2-124 | 2-124 |
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 50-897/16.)
De voorzitter. - Artikel 4 luidt:
In artikel 143 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid, waarvan de tekst §1 zal vormen, wordt aangevuld met de woorden "en een federale procureur die bevoegd is voor het gehele grondgebied van het Rijk.";
2° in het tweede lid dat samen met het derde lid §2 zal vormen, wordt het woord "Hij" vervangen door de woorden "De procureur-generaal bij het hof van beroep";
3° het artikel wordt aangevuld met een §3, luidend:
"De federale procureur voert, in de gevallen en op de wijze bepaald door de wet, onder het gezag van de minister van Justitie, alle opdrachten van het openbaar ministerie in strafzaken uit bij de hoven van beroep, de hoven van assisen, de rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken."
Op dit artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 18 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
Het 3º vervangen als volgt:
"3º het artikel wordt aangevuld met een §3, luidende:
"De federale procureur voert, in de gevallen en op de wijze bepaald door de wet, onder het gezag van het college van procureurs-generaal, alle opdrachten van het openbaar ministerie in strafzaken uit bij de hoven van beroep, de hoven van assisen, de rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken."
De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Wij stellen voor het derde lid van artikel 4 te vervangen met het oog op het plaatsen van het federaal parket onder het gezag van het college van procureurs-generaal. Om enerzijds de onafhankelijkheid van het federaal parket te waarborgen en anderzijds een daadwerkelijke controle op de federale procureur mogelijk te maken. Zowel de Raad van State als van de Hoge Raad van Justitie hebben deze twee fundamentele bezorgdheden geuit in de adviezen die zij in alle onafhankelijkheid en met het oog op de goede werking van dit parket-federaal hebben verstrekt. Wij vinden niet dat hierop inhoudelijk echt afdoende werd geantwoord. Wij denken dat dit amendement de teksten grondig zou kunnen verbeteren zonder dat een afbreuk wordt gedaan aan het systeem van het zopas gecreëerde federaal parket.
De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik zal niet terugkomen op de antwoorden die ik reeds heb gegeven bij de bespreking van de amendementen in de commissie. Daarvoor verwijs ik naar het verslag. Toch wil ik blijven beklemtonen dat wij hebben gekozen voor een operationeel, federaal parket dat snel en efficiënt moet kunnen optreden. Als men vanwege de bevoegdheidsconflicten die zouden kunnen rijzen, zou kiezen voor een procedure waarbij het federaal parket wordt onderworpen aan de besluitvorming van het college van procureurs-generaal, dan krijgen we af te rekenen met een verschrikkelijk tijdsverlies. Het is niet plezierig om dit te zeggen, maar dit zal ons federaal parket niet vooruithelpen.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement nr. 1 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In het 3º, de woorden "de minister van Justitie" vervangen door de woorden "het college van procureurs-generaal".
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement va dans le même sens que celui de M. Vandenberghe. La justification est identique.
De voorzitter. - Artikel 5 luidt:
In artikel 143bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 maart 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in §1, tweede zin, worden de woorden "voor de procureurs-generaal bij de hoven van beroep en alle leden van het openbaar ministerie die onder hun toezicht en leiding staan" vervangen door de woorden "voor de procureurs-generaal bij de hoven van beroep, de federale procureur en alle leden van het openbaar ministerie die onder hun toezicht en leiding staan".
2° in §8, tweede lid, worden de woorden "en aan de nationaal magistraten" vervangen door de woorden ", aan de federale procureur, aan de adviseur-generaal voor het strafrechtelijk beleid en aan de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie";
3° in §9 wordt het eerste lid vervangen door de volgende bepaling:
"Ingeval een lid van het college van procureurs-generaal afwezig of verhinderd is, wordt het lid vervangen door de overeenkomstig artikel 319 aangewezen vervanger."
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 2 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In dit artikel een 1ºbis (nieuw) invoegen, luidende:
1ºbis paragraaf 2 wordt aangevuld met een 3º, luidende: "3º de goede werking van de uitvoering van de opdrachten van federaal procureur als bepaald in artikel 144bis, §2."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement aménage le contrôle du Collège des procureurs généraux sur le procureur fédéral.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 20 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In dit artikel een 1ºbis invoegen, luidende:
"1ºbis Paragraaf 3 wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
"Het college van procureurs-generaal evalueert, op geregelde tijdstippen de wijze waarop de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid door de federale procureur worden uitgevoerd, de wijze waarop de federale procureur zijn bevoegdheden uitoefent en de werking van het federaal parket. Zij kan daartoe nazicht doen van alle dossiers die de federale procureur behandelt, de federale procureur horen en, indien daartoe grond bestaat, hem verzoeken schriftelijk verslag uit te brengen. Deze evaluatie wordt opgenomen in het verslag bedoeld in §7."
De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Dit amendement ligt in de lijn van mijn vorig amendement. Bij de verantwoording van de minister wil ik opnieuw opmerken dat het voorstel niet beoogt ieder dossier door het college van procureurs-generaal te laten controleren. Er kan een algemeen potentieel toezicht worden georganiseerd waarbij de controle effectief wordt uitgevoerd wanneer het echt nodig is. Voor het overige wordt het toezicht toevertrouwd aan de federale procureur. Er zijn allerhande tussenformules mogelijk zonder deze controle daarom als bureaucratisch te aanzien.
Ik deel de bezorgdheid van de minister voor een efficiënt en effectief federaal parket. Dat staat buiten kijf. Maar zelfs de theoretische mogelijkheid van controle door het college op de uitoefening van de taak vind ik een waarborg voor de democratie. Deze woorden komen van het college van procureurs-generaal en het college van de procureurs des Konings, met name de bezorgdheid die wordt gedeeld door de Hoge Raad van Justitie en door de Raad van State. Ik neem dit ernstig en ben van mening dat de tekst in die zin moet worden geamendeerd.
De voorzitter. - Artikel 6 luidt:
Artikel 144bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 maart 1997 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 144bis. - §1. De federale procureur is belast met de leiding van het federaal parket, dat is samengesteld uit federale magistraten, die onder zijn rechtstreekse leiding en toezicht staan. Hun opdrachten strekken zich uit over het gehele grondgebied van het Rijk.
§2. De federale procureur wordt met de volgende opdrachten belast:
1° de strafvordering uitoefenen overeenkomstig artikel 144ter;
2° zorgen voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering en het vergemakkelijken van de internationale samenwerking overeenkomstig artikel 144quater;
3° het toezicht uitoefenen op de algemene en bijzondere werking van de federale politie, zoals bepaald in de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
§3. In uitzonderlijke gevallen en enkel wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de federale procureur, bij een met redenen omklede beslissing, voor welbepaalde dossiers en na overleg met de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, zijn bevoegdheden tijdelijk geheel of gedeeltelijk opdragen aan een lid van een parket-generaal, van een auditoraat-generaal bij het arbeidshof, van een parket van de procureur des Konings of van een arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank, die deze uitoefent vanuit zijn standplaats.
In uitzonderlijke gevallen en enkel wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de minister van Justitie, op voorstel van de federale procureur en na overleg met de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, een lid van een parket-generaal, van een auditoraat-generaal bij het arbeidshof, van een parket van de procureur des Konings of van een arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank opdracht geven om in het federaal parket de opdrachten van het openbaar ministerie tijdelijk uit te oefenen in het kader van welbepaalde dossiers. Tijdens de uitoefening van zijn opdracht heeft deze magistraat dezelfde bevoegdheden als de federale magistraten.
De voormelde magistraten oefenen in die gevallen deze taak uit onder de onmiddellijke leiding en toezicht van de federale procureur. Hun overige taken oefenen zij verder onder de onmiddellijke leiding en toezicht van hun korpschef uit.
Ingeval omtrent de voormelde opdrachten geen overeenstemming bestaat tussen de federale procureur en de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, beslist de federale procureur."
Op dit artikel heeft de heer Vandenberghe amendement nr. 23 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In §1 van het voorgestelde artikel 144bis, tussen de woorden "De federale procureur is" en de woorden "belast met de leiding", de woorden "onder het gezag van het college van procureurs-generaal" invoegen.
De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Met mijn andere amendementen geef ik uiting aan dezelfde bezorgdheid. Zij zijn de consequente uitwerking van het standpunt dat ik heb verdedigd. Ik zal ze dus niet telkens toelichten.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement nr. 4B ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
Paragraaf 3 van het voorgestelde artikel 144bis wijzigen als volgt:
B) Een nieuw lid toevoegen, luidende: "De procedures voor detachering en overdracht van bevoegdheden mogen er in geen geval toe leiden dat het parket meer dan een kwart van zijn organiek kader moet afstaan."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement vise essentiellement à prévoir un seuil au-dessous duquel les parquets d'instance ne peuvent plus être dégarnis.
De voorzitter. - Artikel 7 luidt:
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 144ter ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 144ter. - §1. Indien een goede rechtsbedeling het vereist, wordt, behoudens in de gevallen bepaald in de bijzondere wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering en de wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers, de strafvordering uitgeoefend door de federale procureur voor:
1° de misdrijven welke bedoeld zijn in:
- de artikelen 101 tot 136 van het Strafwetboek;
- de artikelen 331bis, 477 tot 477sexies en 488bis van het Strafwetboek;
- artikel 77bis, §§2 en 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- de artikelen 1 en 2 van de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het humanitair recht;
2° de misdrijven gepleegd met gebruik van geweld tegen personen of materiële belangen om ideologische of politieke redenen met het doel zijn doelstellingen door middel van terreur, intimidatie of bedreigingen te bereiken;
3° de misdrijven die in belangrijke mate verschillende rechtsgebieden betreffen of een internationale dimensie hebben, in het bijzonder die van de georganiseerde criminaliteit;
4° de misdrijven gepleegd in het kader van de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materiaal en daaraan verbonden technologie in de gevallen waarin de strafvordering wordt uitgeoefend door het openbaar ministerie;
5° de misdrijven bedoeld in hoofdstuk I van titel VI van boek II van het Strafwetboek;
6° de misdrijven die samenhangend zijn met die bedoeld in 1°, 2°, 3°, 4° en 5°.
§2. De procureur des Konings, of in de gevallen bepaald in de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering, de procureur-generaal, licht ambtshalve de federale procureur in wanneer hij kennis neemt van een misdrijf bedoeld in §1. Hij licht bovendien de federale procureur in, telkens als dit voor de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur van belang is.
§3. In de gevallen bedoeld in §1 beslist de federale procureur of, hetzij de procureur des Konings of in de gevallen bedoeld in de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering de procureur-generaal, hetzij hijzelf de strafvordering uitoefent. De beslissing wordt, behoudens dringende en noodzakelijke omstandigheden, genomen na overleg met de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
§4. De federale procureur licht de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal in, telkens dit voor de uitoefening van de strafvordering door de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal, van belang is.
§5. Inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal, en de federale procureur betreffende de uitoefening van de strafvordering kunnen geen nietigheden worden opgeworpen.".
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 34 ingediend (zie stuk 2-691/3) dat luidt:
In het 3º van het voorgestelde artikel 144ter, §1, de woorden "in het bijzonder" vervangen door de woorden "bij voorrang".
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Il s'agit, en fait, de la définition des compétences du parquet fédéral en matière de criminalité organisée. Le procureur fédéral doit, à mon sens, agir en priorité par rapport à la criminalité organisée. Le terme « en particulier » me paraît être trop large.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 22 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 144ter, de §§2 tot 4 vervangen als volgt:
"§2. De procureur des Konings of de arbeidsauditeur licht ambtshalve de federale procureur in wanneer hij kennis neemt van een misdrijf bedoeld in §1. Zij lichten bovendien de federale procureur in, telkens dit voor de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur van belang is.
§3. De federale procureur beslist of, hetzij de procureur des Konings, hetzij de arbeidsauditeur, hetzij hijzelf de strafvordering uitoefent. De beslissing wordt, behoudens dringende en noodzakelijke omstandigheden, genomen na overleg met de procureur des Konings en de arbeidsauditeur. Tegen de beslissing staat geen verhaal open.
§4. De federale procureur licht de procureur des Konings of de arbeidsauditeur in, telkens dit voor de uitoefening van de strafvordering door de procureur des Konings van belang is."
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 8 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In §2 van het voorgestelde artikel 144ter, de volgende wijzigingen aanbrengen:
A. De woorden "bedoeld in §1" vervangen door de woorden "waarvoor de federale procureur overeenkomstig §1 bij voorrang de strafvordering uitoefent".
B. De tweede volzin doen vervallen.
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - J'insiste sur le caractère prioritaire de l'action du procureur fédéral, laquelle ne doit être ni facultative ni concurrente. Le procureur fédéral doit s'occuper en priorité de la criminalité organisée et des délits ainsi qu'ils sont fixés dans l'article.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 6 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 144ter wijzigen als volgt:
A. Paragraaf 3 vervangen als volgt: "§3. In de gevallen bedoeld in §1 bepaalt het akkoord dat voortvloeit uit overleg tussen de federale procureur en het lid van het betrokken openbaar ministerie wie de strafvordering uitoefent. Bij onenigheid maakt de federale procureur of het lid van het betrokken openbaar ministerie de zaak aanhangig bij het college van procureurs-generaal of bij de bevoegde procureur-generaal die binnen 48 na het aanhangig maken uitspraak moet doen."
B. In het eerste lid van §1, tussen de woorden "de strafvordering" en de woorden "uitgeoefend door de federale procureur", de woorden "gelijktijdig en bij voorrang" invoegen.
C. Het 3º van §1 vervangen als volgt: "3º de misdrijven die verschillende rechtsgebieden betreffen of een internationale dimensie hebben en die gepleegd worden in het kader van een criminele organisatie;"
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement poursuit trois objectifs.
Il s'agit, tout d'abord, d'instituer un mécanisme de conflit de compétences en cas de désaccord entre le procureur fédéral et un parquet d'instance en ce qui concerne la transmission d'un dossier. Je propose que le Collège des procureurs généraux soit, en l'occurrence, saisi.
J'insiste ensuite une nouvelle fois sur l'exercice - en priorité - des compétences du parquet fédéral, par rapport au parquet d'instance.
Enfin, le délit de criminalité organisée doit, à notre sens, être entendu de manière restrictive. Nous jugeons dès lors préférable de parler d'organisation criminelle plutôt que de criminalité organisée.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 30 ingediend (zie stuk 2-691/3) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 144ter, §3, aanvullen met de volgende volzin:
"De federale procureur brengt de betrokken procureur des Konings of de betrokken procureur-generaal op de hoogte van de beslissing die hij genomen heeft."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Si le procureur fédéral décide d'évoquer une affaire, je trouve à tout le moins utile qu'il en avertisse le procureur du Roi ou le procureur général concerné. Le texte ne prévoit nullement comment le procureur fédéral avertira le procureur du Roi.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 29 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 144ter aanvullen met een §6, luidende:
"§6. Telkens de federale procureur, nadat hij een dossier heeft geëvoceerd, beslist de zaak niet te onderwerpen aan een gerechtelijk onderzoek of de zaak te seponeren, licht hij de procureur des Konings van wie hij het dossier heeft geëvoceerd, in van zijn beslissing."
Artikel 13 luidt:
Artikel 208 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, wordt vervangen als volgt:
"Artikel 208. - Om tot procureur-generaal bij een hof van beroep te worden aangewezen, moet de kandidaat sedert ten minste vijftien jaar juridische functies uitoefenen, waarvan de laatste zeven jaar als magistraat van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie.
Om tot federaal procureur bij het federaal parket te worden aangewezen moet de kandidaat magistraat zijn van het openbaar ministerie. Daarenboven dient hij sedert ten minste vijftien jaar juridische functies uit te oefenen, waarvan de laatste zeven jaar als magistraat van de rechterlijke orde."
Op dit artikel hebben de heren Vandenberghe en D'Hooghe amendement 25 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
De eerste volzin van het tweede lid van het voorgestelde artikel 208 aanvullen met de woorden "of van de zittende magistratuur".
Op hetzelfde artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 10 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In het tweede lid van het voorgestelde artikel 208, na de woorden "van het openbaar ministerie" de woorden "of van de zittende magistratuur" invoegen.
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - J'attire particulièrement l'attention des membres sur cet amendement. Il vise à prévoir que le procureur fédéral puisse être issu des magistrats du siège. J'ai entendu Mme de T' Serclaes et M. Monfils exprimer une opinion favorable à cet égard puisqu'ils avaient eux-mêmes déposé un amendement en commission à ce sujet. Mme Nagy s'est également exprimée en ce sens. J'invite donc les membres à être très attentifs au vote de cet amendement n° 10.
De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Vandenberghe amendement 26 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
In het tweede lid van het voorgestelde artikel 208, de woorden "magistraat van de rechtelijke orde" vervangen door de woorden "zittende magistraat of magistraat van het openbaar ministerie".
Artikel 62 luidt:
Artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, opnieuw opgenomen bij de wet van 4 maart 1997, wordt vervangen als volgt:
"Het aantal federale magistraten, de federale procureur niet inbegrepen, wordt vastgesteld op 18."
Op dit artikel heeft mevrouw Nyssens amendement 15 ingediend (zie stuk 2-691/2) dat luidt:
Het voorgestelde artikel 2 aanvullen met een tweede lid, luidende:
"De aanwijzing van een federaal magistraat kan slechts op voorwaarde dat gelijktijdig voorzien wordt in de vervanging van de kandidaat in zijn oorspronkelijk parket."
Mme Clotilde Nyssens (PSC). - Cet amendement vise à veiller au cadre organique des parquets d'instance qui ne doivent pas être dépourvus à l'occasion de la création du parquet fédéral.
-De stemming over de amendementen en over de artikelen waarop zij betrekking hebben wordt aangehouden.
-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.