Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-9

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Volksgezondheid

Vraag nr. 3-551 van de heer Happart d.d. 5 december 2003 (Fr.) :
Borstkanker. ­ Gratis onderzoek.

Ik wens uw aandacht te vestigen op het dossier inzake de gratis mammografie voor opsporingsdoeleinden voor vrouwen ouder dan 50 en tot de leeftijd van 69 jaar.

Dat opsporingsonderzoek bestaat uit een radiografie. Er wordt geen echografie noch een klinisch onderzoek gedaan en meestal worden de resultaten naar de huisarts gezonden.

Om het onderzoek te ondergaan dient de vrouw de oproepingsbrief of de aanvraag voor het onderzoek, twee strookjes van het ziekenfonds, de SIS-kaart en de identiteitskaart mee te brengen.

Ik vind dat dergelijke preventieve onderzoeken een zeer positieve maatregel vormen voor de bevolking en in het bijzonder voor wie het niet breed hebben.

Ik heb echter vernomen dat een aantal personen die een leefloon ontvangen, het onderzoek hebben moeten betalen, omdat zij niet in orde waren met de ziekteverzekering.

Ik ben dan ook van mening dat er maatregelen moeten komen, zodat iedereen gebruik kan maken van dat kosteloze onderzoek. Borstkanker maakt geen onderscheid en toch worden mensen die tijdelijk professionele of andere moeilijkheden doormaken, gediscrimineerd.

Wat denkt u daarover ? Zal uw departement zich over deze kwestie buigen ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

Om recht te hebben op de verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging en uitkeringen moet men rechthebbende zijn van de verplichte verzekering en bijgevolg bij een ziekenfonds zijn aangesloten.

De opsporing via mammografie is een verstrekking, waarvoor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt, vermits die verstrekking is opgenomen in artikel 17, § 1, 1ºbis, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Voorts maakt artikel 5, laatste lid, van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, de toepassing van de derdebetalersregeling voor de betaling van de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen in geval van een mammografie wegens borstkanker verplicht; die regeling maakt de directe betaling mogelijk van de tegemoetkoming, die in het raam van de verplichte ziekteverzekering verschuldigd is aan de zorgverlener, de dienst, de instelling via de verzekeringsinstelling, waarbij de rechthebbende voor wie de geneeskundige verstrekkingen zijn verleend is aangesloten of ingeschreven.

In het geval dat het geachte lid heeft toegelicht, is het opmerkelijk dat de persoon die het leefloon geniet, geen rechthebbende is op de verzekering voor geneeskundige verzorging, vermits men krachtens artikel 32, eerste lid, 15º, van de wet betreffende de voormelde verplichte verzekering, door ingeschreven te zijn in het rijksregister van de natuurlijke personen het recht op de geneeskundige verstrekkingen kan genieten en dit zonder betaling van de bijdrage, wanneer men het leefloon geniet (artikel 134 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994). Bovendien genieten de rechthebbenden aan wie het recht op het leefloon is toegekend, volgens artikel 37, § 19, van dezelfde wet, een verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Voorts moet worden opgemerkt dat verschillende reglementaire bepalingen zijn vastgesteld zodat een maximaal aantal personen de verzekering kan genieten, opdat voor iedereen de gezondheidszorg financieel toegankelijk zou zijn.

Wij nodigen het geachte lid uit ons de bijzondere gevallen, waarvan hij weet zou hebben, mee te delen, opdat de oorzaak van een eventueel probleem zou kunnen worden vastgesteld.