4-1178/1

4-1178/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

12 FEBRUARI 2009


Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wat de afschaffing van de aanvullende verkeersbelasting op LPG-voertuigen betreft

(Ingediend door mevrouw Nele Lijnen)


TOELICHTING


Het toenemend gebruik van de auto draagt bij tot een belangrijk aandeel in de milieuvervuiling van ons land. Zowel wat betreft de uitstoot van CO en CO2, de vorming van troposferische ozon als wat betreft de vervuiling door fijn stof is de bijdrage van het autoverkeer aanzienlijk.

Naast het feit dat we creatief dienen te zijn bij de aanpak van de uitstoot van het verkeer op alle terreinen, is het gebruik van het soort brandstof van het allergrootste belang. Het hele beleid is er dan ook terecht op gericht om maximaal gebruik te maken van een zo milieuvriendelijk mogelijke brandstof. Een van de manieren om dit te doen is de prijszetting van deze brandstoffen dusdanig te bepalen dat milieuvriendelijke alternatieven ook minder belast worden ofwel het toepassen van een fiscale ecobonus.

Eén van deze alternatieve brandstoffen is vloeibaar petroleumgas of LPG. Uit studies is immers gebleken dat de emissies van personenwagens met LPG veel gunstiger zijn dan deze van voertuigen op diesel of benzine. Deze brandstof is bovendien een bijproduct van de olieraffinage, verbruikt bij haar aanmakingsproces minder energie en bevat geen lood, geen additieven en bijna geen zwavel. Het is daarom des te ontstellender te moeten vaststellen dat nog geen procent van onze voertuigen op LPG rijdt. Naast de angst voor gevaren, de beperkingen in parkings, de ombouwkost en het ruimteverlies, ligt de voornaamste oorzaak hiervan echter in de aanvullende belasting die op LPG-voertuigen wordt geheven. Dit is duidelijk te merken aangezien sinds de invoering van deze belasting in 1983 het aantal LPG-voertuigen van bijna 3 % tot onder de 1 % van het wagenpark is gedaald. Artikel 12 van het Wetboek van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen bepaalt immers dat voor personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen waarvan de motor (ook al is het maar tijdelijk) aangedreven wordt met LPG of andere vloeibare koolwaterstoffen, bovenop de gewone verkeersbelasting nog een aanvullende belasting dient betaald te worden. Afhankelijk van het fiscaal vermogen van het voertuig loopt deze aanvullende belasting op van 89,24 euro tot 208,23 euro. Daarenboven is de aanvullende belasting onafhankelijk van het verbruik wat evenmin ontmoedigend werkt.

Het gevolg van dit systeem is dat een LPG-wagen altijd meer belastingen dient te betalen dan een vergelijkbare benzine- of dieselwagen en tot en met 11 PK fiscaal.

Om het gebruik van deze milieuvriendelijkere brandstof aan te moedigen wordt daarom in dit voorstel voorgesteld de aanvullende belasting op LPG af te schaffen, zoals trouwens reeds in een resolutie van de Kamer van volksvertegenwoordigers uit 1998 werd gevraagd. Het gevolg hiervan zal zijn dat het vooral voor de kleinere wagens, voordeliger wordt om over te schakelen op LPG wat tegelijk het milieu ten goede zal komen, zeker daar er een aantal andere belemmeringen zijn weggevallen. Zo worden vandaag de risico's voor een LPG-tank kleiner geacht dan die van een bezinetank en brengt het gebruik ervan niet langer een verlies aan vermogen teweeg, wat vroeger wel het geval was.

Nele LIJNEN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In titel II van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wordt hoofdstuk VI, dat de artikelen 12 en 13 bevat, opnieuw opgenomen bij de wet van 11 april 1983 en gewijzigd bij de wet van 2 april 1996, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wet van 27 december 2005, opgeheven.

15 januari 2009.

Nele LIJNEN.