InformatieverslagOver de beroepsintegratie van alleenstaande ouders op de arbeidsmarkt en gelijke kansen voor kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen: belemmeringen, uitdagingen en voorstellen voor structurele oplossingenIn behandeling sinds 21/02/2025
|
|
|
Parlementair dossier
|
In België is minstens één op de tien huishoudens een eenoudergezin, waarvan 80 % wordt geleid door een vrouw. Alleenstaande ouders ondervinden vaak ernstige moeilijkheden bij het combineren van werk en gezin en dat bemoeilijkt hun integratie op de arbeidsmarkt en maakt hun armoederisico vier keer hoger dan gemiddeld. De werkgelegenheidsgraad van alleenstaande ouders ligt lager dan die van koppels met kinderen, en de helft werkt deeltijds. Dit wijst op ondertewerkstelling en inactiviteit, vaak veroorzaakt door een gebrek aan kinderopvang, beperkte mobiliteit, werkuren die moeilijk te combineren zijn met schooluren, mentale belasting en discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze situatie ondermijnt hun financiële autonomie en heeft bovendien negatieve gevolgen voor hun kinderen, die minder kansen krijgen en vaker in armoede opgroeien. Kinderarmoede is een belangrijk gevolg van de werkonzekerheid en ondertewerkstelling bij alleenstaande ouders. Kinderen van wie de ouder een laag inkomen heeft of afhankelijk is van een uitkering, lopen meer risico op bestaansonzekerheid en financiële afhankelijkheid. Onregelmatig of ontbrekend onderhoudsgeld verergert deze kwetsbare situatie. De aanpak van deze problematiek is cruciaal: armoede maakt niemand gelukkig. Ouders met een stabiele baan kunnen beter voor hun kinderen zorgen en hen een veilige, stimulerende leefomgeving bieden. Dit heeft een positieve invloed op hun ontwikkelingskansen en op hun slaagkansen op school en in het verdere leven. Bovendien tonen studies aan dat werkzekerheid bijdraagt aan het welzijn van ouders zelf. Ouders met een stabiele baan en goede werkomstandigheden zijn gelukkiger. Bovendien leveren ze, via hun deelname aan het arbeidsproces, hun bijdrage aan de werkzaamheidsgraad en dus ook hun bijdrage aan de duurzaamheid en betaalbaarheid van onze sociale zekerheid. Gezien de verdeling van bevoegdheden – waarbij onderhoudsgeld een federale aangelegenheid is, en werkgelegenheid, huisvesting, kinderbijslag en vervoer gewestelijke bevoegdheden zijn, terwijl kinderopvang, onderwijs en cultuur tot de gemeenschapsbevoegdheden behoren – is een transversale aanpak noodzakelijk. Verschillende beleidsniveaus en sectoren, met inbegrip van het lokale gemeentelijke niveau, moeten samenwerken om kinderarmoede en de structurele kwetsbaarheid van eenoudergezinnen doeltreffend aan te pakken. De Senaat is bij uitstek geschikt om zich over deze maatschappelijke uitdagingen te buigen en aanbevelingen te formuleren richting de verschillende bevoegde overheden. Het is hoog tijd dat deze structurele ongelijkheid wordt aangepakt via gecoördineerd, ambitieus beleid. Suggesties? Geïnteresseerden kunnen hun opmerkingen en voorstellen kenbaar maken aan de commissieleden via het e-mailadres [email protected] |