2-177 | 2-177 |
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie, zie stuk 2-876/7.)
De voorzitter. - Artikel 2 luidt:
In het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 75bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 75bis. - De onderzoeksrechter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige of van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, beslissen dat in het proces-verbaal van verhoor geen melding zal worden gemaakt van bepaalde van de identiteitsgegevens bedoeld in artikel 75, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de getuige, of een persoon uit diens naaste omgeving, ten gevolge van het bekendmaken van deze gegevens en ten gevolge van het afleggen van zijn verklaring een ernstig nadeel zou kunnen ondervinden. De onderzoeksrechter maakt in een proces-verbaal melding van de redenen waarom hij hiertoe besluit. Tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij hij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open.
De procureur des Konings houdt een register bij van alle getuigen van wie identiteitsgegevens overeenkomstig dit artikel niet zijn opgenomen in het proces-verbaal van verhoor.
De procureur des Konings en de onderzoeksrechter nemen ieder voor zich de maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de onthulling van de in het eerste lid bedoelde identiteitsgegevens te voorkomen."
Op dit artikel heeft Mevrouw Nyssens amendement 3 ingediend (zie stuk 2-876/3) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 75bis vervangen als volgt:
"Art. 75bis. - §1. De onderzoeksrechter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige, van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, hetzij op vordering van het openbaar ministerie eventueel ten gevolge van het verzoek van een persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt, beslissen dat in het proces-verbaal van verhoor geen melding wordt gemaakt van sommige identiteitsgegevens bedoeld in artikel 75.
§2. De gedeeltelijke anonimiteit kan worden gerechtvaardigd indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de getuige of een persoon uit diens naaste omgeving, ten gevolge van het bekendmaken van de in §1 bedoelde gegevens en ten gevolge van het afleggen van zijn verklaring een ernstig nadeel zou kunnen ondervinden.
§3. Vooraleer de onderzoeksrechter beslist de gedeeltelijke anonimiteit toe te kennen neemt hij kennis van alle identiteitsgegevens van de getuige en onderzoekt hij diens betrouwbaarheid. Hiertoe onderzoekt hij met name:
De onderzoeksrechter stelt een proces-verbaal op waarin hij alle identiteitsgegevens van de getuige opneemt alsmede de feitelijke gegevens die de toekenning of weigering van de gedeeltelijke anonimiteit kunnen rechtvaardigen.
Dit proces-verbaal wordt overgezonden aan de procureur des Konings, die een register bijhoudt van alle identiteitsgegevens van alle getuigen aan wie de gedeeltelijke anonimiteit is toegekend, alsook aan de kamer van inbeschuldigingstelling.
De Koning bepaalt welk gebruik van dit register kan worden gemaakt alsmede de nadere regels betreffende de raadpleging ervan.
§4. De beslissing van de onderzoeksrechter maakt deel uit van een met redenen omklede, gedateerde en ondertekende beschikking waarin de redenen worden vermeld die de gedeeltelijke anonimiteit al dan niet rechtvaardigen.
De beschikking van de onderzoeksrechter waarbij hij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert wordt door de griffier ter kennis gebracht van de procureur des Konings en bij een ter post aangetekende brief, van de getuige en naar gelang van het geval, van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de partij tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij en hun raadslieden.
Bij een gunstige beslissing voegt de onderzoeksrechter bij zijn beschikking de oproep waarin de in het vorige lid bedoelde partijen worden uitgenodigd op een door hem aangewezen plaats en een door hem bepaald tijdstip om het verhoor van de getuige bij te wonen. Tijdens het verhoor neemt de onderzoeksrechter alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de identiteitsgegevens van de anonieme getuige geheim te houden. Voor het overige wordt er gehandeld conform artikel 86ter, laatste lid.
De in deze paragraaf bepaalde vormvoorschriften zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van het getuigenis dat met toepassing van dit artikel wordt afgelegd.
§5. De procureur des Konings, de getuige en naar gelang van het geval de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt, alsmede de burgerlijke partij kunnen bij de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep instellen tegen de beschikking van de onderzoeksrechter bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van acht dagen. Die termijn gaat in op de dag van de beschikking.
De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak zonder debat binnen vijftien dagen na het indienen van het verzoekschrift.
De griffier stelt de getuige en, naar gelang van het geval, de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij en hun raadslieden, per fax of bij een ter post aangetekende brief uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter, de procureur des Konings, de getuige, en naar gelang van het geval, de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij en hun raadslieden afzonderlijk horen.
§6. De procureur des Konings en de onderzoeksrechter nemen ieder voor zich de maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de onthulling van de in §1 bedoelde identiteitsgegevens te voorkomen."
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens -amendement 40 ingediend (zie stuk 2-876/8) dat luidt:
In de eerste volzin van het eerste lid van het voorgestelde artikel 75bis, na de woorden "hetzij op vordering van het openbaar ministerie", invoegen de woorden "in voorkomend geval op verzoek van de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt".
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 3 à l'article 2 a pour but de réécrire l'article 75bis proposé pour mieux détailler les étapes de la procédure selon les idées mêmes de l'exposé des motifs du projet de loi, mais en tenant compte des remarques du Conseil d'État. Je renvoie pour le surplus à ma justification écrite.
Mon amendement nº 40 à l'article 2 vise à permettre à une personne, dans le cadre d'une information et pas uniquement d'une instruction, de demander de faire l'objet d'un témoignage anonyme. Il faut un parallélisme entre l'information et l'instruction. Cette remarque a été formulée par plusieurs intervenants, notamment par le Conseil d'État. Il me semble qu'il serait utile de pouvoir recourir à la nouvelle technique de preuve, également dans le cadre de l'information.
De voorzitter. - Mevrouw Nyssens heeft amendement 36 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidende:
"Art. 3bis. - In hetzelfde wetboek wordt een artikel 75quater ingevoegd, luidende:
"Art. 75quater. - Getuigenverklaringen verkregen met toepassing van artikel 75bis kunnen alleen in aanmerking komen als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 36 vise à insérer un nouvel article 3bis(nouveau). Il porte sur la valeur probante du témoignage. Si le texte du projet de loi a été amélioré sur le plan de la valeur probante du témoignage dans le cadre de la procédure du témoignage complet, j'estime qu'il n'a pas été complété de la même façon dans le cadre du témoignage partiel. Pour respecter les principes de la jurisprudence, notamment de la Cour européenne de Strasbourg à laquelle il a souvent été fait allusion, il convient de modifier plusieurs articles du projet afin que la valeur probante soit une valeur de preuve corroborante aux dires du témoin et que jamais le témoignage anonyme ne puisse suffire au juge pour se faire une conviction sur le dossier qu'il traite.
De voorzitter. - Artikel 5 luidt:
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 155bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 155bis. - De rechtbank die een getuige wil verhoren die niet door de onderzoeksrechter gehoord is, kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige, hetzij op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, beslissen dat ter terechtzitting en in het proces-verbaal van de terechtzitting geen melding wordt gemaakt van bepaalde van de identiteitsgegevens bedoeld in artikel 155, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de getuige, of een persoon uit diens naaste omgeving, ingevolge het bekend worden van deze gegevens en ingevolge het afleggen van zijn verklaring een ernstig nadeel zou kunnen ondervinden. Van de redenen hiertoe wordt melding gemaakt in het proces-verbaal van de terechtzitting. Tegen de beslissing van de rechtbank waarbij zij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open.
De getuige aan wie reeds gedeeltelijke anonimiteit werd toegekend overeenkomstig artikel 75bis, behoudt zijn gedeeltelijke anonimiteit. De gedeeltelijke anonimiteit toegekend overeenkomstig artikel 75bis of overeenkomstig het eerste lid van dit artikel staat het verhoor van de getuige ter terechtzitting niet in de weg.
De procureur des Konings houdt een register bij van alle getuigen van wie identiteitsgegevens overeenkomstig dit artikel niet zijn opgenomen in het proces-verbaal van de terechtzitting.
De procureur des Konings en de rechtbank nemen ieder voor zich de maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de onthulling van de in het eerste lid bedoelde identiteitsgegevens te voorkomen."
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 5 ingediend (zie stuk 2-876/3) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 155bis, eerste lid, de laatste volzin "Tegen de beslissing van de rechtbank waarbij zij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open." vervangen als volgt:
"Van de beslissing van de rechtbank waarmee zij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert geeft de griffier kennis aan de procureur des Konings en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de beklaagde, de burgerlijke partij en hun raadslieden.
Bij een gunstige beslissing voegt de rechtbank er eveneens de oproep bij waarin de partijen bedoeld in het vorige lid worden uitgenodigd op een door de rechtbank gekozen plaats en een door de rechtbank bepaald tijdstip om het verhoor van de getuige bij te wonen. Het verhoor vindt plaats achter gesloten deuren en in afwezigheid van de beklaagde. Tijdens het verhoor neemt de rechter alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de gegevens over de identiteit van de anonieme getuige geheim te houden. Voor het overige wordt er gehandeld conform artikel 86ter, laatste lid.
Tegen de beslissing van de rechtbank kan beroep aangetekend worden door middel van een verklaring die binnen acht dagen wordt neergelegd bij de griffie van de rechtbank die de beslissing heeft gewezen. Deze termijn gaat in op de dag dat de rechtbank de beslissing neemt. Het beroep schorst de beslissing. Dit beroep kan worden aangetekend door de getuige, door het openbaar ministerie, door de beklaagde en door de burgerlijke partij.
Het beroep wordt aangetekend voor de correctionele rechtbank. De correctionele rechtbank doet uitspraak zonder debat en binnen twee weken na het neerleggen van de verklaring.
Uiterlijk achtenveertig uur op voorhand stelt de griffier de getuige, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden per fax of bij een ter post aangetekende brief in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
De correctionele rechtbank kan de procureur des Konings, de getuige, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden afzonderlijk horen."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 5 à l'article 5 porte sur le recours. En effet, le projet de loi ne prévoit pas la possibilité d'intenter un recours contre une décision négative.
De voorzitter. - Mevrouw Nyssens heeft amendement 37 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Een artikel 6bis (nieuw) invoegen, luidende:
"Art. 6bis. - In hetzelfde wetboek wordt een artikel 155quater ingevoegd, luidende:
"Art. 155quater. - Getuigenverklaringen verkregen met toepassing van artikel 155bis kunnen alleen in aanmerking komen als bewijs, op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 37 vise à créer un article 6bis et a trait à la valeur probante du témoignage. Lors de la discussion de tous les articles, où il est fait état de cette valeur probante, j'ai insisté pour que le témoignage ne soit pas le seul élément sur lequel le juge puisse asseoir sa conviction. La justification de cet amendement est donc la même que celle de l'amendement nº 36.
De voorzitter. - Mevrouw Nyssens heeft amendement 38 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Een artikel 10bis (nieuw) invoegen, luidende:
"Art. 10bis. - In hetzelfde wetboek wordt een artikel 317quater ingevoegd, luidende:
"Art. 317quater. - Getuigenverklaringen verkregen met toepassing van artikel 317bis kunnen alleen in aanmerking komen als bewijs, op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 38 vise à créer un article 10bis et a, lui aussi, trait à la valeur probante, dans le même sens que les amendements nº 36 et nº 37.
De voorzitter. - Artikel 11 luidt:
In artikel 28septies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden tussen de woorden "voorlopige hechtenis," en de woorden "de bewakingsmaatregel", de woorden "de volledig anonieme getuigenis zoals bedoeld in artikel 86bis," ingevoegd.
De heer Vandenberghe en mevrouw De Schamphelaere stellen voor dit artikel te schrappen (amendement 20, zie stuk 2-876/3).
De voorzitter. - Artikel 12 luidt:
In het Wetboek van strafvordering wordt in het Eerste Boek, Hoofdstuk VI, Afdeling II, Onderafdeling II, een §3bis ingevoegd, luidende als volgt:
"§3bis. Anonieme getuigenissen.
Art. 86bis. - §1. Indien de beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 75bis niet lijkt te volstaan, kan de onderzoeksrechter hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, in voorkomend geval op verzoek van de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt, hetzij op hetzij op verzoek van de getuige of van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij of hun raadslieden bevelen dat de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden op de wijze in artikel 86ter bepaald, op voorwaarde:
1º dat er kan worden aangenomen dat de getuige of een persoon uit diens naaste omgeving zich redelijkerwijze door het afleggen van de getuigenis ernstig in zijn integriteit bedreigd voelt, en dat de getuige te kennen gegeven heeft wegens deze bedreiging geen verklaring te willen afleggen, of
2º dat er precieze en ernstige aanwijzingen bestaan dat deze getuige of een persoon uit diens naaste omgeving gevaar loopt, indien de getuige officier of agent van gerechtelijke politie is.
§2. De identiteit van de getuige kan enkel verborgen worden gehouden overeenkomstig artikel 86ter indien er precieze en ernstige aanwijzingen bestaan dat de feiten waarover een getuigenverklaring zal worden afgelegd een misdrijf zoals bedoeld in artikel 90ter, §§2 tot 4, of enig misdrijf uitmaken dat werd gepleegd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of een overtreding uitmaken op de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, indien het onderzoek naar deze feiten zulks vereist en indien de overige middelen van onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen.
§3. Vooraleer de onderzoeksrechter een beslissing neemt, neemt hij kennis van de volledige identiteit van de getuige en onderzoekt hij diens betrouwbaarheid.
§4. De overeenkomstig §1 verleende beschikking wordt met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en maakt melding van de toepassing van de voorgaande paragrafen evenals van de wijze waarop de onderzoeksrechter de betrouwbaarheid van de getuige heeft onderzocht, dit alles op straffe van nietigheid van de met toepassing van artikel 86ter afgelegde getuigenverklaring.
§5. Tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij hij de volledige anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open.
§6. De procureur des Konings houdt een register bij van alle getuigen van wie de identiteit overeenkomstig dit artikel verborgen wordt gehouden.
Art. 86ter. - De beschikking waarbij de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 86bis beveelt dat de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden, wordt door de griffier aan de procureur des Konings meegedeeld, en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden ter kennis gebracht, samen met de oproeping waardoor ze worden uitgenodigd aanwezig te zijn op een door de onderzoeksrechter bepaalde plaats en een door hem bepaald tijdstip teneinde het verhoor van de getuige bij te wonen, op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring.
Voor het verhoor waarschuwt de onderzoeksrechter de getuige dat hij verantwoordelijk kan gesteld worden voor feiten, gepleegd in het kader van zijn getuigenis, die een misdrijf zouden uitmaken zoals bedoeld in hoofdstuk V van titel III of in hoofdstuk V van titel VIII van het tweede boek van het Strafwetboek.
Op plaats en tijdstip, bepaald in de in het eerste lid bedoelde oproeping, gaat de onderzoeksrechter over tot het verhoor van de getuige. De onderzoeksrechter neemt alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de identiteit van de getuige verborgen te houden. Het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden kunnen de onderzoeksrechter, vóór en tijdens het verhoor van de getuige, vragen opgeven, die zij gesteld wensen te zien. De onderzoeksrechter verhindert de beantwoording door de getuige van elke vraag die tot de bekendmaking van zijn identiteit zou kunnen leiden.
Indien het verbergen van de identiteit van de getuige het vereist, kan de onderzoeksrechter bevelen dat het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden het verhoor van de getuige uitsluitend in een afzonderlijke ruimte kunnen bijwonen, in welk geval wordt gebruik gemaakt van een telecommunicatievoorziening. De Koning bepaalt de minimale vereisten waaraan deze telecommunicatievoorziening dient te beantwoorden.
De onderzoeksrechter gelast dat een proces-verbaal wordt opgesteld van het verhoor en maakt, naast de vermeldingen bedoeld in artikel 47bis, 3º, omstandig melding van de omstandigheden waarin het verhoor heeft plaatsgevonden, de vragen die werden gesteld en de antwoorden die werden gegeven in de gebruikte bewoordingen, dan wel de redenen waarom hij de beantwoording door de getuige verhinderd heeft. Hij leest het proces-verbaal voor, en na verklaring van de getuige dat hij volhardt, ondertekenen de onderzoeksrechter en de griffier het proces-verbaal van verhoor. Deze vormen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring.
Art. 86quater. - Indien er ernstige en precieze aanwijzingen bestaan dat de getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen werd gehouden, in het kader van het afleggen van zijn getuigenis, feiten heeft gepleegd die een misdrijf uitmaken, zoals bedoeld in hoofdstuk V van titel III of in hoofdstuk V van titel VIII van het tweede boek van het Strafwetboek, is de onderzoeksrechter gehouden de identiteitsgegevens van deze getuige mede te delen aan de procureur des Konings of de onderzoeksrechter belast met het onderzoek naar deze feiten. In dat geval kan, en dit tot op het ogenblik van de dagvaarding door het openbaar ministerie of de verwijzing naar de bevoegde rechtbank, de identiteit van deze getuige enkel aan deze magistraten en aan het onderzoeksgerecht worden onthuld."
Art. 86quinquies. - Onverminderd de toepassing van artikel 29, kunnen de getuigenverklaringen die ingevolge de toepassing van de artikelen 86bis en 86ter werden verkregen, alleen in aanmerking worden genomen als bewijs van een misdrijf als bedoeld in artikel 90ter, §§2 tot 4, of van een misdrijf dat gepleegd werd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of van een inbreuk op de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.
De procureur des Konings aan wie ingevolge de toepassing van artikel 29 bericht wordt gegeven van een misdaad of van een wanbedrijf dat aan het licht gekomen is ten gevolge van een getuigenverklaring verkregen met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter, neemt alle nodige maatregelen teneinde de volledige anonimiteit van de getuige te waarborgen.
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 13 ingediend (zie stuk 2-876/3) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 86bis, §5 vervangen als volgt:
"§5. De procureur des Konings, de getuige en naar gelang van het geval, de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij kunnen bij de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep instellen tegen de beschikking van de onderzoeksrechter bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen. Die termijn gaat in op de dag van de beschikking.
De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak zonder debat binnen vijftien dagen na het indienen van het verzoekschrift.
De griffier stelt de getuige en, naar gelang van het geval, de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij en hun raadslieden, per telex of bij een ter post aangetekende brief uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter, de procureur des Konings, de getuige en, naar gelang van het geval, de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt alsmede de burgerlijke partij en hun raadslieden afzonderlijk horen."
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 25 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 86quater vervangen als volgt:
"Art. 86quater. - Wanneer tegen de getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen wordt gehouden, een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek is geopend omdat hij, in het kader van het afleggen van zijn getuigenis, feiten zou hebben gepleegd die een misdrijf uitmaken als bedoeld in hoofdstuk V van titel III of in hoofdstuk V van titel VII van boek II van het Strafwetboek, wordt de onderzoeksrechter die de verklaring van de betrokken getuige heeft afgenomen, ook met het onderzoek naar deze feiten belast.
Het hof of de rechtbank die uitspraak moeten doen in het kader van de artikelen 189bis of 315bis kunnen, na het openbaar ministerie gehoord te hebben, hetzij hun uitspraak uitstellen totdat een beslissing ten gronde is genomen over de feiten bedoeld in het vorige lid, hetzij het anonieme getuigenis weren uit de debatten.
Elk vonnis of arrest van veroordeling gewezen in het kader van de artikelen 189bis en 315bis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan bovendien worden herzien overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld in hoofdstuk III, titel III, van boek II van het Wetboek van strafvordering, als later tegen de anonieme getuige een in kracht van gewijsde gegane veroordeling is uitgesproken wegens het afleggen van vals getuigenis ten nadele van de veroordeelde."
Op amendement nr. 25 heeft mevrouw Nyssens het subsidiair amendement 26 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 86quater vervangen als volgt:
"Art. 86quater. - Wanneer tegen de getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen wordt gehouden, een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek is geopend omdat hij, in het kader van het afleggen van zijn getuigenis, feiten zou hebben gepleegd die een misdrijf uitmaken als bedoeld in hoofdstuk V van titel III of in hoofdstuk V van titel VII van boek II van het Strafwetboek, moet de onderzoeksrechter de identiteitsgegevens van deze getuige meedelen aan de procureur des Konings of aan de onderzoeksrechter die met het onderzoek naar deze feiten belast is. In dat geval mag de identiteit van deze getuige enkel aan deze magistraten en aan het onderzoeksgerecht worden bekendgemaakt zolang er geen dagvaarding van het openbaar ministerie of geen verwijzing naar de bevoegde rechtbank is.
Het hof of de rechtbank die uitspraak moeten doen in het kader van de artikelen 189bis of 315bis kunnen, na het openbaar ministerie gehoord te hebben, hetzij hun uitspraak uitstellen totdat een beslissing ten gronde is genomen over de feiten bedoeld in het vorige lid, hetzij het anonieme getuigenis weren uit de debatten.
Elk vonnis of arrest van veroordeling gewezen in het kader van de artikelen 189bis en 315bis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan bovendien worden herzien overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld in hoofdstuk III, titel III, van boek II van het Wetboek van strafvordering, als later tegen de anonieme getuige een in kracht van gewijsde gegane veroordeling is uitgesproken wegens het afleggen van vals getuigenis ten nadele van de veroordeelde."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 13 à l'article 12 concerne le droit de recours. Je souhaite qu'un tel droit soit introduit dans la procédure.
Mon amendement nº 25 au même article vise à préciser la disposition quant aux conséquences de l'instruction de la plainte pour faux témoignage. À juste titre, le Conseil d'État a souligné que, lorsqu'au cours d'une instruction, une plainte pour faux témoignage ou faux serment est déposée, les conséquences juridiques ne sont pas tirées par ledit article.
L'amendement nº 26 à l'article 12 est un amendement subsidiaire à l'amendement nº 25. Je renvoie donc à la justification de celui-ci.
De voorzitter. - Artikel 14 luidt:
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 189bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 189bis. - De getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen werd gehouden, kan niet ter terechtzitting worden gedagvaard, tenzij hij daarin toestemt. Indien de getuige erin toestemt ter terechtzitting te getuigen, behoudt hij zijn volledige anonimiteit. In dit geval neemt de rechtbank de nodige maatregelen om de anonimiteit van de getuige te waarborgen.
De rechtbank kan hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, de onderzoeksrechter gelasten om deze getuige opnieuw te verhoren of om een nieuwe getuige te verhoren met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter, teneinde de waarheid aan de dag te brengen. Tegen deze beslissing van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open. De rechtbank kan beslissen dat zij aanwezig zal zijn bij het verhoor van de getuige door de onderzoeksrechter.
De veroordeling van een persoon mag niet uitsluitend of zelfs in overheersende mate gegrond zijn op anonieme getuigenverklaringen die met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter zijn verkregen. Die laatste moeten in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen.
Op dit artikel hebben de heer Vandenberghe en mevrouw De Schamphelaere amendement 18 ingediend (zie stuk 2-876/3) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 189bis, het laatste lid vervangen als volgt:
"Getuigenverklaringen die ingevolge de toepassing van de artikelen 86bis en 86ter werden verkregen kunnen alleen in aanmerking worden genomen als bewijs op voorwaarde dat zij in belangrijke mate steun vinden in andere bewijsmiddelen."
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 31 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
De eerste zin van het voorgestelde artikel 189bis, tweede lid, vervangen als volgt:
"De rechtbank kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige, hetzij op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de beklaagde, van de burgerlijke partij of van hun raadslieden, beslissen of getuige bedoeld in het vorige lid opnieuw te verhoren. In dat geval behoudt de getuige aan wie overeenkomstig artikel 86bis volledige anonimiteit is verleend, zijn volledige anonimiteit.
De rechtbank kan op dezelfde manier beslissen om een getuige die nog niet ondervraagd is door de onderzoeksrechter, de volledige anonimiteit toe te kennen en hem te verhoren. De volledige anonimiteit wordt verleend met toepassing van artikel 86bis, §§1 en 2.
Vooraleer de rechtbank beslist de volledige anonimiteit toe te kennen neemt zij kennis van alle identiteitsgegevens van de getuige en onderzoekt zij diens betrouwbaarheid. Hiertoe onderzoekt zij met name:
De rechtbank stelt een proces-verbaal op waarin zij alle identiteitsgegevens van de getuige opneemt alsmede de feitelijke gegevens die de beslissing kunnen rechtvaardigen.
Dit proces-verbaal wordt overgezonden aan de procureur des Konings, die een register bijhoudt van alle identiteitsgegevens van alle getuigen aan wie de gedeeltelijke anonimiteit is toegekend.
De Koning bepaalt welk gebruik van dit register kan worden gemaakt alsmede de nadere regels betreffende de raadpleging ervan.
De beslissing van de rechtbank geeft de redenen aan die de volledige anonimiteit al dan niet rechtvaardigen. Van de beslissing van de rechtbank geeft de griffier kennis aan de procureur des Konings en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de beklaagde, de burgerlijke partij en hun raadslieden.
Wanneer de rechtbank besluit een getuige opnieuw te verhoren of een nieuwe getuige te verhoren, voegt zij bij haar beslissing eveneens de oproep waarin de partijen bedoeld in het vorige lid worden uitgenodigd op een door de rechtbank gekozen plaats en een door de rechtbank bepaald tijdstip om het verhoor van de getuige bij te wonen. Het verhoor vindt plaats achter gesloten deuren. Het openbaar ministerie, de beklaagde, de burgerlijke partij en hun raadslieden kunnen voor en tijdens het verhoor van de getuige aan de rechtbank de vragen voorleggen waarvan zij willen dat ze gesteld worden. De rechtbank ontslaat de getuige van het antwoord op iedere vraag die zou kunnen leiden tot het onthullen van zijn identiteit. Tijdens het verhoor neemt de rechtbank alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de volledige anonimiteit van de getuige te vrijwaren. Voor het overige wordt er gehandeld conform artikel 86ter.
De bepaalde vormvoorschriften zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van het getuigenis dat met toepassing van dit artikel wordt afgelegd."
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 32 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
In het tweede lid van het voorgestelde artikel 189bis, de laatste twee volzinnen vervangen als volgt:
"Tegen de beslissing van de rechtbank kan beroep aangetekend worden door middel van een verklaring die binnen acht dagen wordt neergelegd bij de griffie van de rechtbank die de beslissing heeft gewezen. Deze termijn gaat in op de dag dat de rechtbank de beslissing neemt. Het beroep schorst de beslissing. Het beroep tegen deze beslissing kan worden aangetekend door de getuige, door het openbaar ministerie, door de beklaagde en door de burgerlijke partij.
Het beroep wordt aangetekend voor het hof van beroep. Het hof van beroep doet uitspraak zonder debat binnen twee weken na het neerleggen van de verklaring.
Uiterlijk achtenveertig uur op voorhand stelt de griffier de getuige, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden per fax of bij een ter post aangetekende brief in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
Het hof van beroep kan de procureur des Konings, de getuige, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden afzonderlijk verhoren."
Op amendement nr. 18 heeft de heer Vandenberghe subamendement 39 ingediend (zie stuk 2-876/5) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 189bis, laatste lid, de woorden "belangrijke mate" vervangen door de woorden "beslissende mate".
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 31 à l'article 14 constitue une critique du projet en ce qu'il habilite le juge du fond à donner des ordres à un juge d'instruction. Je propose donc une disposition qui ne prévoit pas qu'un juge du fond puisse donner des ordres à un juge d'instruction. Dans notre droit, il n'existe pas de précédent d'une telle disposition. Le juge du fond et le juge d'instruction sont sur le même pied. Il n'est pas nécessaire d'enfreindre un principe général de droit.
Mon amendement nº 32 au même article porte également sur le recours à la suite d'une décision de refus. Je renvoie donc à ma justification écrite.
De voorzitter. - Artikel 15 luidt:
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 315bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 315bis. - De getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen werd gehouden, kan niet ter terechtzitting worden gedagvaard, tenzij hij daarin toestemt. De voorzitter leest zijn getuigenverklaring voor ter terechtzitting en vermeldt dat de identiteitsgegevens van deze getuige verborgen werden gehouden met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter. Indien de getuige erin toestemt ter terechtzitting te getuigen, behoudt hij zijn volledige anonimiteit. In dit geval neemt de voorzitter de nodige maatregelen om de anonimiteit van de getuige te waarborgen.
De voorzitter kan, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beschuldigde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, de onderzoeksrechter gelasten om deze getuige opnieuw te verhoren of om een nieuwe getuige te verhoren met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter, teneinde de waarheid aan de dag te brengen. De voorzitter kan beslissen dat hij aanwezig zal zijn bij het verhoor van de getuige door de onderzoeksrechter.
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 35 ingediend (zie stuk 2-876/4) dat luidt:
Het tweede lid van het voorgestelde artikel 315bis, vervangen als volgt:
"De voorzitter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige, hetzij op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de beklaagde, van de burgerlijke partij of van hun raadslieden, beslissen de getuige bedoeld in het vorige lid opnieuw te verhoren. In dat geval behoudt de getuige aan wie overeenkomstig artikel 86bis volledige anonimiteit is verleend, zijn volledige anonimiteit.
De voorzitter kan op dezelfde manier beslissen om een getuige die nog niet ondervraagd is door de onderzoeksrechter, de volledige anonimiteit toe te kennen en hem te verhoren. De volledige anonimiteit wordt verleend met toepassing van artikel 86bis, §§1 en 2.
Vooraleer de voorzitter beslist de volledige anonimiteit toe te kennen neemt hij kennis van alle identiteitsgegevens van de getuige en onderzoekt hij diens betrouwbaarheid. Hiertoe onderzoekt hij met name:
De voorzitter stelt een proces-verbaal op waarin hij alle identiteitsgegevens van de getuige opneemt alsmede de feitelijke gegevens die de beslissing kunnen rechtvaardigen.
Dit proces-verbaal wordt overgezonden aan de procureur-generaal, die een register bijhoudt van alle identiteitsgegevens van alle getuigen aan wie de volledige anonimiteit is toegekend.
De Koning bepaalt welk gebruik van dit register kan worden gemaakt alsmede de nadere regels betreffende de raadpleging ervan.
De beslissing van de voorzitter geeft de redenen aan die de volledige anonimiteit al dan niet rechtvaardigen. Van de beslissing van de voorzitter geeft de griffier kennis aan het openbaar ministerie en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de beschuldigde, de burgerlijke partij en hun raadslieden.
Wanneer de voorzitter besluit een getuige opnieuw te verhoren of een nieuwe getuige te verhoren, voegt hij bij zijn beslissing eveneens de oproep waarin de partijen bedoeld in het vorige lid worden uitgenodigd op een door de voorzitter gekozen plaats en een door de voorzitter bepaald tijdstip om het verhoor van de getuige bij te wonen. Het verhoor vindt plaats achter gesloten deuren. Het openbaar ministerie, de beschuldigde, de burgerlijke partij en hun raadslieden kunnen voor en tijdens het verhoor van de getuige aan de voorzitter de vragen voorleggen waarvan zij willen dat ze gesteld worden. De voorzitter ontslaat de getuige van het antwoord op iedere vraag die zou kunnen leiden tot het onthullen van zijn identiteit. Tijdens het verhoor neemt de voorzitter alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de volledige anonimiteit van de getuige te vrijwaren. Voor het overige wordt er gehandeld conform artikel 86ter.
De in dit artikel bepaalde vormvoorschriften zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van het getuigenis dat met toepassing van dit artikel wordt afgelegd."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Mon amendement nº 35 à l'article 15 vise à donner aux jurés de Cour d'assises le droit d'entendre l'éventuel témoin anonyme, évidemment par le biais du président et en sa présence. Mais le projet ne prévoit pas cette possibilité.
M. Marc Verwilghen, ministre de la Justice. - Les amendements qui ont été défendus par Mme Nyssens, M. Vandenberghe et Mme De Schamphelaere ont fait l'objet de longues discussions en commission de la Justice. Je renvoie à ces justifications et je demande le rejet de ces amendements.
-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.
De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 15 uur.
(De vergadering wordt gesloten om 11.35 uur.)