SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2014-2015 Zitting 2014-2015
________________
23 octobre 2014 23 oktober 2014
________________
Question écrite n° 6-165 Schriftelijke vraag nr. 6-165

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

au ministre de la Justice

aan de minister van Justitie
________________
la demande d'euthanasie d'un interné de vraag om euthanasie van een geïnterneerde 
________________
euthanasie
internement psychiatrique
Pays-Bas
euthanasie
opname in psychiatrische kliniek
Nederland
________ ________
23/10/2014 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2014 )
9/2/2015 Antwoord
23/10/2014 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2014 )
9/2/2015 Antwoord
________ ________
Question n° 6-165 du 23 octobre 2014 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 6-165 d.d. 23 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

J'ai récemment interrogé la ministre sur ce sujet en séance plénière (5-1171). Il s'agit d'un interné, détenu depuis trente ans déjà, qui demande d'être transféré vers une institution néerlandaise ou d'être euthanasié. Au moment où j'ai posé ma question, le juge des référés avait prié la ministre de lui fournir un tableau complet du traitement et des soins, ainsi que des démarches éventuellement accomplies pour envoyer l'intéressé vers une institution pour internés aux Pays-Bas.

Dans sa réponse, la ministre affirmait devoir respecter les lois et les règles, qui excluaient un transfert aux Pays-Bas : il s'agissait d'une impossibilité, pas de mauvaise volonté. Il appert à présent que la ministre a fait appel du jugement interlocutoire, ce qui renvoie le prononcé aux calendes grecques. La réponse au juge mentionnait surtout les démarches faites pour ne pas transférer l'intéressé aux Pays-Bas. Pourquoi la ministre a-t-elle fait appel du jugement interlocutoire ? La Justice a-t-elle quelque chose à cacher ? La ministre peut-elle continuer à prétendre qu'elle le voudrait, mais ne le pourrait pas ?

Aux yeux de la ministre, il ne serait pas opportun de conclure une convention ou un avenant avec les Pays-Bas en vue de transférer les internés, notamment parce que le centre de psychiatrie légale de Gand ouvrira bientôt ses portes. Cela ne résoudra de toute façon pas ce problème persistant, car le nouveau CPL ne peut héberger que 270 internés, alors qu'actuellement plus d'un millier d'internés séjournent en prison, et leur nombre continue à croître au fil des ans. Au demeurant, le fonctionnement futur du Centre de Gand suscite beaucoup de questions. Différents experts et autres parties concernées affirment déjà que ce centre ne sera guère plus qu'une prison améliorée, avec quelques soins en plus. La Justice et la Santé publique restent très vagues quant à la concrétisation spécifique, ce qui laisse craindre le pire. À la lumière de ces faits et de ces interrogations, la ministre peut-elle encore expliquer pourquoi un avenant avec les Pays-Bas serait inopportun ?

Je voudrais enfin évoquer le traitement actuel de l'interné qui a demandé son transfert aux Pays-Bas. On me dit qu'il est déjà soumis depuis un certain temps à l'isolement et à une surveillance spéciale, avec un contrôle tous les quarts d'heure, de nuit comme de jour, avec le bruit que cela suppose et l'allumage de la lumière. D'aucuns pourraient y voir de l'intimidation, destinée à le museler, lui et les autres internés qui ruent dans les brancards. La ministre confirme-t-elle que l'interné a été placé en isolement assorti d'une surveillance spéciale ? La ministre est-elle prête à examiner la motivation de cette décision et à demander sa révision éventuelle ?

 

Ik heb de minister hierover recent ondervraagd in de plenaire vergadering (5-1171). Het gaat hier om een zaak waarbij een geïnterneerde die al dertig jaar opgesloten is, vraagt om overgebracht worden naar een Nederlandse instelling of de kans te krijgen om euthanasie te laten uitvoeren. Op het moment van de vraagstelling had de rechter in kort geding de minister gevraagd om een volledig beeld te geven van de behandeling en de verzorging, alsook van de inspanningen om de man eventueel naar een instelling voor geïnterneerden in Nederland over te plaatsen.

De minister stelde in haar antwoord dat ze omwille van regels en procedures niet kon optreden en dat een overplaatsing naar Nederland dus onmogelijk was. Het was niet van niet willen, maar van niet kunnen. Nu blijkt dat de minister in beroep is gegaan tegen het tussenvonnis. Daardoor wordt de uitspraak op de lange baan geschoven. Zo kreeg de rechter vooral een antwoord over de stappen die zijn gezet om de man vooral niet naar Nederland over te plaatsen. Waarom ging de minister in beroep tegen dit vonnis? Heeft Justitie dan iets te verbergen? Kan de minister nu nog beweren dat ze wel wil, maar niet kan?

Ook een convenant of verdrag afsluiten met Nederland met betrekking tot overplaatsingen van geïnterneerden leek de minister niet erg opportuun, onder andere omdat het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent weldra zijn deuren zal openen. Alsof dit een oplossing zou bieden voor deze koppige problematiek. Het nieuwe FPC kan immers maximaal 270 geïnterneerden opvangen, terwijl er momenteel meer dan 1000 geïnterneerden in de gevangenis verblijven… en dit aantal jaarlijks blijft aangroeien. Bovendien zijn er heel veel vragen te stellen over de toekomstige werking van het FPC Gent. Verschillende experts en betrokkenen beweren nu reeds dat dit centrum niet meer wordt dan een veredelde gevangenis, met een beetje extra, doch nog steeds te beperkte zorg. Over de specifieke concretisering blijven Justitie en Volksgezondheid opvallend en uiterst vaag, wat het ergste doet vermoeden. Kan de minister mij gezien deze feiten en twijfels nogmaals uitleggen waarom een convenant met Nederland niet opportuun zou zijn?

Tot slot wil ik het hebben over de huidige behandeling van de geïnterneerde die de overplaatsing naar Nederland gevraagd heeft. Ik hoor dat hij al een hele tijd in isolatie en onder speciaal toezicht is geplaatst, waarbij men hem om de 15 minuten komt controleren, ook 's nachts, met het nodige lawaai en elke keer het aandoen van de volle verlichting. Sommigen zouden hierin intimidatie vermoeden… bedoeld om hem en andere geïnterneerden die amok maken de mond te snoeren. Bevestigt de minister dat de geïnterneerde in isolatie onder speciaal toezicht is geplaatst? Is de minister bereid om de motivering van deze beslissing te onderzoeken en te vragen om deze eventueel te herzien?

 
Réponse reçue le 9 février 2015 : Antwoord ontvangen op 9 februari 2015 :

La procédure judiciaire dans le dossier que l’honorable membre évoque est aujourd'hui clôturée. Le 29 septembre 2014, la cour d'appel d'Anvers a rendu son dernier arrêt dans cette affaire. L'État belge ne s'est pas pourvu en cassation.

Les informations sur le régime réservé à l'interné concerné ne sont pas exactes. Pour garantir sa propre sécurité, l'intéressé a fait l'objet, pendant une période déterminée, d'une mesure de sécurité particulière impliquant une surveillance renforcée. Cette mesure était temporaire et a été levée dès janvier 2014. L'intéressé bénéficie d'un régime ordinaire.

De gerechtelijke procedure in het door het geachte lid aangehaalde dossier is inmiddels afgelopen. Op 29 september 2014 velde het Hof van Beroep te Antwerpen haar laatste arrest in deze zaak. De Belgische Staat tekende geen cassatieberoep aan.

De informatie over het regime van de betrokken geïnterneerde is niet correct. Om zijn eigen veiligheid te vrijwaren, stond betrokkene gedurende een bepaalde periode onder een bijzondere veiligheidsmaatregel waarbij verscherpt toezicht werd gehouden. Deze maatregel was tijdelijk van aard en werd reeds in januari 2014 opgeheven. Betrokkene geniet een gewoon regime.