Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-87

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-5291 van mevrouw Hermans van 24 mei 2006 (N.) :
Dialysepatiënten. — Verplaatsingskosten. — Verhoging van de tegemoetkoming.

Dialysepatiënten hebben recht op een tegemoetkoming voor de verplaatsingskosten die zij moeten maken naar het dialysecentrum. Dit is geregeld in het ministerieel besluit van 24 januari 1985 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden.

Als de rechthebbende een ander vervoermiddel gebruikt dan het openbaar vervoer, komt de verzekering voor de heen- en de terugreis tegemoet in zijn reiskosten op grond van de werkelijke afstand, evenwel beperkt tot tweemaal 30 km, tussen zijn effectieve verblijfplaats en het dialysecentrum waar hij in behandeling is.

De bijkomende afstand dat het ziekenvervoer moet afleggen (van de thuisbasis van het ziekenvervoer tot de woonplaats van de patiënt en terug) wordt aangerekend aan de patiënt, maar hiervoor kan men geen beroep doen op een tegemoetkoming. Bovendien halen de diensten van ziekenvervoer, terwijl de patiënt aan de dialyse ligt, andere mensen op. Ook die afstand van het dialysecentrum naar de thuisbasis wordt aangerekend aan de patiënt. Dit alles maakt dat de tussenkomst die de patiënten krijgen slechts een klein deel is van wat de patiënt werkelijk moet betalen aan het ziekenvervoer.

Met het ministerieel besluit van 4 mei 1998 tot wijziging van het besluit van 24 januari 1985 werd de tegemoetkoming opgetrokken van 8 frank naar 10 frank; de belofte van de toenmalige bevoegde minister, mevrouw Magda De Galan, om het bedrag op te trekken naar 11,50 frank werd nooit uitgevoerd.

Door de stijging van de olieprijzen is de rekening van de dialysepatiënten fel gestegen, zonder dat de tegemoetkoming werd verhoogd. Reeds geruime tijd geleden heeft de beleidscel van de geachte minister vragen gekregen van de betrokken diensten van ziekenvervoer of van de patiënten zelf in verband met een verhoging van de tussenkomst. Hij antwoordde hierop in een schrijven dat hij dit zou onderzoeken.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Heeft de geachte minister het onderzoek inzake de aanpassing van de kilometervergoeding voor dialysepatiënten — die geen beroep kunnen doen op het openbaar vervoer — door het RIZIV reeds laten gebeuren ?

— Zo ja, welke zijn de concrete resultaten ? Kan de aanpassing er komen en zo ja, binnen welke termijn ? Heeft hij hiervoor reeds de budgettaire ruimte vrijgemaakt ?

— Zo neen, kan hij uitvoerig toelichten waarom hij dit onderzoek nog niet heeft laten uitvoeren zoals in zijn schrijven is aangegeven ?

2. Vindt hij de huidige toestand rechtvaardig ? Kan hij toelichten hoe hij dit probleem concreet zal aanpakken en binnen welke termijn ?

Antwoord : Wat betreft de vergoeding van vervoerskosten voor dialysepatiënten voorziet de huidige reglementering het volgende (ministerieel besluit van 24 januari 1985 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden) :

De prijs van de verplaatsing per tram, metro, autobus of trein, wordt integraal door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging ten laste genomen als de rechthebbende één of meer van die gemeenschappelijke vervoermiddelen gebruikt om de afstand af te leggen tussen zijn effectieve verblijfplaats en het dialysecentrum waar hij in behandeling is. Verder is er een tussenkomst van 0,25 euro per km op grond van de werkelijke afstand, evenwel beperkt tot tweemaal 30 km, tussen de effectieve verblijfplaats en het dialysecentrum van behandeling. Nochtans is er op de beperking van tweemaal 30 km een uitzondering voorzien indien het dichtstbijzijnde dialysecentrum meer dan 30 km van de verblijfplaats van de rechthebbende verwijderd ligt en voor kinderen jonger dan 14 jaar of kinderen van 14 jaar of ouder die wegens hun pathologie een aangepaste dialyse nodig hebben.

Een onderzoek naar de verbetering van de terugbetaling van vervoerskosten voor dialysepatiënten diende noodzakelijkerwijze gevoerd te worden in een breder kader van optimalisering van de terugbetaling van vervoerskosten voor patiënten die zich omwille van hun behandeling vaak dienen te verplaatsen.

Reiskosten van kankerpatiënten kunnen worden vergeleken met de reiskosten gemaakt door dialysepatiënten.

De regeling met betrekking tot het vervoer van kankerpatiënten voorziet tot nog toe louter dat de reiskosten worden vergoed ten belope van de prijs van de reis met een openbaar vervoermiddel.

Met het oog op een gelijke behandeling werd onderzocht of men de tegemoetkoming voor kankerpatiënten kan harmoniseren met de tegemoetkoming voor dialysepatiënten.

De reiskosten inzake dialysepatiënten kunnen pas worden herzien indien er een evenwicht wordt gevonden tussen de patiënten die chemotherapie en die een dialyse moeten ondergaan.

In het kader van de vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling 2007, werden inmiddels de middelen vrijgemaakt om de harmonisering van de vervoerskosten tussen dialysepatiënten en kankerpatiënten door te voeren.