2-124

2-124

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 13 JUNI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 50-897/16.)

De voorzitter. - Artikel 4 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 18 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Wij stellen voor het derde lid van artikel 4 te vervangen met het oog op het plaatsen van het federaal parket onder het gezag van het college van procureurs-generaal. Om enerzijds de onafhankelijkheid van het federaal parket te waarborgen en anderzijds een daadwerkelijke controle op de federale procureur mogelijk te maken. Zowel de Raad van State als van de Hoge Raad van Justitie hebben deze twee fundamentele bezorgdheden geuit in de adviezen die zij in alle onafhankelijkheid en met het oog op de goede werking van dit parket-federaal hebben verstrekt. Wij vinden niet dat hierop inhoudelijk echt afdoende werd geantwoord. Wij denken dat dit amendement de teksten grondig zou kunnen verbeteren zonder dat een afbreuk wordt gedaan aan het systeem van het zopas gecreëerde federaal parket.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik zal niet terugkomen op de antwoorden die ik reeds heb gegeven bij de bespreking van de amendementen in de commissie. Daarvoor verwijs ik naar het verslag. Toch wil ik blijven beklemtonen dat wij hebben gekozen voor een operationeel, federaal parket dat snel en efficiënt moet kunnen optreden. Als men vanwege de bevoegdheidsconflicten die zouden kunnen rijzen, zou kiezen voor een procedure waarbij het federaal parket wordt onderworpen aan de besluitvorming van het college van procureurs-generaal, dan krijgen we af te rekenen met een verschrikkelijk tijdsverlies. Het is niet plezierig om dit te zeggen, maar dit zal ons federaal parket niet vooruithelpen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement nr. 1 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement va dans le même sens que celui de M. Vandenberghe. La justification est identique.

De voorzitter. - Artikel 5 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 2 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement aménage le contrôle du Collège des procureurs généraux sur le procureur fédéral.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 20 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Dit amendement ligt in de lijn van mijn vorig amendement. Bij de verantwoording van de minister wil ik opnieuw opmerken dat het voorstel niet beoogt ieder dossier door het college van procureurs-generaal te laten controleren. Er kan een algemeen potentieel toezicht worden georganiseerd waarbij de controle effectief wordt uitgevoerd wanneer het echt nodig is. Voor het overige wordt het toezicht toevertrouwd aan de federale procureur. Er zijn allerhande tussenformules mogelijk zonder deze controle daarom als bureaucratisch te aanzien.

Ik deel de bezorgdheid van de minister voor een efficiënt en effectief federaal parket. Dat staat buiten kijf. Maar zelfs de theoretische mogelijkheid van controle door het college op de uitoefening van de taak vind ik een waarborg voor de democratie. Deze woorden komen van het college van procureurs-generaal en het college van de procureurs des Konings, met name de bezorgdheid die wordt gedeeld door de Hoge Raad van Justitie en door de Raad van State. Ik neem dit ernstig en ben van mening dat de tekst in die zin moet worden geamendeerd.

De voorzitter. - Artikel 6 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 23 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Met mijn andere amendementen geef ik uiting aan dezelfde bezorgdheid. Zij zijn de consequente uitwerking van het standpunt dat ik heb verdedigd. Ik zal ze dus niet telkens toelichten.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement nr. 4B ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement vise essentiellement à prévoir un seuil au-dessous duquel les parquets d'instance ne peuvent plus être dégarnis.

De voorzitter. - Artikel 7 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 34 ingediend (zie stuk 2-691/3) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Il s'agit, en fait, de la définition des compétences du parquet fédéral en matière de criminalité organisée. Le procureur fédéral doit, à mon sens, agir en priorité par rapport à la criminalité organisée. Le terme « en particulier » me paraît être trop large.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 22 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 8 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - J'insiste sur le caractère prioritaire de l'action du procureur fédéral, laquelle ne doit être ni facultative ni concurrente. Le procureur fédéral doit s'occuper en priorité de la criminalité organisée et des délits ainsi qu'ils sont fixés dans l'article.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 6 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement poursuit trois objectifs.

Il s'agit, tout d'abord, d'instituer un mécanisme de conflit de compétences en cas de désaccord entre le procureur fédéral et un parquet d'instance en ce qui concerne la transmission d'un dossier. Je propose que le Collège des procureurs généraux soit, en l'occurrence, saisi.

J'insiste ensuite une nouvelle fois sur l'exercice - en priorité - des compétences du parquet fédéral, par rapport au parquet d'instance.

Enfin, le délit de criminalité organisée doit, à notre sens, être entendu de manière restrictive. Nous jugeons dès lors préférable de parler d'organisation criminelle plutôt que de criminalité organisée.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 30 ingediend (zie stuk 2-691/3) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Si le procureur fédéral décide d'évoquer une affaire, je trouve à tout le moins utile qu'il en avertisse le procureur du Roi ou le procureur général concerné. Le texte ne prévoit nullement comment le procureur fédéral avertira le procureur du Roi.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 29 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Artikel 13 luidt:

Op dit artikel hebben de heren Vandenberghe en D'Hooghe amendement 25 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 10 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - J'attire particulièrement l'attention des membres sur cet amendement. Il vise à prévoir que le procureur fédéral puisse être issu des magistrats du siège. J'ai entendu Mme de T' Serclaes et M. Monfils exprimer une opinion favorable à cet égard puisqu'ils avaient eux-mêmes déposé un amendement en commission à ce sujet. Mme Nagy s'est également exprimée en ce sens. J'invite donc les membres à être très attentifs au vote de cet amendement n° 10.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 26 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Artikel 62 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 15 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:

Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement vise à veiller au cadre organique des parquets d'instance qui ne doivent pas être dépourvus à l'occasion de la création du parquet fédéral.

-De stemming over de amendementen en over de artikelen waarop zij betrekking hebben wordt aangehouden.

-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.