. Het is duidelijk dat het ondoordacht schorsen van uitkeringen veel ex-gedetineerden veroordeelt tot de vicieuze cirkel van armoede. Indien mensen schulden opbouwen bij hun verblijf in de gevangenis, indien zij nog vóór hun vrijlating al zonder een minimum aan financiële ademruimte vallen, vergroot bovendien het risico dat de re-integratie na hun vrijlating mislukt. Met nadelige gevolgen voor de samenleving. Ook de slachtoffers zijn niet gebaat met zo'n maatregel, integendeel, zij riskeren zo nooit de schadevergoeding te krijgen waar ze recht op hebben.

Men mag zich niet laten leiden door wrok of verbittering. Indien deze regering het voornemen heeft een regeling uit te werken die zowel de rechten van slachtoffers als die van daders respecteert én die het algemeen belang dient, dan is een evenwichtiger aanpak van deze kwestie nodig. Eenzijdig de ziekte-uitkering ontnemen tijdens de gevangenschap is niet de juiste weg.

Een grondig overleg met alle partners op het terrein is daarvoor aangewezen. Dit vereist dat de Gemeenschappen bij dit overleg betrokken worden en dat net de gevolgen van deze federale maatregel op het beleid van de gemeenschappen rond armoedebestrijding en welzijnsbeleid ernstig onderzocht wordt. Deze voorziene maatregel dreigt net veel miserie te doen ontstaan, en dat komt ten nadele van de gemeenschappen.

1) Zal de geachte minister dit overleg opstarten? Zal hij met zijn collega's van de gemeenschappen overleggen en met dit overleg rekening houden?

2) Heeft de geachte minister al onderzocht wat de nadelige gevolgen kunnen zijn van deze eenzijdige maatregel van de federale regering? Lijkt het ook voor hem geen uitdrukkelijk kortzichtige maatregel te zijn die op middellange termijn slechts nadelig zal zijn voor het harmonisch functioneren van heel de samenleving?