4-809/1 (Sénat)
DOC 52 1465/001 (Chambre)

4-809/1 (Sénat)
DOC 52 1465/001 (Chambre)

Belgische Senaat en Kamer van volksvertegenwoordigers

ZITTING 2007-2008

25 JUNI 2008


Europese Raad van Staatshoofden en regeringsleiders van 19  en 20 juni 2008


VERSLAG

NAMENS HET FEDERAAL ADVIESCOMITÉ VOOR DE EUROPESE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW DELVAUX (S) EN DE HEER DE CROO (K)


I. Inleiding

Het is gebruikelijk dat bij elke vergadering van de Europese Raad de leden van het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden van gedachten wisselen met de eerste minister en/of met een ander lid van de Belgische regering in verband met de voorbereidingen en resultaten van die Europese Raad.

Het adviescomité heeft twee vergaderingen (woensdag 18 en 25 juni 2008) aan de Europese Raad van Brussel van 19 en 20 juni 2008 gewijd.

Dit verslag geeft een kort overzicht van de gedachtewisseling met de eerste minister, de heer Yves Leterme, tijdens de twee vergaderingen, waaraan ook de commissie Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer en de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat hebben deelgenomen.

II. Prebriefing van woensdag 18 juni 2008

1. TOELICHTING BIJ DE AGENDA DOOR DE HEER Y. LETERME, EERSTE MINISTER

De twee hoofdthema's van de Europese Top zijn :

— de gevolgen van het negatief referendum over het Verdrag van Lissabon in Ierland [13.06.2008];

— de problematiek van de buitensporige stijging van de energie- en voedselprijzen.

Het Sloveense voorzitterschap zal daarnaast ook pogen de toetreding tot de EU van de landen van de Westelijke Balkan te bewerkstelligen.

Verder zal acte genomen worden van de toetreding van Slowakije tot de Euro. De ECOFIN-Raad heeft vastgesteld dat aan de daartoe gestelde voorwaarden is beantwoord.

Op de agenda staat tevens het Europees nabuurschapsbeleid. Voorstel [gelanceerd door de Franse President Sarkozy] is een Unie voor het Middellandse Zeegebied uit te bouwen, als verderzetting van het Barcelonaproces.

Met betrekking tot de relaties met Oost-Europa wordt door Polen een gelijkaardig Oostelijk Partnerschap voorgesteld.

België pleit in deze voor een communautaire aanpak, dit wil zeggen : er moet een partnerschap worden aangegaan tussen de EU als geheel en de betrokken landen, en niet enkel met de EU-landen uit de betreffende regio.

Inzake de samenwerking in justitiële en binnenlandse aangelegenheden, dienen een aantal dossiers (onder meer Schengen informatiesysteem, asiel- en migratiebeleid, ...) tot een goed eind te worden gebracht vóór het Verdrag van Lissabon in voege treedt.

In verband met de richtlijn inzake de arbeidstijd herinnert de eerste minister eraan dat België zich in de bevoegde Raad heeft onthouden.

Er zal wellicht in de marge van de Top ook gediscussieerd worden over het profiel van de nieuwe functies (President van de Europese Raad; Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid) voorzien in het Verdrag van Lissabon.

Wat het goedkeuringsproces van het Verdrag van Lissabon betreft, herinnert de Premier eraan dat dit op een goed tempo verloopt. Er wordt enkel door het Vlaams parlement de eis gesteld dat voorafgaand aan de goedkeuring van het Verdrag, een Samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen de parlementaire assemblees (federale en regionale) inzake de toepassing van de subsidiariteitsprocedure. Om een voldoende wettelijke basis aan dergelijke samenwerkingsovereenkomst te geven dienen de Bijzondere wet betreffende de staatshervorming van 1980 en de wetten op de Raad van State te worden gewijzigd (om geldige samenwerkingsovereenkomsten tussen de assemblees te kunnen sluiten; om de toegang van de assemblees tot het Europees Hof van Justitie te regelen; en om de bevoegdheid van de assemblees te verifiëren in het kader van de vereenvoudigde verdragsherzieningsprocedure). De voorzitters van Kamer en Senaat hebben hiertoe recentelijk een wetgevend initiatief genomen zodat, voor wat België betreft, het Verdrag in voege kan treden op 1 januari 2009.

In verband met de Ierse neen zal de Ierse eerste minister bevraagd worden over de oorzaken ervan.

Voorlopig is het aangewezen geen druk op Ierland uit te oefenen. Wil men dat het Verdrag nog als basis geldt voor de komende EP-verkiezingen dan zou dit in 2009 (maart-mei) moeten kunnen worden goedgekeurd. Deze situatie mag het ratificatieproces in andere lidstaten niet verstoren.

N.a.v. de ondertekening van het nieuwe Benelux-Verdrag [deze week] werd geopperd dat de zaken wellicht best terug worden opgenomen onder het Franse voorzitterschap (tweede semester 2008).

De problematiek van de hoge voedsel- en brandstofprijzen staat hoog op de agenda. De kern van het debat is evenwel verschoven : aanvankelijk stond de voedselzekerheid centraal. Nu zijn het echter de gestegen voedselprijzen en de inflatie die centraal staan. Dit wordt verklaard door de grotere vraag op wereldvlak en door de stijging van de brandstofprijzen. In Europa wordt dit dankzij de sterke euro nog deels opgevangen.

Met betrekking tot de koopkrachtproblematiek wordt niet direct gepleit voor toelagen. Veeleer moet men zich concentreren op de koopkrachtversterking door de nationale regeringen.

In verband met de Westelijke Balkan pleit België tegen overhaasting. Eerst moeten de Associatieakkoorden gevaloriseerd worden.

Wat Servië betreft, kunnen de toetredingsonderhandelingen pas gestart worden als er een « full compliance » is ten aanzien van het Internationaal Strafhof.

Ten slotte komt ook de vestigingsplaats van de « Galileo Supervisory Authority » ter sprake. Kandidaten zijn Boedapest of Warschau. Misschien kan hierbij een band gelegd worden met het Europees Technologie-instituut. België steunt hiertoe Boedapest.

2. GEDACHTEWISSELING

Mevrouw Camille Dieu, volksvertegenwoordiger, stelt dat het Ierse neen voor alle overtuigde Europeanen een ontgoocheling is. Het Verdrag van Lissabon heeft inderdaad tekorten. Het gebrek aan een sociale dimensie werd ook tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Lissabon aan de kaak gesteld. Er is een onevenwicht tussen het concurrentieprincipe en het solidariteitsprincipe. Ook zijn er te weinig ambities of fiscaal vlak.

Maar de aanvaarding van het Verdrag van Lissabon was noodzakelijk om uit de institutionele impasse te geraken na de mislukking van de Europese Grondwet.

Spreekster steunt de idee om het ratificatieproces verder te zetten om een sterk signaal te geven aan de lidstaten die het verdrag nog moeten ratificeren. Men mag de eurosceptici geen argumenten geven om het Europees project te veroordelen, zodat het beperkt blijft tot een grote geliberaliseerde markt.

Voorzichtigheid is geboden ten aanzien van de lidstaten die nog niet hebben geratificeerd. Een grondige reflectie is nodig over de wijze waarop Europa verder moet worden uitgebouwd. Dit veronderstelt een dialoog. Er moet samengewerkt worden met de lidstaten die verder willen gaan, dan louter de creatie van een grote vrijhandelszone.

Het politiek project moet opnieuw gefundeerd worden om de sociale-economische uitdagingen inzake leefmilieu aan te pakken.

Er zijn concrete antwoorden nodig op de problematiek van de financiële globalisering, de stijging van de energie- en voedselprijzen en de klimaatproblematiek.

Spreekster drukt namens haar politieke groep de gehechtheid uit aan het indexeringsmechanisme om de koopkracht te herstellen evenals aan het sociaal overleg, in weerwil van wat de « European Central Bank » [ECB] daarover zegt.

Er dienen maatregelen te worden genomen om de financiële speculatie tegen te gaan.

De verlaging van de BTW van 21 naar 6 % moet overwogen worden voor brandstoffen.

De richtlijn over de arbeidstijd werd eveneens aangeraakt. De Belgische positie in de Raad wordt ten zeerste gewaardeerd. Het Europees Parlement moet deze richtlijn in de gewenste richting sturen, die billijker moet zijn voor de werknemers.

Indien het Verdrag van Lissabon niet wordt goedgekeurd blijft het EP ook ter plaatse trappelen.

De heer Bruno Tuybens, volksvertegenwoordiger, herinnert aan de « Millennium Development Goals ».

De Europese Raad hoopt nog altijd dat deze doelstellingen in alle werelddelen kunnen worden gerealiseerd. Hiertoe zal de EU een aantal radicale hervormingen doorvoeren, teneinde de hulpeffectiviteit te verhogen. Vraag is of deze ambitieuze doelstellingen wel voldoende prioritair gesteld worden door de politieke verantwoordelijken.

De enorme stijging van de voedselprijzen, waarvan de armsten het slachtoffer zijn, vormt hierbij een belangrijk aspect.

Zal België mede de nodige inspanningen doen om deze ambities waar te maken en ze te realiseren tegen 2015 ?

De stijging van energie- en voedselprijzen heeft meerdere oorzaken.

Aan de door de eerste minister vermelde oorzaken moet nog een element worden toegevoegd. Een onderzoek van het Vlerick-instituut heeft namelijk aangetoond dat er van de huidige situatie op de grondstoffenmarkt gebruik wordt gemaakt om de prijzen op een soms onethische wijze te verhogen.

Vraag is derhalve of de EU geen maatregelen kan nemen die tot een grotere transparantie leidt in de prijszetting.

De CSR [Corporate social responsibility] in de ondernemingen staat al geruime tijd op de Europese agenda, maar daar is vooralsnog weinig implementatie aan gegeven. De huidige voedselprijsstijging is een gelegenheid om de CSR-idee hoger op de agenda te plaatsen.

In de regering is er vorige week beroering ontstaan rond het indexmechanisme.

Minister van Financiën Reynders zou in de ECOFIN-Raad een clausule mee hebben onderschreven waarbij dit indexmechanisme in vraag werd gesteld. Deze clausule is echter niet meer terug te vinden in de ontwerp-conclusies van de Europese Raad.

Inzake de voedselprijzen zou er heel wat speculatie zijn op de financiële markt. Er moet dus een onderzoek gevoerd worden naar de invloed van de financiële speculatie op de voedselprijzen.

De sociale agenda van de Europese Raad is uitgesteld. Er zijn twee richtlijnen goedgekeurd. De Belgische regering heeft bij monde van minister Milquet haar onvrede uitgedrukt in verband met de richtlijn inzake de arbeidstijd. Welk standpunt zal de eerste minister innemen in de Europese Raad ? Zal België beide richtlijnen steunen ?

Het EP heeft vandaag de omstreden « terugkeer-richtlijn » met betrekking tot illegalen goedgekeurd.

Welke stappen zal België zetten in verband met het geïntegreerd asielbeleid ? Zal België zich verzetten tegen de meest repressieve aspecten (onder meer schrapping van de termijn van 6 maanden en de re-entry ban) ?

De heer Denis Ducarme, volksvertegenwoordiger, vreest dat het Ierse neen een keteneffect zal hebben in andere lidstaten waardoor het Verdrag van Lissabon op de helling komt te staan.

Zijn er onder de landen die nog moeten ratificeren, nog die zich negatief dreigen te positioneren ?

Zal er onder Frans voorzitterschap de mogelijkheid zijn samen terug aan tafel te zitten met Ierland ?

Is het niet aangewezen reeds nu dit perspectief te creëren om het hele goedkeuringsproces niet helemaal te blokkeren en uit de impasse te geraken ?

Ingevolgde de stijging van de energieprijzen is het land vandaag door een actie van de taxichauffeurs, de transporteurs en de landbouwers, voor een stuk verlamd.

De stijging van de energieprijzen bedreigt de koopkracht zowel op het niveau van de huishoudens als dat van de ondernemingen.

De Franse President Sarkozy heeft in dit verband reeds een aantal voorstellen gelanceerd, die door de EU zouden kunnen worden genomen (onder meer de verlaging van de BTW op de brandstoffen en energie).

Wat is het Belgische standpunt terzake ?

De burger heeft namelijk het gevoel dat de staat voordeel doet bij de gestegen olieprijzen door de accijnzen die daarop geheven worden.

De fiscaliteit op brandstoffen moet worden herzien. Tevens moet gezocht worden naar alternatieve en minder vervuilende brandstoffen.

Zowel op Belgisch als Europees niveau dienen de gepaste maatregelen te worden genomen.

Spreker verwijst ten slotte naar de resolutie die door de Kamer en de Senaat vorige week is aangenomen in verband met de Olympische Spelen in China. Hierin werd aangedrongen op een gemeenschappelijk standpunt van de EU in verband met de openingsplechtigheden. In Luxemburg; op de RAZEB [Raad algemene Zaken en Externe Betrekkingen] van vorige week is hierover reeds een debat geweest. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken heeft terzake geen standpunt ingenomen.

Spreker dringt er bij de eerste minister op aan dat het Belgisch parlementair standpunt zou verdedigd worden.

De heer Francis Van den Eynde, volksvertegenwoordiger, feliciteert de Ieren — uit respect voor hun soevereiniteit — met de uitslag van het referendum. Zij hebben de Eurocraten een lesje in democratie gegeven door politiek incorrect te zijn en neen te stemmen.

Er zijn precedenten (Denemarken en Ierland) waarbij het referendum werd overgedaan tot er een positief resultaat was.

Met de Europese Grondwet heeft men voor Nederland en Frankrijk hetzelfde gedaan door de tekst te herschrijven zodat hij daar aanvaardbaar kon zijn.

Telkens heeft men de democratie naast zich neergelegd.

Europa is steeds banger om de bevolking te raadplegen.

Voormalig Premier Dehaene heeft eveneens gesteld dat het nu een slecht teken zou zijn het ratificatieproces stop te zetten. Europese leiders mogen zich volgens hem niet verschuilen achter het Ierse neen om terug een reflectieperiode in te bouwen.

Het neen-kamp bestaat uit mensen die populistische standpunten verdedigen. De minister van Buitenlandse Zaken behoort nochtans ook tot een partij die voorstander is van het referendum (cf. Burgermanifest) maar die nu ook de uitslag van dit referendum wil negeren.

Ook de eerste minister heeft aanvankelijk een gelijkaardige houding aangenomen.

Het Europees beleid moet rekening houden met de wil van de bevolking.

Het Europese federalisme is een idee van de Europese elite. De gewone Europeaan wil daar niet van weten. Die is veeleer confederalist.

Europa moet rekening houden met haar echte rijkdom, namelijk de verschillen in cultuur. Dan zou het schril afsteken tegen het kapitalistisch monster dat het nu is.

De heer Georges Dallemagne, volksvertegenwoordiger, uit ook zijn bekommernis om het Ierse neen.

De analyse ervan deelt hij met de heer Dehaene.

Het verschil tussen de ja- en neen-stemmen is amper ± 100 000 stemmen. Hierdoor blijven 500 miljoen Europese burgers vervreemd van een geïntegreerd Europa. De institutionele hervormingen blijven dus uit, waardoor de EU zich niet kan concentreren op het inhoudelijk beleid om de behoeften van de burgers te beantwoorden.

Spreker deelt de mening dat het ratificatieproces moet worden verdergezet.

Wat is echter de houding van Tsjechië en Polen ?

Het blijft bovenal het probleem van Ierland zelf, dat dreigt geïsoleerd te worden.

Spreker drukt zijn vertrouwen uit in de representatieve democratie;

De « terugkeer-richlijn » is door het EP aangenomen. Het proces is echter niet voltooid. Hij herinnert eraan dat zijn groep niet ten gunste heeft gestemd van deze richtlijn. Er werden een aantal amendementen ingediend die niet werden aangenomen.

Zijn groep is inderdaad verontrust over een aantal aspecten in de richtlijn, onder meer over de niet begeleide minderjarigen die naar transitlanden kunnen gestuurd worden; over de opsluiting tot 18 maanden van personen; over de re-entry ban, enz.

Spreker drukt zijn ongerustheid uit over het geheel van dit beleid, dat een struisvogelbeleid is. Er zijn enorme migratiestromen in Afrika. Dat veroorzaakt enorme humane problemen.

Als oplossing heeft de EU slechts de grenzen te versterken en repressieve maatregelen. Ten aanzien van deze problemen van menselijke waardigheid — mensen die hun levensvoorwaarden zoeken te verbeteren — moet Europa toch meer ambitieuze langtermijn oplossingen kunnen vinden.

Er moet gezocht worden naar de oorzaken van deze migratiestromen, die het mogelijk moeten maken een meer humaan beleid te voeren.

Spreker verwijst naar een hoorzitting met de heer Geoffroy de Schutter, voorzitter van de Sustainable Development Awareness Unit van het WWF, in de Commissie Duurzame Ontwikkeling, die een aantal voorstellen heeft geformuleerd in verband met de voedselcrisis :

— de EU moet onder meer de idee om 10 % van de totale brandstofvoorziening uit biobrandstof te halen, verlaten. Dit veroorzaakt een enorme druk op de prijzen van landbouwproducten;

— de voedselvoorraad op wereldvlak : op Europees niveau bestaat er geen voedselvoorraad meer die een buffer kan vormen ingeval er een wereldvoedselcrisis is. Kan dit terug op de Europese agenda worden geplaatst ?

— exportsubsidies vormen een concurrentieprobleem voor de zwakke landen.

Worden er op Europees niveau maatregelen in het vooruitzicht gesteld om deze problemen op te lossen ?

In verband met het probleem van de koopkracht wordt terecht aandacht besteed aan de meest fragiele bevolkingsgroepen. Maar wat houdt dit concreet in voor de zwakste bevolkingsgroepen ?

Zal ten slotte de situatie in Congo ter sprake komen op de Europese Raad ?

Spreker onderschrijft mee de tussenkomst van de heer Ducarme in verband met het gemeenschappelijk EU-standpunt met betrekking tot de Olympische Spelen in China.

Het zou een teken zijn dat de EU versterkt in de relaties met China, wanneer het gaat over mensenrechten, en dergelijke.

Volgens mevrouw Tinne Van der Straeten, volksvertegenwoordiger, reveleert het Ierse neen een probleem van beeldvorming van de EU en de betrokkenheid van de burgers.

Europese materies zijn vaak technisch van aard (stabiliteitspact; elektriciteitsmarkt, enz.).

Maar belangrijke wetgeving (leefmilieu, asielwetgeving, ...) komt op Europees niveau tot stand.

Spijtig genoeg is er te weinig sociale materie op Europees vlak.

De oudere generatie moet niet overtuigd worden van het nut van Europa. Voor deze heeft Europa vrede gebracht.

De jongere generatie staat hiervan ver af en beseft te weinig wat Europa kan betekenen.

Politici moeten het Europees project bij de mensen brengen en het nut van Europa verantwoorden (vrede, welvaart, klimaatbeleid, ...).

Dankzij Europa is er een eerste stap naar een internationaal klimaatakkoord dat moet tot stand komen in 2009. Een dergelijk akkoord kan een « deal-maker » of « breaker » zijn.

Indien een akkoord bereikt wordt, zullen de rijke landen met financiële middelen over de brug moeten komen.

Europa wil hierbij, luidens de ontwerpconclusie, het voortouw nemen.

In verband met het Ierse neen zijn we allen te lichtvaardig geweest, aldus de heer Patrick Moriau, volksvertegenwoordiger. Iedereen dacht dat het resultaat toch gunstig zou zijn.

Spreker verdedigt de representatieve democratie en twijfelt aan het referendum, waarbij vaak te veel irrationele aspecten spelen.

De draagwijdte van de « terugkeer-richtlijn » wordt scherp gekritiseerd. Europa loopt op zijn hoofd. In plaats van onthaalvoorwaarden te bepalen, formuleert de EU repressieve maatregelen die illegale vluchtelingen uitstoot. In bepaalde landen kan dit leiden tot een verharding van de maatregelen inzake asiel en uitwijzing. De maatregelen zijn repressief en zijn geen erkenning van de fundamentele rechten. Ook Delors en Rocard betreuren, in een artikel in Le Monde van 18 juni 2008, dat de eerste richtlijn in verband met asiel en migratie — binnen de co-decisie — een repressieve maatregel is.

Spreker hoopt dat die boodschap wordt meegegeven op de Europese Raad.

In verband met Servië : België heeft de onafhankelijkheid van Kosovo goedgekeurd, wat, volgens spreker, een strategische vergissing was.

Het stabilisatie- en associatieakkoord van april 2008 met de EU spreekt hierbij niet over Kosovo. Dit is slecht onthaald door Servië. Kosovo blijft dus een discussiepunt onder de Servische bevolking, terwijl Kosovo zijn nieuwe grondwet heeft ingevoerd.

Het ware nuttig geweest overleg te plegen op EU-vlak. Van de 27 lidstaten zijn er zeven die zich tegen de onafhankelijkheid van Kosovo hebben verzet. Er is dus geen beroep gedaan op de Europese unanimiteit.

Het is nochtans duidelijk dat men strikt moet toezien op de toepassing van het Associatie- en Stabilisatieakkoord en de medewerking van Servië met het Internationaal Strafhof.

Het Internationaal Strafhof (TPY) heeft in 2006 67 % van de Servische oorlogsmisdadigers in beschuldiging gesteld. Een groot deel is dus door de Servische autoriteit zelf gearresteerd [3 % Kroaten; 7 % Bosniërs; 5 % Kosovaren]. De Serviërs hebben een groter aandeel gehad in de genocide. Hieruit blijkt dat Servië zeer goed heeft samenwerkt met het TPY. De nummer vier van de Servische beschuldigden is aangehouden door de Servische overheid en overgeleverd aan het TPI. Andere omliggende staten hebben wellicht niet zulke inspanningen gedaan.

België en Nederland hebben sterke eisen gesteld in verband met Servië. Maar in het licht van deze positieve informatie moet België op de Europese Top wijzen op deze gunstige vooruitgang. Dit zou een gunstig effect hebben op de vorming van de pro-Europese Servische regering. Er moet een eind gemaakt worden aan de culpabilisering van een volk dat deze tweeslachtige houding als een vernedering aanvoelt van de internationale gemeenschap.

De voedselzekerheid en de koopkrachtproblematiek zijn gelieerd. Naast de door de Premier geciteerde oorzaken van de voedselprijsstijgingen moet ook gewezen worden op de politiek van het IMF, de Wereldbank en de WTO in de jaren 80. Die hebben de ontwikkelingslanden aangemoedigd om over te stappen van de traditionele landbouwculturen naar de rendabele commerciële landbouwproductie (cacao, katoen, enz.) met het oog op de terugbetaling van schulden. Deze schaarste heeft een speculatie teweeggebracht, die een versnellingsfactor is van de stijging van de voedselprijzen.

De lancering van de biobrandstof draagt tevens bij tot de schaarser wordende voedselstock. Bovendien zijn door het gebruik van palmolie als brandstof reeds ruime palmboompercelen vernietigd in Indonesië, e.a.

De 10 %-regel is een signaal aan de markt.

België moet op de Europese Top de andere lidstaten sensibiliseren voor de problematiek.

Ten slotte moet gepleit opdat de landbouw- en de voedselsector uit de WTO wordt gehaald om de voorziening van basisgoederen te garanderen.

De heer Xavier Baeselen, volksvertegenwoordiger, hoopt dat het Verdrag van Lissabon vooralsnog kan geratificeerd worden vóór de Europese verkiezingen van juni 2009.

De commentaar op de « terugkeer-richtlijn » (de zogenaamde « richtlijn van de schaamte ») vindt hij onterecht.

Een terugkeerbeleid blijft nodig eens alle procedures zijn uitgeput.

Het is ondenkbaar dat een tekst die gedurende maanden onderzocht en besproken is geweest door het EP, niet zou beantwoorden aan de fundamentele rechten van de mens. De tekst is zeker niet perfect maar toch een noodzakelijk antwoord op de asiel- en migratieproblematiek.

Zal de relatie EU-Israël (punt dat geagendeerd was op de laatste Raad Buitenlandse Zaken) eveneens op de agenda van de Europese Raad staan ?

Spreker dringt er op aan dat er ook een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de landbouwers, in het bijzonder voor de spanning tussen de verkoopprijs van landbouwproducten en de productiekosten.

De heer Josy Dubié, senator, stelt zijn stem voor het Verdrag van Lissabon in vraag en dit naar aanleiding van de recente aanname van twee richtlijnen, namelijk deze met betrekking tot de arbeidstijd en de andere in verband met het terugkeerbeleid.

De richtlijn inzake de arbeidstijd laat nu werkweken toe van 60 uren. Waar is de vooruitgang ? Deze maatregel is niet acceptabel. Er is een sociale regressie.

De « terugkeer-richtlijn » is evenmin aanvaardbaar. Deze laat toe mensen die geen enkele misdaad begaan hebben dan op zoek te gaan naar werk, op te sluiten in een gevangenis voor 18 maanden. Het is wel degelijk de « richtlijn van de schaamte ». Wellicht is dit mede een verklaring van het Ierse neen.

Wat verwacht België van de Europese instellingen met betrekking tot de voedselcrisis ? 350 miljoen mensen in de wereld zijn slachtoffer van ondervoeding [volgens de FAO (Food and Agriculture Organization)]. Een van de redenen van de voedselcrisis is speculatie. Wat kan de EU hieraan doen ? Wat zal België voorstellen aan de EU om deze speculatie aan te pakken.

Spreker uit zijn grootste twijfels aan de bereidheid om iets te doen aangezien de EU gebaseerd is op de vrije markt, en interventie alleen maar de vrije marktwerking zou vervalsen.

De 10 % energievoorziening uit biobrandstoffen riskeert enkel de agroalimentaire crisis te verergeren. Wat is de intentie van België terzake om deze verhouding te reduceren, rekening houdend met de consequenties ervan op sociaal- en milieuvlak ?

De heer Heman De Croo, volksvertegenwoordiger en co-voorzitter van het Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, wijst erop dat de geagendeerde thema's tonen hoe belangrijk de EU wel is.

In verband met de « terugkeer-richtlijn » bevecht hij de kritiek van sommige leden, aangezien de richtlijn bij ruime meerderheid (ook de EVP met uitsluiting van cdH en Ecolo-Groen !) werd aangenomen.

Verder wijst hij op de interne politieke problemen in Turkije waar de regeringspartij door het gerecht [het Opperste Hof] zou buiten de wet kunnen gesteld worden. Wat zijn de potentiële vangnetten ?

Turkije balanceert tussen een militaire dictatuur en een fundamentalistisch theocratisch regime. Kan de EU hier vooralsnog een hand reiken, met het oog op de toetreding van Turkije tot de EU ?

Rusland oefent een enorme druk uit op de energieprijzen. Sommige landen zijn in hoge mate afhankelijk van Rusland. Dat noopt tot voorzichtigheid in verband met de eventuele sluiting van kerncentrales.

Spreker wenst ten slotte ook meer aandacht vanwege de regering voor de EU-lijst van terroristische groepen.

3. Antwoorden van de eerste minister

In verband met de indexatie van de salarissen en toelagen, zijn er her en der wellicht bepaalde stellingen ingenomen. Nochtans kan de Premier bevestigen dat er binnen de regering geen gelijkaardige standpunten leven.

Het is mogelijk dat in de schoot van ECOFIN of voorbereidende teksten van de Europese Raad, dergelijke teksten hebben gecirculeerd. De Belgische regering stelt het indexsysteem geenszins in twijfel.

De rol van België is belangrijk in verband met de sociale agenda [de problematiek van de koopkracht]. Als oprichtende lidstaat van de EU moet ons land het sociaal model verdedigen. Het is dankzij het sociaal overleg dat er in België een indexeringssysteem is.

In verband met de richtlijn-arbeidstijd is er toch reeds één en ander binnengehaald door het feit dat er een « opting out » en de « 48 uren » mogelijk is, maar België heeft zich onthouden omdat niet al onze eisen zijn gerealiseerd.

De ontwerpconclusies besteden de nodige aandacht aan de Millenniumdoelstellingen. De doelstellingen inzake ontwikkelingssamenwerking zijn vrij ambitieus. België zal wellicht nog een precisering vragen met betrekking tot het gegarandeerd aandeel van de investeringen in de landbouw en de voedselproductie. Dat principe is een tijdlang in twijfel getrokken maar wordt nu terug als prioriteit gezien.

Met betrekking tot de horizon 2015 is er in België een wet gestemd om deze te verleggen naar 2010. In de begroting 2008 is er een cruciale stap gezet, niet door schuldkwijtschelding, maar door echte kredieten die kunnen aangewend worden voor programma's. Hopelijk is er ook de absorptiecapaciteit op het terrein om deze middelen op efficiënte wijze te besteden.

België zal dus niet alleen pleitbezorger zijn op de Europese Raad om deze ontwerpconclusies te formaliseren maar zal er ook verder werk van maken.

Het is belangrijk op te letten voor de nefaste gevolgen van het Ierse referendum voor de positie van Tsjechië en Polen.

In Polen is er een intern debat met betrekking tot de rol van de President in de EU bij de ratificatie van het Verdrag van Lissabon.

Met betrekking tot Tsjechië hoopt men dat er op de Europese Raad verduidelijkingen zullen komen.

Tot heden is de schade door de acties van de taxichauffeurs, de landbouwers en de transporteurs beperkt. De overheid heeft een eerlijke dialoog opgestart met de sectoren om tot oplossingen te komen.

De eerste minister is tegen een verlaging van de BTW op brandstoffen. Dit standpunt wordt gedeeld met de minister van Financiën. Men moet veeleer inzetten op maatregelen die de koopkracht versterken en dit op een selectieve wijze ten behoeve van de laagste inkomensgroepen.

De rekening die sommigen maken, alsof de stijging van de brandstofprijzen ook voordelig is voor de Staat [door de toename van de BTW-opbrengsten], moet bijgesteld worden.

Ondanks de grotere inkomsten zijn er ook grotere fiscale uitgaven en hogere functioneringskosten voor de Staat zelf. Bovendien heeft deze stijging ook zijn neerslag op de index, en dit leidt tot hogere budgettaire uitgaven.

Het is dus onjuist dat de Staat zou profiteren van de hogere energiekosten via de hogere BTW-inkomsten.

De Olympische Spelen in China staan niet geagendeerd. Desgevallend zal België wel herinneren aan de door de Kamer en Senaat aangenomen resolutie.

Er is geen gemeenschappelijk standpunt van de EU over de vertegenwoordiging bij de openingsceremonie.

In verband met het Iers referendum is de Premier van oordeel dat het hier niet gaat om het Europese integratieproject op zich, maar wel tegen concrete beleidsmaatregelen. Het blijft de opdracht van de politici om duidelijk te maken dat de EU een positieve impact heeft op het dagelijks leven [van wereldvrede tot gestegen welvaart, vrij verkeer, en dergelijke]. De pijnlijke beslissingen mogen niet afgeschoven worden op de EU.

De regering zal het indexeringssysteem blijven verdedigen voor salarissen en toelagen. Dit moet ook worden ingepast in het interprofessioneel akkoord dat in het najaar moet worden gesloten.

Een bijzondere inspanning wordt gedaan voor de lage inkomensgroepen. Deze maatregelen zijn reeds vervat in de programmawet bij de begroting 2008, onder meer : de verhoging van de kleine pensioenen; de verhoging van vrijgestelde belastingbedragen; de geleidelijke afbouw van de solidariteitsbijdrage. Dit vertegenwoordigt een bedrag van ± 250 miljoen Euro.

Het klimaat- en energiepakket na 2012 zal uiteraard verdedigd worden door België.

In verband met de « terugkeer-richtlijn » is gebleken dat er een meerderheid van lidstaten bereid was een dergelijke richtlijn aan te nemen. De definitieve stemming is in juli. Intussen is in het EP het voorstel aangenomen met 369 stemmen voor, 197 tegen en 106 onthoudingen. Binnen de meerderheid zijn er sensibiliteiten en deze moeten ook hun uitdrukking vinden. Het gaat hier uiteraard om een compromis-tekst. België heeft een aantal amendementen kunnen doen aannemen. Men kan echter niet alles binnenhalen dat aan al onze bekommernissen tegemoet komt.

Inzake de aanwending van biobrandstof heeft de Premier reeds eerder zijn scepticisme geuit in een gesprek met Europese Commissievoorzitter Barroso. De eerste minister steunt de inspanningen van de Europese Commissie om een grondige reflectie te houden over de impact inzake duurzame ontwikkeling maar ook voor de armsten in de wereld. Het is immers onaanvaardbaar dat het westen het eten uit de mond haalt van de kinderen in de derde wereld om het als brandstof voor auto's te gebruiken.

Het gebruik van biobrandstof werd ook door de Premier als voormalig minister van Landbouw [een vijftal jaren geleden] aangemoedigd, maar men komt tot het inzicht dat dit meer moet genuanceerd worden.

De positie van de landbouw in de WTO moet benaderd worden vanuit de specificiteit van de sector, zonder dat dit evenwel als voorwendsel gebruikt wordt om onze markten af te schermen. Het pakket landbouw moet wel zonder dralen worden besproken in de WTO, gezien de problematiek van de landbouwproductie en de voedselprijzen op wereldvlak.

Er is vooralsnog geen bewijs dat de aanwending van briobrandstof invloed heeft op de voedselprijzen. De evolutie van de markten moet nochtans nauwlettend gevolgd worden.

België heeft samen met Nederland strenge eisen gesteld ten aanzien van Servië voor de samenwerking met het Internationaal Strafhof [TPY : Tribunal pénal pour l'ex-Yougoslavie, Den Haag]. Er dient « full compliance » te zijn. Dit heeft tot enige resultaten geleiden zodat er toch een Partenariaatsakkoord kan worden gesloten [moet nog geratificeerd worden].

Een recente aanhouding van een voormalig oorlogsmisdadiger geeft een signaal voor de goede medewerking en de vervulling van de voorwaarden.

Een rapport van de Procureur-generaal van het Internationaal Strafhof wordt verwacht. Dit moet een juist zicht geven op de evolutie terzake.

Recent werd beslist dat de bestaande samenwerking tussen Israël en de EU zal uitgebreid en versterkt worden. Het gaat hier meer om een principebeslissing. Er is geen concrete timing noch concrete inhoud bepaald.

Met betrekking tot de Unie voor het Middellandse Zeegebied moet worden vastgesteld dat de vertegenwoordiging op de ontmoeting van 13 juli 2008, van de zijde van de Middellandse Zeelanden, niet gelijkwaardig is aan deze van de EU. Dit is nochtans essentieel in een partnerschap dat een belangrijk stabiliseringeffect heeft.

Het is moeilijk om uitspraken te doen over Turkije omdat de gestelde problemen vooral van interne aard zijn. De kans is inderdaad groot dat het Hoog Gerechtshof de intentie heeft een aantal politieke leiders buiten de wet te plaatsen [onder meer Erdogan].

De perspectieven op toekomstig lidmaatschap van de EU kunnen niet door één lidstaat ingeschat worden. Het nakomen van alle voorwaarden is essentieel en dat is ook zo gesteld in het Belgisch regeerakkoord.

België was in de jaren '90 een netto-exporteur van energie van 110 %. Nu zit België op 90 % en is dus importeur geworden. België is afhankelijk geworden van nucleaire energietoevoer vanuit Frankrijk en van gasimport. België moet dus de energievoorziening diversifiëren. De interdependentie tussen de EU en Rusland is heel belangrijk. Hoewel, de afhankelijkheid van Rusland is van andere lidstaten groter dan België. Zo is de energieprijs in Moldavië enorm gestegen, mede als retorsiemaatregelen vanwege Rusland.

De eerste minister pleit dus voor een gezamenlijke Europese aanpak. Risicospreiding is een belangrijk beleidsaspect.

De recente maatregelen in België [vervreemding van aandeelhouderschap van Distrigaz (57 %) dat in handen was van Suez, aan ENI (dat als producent beschikt over enorme gasvoorraden)] is een belangrijke garantie voor een grotere diversifiëring en onafhankelijkheid van Russisch gasimport.

4. Replieken

In de replieken wijzen meerdere leden nogmaals op de wenselijkheid van een gemeenschappelijk standpunt in de Europese Raad over de vertegenwoordiging van de EU op de Olympische Spelen in China.

China moet een duidelijk signaal krijgen met betrekking tot het respect voor de mensenrechten. Bij de toewijzing van de Olympische Spelen was dit trouwens als voorwaarde gesteld. Intussen is er geen verbetering vast te stellen.

In verband met de « terugkeer-richtlijn » zijn zelfs de critici akkoord met een terugkeerregeling, maar dit moet gebeuren in het kader van een algemeen migratiebeleid.

III. Debriefing van woensdag 25 juni 2008

1. Uiteenzetting door de eerste minister, Yves Leterme

a. Ratificatie van het Verdrag van Lissabon

Wat de ratificatie van het Verdrag van Lissabon betreft is er het goede nieuws gekomen dat het Lager Huis van het Verenigd Koninkrijk de ratificatie heeft gestemd.

Tijdens het diner heeft De heer Cohen zijn persoonlijke analyse van de situatie uiteengezet en hij heeft van de gelegenheid gebruikt gemaakt om een aantal dingen te vragen. Hij vraagt dat de Raad geen beslissing neemt over de inhoud, dat de Raad nog niet anticipeert op de eventuele institutionele problemen die het Ierse nee met zich kan meebrengen en dat er geen verklaringen worden afgelegd die de Ierse bevolking stigmatiseren.

De Raad heeft een aantal krachtlijnen uitgewerkt. Er is geen sprake van een globale heronderhandeling, verdere uitbreiding is voorlopig niet aan de orde en de vragen van Brian Cohen worden onderschreven, wat niet enkel belangrijk is voor het Ierse dossier, maar ook om de procedures in andere landen niet in gevaar te brengen.

De stand van zaken van de ratificatieprocedure in andere landen werd eveneens besproken. Voor ons land werd de stand van zaken uitvoerig uitgelegd. Kamer en Senaat hebben met een ruime meerderheid de ratificatie goedgekeurd en de gefedereerde entiteiten hebben de nodige stappen ondernomen om tot bespreking te komen. Er werd ook uitgelegd dat er een bijkomende moeilijkheid is met het sluiten van een samenwerkingsakkoord voor het toepassen van de subsidiariteitstoets.

Bij de verschillende tussenkomsten bleek dat er in het geval van Tsjechië meer was dan enkel de procedure voor het Grondwettelijk Hof. De Tsjechische President had na het Ierse nee verklaard dat het Verdrag van Lissabon dood was en er was dus veel belangstelling voor de persoonlijke visie van de Tsjechische premier. Zijn verklaring liet nogal wat ruimte voor interpretatie en heeft geleid tot discussie bij het schrijven van de conclusies, wat de volgende dag snel opgelost werd. Toch blijft er bij velen het gevoel dat deze top over de situatie in Ierland ging, maar dat er zich ondertussen ook een probleem aankondigt in Tsjechië.

b. Stijgende voedsel- en energieprijzen

Op het vlak van de problematiek rond voedsel- en energieprijzen was er een ruime meerderheid van de lidstaten die de stappen van de Belgische regering tegen de negatieve effecten op het vlak van koopkracht voor gezinnen en alleenstaanden onderschreef. Zijnde een specifiek beleid voor gezinnen en de mensen die het het moeilijkst hebben met sociale en fiscale maatregelen, via de directe belasting. President Sarkozy lanceerde een debat inzake de BTW, wat door een aantal landen gesteund werd, maar er werden geen aanpassingen gemaakt in de conclusies op dat vlak.

Daarnaast zijn er een aantal voostellen geformuleerd vanuit de Commissie zelf. Zo was er het voorstel om het budget te verhogen dat voorziet in het ter beschikkingstellen van voedsel voor zeer lage prijzen door onder andere OCMW's. Dit voorstel stuitte snel op kritiek, daar dit aanzien wordt als de bevoegdheid van de lidstaten. De Commissie heeft geargumenteerd dat het gaat om een bestaande maatregel, waarvan enkel het budget wordt verhoogd.

Wat de petroleumprijzen betreft, werden de inspanningen besproken om het energieverbruik te verminderen.

Voor de voedselprijzen wordt een grotere investering voorgesteld in de voedselproductie in ontwikkelingslanden. Er wordt ook gesproken van meer transparantie in de sectoren en de prijzenpolitiek.

c. Overige punten van discussie

Ten slotte werden nog een aantal andere onderwerpen aangekaart. Zo werd de problematiek van de Balkan besproken. Het Sloveens voorzitterschap wenste wat druk uit te oefenen op de perspectieven van toetreding voor een aantal landen van de Westelijke Balkan. Daarnaast werd natuurlijk ook Kosovo en Servië besproken.

2. Gedachtewisseling

a. Ratificatie van het Verdrag van Lissabon

Mevrouw Camille Dieu, volksvertegenwoordiger, merkt op dat er een grote afstand is tussen wat er op hoog politiek niveau leeft en tussen wat er bij de mensen leeft. De burgers zien de Europese Unie als een grote economische machine die beslissingen neemt die hen in het dagelijks leven raken, maar dat er geen sociaal project is. Er is dringend een debat nodig over de zin en de inhoud van de Europese Unie, want anders heeft ze nog maar weinig zin. De ratificatie van dit verdrag moet zeker worden voortgezet, maar indien dit niet lukt, moet er misschien gekeken worden welke landen verder willen gaan met een Europees project dat ook een sociaal luik bevat.

De heer Daniel Ducarme, volksvertegenwoordiger, dringt aan opdat alle maatregelen zouden worden getroffen zodat België met haar verschillende beslissingsorganen het Verdrag van Lissabon snel zou kunnen ratificeren. Met het vooruitzicht van het Belgisch voorzitterschap in 2010 is dit natuurlijk bijzonder belangrijk.

Ook al is er een zekere vertraging op het vlak van de ratificatie, deze vertraging zou geen invloed mogen hebben op het benoemen van personen voor de « topjobs » die voorzien zijn in het Verdrag van Lissabon. Het niet respecteren van de vooropgestelde agenda zou negatief zijn voor de publieke opinie en het lijkt best om naar de Europese verkiezingen te gaan met een duidelijk beeld van de situatie.

Mevrouw Mia De Vits, Lid van het Europees Parlement, stelt dat er tijdens deze bijeenkomst van de raad geen echte beslissingen werden genomen, alles werd naar oktober verschoven. Veel belang gaat naar het institutionele, en dat is inderdaad belangrijk, maar de mensen liggen daar niet wakker van. De debatten over het Verdrag van Lissabon zouden van start gaan in het Vlaams Parlement. Er wordt gezegd dat er nog een onenigheid is in het kartel CD&V/NVA over de stem van België in de Raad. Zou dit problemen kunnen opleveren voor de stemming in het Vlaams Parlement ?

De heer Xavier Baeselen, volksvertegenwoordiger, verwachtte op het vlak van de ratificatie niet dat de conclusies zeer verschillend zouden zijn. Het zou verwonderlijk zijn dat de Europese Unie zich plots tegen één van haar lidstaten keert omdat deze een Verdrag niet heeft goedgekeurd. Wat wel onrustwekkend is, is dat andere landen zich nu ook geroepen voelen om zich negatief op te stellen. Zo kunnen er problemen ontstaan in Polen, Tsjechië en misschien in het Verenigd Koninkrijk. Ook in ons land moet er nu vaart worden gemaakt.

De heer Philip Claeys, europarlementslid, stelt dat er geen toekomst meer is voor het Verdrag van Lissabon. Het Verdrag moest ondertekend worden door de 27 lidstaten voor het in werking kon treden. Velen vinden het ondenkbaar dat een paar miljoen Ieren het Verdrag zouden blokkeren voor de hele Unie, maar Ierland is het enige land waar de burger zich via een referendum heeft kunnen uitspreken. Dit heeft eigenlijk meer gewicht dan een ratificatie langs parlementaire weg, vooral omdat het resultaat met een referendum in andere landen waarschijnlijk hetzelfde zou zijn. Het Verdrag is in Kamer en Senaat met een grote meerderheid goedgekeurd, maar er was geen groot publiek debat, weinig media-aandacht en geen rechtstreekse invloed van de kiezers op de beslissing.

Is het de bedoeling om, via het voortzetten van het ratificatieproces, Ierland zodanig te isoleren dat er voor Ierland geen andere keus meer zal zijn dan een nieuw referendum te organiseren ? Wat indien de Ieren opnieuw nee zeggen ?

In België moet het Vlaams Parlement het Verdrag nog goedkeuren. Er is nog onduidelijkheid over het samenwerkingsakkoord en er moet op zeer korte tijd een hoorzitting worden georganiseerd. Dit geeft geen blijk van een serieuze behandeling van het Verdrag van Lissabon in onze parlementen. Waarom moet dit Verdrag er zo snel worden doorgejaagd ?

De heer Philippe Mahoux, senator, erkent dat deze Europese Top geen hoogvlieger was, en dat er een zekere stagnatie is opgetreden in de Europese besluitvorming, maar dit wil niet zeggen dat alles stilligt. Zo zijn de initiatieven die de Europese Commissie bijvoorbeeld heeft genomen op het vlak van de aanvullende ziekteverzekering bijzonder interessant. Institutioneel is er echter een probleem door de niet-ratificatie van het Verdrag van Lissabon. Dit leidt ondermeer tot de vaststelling dat de benoeming van de drie topfuncties in Europa (of 4 of 5, afhankelijk van hoe men de functies invult), niet voor onmiddellijk is. Maar men kan niet blijven uitstellen. Zo zal volgend jaar bijvoorbeeld de nieuwe Commissievoorzitter moeten worden aangeduid. Heeft de heer Barroso ter zake nog enige ambitie ?

Mevrouw Tine Vanderstraeten, volksvertegenwoordiger, is het niet eens met eerder geuite meningen als zou de Europese Raad zich te veel bezig houden met het institutionele. De Raad moet zich hiermee bezighouden, dat is haar primaire taak. Enkel zo kunnen deze problemen worden opgelost. Wat de verschillende procedures in de verschillende lidstaten betreft, moet toch worden benadrukt dat internationaal recht primeert op nationaal (grondwettelijk) recht. Het Verdrag van Lissabon is een wijzigingsverdrag, dus dit ongrondwettelijk beschouwen komt neer op het verwerpen van alle eerdere Europese verdragen.

Mevrouw Alexandra Colen, volksvertegenwoordiger, ziet het Ierse referendum als het zoveelste bewijs van het democratische deficit van Europa. Ook in 2007 (Nederlandse en Franse neen tegen het Grondwettelijk verdrag), 2000 (Ierse neen tegen het Verdrag van Nice) en 1992 (Deense neen tegen Verdrag van Maastricht) was dit het geval. Wordt dit in Europa beschouwd als een kleine hindernis op de weg naar de realisatie van het project van een politieke elite, of gaat men rekening houden met dit ingenomen standpunt ? Niet enkel de neen-stem van Ierland is een probleem, ook de arrogante Europese reactie erop stemt tot nadenken. Daarenboven is er ook in Duitsland een hindernis verschenen, waar een procedure lopende is voor het Grondwettelijke Hof.

De heer François Roelants du Vivier, senator, vraagt of men nog verderwerkt aan de praktische voorbereiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Is er nog hoop dat dit verdrag in werking kan treden voor de verkiezingen in 2009, en indien dit niet het geval is, wat dan met het aantal leden van het Europese Parlement, de samenstelling van de Europese Commissie, de toetreding van Kroatië, enzovoort ? Valt men dan terug op het Verdrag van Nice, of werkt men proactief met het Verdrag van Lissabon ?

De heer Yves Leterme, eerste minister, stelt dat het uitstel van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon ook voordelen heeft. De complexe overgangsmaatregelen die nodig waren om de periode tussen 1 januari 2009 en de Europese verkiezingen in juni te overbruggen, zijn niet meer nodig. Men moet ervan uitgaan dat het Verdrag niet in werking treedt voor deze verkiezingen. De verkiezingen zullen plaatsvinden volgens de bepalingen van het Verdrag van Nice, het mandaat van De heer Solana zal gewoon doorlopen, de nieuw op te richten externe diensten zullen pas worden opgericht bij de inwerkingtreding van het verdrag en het Europees Parlement zal beslissen over de samenstelling van de Europese Commissie.

Wat de ratificatie betreft in België, is het zo dat het Vlaams Parlement garanties wou dat er een samenwerkingsakkoord zou komen tussen de Belgische parlementen inzake de subsidiariteitscontrole. Die garanties zijn er door 2 wetgevende initiatieven van de voorzitters van Kamer en Senaat. Nu moet men er alles aan doen om de ratificatie zo snel mogelijk rond te krijgen.

Het spreekt voor zich dat het tijd wordt om het institutionele debat op Europees niveau even af te sluiten. Maar dit moet dan wel gebeuren met een resultaat. Dat er tijdens deze Europese Top niet dieper is ingegaan op de Ierse problematiek, is overigens gebeurd op vraag van de Ierse collega die een mogelijk Europees standpunt niet teveel wou laten wegen op het publieke debat in Ierland zelf.

b. Voedsel- en energieprijzen

Mevrouw Camille Dieu, volksvertegenwoordiger, stelt dat het lijkt alsof er wat de voedselprijzen betreft, weinig gebeurt. De markten moeten transparanter en beter gereguleerd worden, zodat speculatie op voedselproducten verdwijnt. Het is duidelijk dat er geen eensgezindheid heerst over de verlaging van de BTW op energieprijzen. Toch lijkt dit een goede oplossing, zeker voor bepaalde bevolkingsgroepen. De PS-fractie heeft trouwens een wetsvoorstel ingediend dat speculatie op voedselproducten wil verbieden en er is ook een persoonlijk voorstel om het recht op energie in de grondwet op te nemen als fundamenteel recht.

De heer Daniel Ducarme, volksvertegenwoordiger, vindt het onrustwekkend dat er bij de burgers een zeer grote mobilisatie is wat de stijging van de voedsel- en energieprijzen betreft, terwijl er tijdens de Raad geen sterk en duidelijk mandaat werd gegeven aan de Europese Commissie om dit probleem aan te pakken.

Mevrouw Mia De Vits, Lid van het Europees Parlement, is van oordeel dat er op het vlak van de stijging van de prijzen van voedsel en energie geen duidelijke structurele beslissingen werden genomen. De Europese Unie beweert tegen kartelvorming en prijsafspraken te zijn, maar op het vlak van petroleum staan we tegenover het grootste kartel van de wereld. In Europa zijn de energiemarkten geliberaliseerd, wat moest leiden tot concurrentie en betere prijzen voor de burgers. De burgers hebben nog steeds geen lagere prijzen gezien. In Europa zijn er eerder monopolies ontstaan en er is geen regulator op Europees vlak. Daarnaast hebben de nationale regulatoren steeds minder te zeggen. Zolang er geen evaluatie is van de liberalisering zullen er waarschijnlijk ook geen oplossingen zijn voor deze problematiek. In België is trouwens de deelindex voor de energieprijzen elk jaar de hoogste. Deze bedraagt 26,4 % terwijl hij in Nederland 4,2 % bedraagt.

Wat de voedselprijzen betreft, is er eveneens een probleem. We evolueren meer en meer naar reële prijzen en het stuk van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid dat er in tussenkomt is steeds kleiner. Dat beleid moet eveneens dringend geëvalueerd worden.

Wat wel duidelijk is, is de vraag naar loonmatiging van de werknemers. Naar de financiële speculatie toe is er echter geen duidelijkheid. Op deze manier wordt Europa beschouwd als een bureaucratie dat zich niet bezighoudt met de echte problemen van de mensen.

De heer Bruno Tuybens, volksvertegenwoordiger, stelt dat deze vergadering van de Raad weinig voorstelde. De publieke opinie staat momenteel niet bijzonder positief ten opzichte van Europa en dit soort vergaderingen zonder creativiteit en animo dragen niet bij tot een positiever beeld van de Unie. Er lijkt een gebrek te zijn aan politieke wil en consensus om echt iets voor de mensen te doen. De beslissingen worden uitgesteld tot oktober, maar ondertussen hebben niet alleen de laagste inkomens, maar ook de middeninkomens moeite om hun voeding en energiekosten te kunnen betalen. Als er niets blijft gebeuren, zal het vertrouwen van de burgers steeds blijven zakken.

Waar staat het met de « Millennium Development Goals » en welke onderzoeken naar de verantwoordelijkheden van het bedrijfsleven in Europa zijn er voorzien ? Er wordt ook niet meer gesproken over onderzoek naar speculatie over grondstofprijzen.

De heer Xavier Baeselen, volksvertegenwoordiger, vindt dat de resultaten inzak de prijzenproblematiek zwak zijn. De conclusies bestaan uit een aantal lege zinnen, behalve wanneer het gaat over tijdelijke fiscale maatregelen die volgens de Raad geen oplossing kunnen bieden voor het probleem. Het blijft ook belangrijk dat mensen hun gewoontes aanpassen om minder energie te verbruiken en dat er steeds aandacht moet zijn voor hernieuwbare energie.

Mevrouw Tine Vanderstraeten, volksvertegenwoordiger, vindt dat dit bij uitstek een terrein is waar de Europese Unie kan scoren. Er zijn actieplannen die klaar liggen (onder andere over het klimaat) die rechtstreeks ook kunnen zorgen voor de verhoging van de koopkracht. Het wordt tijd om van de uitvoering ervan werk te maken. In dat opzicht is het bijzonder vreemd dat er opgeroepen wordt om het Franse voorstel ter verlaging van de BTW op brandstoffen, nader te onderzoeken. Dit heeft weinig of geen effect. Een ambitieus klimaatpakket moet de voorrang krijgen.

Op het vlak van de energiemarkt, lijkt de positie van de Europese Raad af te wijken van die van het Europees Parlement. België heeft steeds deze laatste gesteund, hetgeen inhoudt dat moet worden gewerkt aan een verdere ontrafeling van de energiemarkt en een sterke rol voor een onafhankelijke regulator. Is België nog steeds deze mening toegedaan ?

Mevrouw Alexandra Colen, volksvertegenwoordiger, vindt het schrijnend dat een Unie die als één van haar kerntaken heeft het voeren van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, thans tot de conclusie moet komen dat het weinig of niets kan doen tegen de huidige voedselcrisis. Is er al nagedacht over een hervorming van dit landbouwbeleid in deze nieuwe internationale context ?

De heer François Roelants du Vivier, senator, vraagt of er gesproken is over het voorstel van de Europese Commissie om de brandstofreserves van de lidstaten gezamenlijk op Europees niveau te beheren. Dit zou de mogelijkheid bieden om de prijs meer te kunnen drukken. Verder is er in de conclusies niets terug te vinden over het debat rond de nucleaire energie. Is daar nog over gesproken ?

De heer Yves Leterme, eerste minister, vermeldt dat er in de ontwerpconclusies sprake was van fiscale maatregelen. Ondermeer op vraag van België is het woord « fiscale » geschrapt, zodat nu alle maatregelen genomen kunnen worden die nodig zouden zijn. Ook een BTW-verlaging is een mogelijke piste.

Het is niet correct om te beweren dat de Europese Unie nog niets heeft gedaan : de voedselhulp binnen Europa is gestegen, de minimumuitkeringen werden verhoogd, de voedselproduktie in de ontwikkelingslanden wordt extra gesteund, er is het klimaat- en energiepakket, enzovoort.

In de conclusies staat duidelijk vermeld dat de Europese Unie de millenniumdoelstellingen zeker moet nastreven. Dit zijn ambitieuze teksten.

Over het gemeenschappelijk beheer van de brandstofreserves is niets opgenomen in de conclusies.

c. Terrrorismebestrijding, defensie en veiligheid

De heer Daniel Ducarme, volksvertegenwoordiger, merkt op dat terrorisme eveneens op de agenda van de Raad stond. Het is dan ook belangrijk om te pleiten voor het voortzetten van de Veiligheids- en Defensiepolitiek van de Unie. De Ierse nee zou kunnen liggen aan de vrees van de Ieren om hun neutraliteit te verliezen op het vlak van defensiepolitiek, dit argument werd in ieder geval tijdens de campagne gebruikt. Het zou toch eigenaardig zijn dat de Veiligheid- en Defensiepolitiek van de Unie stilligt door de keuze van een land om neutraal te zijn. Er moet op dit vlak dus zeker worden verder gewerkt.

Mevrouw Alexandra Colen, volksvertegenwoordiger, is ervan overtuigd dat de militaire ambities van Europa zoals ingebet in het Verdrag van Lissabon, mee aan de basis liggen van het Ierse neen. In Ierland houdt men immers sterk aan een politiek van neutraliteit.

d. Begroting 2013

De heer Daniel Ducarme, volksvertegenwoordiger, stelt dat de Europese Commissie momenteel bezig is met de voorbereidingen voor de budgetten na 2013. Het lijkt belangrijk dat op dat vlak de nationale parlementen kunnen deelnemen aan de debatten. De budgetten zullen inderdaad afhangen van de prioriteiten die worden vastgelegd.

e. Euromediterrane politiek

De heer Daniel Ducarme, volksvertegenwoordiger, vraagt wat de aanpak en de strategie is van België aangaande het Franse voorstel voor een « Union pour la Méditerannée » ? Er is op Belgisch vlak nog niet veel over dit onderwerp gediscussieerd. Daarom is het onduidelijk wat de prioriteiten zijn voor België en op welke manier ze aan deze Unie zal bijdragen.

De heer Philippe Mahoux, senator, vraagt of er gesproken is over de plaats van de Palestijnse gebieden in deze Euromediterrane Unie. Hoe moet Israël erin worden gebet ? Het is trouwens frappant om vast te stellen dat Europa, dat zo gebrand is op de bescherming van de mensenrechten, thans bereid is om rond de tafel te gaan zitten met Lybië, Syrië en Algerije.

De heer Yves Leterme, eerste minister, vindt dit initiatief bijzonder belangrijk. In het kader van goed nabuurschap hebben Polen en Zweden trouwens een gelijkaardig initiatief voorgesteld ten overstaan van de oostelijke buren van de Europese Unie. Ook België heeft belang in goede relaties met het Middellandse Zee-gebied, en zal hier dan ook aan meewerken.

De heer Karel De Gucht, minister voor Buitenlandse Zaken, merkt op dat het huidige initiatief van president Sarkozy ook had kunnen genomen worden in het kader van het Europese Barcelonaproces. Dit proces heeft steeds geleden onder het feit dat sommige Arabische landen niet aan dezelfde tafel wilden zitten als Israël. Er kan worden gevreesd dat dit probleem zich ook in het nieuwe initiatief zal manifesteren.

Op zich is het een goed idee, maar er moet vermeden worden dat men dubbel werk gaat doen. Oorspronkelijk zouden enkel de oeverlanden van de Middellandse Zee worden uitgenodigd. Thans, na kritiek van onder andere Duitsland, worden ook de andere lidstaten van de Europese Unie betrokken.

De Raad algemene Zaken van de Europese Unie heeft nog eens duidelijk gesteld dat Israël werk moet maken van het oplossen van onverenigbaarheden in de eigen politiek. Men kan geen duurzame oplossing nastreven indien men niet wil afstappen van de nederzettingenpolitiek.

Dit leidt vaak tot zeer concrete gevolgen voor het Europese beleid. Zo kunnen de produkten die geproduceerd zijn in deze grotendeels illegale nederzettingen, ook genieten van de douanevrije invoer in de Europese Unie. Dit zou eigenlijk niet mogen kunnen. Er is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor het Europees Parlement die de nodige bevoegdheden heeft om hier iets aan te doen, door bijvoorbeeld het fiscale gunstregime voor deze produkten af te schaffen.

f. Olympische Spelen

De heer Bruno Tuybens, volksvertegenwoordiger, merkt op dat er beslist is om Prins Filip toch naar China te sturen voor de Olympische Spelen, terwijl er vanuit verschillende hoeken gepleit werd om dit niet te doen. Het lijkt hier opportuun om te herhalen dat in 2001 China zelf had voorgesteld om de mensenrechten te verbeteren en dat daar vandaag niet veel van terecht is gekomen. Wat is daar tijdens de bijeenkomst van de Raad over gezegd ?

De heer Xavier Baeselen, volksvertegenwoordiger, is van oordeel dat er dringend nood is aan een gemeenschappelijke Europese houding op het vlak van de politieke boycot van de Olympische Spelen. Is er tijdens de top een poging geweest om deze kwestie te bespreken ?

De heer Philippe Mahoux, senator, roept op om niet te veel gewicht te leggen op de schouders van de kroonprins in Beijing. Hij moet niet de enige zijn om België te vertegenwoordigen. In dit opzicht zou het overigens interessant zijn te weten wie de Europese Unie zal vertegenwoordigen ?

De heer Yves Leterme, eerste minister, bevestigt dat normaal gezien De heer Sarkozy de Europese Unie zal vertegenwoordigen als voorzitter op dat ogenblik. In de Europese Raad is dit niet besproken, temeer omdat vele landen reeds een delegatie van hoog niveau hadden aangeduid. België heeft dan ook beslist om een gelijkaardige delegatie uit te sturen. De eerste minister zal zelf ook een aantal dagen de Olympische Spelen bijwonen, en vermoedelijk aanwezig zijn bij de sluitingsceremonie.

g. Justitie, vrijheid en veiligheid

De heer Xavier Baeselen, volksvertegenwoordiger, stelt vast dat er in de conclusies toch vooruitgang is geboekt in het domein van vrijheid, justitie en veiligheid. Er worden in het document een aantal ideeën bevestigd, waaronder de terugkeer-richtlijn. De Europese Unie heeft nood aan een Europees asiel- en migratiebeleid. Dit is een probleem waar de burger wel mee bezig is en de Europese Unie kan op dat vlak een antwoord bieden aan haar burgers.

De heer Philippe Mahoux, senator, vindt het huidige voorstel dat ondermeer een vasthouding van 18 maanden zou inhouden, schandalig en veel te verregaand. Wat is er tijdens de Europese Raad hierover gezegd ?

Mevrouw Tine Vanderstraeten, volksvertegenwoordiger, merkt op dat Europa inzake migratie mooie woorden spreekt, maar weinig daden verricht. Al te veel wordt de nadruk gelegd op de controle aan de buitengrenzen, waarbij de andere aspecten van deze problematiek worden genegeerd.

De heer François Roelants du Vivier, senator, stelt dat vele maatregelen die thans worden voorgesteld, niet kunnen worden beslist zonder dat het Verdrag van Lissabon in werking is getreden. Kan men dan terugvallen op het Verdrag van Nice met de passerelleclausules, versterkte samenwerkingsmechanismen, enzovoort ? Wat zijn trouwens de Belgische prioriteiten in al deze voorstellen ?

De heer Yves Leterme, eerste minister, benadrukt dat er op dit ogenblik een richtlijn is aangaande de terugkeer. Deze richtlijn is goedgekeurd door Raad en Parlement, en thans moeten de lidstaten deze toepassen. Ook België heeft zich ernaar te schikken.

De voorzitters-rapporteurs,
Anne DELVAUX (S).
Herman DE CROO (K).

BIJLAGE


RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Brussel, 19 en 20 juni 2008

CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

Hierbij gaan voor de delegaties de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad te Brussel (19/20 juni 2008).

De bijeenkomst van de Europese Raad werd voorafgegaan door een uiteenzetting van de heer Hans-Gert Pöttering, voorzitter van het Europees Parlement, gevolgd door een gedachtewisseling.

VERDRAG VAN LISSABON

1. De Europese Raad heeft nota genomen van de voorbereidende werkzaamheden die inaansluiting op zijn conclusies van december 2007 zijn verricht.

2. De Europese Raad heeft nota genomen van de uitslag van het referendum dat in Ierland over het Verdrag van Lissabon is gehouden en heeft op basis van een eerste evaluatie van de eerste minister (Taoiseach), de heer Brian Cowen, de stand van zaken opgemaakt.

3. De Europese Raad was het erover eens dat er meer tijd nodig is om de situatie te analyseren. Hij nam er nota van dat de Ierse regering zowel in eigen land als met de andere lidstaten actief overleg wil voeren om tot gemeenschappelijke oplossingen te komen.

4. De Europese Raad herinnerde eraan dat het doel van het Verdrag van Lissabon is de uitgebreide Unie te helpen efficiënter en democratischer te functioneren, en wees erop dat de parlementen in 19 lidstaten het Verdrag hebben geratificeerd en dat het ratificeringsproces in de andere landen (1) verder gaat.

5. De Europese Raad stemde in met het Ierse voorstel om tijdens zijn bijeenkomst op 15 oktober 2008 op deze kwestie terug te komen om de koers voor de toekomst te bespreken. Hij benadrukte hoe belangrijk het is om intussen concrete resultaten te blijven boeken op de verschillende beleidsgebieden die de burgers aan het hart gaan.

VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

6. De versterking van de EU als een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is een topprioriteit voor de burgers. De Europese Raad roept het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op alles in het werk te stellen opdat belangrijke wetgevingsvoorstellen die op dit gebied nog in behandeling zijn, op korte termijn, dan wel, in voorkomend geval, voor het eind van de huidige wetgevingsperiode kunnen worden aangenomen.

7. De Europese Raad heeft in december van vorig jaar onderstreept dat er een hernieuwd politiek engagement nodig is met het oog op de ontwikkeling van een integraal Europees migratiebeleid. Sindsdien is aanzienlijke vooruitgang geboekt, met name wat de ontwikkeling van een strategie voor geïntegreerd grensbeheer en de intensivering van de samenwerking met derde landen betreft. De inspanningen op dit gebied moeten in de komende maanden opgevoerd worden teneinde de coherentie en doeltreffendheid van het migratiebeleid te verbeteren. In die optiek is de Europese Raad ingenomen met de door de Commissie ingediende mededeling « Een gemeenschappelijk immigratiebeleid voor Europa : beginselen, acties en instrumenten » en ziet hij uit naar het voorstel voor een pact inzake immigratie en asiel dat het aantredende Franse voorzitterschap binnenkort zal indienen.

8. De Europese Raad benadrukt de onderlinge verbanden tussen migratie, werkgelegenheid en ontwikkeling alsook het belang van bestrijding van de voornaamste pull-factoren van illegale immigratie. Hij roept de Raad op om de besprekingen te intensiveren met het oog op de aanneming van de voorstellen betreffende de toelating van onderdanen van derde landen die hooggekwalificeerde arbeid komen verrichten, betreffende de sancties tegen werkgevers van illegale immigranten en betreffende één enkele aanvraagprocedure voor vergunningen en een gemeenschappelijk pakket rechten voor onderdanen uit derde landen.

9. De Europese Raad is ingenomen met de conclusies van de Raad van april 2008 over praktische samenwerking op asielgebied en met de mededeling van de Commissie « beleidsplan inzake asiel : een geïntegreerde aanpak van bescherming in de hele EU ». Hij acht verdere vorderingen met het toekomstig gemeenschappelijk Europees asielstelsel dringend nodig, opdat dit uiterlijk in 2010 kan worden verwezenlijkt.

10. De Europese Raad onderstreept dat de strategie voor een geïntegreerd grensbeheer verder ontwikkeld moet worden, met oog voor de bijzondere druk die sommige lidstaten moeten weerstaan en een billijke spreiding van de verantwoordelijkheden. Er moet snel vooruitgang geboekt worden in de ontwikkeling van FRONTEX, onder meer door de verbetering van de operationele coördinatie. Het beheer van de buitengrenzen moet met behulp van moderne technologieën worden verbeterd. De Commissie wordt verzocht om uiterlijk begin 2010 voorstellen in te dienen voor een in- en uitreissysteem en een systeem van geregistreerde reizigers. De Europese Raad ziet uit naar de verwachte studies en eventuele wetgevingsvoorstellen inzake een elektronisch systeem voor reisvergunningen en de invoering van een Europees grensbewakingssysteem. De Europese Raad verzoekt de Commissie de inspanningen met betrekking tot deze kwesties op te voeren en snel verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang en mogelijke verdere stappen, om de algehele strategie ten spoedigste te kunnen uitzetten en ontplooien.

11. De Europese Raad herhaalt dat een effectief terugkeer- en overnamebeleid nodig is. Hij verheugt zich over de vorderingen die zijn gemaakt met het voorstel inzake gemeenschappelijke normen op dit gebied en onderstreept het belang van een intensievere samenwerking met derde landen inzake overname, ook middels het nakomen van verplichtingen uit hoofde van bestaande instrumenten; hij benadrukt derhalve dat er met alle belangrijke landen van herkomst en doorgang dringend overnameovereenkomsten gesloten moeten worden.

12. De Europese Raad onderschrijft de conclusies van de Raad van 16 juni over de versterking van de totaalaanpak van migratie en benadrukt hoe belangrijk het is om de dialoog, het partnerschap en de samenwerking met derde landen met betrekking tot migratieaangelegenheden op een geografisch evenwichtige wijze voort te zetten. De totaalaanpak moet verder worden ontwikkeld, met name door het creëren van concrete instrumenten, zoals migratiemissies, samenwerkingplatforms, mobiliteitspartnerschappen en migratieprofielen. In dit verband verwelkomt de Europese Raad de start van proefpartnerschappen voor mobiliteit met Kaapverdië en de Republiek Moldavië en kijkt hij uit naar de opening van de dialoog over dergelijke partnerschappen met Georgië en Senegal. De Commissie wordt verzocht de partnerschappen voor mobiliteit te evalueren en uiterlijk in juni 2009 verslag uit te brengen over de resultaten.

13. De Europese Raad neemt nota van de aanzienlijke vooruitgang die in de laatste maanden is geboekt met de uitvoering van de terrorismebestrijdingsstrategie van de Unie, maar benadrukt dat de inspanningen om het terrorisme te bestrijden opgevoerd moeten worden, met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten. In dit verband verheugt het de Europese Raad dat de coördinator voor terrorismebestrijding de ontplooiing van de terrorismebestrijdingsstrategie van de EU met zijn recente verslag en aanbevelingen een nieuwe impuls heeft gegeven. De Europese Raad verzoekt de Commissie om haar werk ter voorkoming van radicalisering en de rekrutering van terroristen voort te zetten. In haar samenwerking met derde landen moet de Unie ook een nuttige bijdrage leveren aan het voorkomen van de rekrutering van terroristen, met name door het verlenen van technische bijstand op het gebied van onderwijs, mensenrechten, rechtsstatelijkheid, civiele samenleving en governance. De Commissie wordt verzocht haar aandacht vooral te richten op landen in Noord-Afrika en de Sahel en in Zuid-Azië.

14. Een efficiënte preventie van terrorisme en zware criminaliteit vereist dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de EU toegang hebben tot de relevante informatie. De Europese Raad benadrukt derhalve dat er bij de toepassing van het beginsel van beschikbaarheid een gecoördineerde en coherente aanpak moet worden gevolgd, die is gericht op een efficiënt gebruik van informatietechnologie en informatienetwerken. Men is het erover eens geworden om de bepalingen van het Verdrag van Prüm betreffende informatie-uitwisseling op te nemen in het rechtskader van de Unie, maar er moeten nog verdere initiatieven ter verbetering van de uitwisseling van informatie worden bestudeerd, met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens.

15. In maart 2008 is de uitbreiding van het Schengengebied met negen lidstaten afgerond met de afschaffing van de controles aan de interne luchtgrenzen, hetgeen bijdraagt tot een grotere mobiliteit zonder dat de veiligheid van de burgers van de EU wordt aangetast. De Europese Raad is verheugd over de inwerkingtreding van de Schengen-associatieovereenkomst met Zwitserland en de ondertekening van het Protocol met Liechtenstein. Hij dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan nauw samen te werken en voldoende middelen uit te trekken om ervoor te zorgen dat SIS II in september 2009 operationeel wordt. Hij verzoekt de Commissie oplossingen voor te stellen voor het langetermijnbeheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht.

16. De Europese Raad verwelkomt het initiatief tot geleidelijke invoering van een eenvormig E-justitieportaal van de EU, dat eind 2009 gereed moet zijn.

17. De Europese Raad, die in zijn conclusies van juni 2007 heeft verwezen naar de algemene overeenstemming over het kaderbesluit inzake de bestrijding van bepaalde vormen van racisme en vreemdelingenhaat, is verheugd dat de eerste Europese hoorzitting over misdaden begaan door totalitaire regimes heeft plaatsgevonden en onderkent dat op deze weg moet worden voortgegaan.

18. De Europese Raad verwelkomt het akkoord dat is bereikt over de richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de richtlijn inzake verontreiniging vanaf schepen. De Europese Raad herhaalt dat het belangrijk is dat in de gehele EU een hoog niveau van milieubescherming wordt bereikt. Hij is ook verheugd over de vlotte vaststelling van het kaderbesluit inzake de versterking van de procedurele rechten in processen waarbij de verdachte niet in persoon aanwezig is, dat de procedurele waarborgen op strafrechtelijk gebied versterkt.

19. De inspanningen ter versterking van de justitiële samenwerking in civiele zaken, waaronder het familierecht, moeten worden voortgezet, gezien het positieve effect dat deze samenwerking voor burgers in hun dagelijks leven kan hebben. Er zijn belangrijke wetgevingsbesluiten aangenomen betreffende bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken, het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, en de ouderlijke verantwoordelijkheid en de bescherming van kinderen, maar er moet nog meer worden gedaan. De Europese Raad doet derhalve een oproep om de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen voor eind 2008 aan te nemen en om snel een politieke oplossing te vinden voor de verordening betreffende de bevoegdheid en het toepasselijk recht in huwelijkszaken. De Commissie wordt verzocht om voor het eind van 2008 een voorstel inzake het erfrecht in te dienen.

20. De Europese Raad onderstreept de noodzaak om snel werk te maken van het project voor een gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees contractenrecht.

21. De rol van Eurojust en Europol moet worden versterkt en de samenwerking tussen beide agentschappen moet worden verbeterd, zodat de grensoverschrijdende zware criminaliteit beter kan worden bestreden. De Europese Raad benadrukt het belang van het in de Raadszitting van april 2008 bereikte akkoord over het besluit tot oprichting van Europol en doet een oproep om dit besluit spoedig formeel aan te nemen overeenkomstig het in juni 2007 overeengekomen tijdschema. De Europese Raad dringt er bij de Raad op aan zijn besprekingen over het ontwerp-besluit van de Raad betreffende de versterking van Eurojust snel af te ronden, zodat dit voor eind 2008 formeel kan worden aangenomen.

22. De Europese Raad onderstreept dat de samenwerking met derde landen en internationale organisaties, met name de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, de Raad van Europa en de Verenigde Naties, moet worden versterkt.

23. De Europese Raad spreekt zijn krachtige steun uit voor het doel om alle lidstaten van de EU zo spoedig mogelijk te doen deelnemen aan het visum vrijstellingsprogramma van de VS, zodat alle EU-burgers in volledige wederkerigheid zonder visum kunnen reizen en gelijk worden behandeld, zoals reeds het geval is voor burgers van de VS die het grondgebied van de lidstaten binnenkomen.

24. De Europese Raad is ingenomen met de huidige inspanningen om het vermogen van de Unie inzake rampenbeheersing te versterken, en benadrukt dat rampenbeheersing een gecoördineerde aanpak behoeft. Hij verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten om deze werkzaamheden met vaart voort te zetten.

BELEIDSCONSEQUENTIES VAN DE HOGE VOEDSEL- EN OLIEPRIJZEN

25. De recente sterke stijging van de grondstoffenprijzen baart zorgen, zowel binnen de Unie, met name voor huishoudens met een laag inkomen, als daarbuiten, in het bijzonder voor ontwikkelingslanden die netto-importeurs van voedsel en/of olie zijn. Het is een complex verschijnsel met vele achterliggende oorzaken en gevolgen, dat het beleid van de EU op alle terreinen treft. De Europese Raad is ingenomen met de Commissiemededelingen over deze beide aangelegenheden.

26. In de landbouwsector heeft de Unie reeds maatregelen genomen om de druk op de voedselprijzen te matigen door de verkoop van interventievoorraden, de verlaging van de uitvoerrestituties, de opheffing van de braakleggingsverplichting voor 2008, de verhoging van de melkquota en de schorsing van invoerrechten op granen, waardoor het aanbod toeneemt en tot stabilisatie van de landbouwmarkten wordt bijgedragen.

27. De opeenvolgende hervormingen van het GLB hebben de marktgerichtheid ervan verbeterd, het aantal aanbodbeheersingsmaatregelen verminderd en ervoor gezorgd dat de EU-landbouwers beter op prijsontwikkelingen reageren. Het is van belang de marktgerichtheid van de landbouw verder te verbeteren en de EU-landbouwers aldus in staat te stellen beter te reageren op marktsignalen. Tevens moet een eerlijke mededinging worden gegarandeerd en moet de landbouw overal in de EU duurzamer worden en een adequate voedselvoorziening garanderen. In de context van de « check-up » van het GLB zal de Raad zich beraden op verdere stappen om deze aspecten aan te pakken.

28. Er moet verder werk worden gemaakt van innovatie, onderzoek en ontwikkeling van de landbouwproductie, met name om de energie-efficiëntie, de groei van de productiviteit en het vermogen om zich aan de klimaatverandering aan te passen, te versterken.

29. Een aantal lidstaten is doende kortetermijnmaatregelen in te voeren om de gevolgen van de recente ontwikkelingen van de voedselprijzen voor huishoudens met een laag inkomen te verlichten. Teneinde verstoringen van prijssignalen alsmede grootschalige tweederonde- effecten op lonen en prijzen te voorkomen, moet het gaan om doelgerichte korte-termijnmaatregelen.

30. De Europese Raad is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de restrictieve regulering van de detailhandel te onderzoeken in de context van de evaluatie van de interne markt. De Europese Raad is ook ingenomen met het voornemen van de Commissie om de activiteiten op de grondstoffengerelateerde financiële markten, met inbegrip van speculatieve handel, en het effect ervan op de prijsontwikkeling, alsmede eventuele beleidsimplicaties, nauwlettend in het oog te houden. Hij verzoekt de Commissie om vóór de bijeenkomst van de Europese Raad in december 2008 daarover verslag uit te brengen en te overwegen passende beleidsmaatregelen voor te stellen, onder andere maatregelen om de transparantie van de markt te verbeteren.

31. Het is belangrijk dat de duurzaamheid van het biobrandstoffenbeleid wordt gewaarborgd door duurzaamheidscriteria vast te stellen voor de productie van biobrandstoffen van de eerste generatie en de ontwikkeling van uit bijproducten gewonnen biobrandstoffen van de tweede generatie te stimuleren. Ook de mogelijke effecten op landbouwproducten die voor de voeding bestemd zijn, moeten snel worden beoordeeld en in voorkomend geval moeten maatregelen worden genomen om het beleid bij te sturen. Ook moeten de ecologische en de sociale gevolgen van de productie en het verbruik van biobrandstoffen, zowel binnen als buiten de Unie, nader worden beoordeeld. De Europese Raad acht het van groot belang dat in dit verband de coördinatie met de internationale partners van de EU wordt gestimuleerd.

32. De hoge voedselprijzen betekenen vooral voor de ontwikkelingslanden een zware belasting. Ze hebben ernstige gevolgen voor de situatie van de armste bevolkingsgroepen in de wereld, en dreigen het halen van alle millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG's) te vertragen. Daarom moet de Europese Unie actie ondernemen vanuit het oogpunt van ontwikkelingshulp en humanitaire bijstand. De Europese Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om met een voorstel te komen voor een nieuw fonds ter ondersteuning van de landbouw in ontwikkelingslanden, dat binnen het kader van de huidige financiële vooruitzichten kan worden gefinancierd. De Unie zal hierbij in nauwe samenwerking met de Verenigde Naties en andere internationale organisaties en in het kader van het eigen beleid en de eigen strategieën van de partnerlanden te werk gaan.

33. De EU verstrekt reeds aanzienlijke voedselhulp en humanitaire hulp in veel van de meest kritieke gebieden en zal middelen vrijmaken om naast voedselhulp ook vangnetten voor arme en kwetsbare bevolkingsgroepen te financieren.

34. De EU zal zich inzetten voor een beter gecoördineerde internationale respons voor de langere termijn op de huidige voedselcrisis, met name in de context van de VN, de internationale financiële instellingen en de G8. Zij is dan ook verheugd over de oprichting door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties van de task force op hoog niveau voor de mondiale voedselzekerheidscrisis. De EU is vastbesloten haar aandeel te leveren in de uitvoering van de verklaring die op 5 juni 2008 te Rome op de FAO-Conferentie op hoog niveau over de mondiale voedselzekerheid overeengekomen is.

35. De EU zal haar beleidsdialoog met derde landen op transparante wijze gebruiken om de beperkingen en verboden op de uitvoer van voedselproducten te ontmoedigen. Zij zal deze kwestie tevens in de WTO en andere relevante internationale fora ter sprake brengen. Voorts zal de EU naar een ambitieuze, evenwichtige en alomvattende afronding van de Doha-ronde blijven streven.

36. De EU zal een kordate reactie ondersteunen om het aanbod van landbouwproducten in de ontwikkelingslanden te vergroten, en zal met name zorgen voor de nodige financiële middelen voor landbouwproductiemiddel en en voor bijstand bij het gebruik van instrumenten voor marktgebaseerd risicobeheer. Zij zal haar steun voor publieke en particuliere investeringen in de landbouw aanzienlijk opvoeren en zal meer in het algemeen ontwikkelingslanden aanmoedigen een beter landbouwbeleid te ontwikkelen, met name om de voedselzekerheid te ondersteunen en de regionale integratie te versterken. Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar kleine boeren en naar meer energie-efficiëntie.

37. De Europese Raad uit zijn bezorgdheid over de aanhoudende stijging van de olie- en gasprijzen en over de maatschappelijke en economische gevolgen daarvan. Maatregelen kunnen worden overwogen om het effect van hogere olie- en gasprijzen voor de armere bevolkingslagen te verzachten, maar moeten kortlopend en doelgericht blijven. De Europese Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een aantal kortetermijn-maatregelen voor te stellen die erop zijn gericht het langetermijnproces betreffende de herstructurering van de visserijsector te ondersteunen. Verstorende fiscale en andere beleidsinterventies moeten worden vermeden, aangezien die beletten dat de economische actoren de noodzakelijke aanpassingen doorvoeren. De Europese Raad verzoekt het aantredende voorzitterschap om, in samenwerking met de Commissie, een onderzoek in te stellen naar de haalbaarheid en het effect van maatregelen die de gevolgen van plotselinge prijsstijgingen van olie en gas kunnen verzachten, en daarover voor de Europese Raad in oktober verslag uit te brengen.

38. Deze ontwikkelingen wijzen erop dat het klimaat- en energiepakket snel moet worden aangenomen. Dat pakket omvat immers tal van elementen die verlichting in de situatie kunnen brengen. Verdere inspanningen om de energie-efficiëntie en de energiebesparingen te vergroten en de energievoorziening in de EU te diversifiëren zijn van essentieel belang. Met name voor nieuwe technologieën is in dat opzicht een belangrijke rol weggelegd. De Europese Raad verzoekt de lidstaten, de Commissie en de Europese Investeringsbank steun te geven aan maatregelen die huishoudens en de industrie helpen te investeren in energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, alsook een milieuvriendelijker gebruik van fossiele brandstoffen. De Europese Raad spoort de lidstaten en de Commissie aan de uitvoering van het actieplan van 2006 inzake energie-efficiëntie voortvarend voort te zetten en een mogelijke aanpassing daarvan te overwegen. Hij neemt er ook nota van dat de Commissie binnenkort met voorstellen tot herziening van de richtlijn betreffende energiebelasting en de richtlijn betreffende het Eurovignet zal komen.

39. Andere maatregelen moeten met spoed worden behandeld, in het bijzonder om de concurrentie op de energiemarkten en de modernisering van de vervoerssystemen, metinbegrip van de ontwikkeling van alternatieve technologieën zoals elektrische voertuigen, te bevorderen, alsmede om de oliemarkten transparanter te maken mede wat de olievoorraden betreft. De dialoog met de olie- en gasmaatschappijen, met de producerende landen en met de importerende ontwikkelingslanden moet worden geïntensiveerd, zowel op Europees als op internationaal niveau, om ervoor te zorgen dat aan de aanbodzijde beter wordt ingespeeld op de marktbehoeften en om de randvoorwaarden voor investeringen in exploratie, productie, raffinagecapaciteit en alternatieve energiebronnen te verbeteren. In dit verband verheugt de Europese Raad zich over het besluit van Saudi-Arabië om op 22 juni in Djeddah een bijeenkomst te beleggen tussen de olieproducerende en de olieconsumerende landen.

40. De Europese Raad neemt in het bijzonder nota van het voornemen van de Commissie om de ontwikkeling van de voedsel- en de olieprijzen in Europa en internationaal in het oog te houden, en ziet uit naar het verslag over de ontwikkeling van de situatie dat de Commissie tegen de bijeenkomst van de Europese Raad in december 2008 zal presenteren. De Europese Raad moedigt de Commissie ertoe aan ook de ontwikkelingen op andere grondstoffengerelateerde markten in het oog te houden. Aangezien de hoge voedsel- en energieprijzen gevolgen hebben op een groot aantal beleidsterreinen, verzoekt de Europese Raad de RAZEB om de werkzaamheden in de betrokken Raadsformaties over dit onderwerp van nabij te volgen en in oktober 2008 verslag uit te brengen.

ECONOMISCHE, SOCIALE EN MILIEUAANGELEGENHEDEN

41. Ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het historische besluit om de euro te lanceren en van de oprichting van de Europese Centrale Bank prijst de Europese Raad het opmerkelijke succes dat de economische en monetaire unie in het eerste decennium heeft gekend. Dit succes moet de solide basis zijn voor de confrontatie met de economische uitdagingen die ons te wachten staan. De Europese Raad roept de Raad op zich, in het licht van de mededeling van de Commissie over « EMU@10 », te beraden op de vraag hoe het economisch kader van de EMU versterkt kan worden, zodat het potentieel en de voordelen van de euro ten volle benut kunnen worden.

42. De Europese Raad feliciteert Slowakije met de sinds zijn toetreding tot de EU verwezenlijkte convergentie, die is gebaseerd op een gezond economisch en financieel beleid, en is verheugd dat Slowakije aan alle in het Verdrag vastgestelde convergentiecriteria voldoet. In dit verband juicht de Europese Raad het voorstel van de Commissie toe dat Slowakije de euro op 1 januari 2009 zou invoeren.

43. De Europese Raad neemt er nota van dat de internationale financiële markten tekenen van stabilisatie te zien geven, al blijft de situatie over het algemeen nog kwetsbaar. De implementatie, in de geactualiseerde versie, van het alomvattende plan van aanpak dat in oktober naar aanleiding van de beroering op de financiële markten is goedgekeurd, verloopt naar wens en zou eind 2008 afgerond moeten zijn. De Europese Raad verzoek de Raad de situatie van nabij te volgen.

44. De EU is vastbesloten om in internationaal verband het voortouw te blijven nemen op het vlak van klimaatverandering en energie. De Europese Raad is verheugd over de vooruitgang die tijdens de onderhandelingen in april te Bangkok en in juni 2008 te Bonn is geboekt met betrekking tot een ambitieuze, wereldwijde, brede overeenkomst inzake de klimaatverandering voor de periode na 2012. Er moet meer vaart gezet worden achter die onderhandelingen om in 2009 in Kopenhagen tot een akkoord te kunnen komen dat strookt met de beoogde temperatuurstijging van maximaal 2 graden Celsius. Teneinde tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2009 tot een EU-standpunt te komen, wordt de Commissie verzocht een algehele strategie te presenteren ter intensivering van de financierings- en investeringsstromen ten behoeve van mitigatie en adaptatie overeenkomstig het actieplan van Bali, met inbegrip van mechanismen voor onderzoek naar en ontwikkeling in, en verspreiding en overdracht van koolstofarme technologie.

45. Om op internationaal vlak haar voortrekkersrol en haar geloofwaardigheid te kunnen behouden moet de Europese Unie snel tot overeenstemming komen over haar klimaat- en energiepakket. De Europese Raad is derhalve ingenomen met de vooruitgang die tot dusver is geboekt met de verschillende voorstellen van het wetgevingspakket aangaande klimaat en energie, en dringt er bij de Raad op aan met het Europees Parlement nauw samen te werken aan een akkoord, met inachtneming van de tijdslimieten die in de bijeenkomst van maart 2008 zijn vastgesteld. De Europese Raad roept de Commissie op om zo spoedig mogelijk te komen met een mechanisme om de investeringen door de lidstaten en de particuliere sector te stimuleren teneinde ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2015 een 12-tal demonstratiecentrales voor commerciële stroomopwekking met afvang en opslag van kooldioxide worden gebouwd en operationeel zijn, zoals de Europese Raad in het voorjaar van 2007 is overeengekomen. De Europese Raad wijst in dit verband nogmaals op de noodzaak van een coherent beleid en maatregelen die de synergieën in verband met energie en klimaatverandering in alle betrokken economische sectoren, met inbegrip van de vervoerssector, benutten.

46. De Europese Raad verheugt zich over de brede consensus die bereikt is met betrekking tot de essentiële onderdelen van het pakket wetgeving voor de interne energiemarkt, en met name over een daadwerkelijke scheiding tussen leverings- en productiediensten, enerzijds, en netwerkexploitatie, anderzijds, in de gas- en de elektriciteitssector. De Europese Raad verzoekt de Raad en het Europees Parlement om voor het einde van de huidige zittingsperiode tot een definitief akkoord over het pakket te komen.

47. De Europese Raad is ingenomen met de geslaagde afloop van de negende vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, die een mijlpaal vormt op de weg naar het voor 2010 gestelde doel.

48. In aansluiting op het politiek akkoord dat de Raad bereikt heeft over de richtlijn inzake arbeidstijd en de richtlijn betreffende de arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten, verzoekt de Europese Raad de Raad en het Europees Parlement om voor het einde van de huidige zittingsperiode tot een evenwichtig definitief akkoord over beide richtlijnen te komen.

49. De Europese Raad ziet uit naar het resultaat van de evaluatie door de Commissie van de bestaande beleidskaders en -instrumenten die de sociale insluiting van de Romabevolking moeten verbeteren, alsook naar de komende conferentie die begin september aan dit vraagstuk gewijd zal zijn. Hij verzoekt de Raad hiermee bij de bespreking van de herziene sociale agenda rekening te houden. De Europese Raad zal nog dit jaar op deze kwestie terugkomen.

50. De Europese Raad onderstreept hoe belangrijk het is de verschillen in gezondheid en levensverwachting tussen en binnen lidstaten op te heffen en op het vlak van belangrijke chronische niet-overdraagbare ziekten preventie-activiteiten te ontplooien. In dit verband is hij ingenomen met de conclusies van de Raad betreffende het terugdringen van kanker, waarmee een bijdrage geleverd kan worden tot het verwezenlijken van deze doelstellingen.

51. De Europese Raad spreekt zijn waardering uit voor het besluit betreffende de EIT in Budapest. Dit zal het instituut in staat stellen snel te beginnen werken aan de bevordering van Europese innovatie. In dat verband herinnert de Europese Raad aan de conclusies van de vertegenwoordigers van de lidstaten, op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders, op 13 december 2003 te Brussel bijeen, waarin aan de nieuw toegetreden lidstaten voorrang wordt verleend bij de verdeling van de vestigingsplaatsen van de bureaus of agentschappen van de Gemeenschap in de toekomst. De vestigingsplaatsen van toekomstige bureaus of agentschappen moeten bij voorrang worden toegewezen aan de lidstaten die na 2004 tot de Unie zijn toegetreden, waarbij passende prioriteit uitgaat naar de lidstaten waar nog geen EU-bureau of agentschap gevestigd is.

WESTELIJKE BALKAN

52. De Europese Raad betuigt opnieuw zijn volledige steun voor het Europees perspectief van de Westelijke Balkan, als vervat in de agenda van Thessaloniki en de verklaring van Salzburg. Verwijzend naar zijn conclusies van december 2006 beklemtoont de Europese Raad dat, met een flinke vooruitgang in de economische en politieke hervormingen en de vervulling van de gestelde voorwaarden en eisen, de resterende potentiële kandidaten in de Westelijke Balkan de status van kandidaat-lidstaat moeten kunnen krijgen, elk op grond van zijn eigen merites, met het EU-lidmaatschap als einddoel. Het uitzicht op EU-lidmaatschap blijft essentieel voor de stabiliteit, de verzoening en de toekomst in de Westelijke Balkan.

53. Het stabilisatie- en associatieproces blijft het kader voor het Europese traject van de Westelijke Balkan. De vorderingen die de laatste jaren vooral middels het sluiten van stabilisatie- en associatieovereenkomsten geboekt zijn, moeten nu verder geconsolideerd worden.

54. Het verheugt de Europese Raad dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt met het faciliteren van de contacten van mens tot mens voor de landen in de regio. In dit opzicht is de Europese Raad ingenomen met de geslaagde start van de dialoog over visumliberalisering met Servië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Albanië en Bosnië en Herzegovina, op basis van stappenplannen met heldere en realistische ijkpunten. De Europese Raad onderschrijft tevens de verklaring over de Westelijke Balkan in bijlage dezes.

55. De Europese Raad wijst andermaal op het belang van regionale samenwerking en goed nabuurschap. Hij prijst de omvorming van het Stabiliteitspact tot de Raad voor regionale samenwerking, en roept de regio op om haar eigen inbreng verder op te voeren zoals is besproken op de onlangs gehouden ministeriële ontmoeting van het Zuidoost-Europees Samenwerkingsproces in Sofia en de daarop volgende topontmoeting in Pomorie.

56. De Europese Raad onderstreept dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië eind dit jaar verdere vorderingen kan maken in de richting van de EU, mits voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in de conclusies van de Europese Raad van december 2005, de politieke criteria van Kopenhagen, en de kernprioriteiten van het Toetredingspartnerschap van februari 2008. Het in stand houden van goede nabuurschapsbetrekkingen, met inbegrip van een door onderhandelingen bereikte, wederzijds aanvaardbare oplossing voor de naamskwestie, blijft essentieel. In dit verband neemt de Europese Raad nota van de conclusies van de RAZEB van 16 juni 2008. Het verheugt de EU dat Albanië heeft toegezegd de voorwaarden te zullen scheppen voor het houden van vrije, eerlijke en democratische verkiezingen in 2009. Even belangrijk zijn verdere inspanningen met betrekking tot de institutionele capaciteit in het openbaar bestuur, voor de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en in het gerechtelijk apparaat. De Europese Raad neemt nota van de vooruitgang die Montenegro heeft geboekt en moedigt het land aan zich te blijven toeleggen op het opbouwen van de bestuurscapaciteit, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, het consolideren van de instellingen en het hervormen van het gerechtelijk apparaat conform zijn grondwet. Willen Albanië en Montenegro de volgende fase in hun respectieve betrekkingen met de EU ingaan, dan moeten zij overtuigende resultaten laten zien bij de uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst. De Europese Raad verwelkomt de recente ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst met Bosnië en Herzegovina, voor dat land een belangrijke stap op weg naar Europa. Bosnië en Herzegovina moet de uitvoering van het hervormingsproces onverwijld voortzetten, met name om te voldoen aan de doelstellingen en voorwaarden voor de overgang van het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger naar de Speciale Vertegenwoordiger van de Europese Unie. De Europese Raad ziet uit naar een nieuwe regering in Belgrado die met een duidelijke Europese agenda voortwerkt aan de nodige hervormingen. Servië kan, voortbouwend op de stabilisatie- en associatieovereenkomst die het recentelijk met de EU heeft ondertekend, schot brengen in zijn betrekkingen met de EU en zelfs, zodra de gestelde voorwaarden vervuld zijn, de status van kandidaat-lidstaat verkrijgen, conform de conclusies van de RAZEB op 29 april 2008. Onder verwijzing naar de conclusies van de Europese Raad van december 2007 en de conclusies van de RAZEB van 18 februari 2008 blijft de Europese Unie vastbesloten een leidende rol te spelen om de stabiliteit van Kosovo te garanderen, ook met behulp van EULEX Kosovo, de SVEU en zijn bijdrage aan het internationaal civiel bureau als onderdeel van de internationale aanwezigheid. De EU is ingenomen met het rapport van de secretaris-generaal van de VN over UNMIK en, zoals aangegeven in dit rapport, zijn voornemen om de internationale civiele aanwezigheid in Kosovo te herstructureren.

Dat zou de ontplooiing van EULEX KOSOVO in heel Kosovo vergemakkelijken en de EU in staat stellen een grotere operationele rol op het gebied van de rechtsstaat te spelen. De Europese Raad is ook verheugd dat Kosovo zich gebonden acht door de beginselen van democratie en gelijkheid van al zijn burgers, de bescherming van de Servische en andere minderheden, de bescherming van het religieuze en culturele erfgoed en van de internationale aanwezigheid. De Europese Raad spreekt zijn steun uit voor de komende donorenconferentie en moedigt bilaterale en multilaterale donoren aan om hulp toe te zeggen. De EU blijft bereid om de economische en politieke ontwikkeling van Kosovo via een duidelijk Europees perspectief te steunen, in overeenstemming met het Europees perspectief van de regio.

EXTERNE BETREKKINGEN

Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling

57. Het jaar 2008 moet een keerpunt worden door het opvoeren van de collectieve inspanningen om de armoede in de context van duurzame ontwikkeling uit te bannen; alleen zó zullen in 2015 de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG's) overal ter wereld bereikt zijn. Gezien de vorderingen in sommige landen en gebieden acht de Europese Raad het nog niet te laat om alle MDG's in alle regio's van de wereld te halen, mits er van nu tot 2015 onafgebroken en in overleg wordt opgetreden. De Europese Raad maakt zich evenwel ernstig zorgen over de tendens die zich in vele landen en regio's, in het bijzonder in Afrika ten zuiden van de Sahara, aftekent wat het realiseren van de MDG's betreft.

58. Als grootste donor ter wereld zal de EU het voortouw blijven nemen en al het nodige doen om in te staan voor een ambitieuze actiegerichte respons voorafgaand aan, tijdens en na de cruciale evenementen die voor de tweede helft van dit jaar op de agenda staan : het derde forum op hoog niveau over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp (Accra, 2-4 september), de VN-bijeenkomst op hoog niveau over de MDG's (New York, 25 september) en de internationale conferentie over ontwikkelingsfinanciering (Doha, 29 november-2 december).

59. De Europese Raad onderschrijft volledig de Raadsconclusies van mei 2008 als sterke collectieve respons waarmee de EU de mondiale uitdaging op ontwikkelingsgebied aangaat. Met name om alle MDG's te bereiken bevestigt de EU met klem de toezegging die zij in de conclusies van de Raad van mei 2005, in de conclusies van de Europese Raad van juni 2005 en in de Europese consensus inzake ontwikkeling heeft gedaan, zijnde een collectief ODA-cijfer van 0,56 % BNI uiterlijk in 2010 en van 0,7 % BNI uiterlijk in 2015. Met deze toezeggingen zou de jaarlijkse officiële ontwikkelingshulp van de EU in 2010 moeten zijn verdubbeld tot meer dan 66 miljard euro. Minstens de helft van die collectieve stijging zal voor Afrika bestemd zijn. De lidstaten worden aangemoedigd eigen indicatieve tijdschema's op te stellen waarin ze aangeven hoe ze hun overeengekomen ODA-doelstellingen denken te bereiken.

60. Om haar ontwikkelingshulp effectiever te maken zal de EU drastische hervormingen doorvoeren, met als uitgangspunt de volledige implementatie van de Verklaring van Parijs van 2005 over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de Europese consensus inzake ontwikkeling van 2005 en de EU-gedragscode van 2007 inzake complementariteit en taakverdeling in het ontwikkelingsbeleid.

61. De EU blijft streven naar meer beleidscoherentie voor ontwikkeling (policy coherence fordevelopment — PCD) op de twaalf gebieden die in 2005 zijn omschreven. Voorts zal zij ervoor zorgen dat de PCD-beginselen onderdeel zijn van de internationale agenda voor de MDG's en de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp.

62. De EU zal haar in 2007 goedgekeurde Strategie inzake hulp voor handel volledig uitvoeren. Ook zal de EU trachten haar collectieve streefcijfer van 2 miljard euro aan handelsgerelateerde bijstand per jaar (1 miljard euro van de lidstaten en 1 miljard euro van de Europese Gemeenschap) tegen 2010 te halen, en zal zij haar totale uitgaven aan hulp voor handel conform de toename van de totale ODA opvoeren. Omstreeks de helft van de stijging in de collectieve handelsgerelateerde bijstand van de EU zal voor de ACS-landen beschikbaar zijn.

63. De Europese Raad is ingenomen met de Agenda van de EU voor actie inzake MDG's. De EU stelt zijn ontwikkelingspartners voor om zich aan te sluiten bij deze agenda, die — binnen bepaalde tijdschema's — specifieke mijlpalen en acties vermeldt met het oog op ontwikkeling ten gunste van de armen op essentiële terreinen, zoals de terugdringing van armoede en honger, onderwijs, gezondheid, milieu, gendergelijkheid, versterking van de positie van de vrouw, water, landbouw, de particuliere sector en de infrastructuur. Daarmee moet worden bijgedragen tot het bereiken van de MDG's in 2015.

64. De EU is vastbesloten haar inspanningen op te voeren om een effectieve, collectieve respons te bieden op de nieuwe uitdagingen die zich op ontwikkelingsgebied voordoen, meer bepaald de klimaatverandering en de hoge voedselprijzen. Wat de klimaatverandering betreft, heeft de EU het vaste voornemen om, waar nodig, ontwikkelingslanden en met name de arme ontwikkelingslanden die het kwetsbaarst voor klimaatverandering zijn, op weg te helpen naar duurzame economische groei en aanpassing aan de klimaatverandering, overeenkomstig het op Bali gesloten akkoord over het starten van onderhandelingen die in 2009 in Kopenhagen moeten uitmonden in een wereldwijde overeenkomst betreffende de klimaatverandering. Zij zal zich beijveren voor de effectieve uitvoering van het in 2007 tot stand gekomen Wereldwijd bondgenootschap tegen klimaatverandering en zij zal op zoek gaan naar nieuwe financiële middelen om de klimaatverandering aan te pakken en de negatieve gevolgen daarvan te bestrijden. In die context zal de EU haar werkzaamheden onder meer baseren op het voorstel van de Commissie voor een mondiaal financieringsmechanisme.

Proces van Barcelona : Unie voor het Middellandse Zeegebied

65. Het Middellandse Zeegebied is een gebied dat in politiek, economisch en sociaal opzicht van bijzonder strategisch belang is voor de Europese Unie. Het proces van Barcelona is reeds sedert 1995 het centrale instrument voor de Europees-mediterrane betrekkingen, en heeft de multilaterale en bilaterale samenwerking een sterke stimulans gegeven. Voortbouwend op eerdere successen zal het « Proces van Barcelona : Unie voor het Middellandse Zeegebied » consolidatie brengen en een nieuw elan geven aan de betrekkingen van de Unie met de landen rond de Middellandse Zee. Het proces vormt een aanvulling op de bestaande bilaterale betrekkingen, die binnen de reeds bestaande beleidskaders worden voortgezet.

66. De Europese Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie van 20 mei 2008 en met name met de voorstellen om de EU-betrekkingen met de mediterrane partners een grotere politieke en institutionele dimensie te geven door middel van een nieuw politiek elan, met name door tweejaarlijkse topontmoetingen te houden en de gezamenlijke inbreng in het partnerschap te vergroten door de instelling van een gedeeld voorzitterschap met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van de Verdragen.

67. Op basis daarvan zal de EU het nodige overleg voeren met de Europees-mediterrane partners over de opstelling van een gezamenlijke verklaring die tijdens de Parij se top voor het Middellandse Zeegebied op 13 juli 2008 moet worden aangenomen.

Oostelijk partnerschap

68. De Europese Raad is blij met de voorstellen om de oostelijke dimensie van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) te verdiepen door bilaterale en multilaterale onderdelen van het EU-beleid inzake de oostelijke ENB-partners te versterken.

69. De Europese Raad is van oordeel dat de regionale samenwerking onder de oostelijke buurlanden van de EU en tussen de EU en de regio, alsmede de bilaterale samenwerking tussen de EU en elk van die landen, verder gestimuleerd moet worden op basis van differentiatie en een specifieke aanpak per land, met dien verstande dat het ENB als één coherent beleidskader blijft fungeren. Voorts kan die samenwerking een meerwaarde hebben en een aanvulling vormen op de reeds bestaande en geplande multiculturele samenwerking in het kader van en in verband met het ENB, met name de Synergie voor het Zwarte Zeegebied en de Noordelijke dimensie.

70. In die context verzoekt de Europese Raad de Commissie de werkzaamheden voort te zetten en in het voorjaar van 2009 bij de Raad een voorstel in te dienen voor de nadere bepalingen van het « Oostelijk partnerschap », op basis van relevante initiatieven.

Overige aangelegenheden

71. De Europese Raad is ingenomen met de bemoedigende vorderingen die zijn gemaakt met de uitvoering van de EU-strategie voor een nieuw partnerschap met Centraal-Azië, die in juni 2007 werd goedgekeurd. Hij hoopt het partnerschap van de Unie met Centraal-Azië verder te versterken.

72. De Europese Raad blijft diep bezorgd over de situatie in Zimbabwe en herhaalt dat de komende tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 27 juni conform internationale normen en maatstaven in een vreedzaam, vrij en eerlijk klimaat moet plaatsvinden. Het geweld dat tot dusver is gepleegd, de intimidatie en maatregelen tegen NGO's waarmee de hulp wordt stopgezet en een einde wordt gemaakt aan de internationale toegang tot plattelandsgebieden, vergroten de angst van het Zimbabwaanse volk en de internationale gemeenschap met betrekking tot de voorwaarden waarin deze verkiezingen, die cruciaal zijn voor de toekomst van Zimbabwe, zullen worden gehouden. De Europese Unie betreurt dat haar aanbod om waarnemers te sturen, verworpen is. Het is van essentieel belang dat gewone Zimbabwanen gaan stemmen op de verkiezingsdag, en dat hun stemmen snel en op een transparante manier worden geteld, conform de eigen regels en normen van de Zuid- Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap. De Zimbabwanen moeten vrij over hun toekomst kunnen beschikken, hetgeen de weg zal effenen voor politieke stabiliteit in het land. Een vrije en eerlijke tweede ronde van de presidentsverkiezingen is essentieel om uit de huidige crisis te geraken. De Europese Raad roept de SADC en de Afrikaanse Unie op om zo spoedig mogelijk een aanzienlijk aantal verkiezingswaarnemers uit te zenden en erop toe te zien dat deze ter plaatse blijven totdat het verkiezingsproces is voltooid en de resultaten officieel zijn bekendgemaakt. De Europese Raad herhaalt dat hij bereid is maatregelen te nemen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld. De EU is bereid om een democratische, legitieme en hervormingsgezinde regering in Zimbabwe te ondersteunen en er opnieuw betrekkingen mee aan te knopen.

73. De Europese Raad heeft nota genomen van de besprekingen in de RAZEB van 16 juni over de situatie in Sudan. Hij is diep bezorgd over het gebrek aan samenwerking van de Sudanese autoriteiten met het ICC en roept de Sudanese regering op constructief samen te werken met het ICC, de EU en de internationale gemeenschap. De Europese Raad roept de RAZEB op de ontwikkelingen in Sudan op de voet te blijven volgen en aanvullende maatregelen te overwegen indien niet volledig wordt samengewerkt met de VN en andere instellingen, waaronder het ICC.

74. De Europese Unie blijft zeer bezorgd over de humanitaire situatie in Birma/Myanmar na de cycloon Nargis. Zij is blij met de inspanningen van de VN en de ASEAN en de toenemende stroom van hulpgoederen die als gevolg daarvan de 2,4 miljoen mensen bereikt die door de cycloon getroffen zijn, maar roept de autoriteiten van Birma/Myanmar op om alle resterende beperkingen voor de verlening van internationale hulp op te heffen. De Europese Raad onderstreept dat humanitaire hulp momenteel de meest dringende prioriteit is, maar dat de noodzaak van een daadwerkelijke overgang naar democratie in Birma/Myanmar prangender is dan ooit. Hij betreurt het ten zeerste dat de autoriteiten van Birma/Myanmar hebben besloten het huisarrest van Daw Aung San Suu Kyi te verlengen en roept andermaal op tot vrijlating van alle politieke gevangenen. De Europese Raad betreurt het dat de wijze waarop het referendum is gehouden, niet heeft bijgedragen tot een integraal en transparant proces van nationale verzoening, hetgeen de enige weg is naar welvaart en stabiliteit in het land. De Europese Raad roept de autoriteiten op ervoor te zorgen dat de verkiezingen die voor 2010 aangekondigd zijn, zodanig worden opgezet en uitgevoerd dat zij bijdragen tot een geloofwaardige overgang naar democratie, waaraan door iedereen wordt deelgenomen. In dit verband spreekt de Europese Raad zijn waardering uit voor de persoonlijke inzet van de secretaris-generaal van de VN, en onderstreept hij zijn volledige steun voor diens bemiddelingsmissie.

75. De Europese Raad is ingenomen met de verklaring van Lima die is uitgegeven op de onlangs gehouden top EU/Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied, en roept op om het nodige te doen om de subregionale onderhandelingen in 2009 af te ronden.

76. De Europese Raad hecht zijn goedkeuring aan het verslag van het voorzitterschap over het EVDB (doc. 10411/08), dat het mandaat voor het komende voorzitterschap bevat. De Europese Raad staat ook achter het jaarverslag over EU-activiteiten in het kader van de conflictpreventie; de toekomstige voorzitterschappen wordt verzocht voort te bouwen op de aanzienlijke vorderingen die zijn geboekt om de Unie op dit gebied actiever, capabeler en samenhangender te maken.

77. De Europese Raad bevestigt dat de bevordering en bescherming van de rechten van het kind, met name kinderen die het slachtoffer zijn van een gewapend conflict, een prioriteit van het externe optreden van de EU vormen. De Europese Raad roept de Commissie en de lidstaten op te blijven zorgen voor samenhang, complementariteit en coördinatie van het beleid en de programma's inzake mensenrechten, veiligheid en ontwikkeling, teneinde de gevolgen op de korte, middellange en lange termijn van gewapende conflicten voor kinderen op effectieve, duurzame en alomvattende wijze te kunnen aanpakken.

78. De Europese Raad neemt nota van de inspanningen om het Europees Jaar van de interculturele dialoog te propageren. In dit verband erkent hij de waarde van culturele samenwerking en interculturele dialoog als integrerend deel van alle relevante externe beleidsmaatregelen, conform de aanbevelingen van de conferentie « New Paradigms, New Models & Culture in the EU External Relations » (nieuwe paradigma's, nieuwe modellen en cultuur in de externe betrekkingen van de EU). De Europese Raad onderstreept het belang van culturele samenwerking bij het aanpakken van politieke processen en problemen, op basis van een dialoog met de civiele samenleving, voor het bevorderen van de contacten van mens tot mens en voor het stimuleren van goed nabuurschap.


BIJLAGE

VERKLARING OVER DE WESTELIJKE BALKAN

Er zijn aanmerkelijke inspanningen geleverd om het Europees perspectief van de Westelijke Balkan tastbaarder en zichtbaarder te maken voor de mensen in de regio. De Raad, verwijst naar de Commissiemededeling « Westelijke Balkan : versterking van het Europees perspectief » en wijst op het belang van de volgende drie gebieden :

1) Uitbreiding van het communautair beleid tot de Westelijke Balkan en versterking van de regionale samenwerking

De Europese Raad, teneinde de huidige samenwerking tussen de EU en de regio, die een Europees perspectief heeft, te intensiveren en de regionale samenwerking te versterken :

— roept op tot inspanningen om de deelname van de landen van de Westelijke Balkan aan communautaire programma's en agentschappen aan te moedigen;

— ziet uit naar het begin van onderhandelingen over de opstelling van een verdrag betreffende een vervoersgemeenschap met de Westelijke Balkan, en naar de spoedige afronding daarvan;

— erkent het belang van de daadwerkelijke implementatie van de Energiegemeenschap in Zuidoost-Europa;

— wijst op het belang van samenwerking en hervormingen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor de uitwisseling van de ervaringen van de EU bij de bestrijding van georganiseerde misdaad en terrorisme en beveelt de opstelling aan van een eerste evaluatie van de bedreiging die de georganiseerde misdaad vormt in Zuidoost-Europa, welke evaluatie moet worden gecoördineerd door het SECI-Centrum in Boekarest;

— erkent dat het belangrijk is dat justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken wordt bevorderd;

— is verheugd dat de Westelijke Balkan nauwer wordt betrokken bij het communautair mechanisme voor civiele bescherming en onderstreept dat de Europese Commissie voornemens is de samenwerking verder te versterken, mede door het opzetten van een initiatief voor risicobeperkende maatregelen;

— erkent het belang van de omzetting van stabiliteitspact in de Raad voor regionale samenwerking en van de samenwerking die is geïnitieerd via de Centraaleuropese Vrijhandelsovereenkomst en zegt zijn volledige steun toe aan deze vormen van autonome regionale samenwerking.

2) Vergemakkelijking van intermenselijke contacten en ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld

Het bevorderen van intermenselijke contacten tussen de Westelijke Balkan en de EU is van het grootste belang, aangezien dit leidt tot een beter wederzijds begrip en verzoening en bevorderlijk is voor de beginselen waarop de EU is gegrondvest. De Raad, derhalve :

— is verheugd over het geslaagde begin van de dialoog over visumliberalisering als genoemd in punt 54 van de conclusies van de Europese Raad;

— steunt het voornemen van de Commissie om meer beurzen beschikbaar te stellen voor studenten uit de Westelijke Balkan in het kader van Erasmus Mundus;

— erkent het belang van de stuurgroep onderzoek voor de Westelijke Balkan. Hij roept op de samenwerking op het gebied van wetenschap en onderzoek voort te zetten;

— steunt de totstandkoming van een nieuwe faciliteit in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun om de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en de dialoog in de Westelijke Balkan te bevorderen, waarbij het partnerschap en de totstandbrenging van netwerken met het maatschappelijk middenveld uit de EU wordt versterkt.

3) Economische en sociale ontwikkeling en versterking van goed bestuur

De EU zal nauw met de Westelijke Balkan blijven samenwerken om de sociaaleconomische ontwikkeling en goed bestuur te versterken en zal steun bieden voor verdere vorderingen en hervormingen in de regio. De Raad, daartoe :

— is verheugd over het initiatief om voor 2010 een algemeen investeringskader voor de Westelijke Balkan tot stand te brengen. Hij roept op tot een snelle uitvoering van de doelstellingen die genoemd worden in de conclusies van de Raad Ecofin van 14 mei 2008;

— erkent het werk dat verricht is door de regionale hogeschool voor bestuurskunde (ReSPA) en roept op deze uit te bouwen tot een volwaardige onderwijsinstelling;

— erkent de fundamentele bijdrage van culturele samenwerking tot de bevordering van Europese waarden en de interculturele dialoog in de Westelijke Balkan, waardoor democratisering, verzoening en eerbied voor de mensenrechten naderbij gebracht worden.


(1) De Europese Raad nam er nota van dat Tsjechië zijn ratificeringsproces niet kan afronden totdat het constitutionele hof een positief advies uitbrengt over de verenigbaarheid van het Verdrag van Lissabon met de Tsjechische grondwet.