1-38
COM

1-38
COM

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales des réunions publiques de commission

Handelingen van de openbare commissievergaderingen

COMMISSION DE LA JUSTICE

COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE

SÉANCE DU MARDI 25 JUIN 1996

VERGADERING VAN DINSDAG 25 JUNI 1996

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER VERGOTE AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE OVER « DE OFFICIELE ERKENNING VAN DE CASINO'S, DE TOEGELATEN KANSSPELEN EN HET LEGALISEREN VAN JACKPOTS »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. VERGOTE AU MINISTRE DE LA JUSTICE SUR « LA RECONNAISSANCE OFFICIELLE DES CASINOS, DES JEUX DE HASARD ET LA LÉGALISATION DES JACKPOTS »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Vergote aan de minister van Justitie over « de officiële erkenning van de casino's, de toegelaten kansspelen en het legaliseren van jackpots ».

Het woord is aan de heer Vergote.

De heer Vergote (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, een wet uit 1902 verbiedt de casino's, doch momenteel worden er in ons land acht gedoogd, namelijk in Knokke, Blankenberge, Oostende, Middelkerke, Spa, Dinant, Chaudfontaine en Namen. Deze tegenspraak moet elke minister van Justitie toch vreemd in de oren klinken.

In zijn beleidsbrief neemt de minister zich voor deze situatie te veranderen. Wij citeren : « Enerzijds is er het wettelijk verbod, anderzijds is er het feitelijk bestaan van acht casino's. Het onderzoek zal gestart worden of desgevallend initiatieven moeten worden genomen om de huidige onduidelijkheid op te klaren. »

Ik meen dat de tijd gekomen is om de minister te ondervragen over deze materie en over de vorderingen in dit dossier. Er moet inderdaad iets gebeuren om orde te brengen in de chaos. Casino's moeten duidelijk binnen of buiten de wet worden geplaatst en er moet klaarheid worden geschapen in het daarbij aanleunende dossier van de kansspelen en meer bepaald van de jackpots.

Over casino's en kansspelen is er reeds veel gezegd en geschreven. Het is een belangrijk onderwerp, met implicaties op tal van domeinen. De politiek dient zich uit te spreken over de maatschappelijke keuze die zij maakt. Duidelijke standpunten zijn er niet. Op enkele uitzonderingen na blinkt de politiek uit in tegenstrijdige uitspraken. De publieke opinie wordt bespeeld door extreme opiniemakers met duidelijke belangen in de sector. Ik verwijs hier naar het interview met een casino-uitbater in het weekblad Humo van deze week.

De toekomst zal er niet gemakkelijker op worden : de elektronica en de vervaging van de grenzen zijn nieuwe gegevens die een nieuwe aanpak vragen. Afspraken op supranationaal niveau worden steeds belangrijker.

Ik meen echter dat onze aandacht in de eerste plaats moet gaan naar de dramatische gevolgen van de gokverslaving op menselijk, sociaal en financieel vlak. De nood aan een wettelijk kader wordt steeds sterker. Het wordt tijd dat de minister van Justitie iets doet.

Blijkbaar is het emotionele verlangen om te gokken soms sterker dan de rationele tendens om op zekerheid te spelen. In deze psychologische betekenis is gokken van alle tijden en is het eigen aan de menselijke natuur. De casino's spelen hierop in. Naast het spelelement bieden de meeste casino's ook vermaak op vele domeinen zoals optredens, tentoonstellingen, televisieshows, enzovoort. Zij dragen aldus bij tot de uitstraling van een stad of van een streek. Het zijn ook meestal grotere ondernemingen die werk verschaffen aan veel mensen en een economische impuls vormen voor de regio. De ontvangsten van de casino's en derhalve ook de fiscale inkomsten voor de overheid zijn aanzienlijk.

Casino's zijn, naar de letter van de wet, illegaal. De wetgever neemt echter een dubieuze houding aan. Hij wedt op twee paarden. Enerzijds wil hij de belastinggelden niet zomaar aan zich voorbij laten gaan en duldt hij het bestaan van de casino's. Anderzijds weigert hij tot nu toe duidelijke regels op te stellen zodat informele afspraken een permanent karakter krijgen. Zelfs het Hof van Cassatie ziet geen problemen in deze inconsequentie. Ik citeer uit een arrest van 24 november 1924 : « Het feit dat een fiscale taxe op de spelen geheven werd, doet niet vermoeden dat de exploitatie van de spelen geoorloofd was, en kan het strafbaar opzet van hen die ze uitbaten niet doen verdwijnen. »

De wetgever voert bovendien een inconsequent gedoogbeleid dat steunt op het « verdeel- en heersprincipe ». De parketten kunnen of willen momenteel niet eensgezind optreden. Hoe verklaart men anders dat het parket aankondigt zich te zullen verzetten tegen een nieuw casino in Brussel ­ zoals CVP-senator Vandenberghe ons op 15 februari 1996 meedeelde ­ naar aanleiding van de vraag om uitleg van VLD-senator Leo Goovaerts over « de komst van een Brussels casino » terwijl tegen het illegale casino te Menen niet wordt opgetreden ? Dat de Vlaamse Gemeenschap in haar begroting voor 1996 uitgaat van een meeropbrengst van 81 miljoen in de sector van de casino's, is eveneens typerend voor dit beleid.

Is dit rook zonder vuur of acht de Regering in budgettair barre tijden de financiële kant van de zaak belangrijker dan de sociale gevolgen ? Welke lijn valt hierin te trekken ? Dat men in dit dossier niet over één nacht ijs mag gaan, staat buiten discussie. Aangezien het gaat om grote geldmassa's hebben de casino's onmiskenbare aantrekkingskracht op het criminele milieu. Het gevaar voor manipulatie van casino's en voor het gebruik ervan als dekmantel voor het witwassen van grote sommen geld uit het illegale circuit is niet denkbeeldig. In België wordt dit risico nog versterkt door het ontbreken van een wettelijk kader.

De problematiek van de casino's is nauw verbonden met het organiseren van kansspelen. Er is dringend nood aan een duidelijk standpunt van de overheid inzake de kansspelen, niet in het minst omwille van de gevaren van overconsumptie en verslaving. Wij kunnen het toch niet blijven over het hoofd zien ­ zoals senator Leo Goovaerts onlangs zeer terecht opmerkte ­ dat casino's maandelijks tienduizenden gepensioneerden over de vloer krijgen die met autocars worden aangevoerd en via uitnodigende formules worden aangespoord tot gokken. Of acht de minister de gebruikte lokmiddelen een maatschappelijk te verantwoorden of toe te juichen fenomeen ?

Onze bijzondere aandacht moet gaan naar het verbod op de jackpot, ook in de casino's, al zijn sommigen, onder meer CVP-senator Johan Weyts, een andere mening toegedaan. De jackpot houdt een al te groot risico van verslaving in om de plaatsing ervan vrij te laten of om aan minimale vereisten te onderwerpen. De drama's die dit toestel reeds heeft veroorzaakt, zijn enorm. De sociale drempel en de leeftijdsdrempel zijn te laag en het winstmechanisme voor de uitbaters is te aanlokkelijk om het gebruik zonder meer toe te laten. Ik pleit dan ook voor een totaal verbod op jackpots in de casino's, ongeacht de financiële voordelen voor de casino's en de fiscale voordelen voor de overheid. Voor de VLD is sociale bescherming primordiaal en moet de ondeugd van de hebzucht te allen prijzen worden bestreden. Is voor de CVP, die pretendeert een waardenpartij te zijn, de menselijke waarde van de sociale bescherming dan ondergeschikt aan de financiële belangen van de casino-uitbaters en van de overheid ?

Het rapport over het strafrechtelijk beleid is af en de adviescommissie zou verslag uitbrengen over de actuele stand van zaken van de kansspelen in België. Wanneer mogen wij dit verslag verwachten ? Zal de adviescommissie aandacht hebben voor zowel casino's, paardenrennen, bingospelen als jackpots ? Voert zij ook een onderzoek uit over de risicogroepen en werd een financieel-maatschappelijke kosten-batenanalyse gemaakt ?

In deze kosten-batenanalyse moeten verschillende aspecten van gokverslaving onderzocht worden. Ik denk hier onder meer aan de financiële effecten voor de OCMW's, gezinsontwrichting, financiële catastrofes en faillissementen, psychiatrische behandeling, het inzetten van pro-deo advocaten, diefstal, moord, zelfmoord, afpersing en andere vormen van criminaliteit.

« Spelen zit in iedere mens, maar bij sommigen wordt het aangewakkerd en evolueert het en kan het leiden tot gokverslaving, bij anderen niet. » Er moet een wettelijk kader worden gecreëerd met een duidelijke regulering, die rechtszekerheid biedt, met een verregaande controle op misbruiken en met duidelijke opties voor de toekomst.

Een wettelijk kader moet inspelen op trends die nu pas op gang komen, maar snel aan belang winnen. De geautomatiseerde kansspelen zoals de bingo of de jackpot bestaan al een tijdje, maar ook de hieruit afgeleide elektronische varianten of andere uitvoeringen van dezelfde kansspelen, maken niet altijd het voorwerp uit van de oude wet. In Oostende denkt men aan het plaatsen van automatische teerlingspelen. De ondernemers zijn er klaar voor, maar de wetgever holt achter de feiten aan.

Wij moeten meer aandacht besteden aan het reguleren van de toevloed van nieuwe produkten die zich via de informatiesnelweg bij ons aanbieden. Via de telematica zullen de zogenaamde virtuele casino's met steeds beter uitgekiende formules een steeds breder consumentenpubliek bewerken. Vergis u niet : ook nu al is het mogelijk om op internet te gokken. Het invoeren van een creditcardnummer is in de meeste gevallen voldoende als registratie, terwijl een druk op een knop de roulette of de eenarmige bandiet in gang zet. De drempel kan onmogelijk lager zijn. De nationale wetgever staat machteloos omdat het internet mondiaal is en er slechts een beperkt aantal regels gelden. De « netiquette » voorziet niet in regels die kansspelen van het net weren. Hoe zal de minister dit probleem aanpakken ? Het verplichten van de waarschuwing dat gokken schadelijk is voor de financiële gezondheid, zal waarschijnlijk weinig resultaat opleveren. Wanneer komt er een Belgische « Cyber-act » ?

Fraude van het toevalsmechanisme moet met de zwaarste straffen worden bedacht. Er moet een sluitende controle tot stand komen, die misbruik of manipulatie van het spel onmogelijk maakt. Regelmatige, onverwachte controles, de invoering van een gelijkvormigheidsattest voor elektronische toestellen of een gelijkaardig controlemiddel moeten misbruiken voorkomen.

Binnen het wettelijk kader moet worden voorzien in de strengste straffen om de sector gezond te maken of te houden met de middelen die de wet ter beschikking heeft. De invoering van een uitbatingsvergunning waaraan reeds duidelijke criteria zijn verbonden en de mogelijkheid tot levenslange schorsing bij misbruiken, zijn noodzakelijke voorwaarden. Hoe zal een uitbatingsvergunning eruit zien ? Zullen alle bestaande casino's worden erkend ? Aan welke voorwaarden of criteria zullen zij moeten voldoen ? Komen er meer casino's ? Wordt er gedacht aan lokale monopolies, aan het opengooien van de markt of aan overheidsparticipaties in de casino's, zoals in Nederland ?

De wetgeving op federaal niveau kan overigens niet los worden gezien van de wetten in de ons omringende landen. Het is onaanvaardbaar dat onze bevolking in bussen de Nederlandse grens oversteekt om er de verboden vrucht te consumeren.

« Wij zijn het enige land in de wereld waar nog geen jackpots mogen geplaatst worden », beweert een casinobaas. In deze ongenuanceerde uitspraak schuilt een grond van waarheid. Het heeft geen zin een wetgeving te maken die geen rekening houdt met de regels die in onze buurlanden en op Europees niveau bestaan. Het vrije verkeer binnen de Europese Unie beperkt ook de controle op het goktoerisme. Nu al beweren Belgische casino's veel concurrentie te ondervinden van nabijgelegen buitenlandse casino's waar veel meer mag. Of daaraan moet worden toegegeven is een andere vraag. Graag zou ik op deze vraag van de minister een antwoord krijgen.

In Brussel ­ en blijkbaar ook elders ­ bestaan plannen om een nieuw casino op te richten. Net als mijn collega, VLD-senator Leo Goovaerts, druk ik hierover mijn bezorgdheid uit. CVP-minister Chabert van de Brusselse Regering heeft herhaaldelijk verklaard dat er in Brussel een casino moet komen. Hij heeft echter uitsluitend oog voor de werkgelegenheid en voor de fiscale inkomsten voor Brussel, die geraamd worden op 600 miljoen à 1 miljard. Hij houdt geen rekening met de maatschappelijke gevolgen van het gokken en de eventuele gokverslaving. Wordt hier enkel het financieel aspect onderzocht ? Worden ook andere elementen mee in overweging genomen, of is het de bedoeling dat Brussel het Las Vegas van België wordt ?

In de pers gonst het van de geruchten over de komst van nieuwe casino's. De NV Verenigde Casino's, London Clubs International en La Compagnie européenne des Casinos zijn maar enkele namen van kandidaat-investeerders te Brussel. Met de steun van het gemeenschappelijk vakbondsfront werden door de casinobazen twee CAO's afgesloten waarbij loonsverhoging en behoud van arbeidsplaatsen afhankelijk worden gemaakt van de exploitatievergunning voor een casino te Brussel en de toelating voor het plaatsen van jackpots in casino's.

Mijnheer de minister, dit is regelrechte chantage. Daaraan mag niet worden toegegeven. Men zou dan net zo goed hard drugs kunnen toelaten om de hoge taksen die men erop heft binnen te rijven. Hier is elke moraal zoek. Kan de CVP-minister op deze manier zijn ziel en zijn waarden aan de duivel verkopen ?

Ik wens de minister volgende concrete vragen te stellen. Hoever staan de werkzaamheden van de adviescommissie ? Is er een globale financieel maatschappelijke kosten-batenanalyse gemaakt ? Heeft de minister concrete plannen voor een wettelijk kader ? Zo ja, welke richting denkt hij uit te gaan ? Welke zullen de grote lijnen ervan zijn ? Hoe verantwoordt de minister de dubbelzinnige houding van de parketten, die in bepaalde situaties wel ingrijpen maar in andere gevallen een oogje dichtknijpen ? Wat is de beslissing van de minister met betrekking tot casino's in Brussel of in andere steden ? Hoe streng zal de minister optreden tegen jackpots ? Komt er een volledig verbod of zullen uitzonderingen worden toegelaten ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik onderschrijf de vraag om uitleg van de heer Vergote voor honderd percent. Nog niet zo lang geleden stelde collega Goovaerts trouwens ook een vraag over de problematiek van de casino's, meer specifiek dan in Brussel. Collega Vandenberghe hield toen een schitterende uiteenzetting, die hij vandaag wellicht zal herhalen. Hij wees op de dubieuze houding van de parketten, die met hun « gedoogbeleid » voor een stuk ingaan tegen de wil van de wetgever, die zegt dat kansspelen en casino's niet toegestaan zijn.

De minister antwoordde aan collega Goovaerts destijds dat het college van procureurs-generaal geen bijkomende casino's zal erkennen zolang de wetgeving niet is aangepast aan een aantal feitelijke toestanden. Hij stelde dus eigenlijk voor de huidige casino's te legaliseren.

Intussen zijn er in de pers uitspraken verschenen van de minister-president van de Brusselse Regering, de heer Picqué, en van de heer Chabert, minister van de Brusselse Regering. Ik heb ook gemerkt dat de minister van Justitie een meer tolerante houding aanneemt tegenover de mogelijke opening van een casino in Brussel. Toch blijven we met een dubieuze situatie zitten. Aan de ene kant wenst de wetgever absoluut dat er streng wordt opgetreden, maar aan de andere kant bouwen de parketten een parallelle wetgeving uit door te beslissen niet op te treden.

Ik heb de minister er reeds vroeger op gewezen dat casino's kunnen leiden tot een verslavingsgolf en dit in tijden dat honderdduizenden mensen te kampen hebben met armoedeproblemen. Ik heb dat ook al gezegd aan de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, die bevoegd is voor het armoedebeleid. Steeds kreeg ik koelweg te horen dat er geen enkele statistische aanwijzing is die aangeeft dat casino's, kansspelen of loterijen sociaal zwakkeren of groepen in een maatschappelijk of emotioneel zwakke situatie aanzetten tot gokken en aldus leiden tot verslaving. Ik ben het daarmee niet eens. Ik heb immers een heel andere, zij het beperkte ervaring met mensen die ik zeer goed ken. Ik stel vast dat zulke mensen zeer gemakkelijk het slachtoffer worden van illegale kansspelen.

Ik druk de minister dan ook op het hart de huidige casino's niet te legaliseren en geen vergunningen af te leveren voor nieuwe casino's. De minister moet integendeel de parketten opdracht geven de wetgeving ter zake strikt na te leven. Indien men trouwens alle overtredingen zou bestraffen zoals wettelijk bepaald, dan zou dit de Schatkist honderden miljoenen opleveren. De Regering zou zo op een sociaal verantwoorde wijze kunnen beschikken over heel wat bijkomende middelen, waarnaar zij zo zeer op zoek is. Die middelen zouden bovendien niet worden geheven op de kap van de gewone belastingbetaler, maar wel op de kap van degenen die al jaren een gokmaffia in stand houden.

Enkele jaren geleden heeft mijn vriend en partijgenoot Jan Caudron de strijd aangebonden tegen een aantal van deze maffiabazen, een woord dat toch wel op zijn plaats is, maar dit heeft weinig gevolgen gehad. Ik hoop dat de minister klaarheid zal scheppen in deze duistere situatie en dat hij de door de pers gewekte indruk, dat hij toleranter zou worden, zal tegenspreken, al beweer ik helemaal niet dat de minister hiervoor zijn ziel aan de duivel moet verkopen, zoals de heer Vergote suggereerde, die daarmee het bestaan van een ziel erkent.

Ik heb alleszins wel de indruk dat de druk van een machtige lobby effect begint te krijgen. Verschillende deskundigen hebben erop gewezen dat casino's een rol spelen in het witwassen van misdaadgeld.

De heer Coveliers (VLD). ­ Ook de topsport heeft daarmee te maken.

De heer Anciaux (VU). ­ Dat is ongetwijfeld correct, maar ik beperk me tot het onderwerp van de vraag om uitleg.

Als men werkelijk de bedoeling heeft de georganiseerde misdaad aan te pakken ­ wat ik alleen maar toejuich ­ dan moet in de eerste plaats de wet op de kansspelen en casino's worden toegepast.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Vandenberghe.

De heer Vandenberghe (CVP). ­ Mijnheer de Voorzitter, de problematiek van de casino's maakte in februari jongstleden het voorwerp uit van een vraag om uitleg van de heer Goovaerts.

De minister verklaarde toen opdracht te hebben gegeven tot het verrichten van studies op basis waarvan hij een wetsontwerp zou uitwerken. « In afwachting daarvan », zo verklaarde de minister, « gebeurt er niets ».

Intussen blijft de situatie dus zoals ze is. Ondanks een formeel verbod worden in België acht casino's uitgebaat : vier in Vlaanderen en vier in Wallonië.

Dat een dergelijk gedoogbeleid niet langer aanvaardbaar is, hoeft nauwelijks te worden onderstreept. Het is immers fundamenteel dat in een rechtsstaat de rechtsregels worden gerespecteerd. Het kan dan ook niet dat een door de wet verboden activiteit oogluikend wordt toegestaan. Dat de procureurs-generaal ter zake een omzendbrief zouden hebben geschreven, verandert niets aan dit uitgangspunt. De inhoud van deze omzendbrief werd trouwens niet aan het Parlement bekendgemaakt. Dit is niet alleen strijdig met het beginsel van de democratische transparantie en de politieke verantwoordelijkheid, het maakt bovendien het onderzoek naar de gedoogcriteria en de gelijke toepassing ervan conform de artikelen 10 en 11 van de Grondwet onmogelijk.

Ik herhaal de vraag die ik heb gesteld naar aanleiding van de vraag om uitleg van de heer Goovaerts om over te gaan tot voorlegging aan het Parlement van de omzendbrief. Dit zou een eerste stap zijn naar meer duidelijkheid inzake het thans gevoerde gedoogbeleid ten opzichte van de acht bestaande casino's.

Het belang van dit onderwerp kan niet voldoende worden onderstreept. Gelet op het niet denkbeeldige gevaar dat bepaalde criminele organisaties zich eventueel met casino's zouden kunnen inlaten en om vele andere sociale redenen, is het noodzakelijk dat de activiteiten van de casino's strikt worden gecontroleerd, indien de wet het bestaan ervan toestaat.

Niet alleen is de organisatie van gokspelen een aanlokkelijke bedrijvigheid, gelet op de aanzienlijke winsten die ermee kunnen worden gerealiseerd, bovendien bestaat het risico dat casino's kunnen worden gebruikt om criminele inkomsten wit te wassen.

Men mag ook niet vergeten dat gokken voor sommigen uitermate verslavend kan werken, wat voor deze personen vrijwel steeds leidt tot familiale en financiële problemen.

Om deze reden is het dan ook nodig dat toezicht wordt gehouden op de activiteiten van de casino's waarvan het beginsel in de concrete Europese context waarin wij ons bevinden, naar mijn mening, niet ter discussie kan staan. Een wettelijke regeling waarbij strikte uitbatings- en controlecriteria worden gehanteerd, mag bijgevolg niet langer op zich laten wachten. Bovendien is de huidige situatie van de casino's trouwens niet alleen op strafrechtelijk maar ook op privaatrechtelijk vlak problematisch. Zo besliste het Hof van beroep te Gent bijvoorbeeld nog niet zo lang geleden dat spelcontracten « volgens privaatrechtelijke normen nietig zijn omdat zij geen gerechtvaardigde economische oorzaak hebben, geen grondslag die waardig is voor juridische bescherming en tevens omdat ze een sociaal gevaar uitmaken ».

De vraag rijst evenwel wie bevoegd is om de dringende noodzakelijke wettelijke regeling uit te werken, althans in de veronderstelling dat we het over de dringende noodzaak van deze regeling eens zijn. Ter gelegenheid van de bespreking van zijn beleidsnota in de Senaat wees de minister er immers reeds zelf op dat dient te worden uitgemaakt in welke mate de bevoegdheden van de federale overheid, de Gewesten en de gemeenten met elkaar interfereren. Het antwoord op deze vraag heeft ongetwijfeld invloed op de uit te werken wettelijke regeling.

Aangezien de Senaat aan deze bevoegdheidsvraag bijzondere aandacht zal moeten besteden, veroorloof ik mij om even dieper op het probleem in te gaan. Het feit dat de problematiek van de casino's in ons federaal staatsbestel bevoegdheidsvragen doet rijzen, lijkt verband te houden met de wijze waarop tegen de casinospelen wordt aangekeken.

Beschouwt men de casinospelen als een vorm van oplichting van de deelnemers eraan dan is dit een justitiële aangelegenheid, waarvoor uiteraard de federale overheid bevoegd is.

Aanziet men daarentegen casinospelen louter als een vorm van ontspanning, dan zullen de Gemeenschappen bevoegd zijn. Volgens artikel 4, 10º, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen zijn de Gemeenschappen immers bevoegd voor de vrijetijdsbesteding en voor het toerisme.

Neemt men een soort tussenpositie in die casinospelen niet gelijkstelt met oplichting of bedrog, maar ze wel aanziet als een gevaar voor het ontstaan van gokverslaving bij sommige personen, dan blijft de bevoegdheidsvraag bestaan en kan men zich eventueel afvragen of de bevoegdheid niet door twee instanties dient te worden gedeeld. Krachtens artikel 5, paragraaf 1, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen zijn de Gemeenschappen bevoegd voor de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg alsook voor het beleid inzake maatschappelijk welzijn.

Als men ervan uitgaat dat het verbod op casinospelen of althans het opleggen van bepaalde uitbatingsmodaliteiten een preventieve maatregel tegen gokverslaving vormt, kan men zich afvragen of de Gemeenschappen ter zake niet bevoegd zijn.

Thans beschouwt zowel het straf- als het privaatrecht de casinospelen als ongeoorloofd, wat de jure de verwerping inhoudt van de stelling dat deze spelen slechts als een onschuldige vorm van ontspanning kunnen worden aangezien. Indien dit het geval is, lijkt dan ook enkel de federale wetgever bevoegd te zijn om de casinospelen zoniet te legaliseren ­ want deze uitdrukking gaat te ver ­ ze dan toch aan bepaalde modaliteiten en uitbatingsvoorwaarden te onderwerpen.

Wanneer men het andere extreme standpunt zou aanvaarden en het legale karakter van de casinospelen zou erkennen, dan lijkt de bevoegdheid voor de inplanting en voor de inrichting van de casino's te zullen overgaan naar de Gemeenschappen, aangezien de casinospelen op dat ogenblik een toegelaten vorm van ontspanning en van vrijetijdsbesteding zijn.

Er kunnen eventueel ook tussenformules in overweging worden genomen waarbij sommige spelen onder welbepaalde voorwaarden worden toegestaan, maar waarbij voor de concretisering van de modaliteiten een beroep zou worden gedaan op de Gemeenschappen.

Het is met andere woorden niet alleen de vraag of er een wettelijke regeling moet komen ­ ik ben van oordeel van wel ­, maar ook of het nu een wet en/of een decreet moet worden en welke bevoegdheid de federale overheid en de Gemeenschappen in de toepassing ervan moeten uitoefenen. Het antwoord op de vraag op welke wijze de federale wet deze activiteit moet benaderen, zal tevens het antwoord zijn op verdere vragen, zoals de bevoegdheid van de Gemeenschappen met betrekking tot de erkenning van casino's.

M. le Président. ­ La parole est à M. Desmedt.

M. Desmedt (PRL-FDF). ­ Monsieur le Président, je voudrais formuler brièvement deux observations.

Tout d'abord, il est évident que, du point de vue juridique, la situation actuelle n'est absolument pas satisfaisante. On peut, me semble-t-il, parler à cet égard d'un « arrangement à la belge » : lorsqu'un problème un peu complexe se pose, on le règle sans le régler et donc, en l'occurrence, on interdit les casinos mais en faisant preuve d'une certaine tolérance.

Vouloir vous emparer de la question constitue dès lors une initiative positive, monsieur le ministre. De quelle façon convient-il de s'y prendre ? Comme d'habitude en des termes très nuancés. M. Vandenberghe vient de formuler la question essentielle qui se pose : la responsabilité incombe-t-elle au pouvoir fédéral ou au pouvoir communautaire ? À mon sens, le pouvoir fédéral doit être le premier à agir en la matière.

Je vous avoue que, personnellement, je ne suis pas favorable aux casinos, mais je me rends bien compte qu'en ce qui concerne ceux qui existent déjà, il sera difficile, voire impossible, de faire marche arrière. Il serait dès lors souhaitable de leur donner un cadre légal.

Par contre, en tant que Bruxellois, je ne suis pas du tout favorable ­ je tiens à être extrêmement clair et je rejoins M. Vergote sur ce point ­ à l'installation d'un casino à Bruxelles, quoi qu'en disent MM. Picqué et Chabert. Une courte vue tend peut-être à faire considérer que certaines retombées économiques positives pourraient découler d'une telle décision mais, lorsque l'on examine l'ensemble de la problématique, l'établissement d'un casino à Bruxelles, ne me paraît absolument pas souhaitable sur le plan des conséquences sociales et morales. Aucun profit sérieux ne serait à attendre de cette installation. Il serait bon que le ministre de la Justice tienne compte non des affirmations de certains membres du Gouvernement bruxellois, mais de l'avis de l'ensemble de la population bruxelloise.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister De Clerck.

De heer De Clerck, minister van Justitie. ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Vergote en de andere sprekers voor hun uiteenzettingen over deze materie die inderdaad al een tijdje in de actualiteit staat en waarover er toch wel een algemene consensus bestaat dat er iets moet gebeuren. Iedereen gaat ermee akkoord dat de huidige toestand niet vol te houden, niet aanvaardbaar is en dat het in een rechtsstaat eigenlijk een schande is dat een dergelijke dubbelzinnigheid en hypocrisie blijft bestaan. Dat heb ik ook in mijn beleidsnota aangegeven en intussen heeft dit geleid tot bijkomend onderzoek en een aantal nota's waarover ik de geïnteresseerden graag informatie bezorg.

Eigenlijk wordt op het ogenblik het tempo van dit dossier bepaald door het Overlegcomité, omdat vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inderdaad druk wordt uitgeoefend en de zaak zeer nauwlettend wordt gevolgd.

Brussel dat vragende partij is, heeft dit onderwerp trouwens ook op de agenda van het Overlegcomité geplaatst met de vraag om een standpunt te bepalen. Het Hoofdstedelijk Gewest gaat er ook van uit dat het gediscrimineerd wordt. Hierover is er in de loop van de maand maart 1996 een eerste vergadering geweest. Op de tweede vergadering, begin juni 1996, heb ik een standpunt hierover ingenomen. Een derde vergadering is gepland in oktober. Daarop zal verslag worden uitgebracht over de stand van zaken. Natuurlijk is het niet de taak van het Overlegcomité om te beslissen op welke manier deze materie moet worden geregeld.

In het huidig stadium is het de minister van Justitie die een initiatief moet nemen, maar ik kom straks nog terug op deze bevoegdheidsproblematiek.

Deze materie wordt reeds decennia lang behandeld, maar men is er nog niet in geslaagd een regeling te treffen. Het is uiteraard een moeilijke zaak en ik kan niet verzekeren dat het probleem zal worden opgelost zelfs met de inspanningen die worden gedaan. Het is immers niet eenvoudig al die complexe aspecten van het dossier in één wet te regelen. Toenmalig minister Gol heeft destijds eveneens gepoogd voor deze problematiek een oplossing te vinden, maar tevergeefs. Nu circuleren ook allerlei voorstellen, onder meer dat van de heer Simonet. Deze voorstellen kunnen eventueel als discussiebasis dienen.

In september vorig jaar, nog vóór het debat op gang kwam, vroeg ik de dienst voor Strafrechtelijk Beleid, die de minister van Justitie adviseert, een nota op te stellen. Die voorbereidende studie kan eventueel aan de commissie worden bezorgd. Het is een interessant basisdocument omdat het, los van de juridische en algemene status quaestionis , ook aandacht schenkt aan de psycho-sociale aspecten van de problematiek.

Daarin wordt een analyse gemaakt van de mogelijke negatieve effecten, zoals gokverslaving en aan gokken gerelateerde criminaliteit. Volgens die studie zouden er in België ongeveer 100 000 « problematische spelers » zijn, twintigduizend daarvan zijn gokverslaafden. Meestal zijn het mannen, de helft ervan is jonger dan vijfentwintig jaar. Sommigen beginnen al op zestienjarige leeftijd te spelen op gokautomaten.

Er moet uiteraard worden genuanceerd, een casinospel is iets anders dan een speelautomaat, dan weddenschappen op paardenrennen of dan loterijen. De jackpot behoort, omwille van het grillige uitkeringspatroon, samen met de casinospelen tot de meest verslavende. Omwille van dit grote verslavingsrisico moeten zij bijzondere aandacht krijgen. Men kan uiteraard naar buitenlandse studies verwijzen, al is de situatie niet altijd vergelijkbaar, zeker niet met de Verenigde Staten. De Amerikaanse samenleving heeft immers veel meer dan de onze met casino's te maken. De relatie tussen gokken en crimineel gedrag wordt in de studie als multi-causaal omschreven. Er zijn dynamische verklaringsmodellen nodig, om maar te zeggen hoe complex deze materie is.

De studie gaat ook dieper in op het gedrag in het casino waar met geld, vals geld, of zwart geld wordt gespeeld en op de vraag hoe men aan geld komt om te kunnen spelen.

De studie besteedt eveneens aandacht aan de preventie. Bij een mogelijke legalisatie moet in elk geval worden nagegaan hoe wordt omgesprongen met kredietvormen, lidkaarten en toegangsmethodes. Als men de casino's een legale basis geeft, moet men daarnaast « verslavingszorg » organiseren.

Ik vond het belangrijk deze nota van de dienst Strafrechtelijk Beleid hier vandaag toe te lichten en ik wil de integrale tekst daarvan graag aan de voorzitter van de commissie voor de Justitie ter beschikking stellen zodat die in de verdere werkzaamheden van de commissie kan worden geraadpleegd.

Bovendien kan ik meedelen dat ondertussen een werkgroep werd samengesteld met vertegenwoordigers van de procureurs-generaal, van de administraties van Justitie, Economische Zaken en Financiën. Op basis van een aantal elementen aangebracht door de dienst van het Strafrechtelijk Beleid is deze werkgroep reeds verschillende keren samengekomen om een wetsontwerp inzake kansspelen en casino's voor te bereiden. Dit bevestigt mijn principiële stelling dat wij inderdaad moeten overgaan tot het creëren van een wettelijk kader en tot het modaliseren van deze activiteit en dat wij moeten gedaan maken met de huidige hypocrisie rond casino's. Morgen komt deze werkgroep nogmaals bijeen en uiteindelijk zal de administratie van Justitie de resultaten van de werkzaamheden van deze werkgroep gebruiken om een concrete tekst van voorontwerp uit te schrijven. Daarin moeten alle essentiële aspecten van deze problematiek worden omschreven.

De problematiek van de informatiemaatschappij, waarover de heer Vergote het had, zal niet in deze tekst maar elders worden behandeld, aangezien die een totaal ander karakter heeft. De enorme mogelijkheden van Internet en dergelijke zijn zo divers dat zij niet in een aparte wetgeving kunnen worden vervat. Wel moeten wij nagaan hoe de verschillende bestaande wetgevingen ­ bijvoorbeeld inzake adoptie, casino's of handelspraktijken ­ kunnen worden afgestemd op deze nieuwe manier van communicatie. Voor Internet een aparte wetgeving uitwerken lijkt mij dus vrij illusoir.

Ik ga hier vandaag niet verder op in omdat de problematiek van de informatiemaatschappij het voorwerp zal uitmaken van een afzonderlijke nota in het najaar, een soort « Cyber act » zoals de heer Vergote het noemt, waarin een bredere visie op de relatie tussen de justitie en de informatiemaatschappij wordt uitgewerkt.

Een belangrijk uitgangspunt voor het kansspelenbeleid is voor mij dat dit fenomeen niet mag worden weggemoffeld.Onder de bevolking bestaat een reëel verlangen om te gokken en te spelen en wij moeten dit dus omkaderen met het oog op de bescherming van de speler. Wij moeten vastleggen welke spelen aanvaardbaar zijn en welke niet en op welke manier verslaving en criminaliteit maximaal kunnen worden tegengegaan. Ook over de opbrengsten van dergelijke spelen moeten wij niet langer hypocriet doen. Ook die zijn een realiteit. In de Vlaamse begroting staan bijvoorbeeld reeds inkomsten uit kansspelen ingeschreven. Bovendien is het eveneens een feit dat alle ons omringende landen een wetgeving op casino's kennen. Zoals in alle economische activiteiten bestaat er ook in verband met het gokken heel wat grensoverschrijdend verkeer. Onlangs las ik nog dat 30 pct. van de consumptie wordt gerealiseerd in grenszones of net over de grens. Dat geldt zeker ook voor casino's en kansspelen.

Een basisoverweging is voor mij alleszins ook dat wij in de hele panoplie van mogelijke spelen een onderscheid moeten weten te maken tussen wat aanvaardbaar is en wat niet. Dit lijkt mij een belangrijke opdracht voor ons als politiek verantwoordelijken. Het afbakenen van de grenzen is een politieke verantwoordelijkheid.

Het grondbeginsel van de toekomstige regelgeving is het verbodsprincipe, dat in de wet van 24 oktober 1902 werd vastgelegd. Artikel 305 van het Strafwetboek voorziet in een sanctie. Bij koninklijk besluit van 13 januari 1975 werden een aantal kansspelen toegelaten. De wetgever moet de uitzonderingen op het basisprincipe bepalen. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de casino's en de kansspelen. Dit zijn immers twee verschillende concepten.

Er gaan stemmen op om de slotmachines, de jackpots of eenarmige bandieten, in de casino's totaal te verbieden. Ik wil niet vooruit lopen op een eventuele beslissing hieromtrent, maar indien slotmachines worden toegelaten, zal dit uitsluitend onder de meest strikte voorwaarden zijn. Het gevaar van de slotmachines moet zeker worden onderkend.

De randvoorwaarden voor het uitbaten van een casino moeten worden vastgelegd, opdat alles binnen de grenzen van het aanvaardbare blijft. Er moet een « hoge drempel » worden gecreëerd. Er zullen beperkingen moeten worden opgelegd en er zal moeten worden bepaald hoeveel casino's toelaatbaar zijn. Er moet niet enkel een analyse worden gemaakt op basis van de psycho-sociale studie, maar ook op basis van economische imperatieven. Op het ogenblik heerst de tendens om niet over te gaan tot een algemene liberalisering waarbij iedereen een casino mag openen en waarbij wordt verwacht dat enkel de sterkste zal overleven. Ik ben helemaal geen voorstander van een liberalisering ter zake.

De heer Coveliers (VLD). ­ Hoe kan dit principe om het aantal casino's te beperken in de praktijk worden toegepast ?

De heer De Clerck, minister van Justitie. ­ Ik zal hierop straks terugkomen, mijnheer Coveliers. Wij moeten bestuderen op welke manier er beperkingen kunnen worden opgelegd.

Voorts moeten de exploitatiecriteria worden vastgelegd. Deze problematiek situeert zich op vele vlakken. In de eerste plaats moeten er voorwaarden worden opgelegd in verband met de uitbater zelf. Wie kan hiervoor al of niet in aanmerking komen ? De cel voor financiële informatieverwerking zal worden betrokken om alle financiële transacties in de casino's te controleren. Dit is een elementair onderdeel van de organisatie van de casino's. Er moet ook een keuze worden gemaakt op het vlak van de leeftijd. Het is evident dat minderjarigen niet kunnen worden toegelaten in de casino's. Zo kan eventueel worden overwogen om de leeftijdsgrens op 21 jaar vast te stellen.

Zeer zeker moet een lidkaartensysteem worden ingevoerd zodat men toezicht kan houden op wie binnenkomt of niet. Ook het personeel moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Er moeten maatregelen genomen worden om tegen verslaafden te kunnen optreden en er zullen ook op het vlak van inplanting en infrastructuur bepaalde voorwaarden worden opgelegd.

Tegelijkertijd moet de lijst van de kansspelen van 1975 worden herzien. Deze lijst is hopeloos verouderd omwille van de technologische evolutie. Er moet worden bepaald in welke instellingen bepaalde kansspelen kunnen worden toegelaten. Ik denk hier aan cafés, horecazaken, lunaparken voor volwassenen, lunaparken voor jongeren enzovoort. Een studie daarover is hangende. Ook moeten maatregelen worden genomen om langdurig spelen te voorkomen. Zo kan het verslavend karakter van de automaten worden beperkt.

Ook instellingen die geen casino zijn maar waar wel kansspelen zijn toegestaan, hebben een vergunning nodig van de minister van Justitie.

Essentieel is dat er een advies- en controleorgaan wordt opgericht. Dit orgaan zal advies verlenen en controle uitoefenen inzake de verlening, de verlenging en de intrekking van vergunningen en inzake het kansspelenbeleid in zijn geheel. Tevens is controle nodig op de naleving van de vergunningsvoorwaarden, op de persoon van de aanvrager, op de werknemers, op de machines enzvoort. Met de procureurs-generaal is afgesproken dat in afwachting van een wettelijke regeling geen nieuwe casino's worden gedoogd en dat overtredingen zullen worden vervolgd.

Wat staat ons nu te doen ? De situatie wordt onhoudbaar, indien wij alles in één keer wettelijk willen regelen alvorens stappen worden gedaan. Daarom heb ik ook aan het Overlegcomité gezegd dat er eerst een basiswetgeving moet komen, waarin een aantal grote principes worden opgenomen. Een aantal technische elementen kunnen immers moeilijk nu al in een definitieve vorm worden gegoten. Die basiswetgeving moet het mogelijk maken het fenomeen onder controle te krijgen. In die wet moet worden bepaald dat kansspelen verboden blijven, maar ook de mogelijke uitzonderingen moeten erin worden opgenomen. Bovendien moet de wet ook de Koning de mogelijkheid geven om een aantal essentiële zaken te regelen, zoals de selectie van de uitbaters van casino's.

Indien die basiswetgeving er is, zou ik kunnen instemmen met de vestiging van één casino in Brussel. Die mogelijkheid moet bestaan. Dan moeten wel de procedures die in de wetgeving zijn vastgelegd, allemaal worden nageleefd. Hier is de rol van het advies- en controleorgaan natuurlijk cruciaal. Daarom moet voor alles dit orgaan worden geïnstalleerd. Indien die minimale voorwaarden vervuld zijn, verzet ik mij niet tegen de eventuele opening van een casino in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De heren Coveliers en Vandenberghe hadden het al over de bevoegdheden van de verschillende beleidsniveaus in ons land. Niet alleen de federale overheid, ook de Gemeenschappen en de Gewesten zijn ter zake bevoegd. De gemeenten zijn hierbij eveneens betrokken. Sommige gemeentebesturen aan de kust verlenen immers concessies voor de uitbating van casino's, die gevestigd zijn op het grondgebied van gemeentelijke eigendommen.

Om te beginnen moet er dus een kader worden gecreëerd, waarin de minimumvoorwaarden worden vastgelegd. Ik denk hier aan de uitzonderingen op de uitbating van casino's, aan het advies- en controleorgaan en aan de procedures in verband met de werking van de casino's. Hierover wordt echter nog volop gediscussieerd. Hoe harder men in Brussel roept om een casino, hoe harder men ook roept dat de minister van Justitie zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Het uitwerken van de procedures ter zake is echter delicaat. Bij het tot stand komen van de wet zal overleg meer dan noodzakelijk zijn, anders zullen we geconfronteerd worden met moeilijkheden. Maar ook bij het uitwerken van de procedures voor de werking van de casino's zal overleg met andere besturen noodzakelijk zijn. Ik stel voor dat na dit overleg de inplantingsplaatsen van de casino's worden vastgelegd in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Aldus kunnen bepaalde gemeenten voor een bepaalde termijn de vergunning krijgen om op hun grondgebied een casino te vestigen. Van zodra inplantingsplaatsen zijn aangewezen en de betrokken gemeenten weten waar ze aan toe zijn, kunnen de gemeentelijke autoriteiten onderhandelen met de kandidaten die aan de vooropgestelde uitbatingsvoorwaarden voldoen.

Deze materie is nog niet definitief geregeld en vormt een belangrijk element in de discussie over het vastleggen van de bevoegdheden en de opvolging nadien.

Het federaal niveau mag zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan in het geheel van de reglementering van de kansspelen. Met andere woorden, wij moeten niet alleen de uitbatingsvoorwaarden bepalen, maar ook moraliteitsgrenzen vastleggen. Dat belet niet dat ook rekening moet worden gehouden met aspecten als toerisme, ontspanning en preventie, waarvoor wij overleg moeten plegen met de Gewesten en de Gemeenschappen. Bij de discussie over het advies- en controleorgaan, zal de vraag over de integratie van de Gewesten en de Gemeenschappen zeker aan bod komen. Dit zal als het ware de toetssteen zijn voor de vraag die de heer Vergote in dit verband heeft gesteld.

Ik veronderstel dat de heer Vergote niet verwachtte dat ik vandaag een ontwerp zou indienen. Na de vergadering van het Overlegcomité heb ik opdracht gekregen om verder te werken. Prioriteiten hierbij zijn het uitwerken van een basiswetgeving voor de casino's ­ waarbij moet worden nagegaan of de kansspelen hierin moeten worden verwerkt ­ en de oprichting van het advies- en controleorgaan. Van zodra hierover een beslissing is genomen, zijn we een hele stap verder.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Vergote.

De heer Vergote (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor zijn uitvoerig antwoord.

Het verheugt me ten zeerste dat hij de problematiek die ik in detail in mijn vraag om uitleg heb gesteld, volkomen onderkent. Ik ben evenwel ook ontgoocheld omdat de minister geen beslissingen aankondigt. Hij spreekt over studies, rapporten en overleg, maar geeft niet aan wanneer concrete beslissingen zullen worden genomen.

Ik wil nogmaals klaar en duidelijk meedelen dat ik principieel niets tegen casino's heb. Ten eerste, zij vervullen een maatschappelijke behoefte. Ten tweede, zij dragen bij tot de tewerkstelling en geven zowel op economisch als op toeristisch vlak uitstraling aan een stad of een regio. Ten derde, ze zijn belangrijke financiers, zowel van de hogere overheid als van de gemeenten waar ze gevestigd zijn.

Het essentiële van mijn vraag om uitleg is het maatschappelijk fenomeen van de gokverslaving. Daarom heb ik de vraag gesteld of er een sociaal-maatschappelijke kosten-batenanalyse is gemaakt. Ik ben ook bekommerd om het risico om via casino's crimineel geld wit te wassen.

De minister heeft geantwoord dat er voorlopig geen casino komt in Brussel, maar voegde eraan toe dat die kans wel bestaat van zodra het wettelijk kader zal zijn bepaald. Ik kan mij daarover niet uitspreken. Dat hangt af van de beslissing van de minister.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil er de minister wel op wijzen dat hij door af te wijken van het principe van de acht getolereerde casino's zichzelf alle argumenten ontneemt om de aanvragen tot toelating van andere casino's te weigeren. Zowel Koksijde, De Panne, Kortrijk als Antwerpen en nog enkele andere steden zijn vragende partij voor het oprichten van nieuwe casino's.

Voor alle duidelijkheid en ter attentie van de heer Vandenberghe wens ik te beklemtonen dat het niet mijn fractie is die vragende partij is. Als de minister de uitzondering toestaat aan de stad Brussel, dan mag hij zich aan tal van andere aanvragen verwachten.

De minister heeft verklaard dat hij het aantal casino's zal beperken. Ik vraag me af op welke manier hij dat zal doen. De aangekondigde oprichting van een advies- en controleorgaan is een goede zaak. Ook het opstellen van een lijst van instellingen die bepaalde kansspelen mogen organiseren en van een lijst van toegestane kansspelen draagt mijn goedkeuring weg.

De minister wenst zich vooralsnog niet uit te spreken over de jackpots. Ik vraag hem nogmaals met aandrang om de uitbating van dit kansspel onder geen enkele voorwaarde toe te staan, ook niet in de casino's.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Coveliers.

De heer Coveliers (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, na de uitstekende uiteenzetting van de heer Vergote wil ik even terugkomen op het betoog van de minister dat mij voor een bepaald punt op mijn juridische honger laat.

De kansspelen blijven geregeld door de wet van 1902, ze blijven dus in het bijzonder strafrecht staan. Tegelijkertijd wil de minister een onderscheid maken tussen kansspelen en casino's. Kansspelen worden nu precies in casino's gedoogd. Alle andere activiteiten, wat ze dan ook mogen voorstellen, zijn volkomen legaal en behoeven geen vergunning. De minister wil de kansspelen verder binnen het bijzonder strafrecht laten vallen en ze op bepaalde plaatsen, onder bepaalde voorwaarden gedogen. De minister kan dat niet intuitu personae gedogen. Hij kan niet de overtreding van de strafwet door een bepaalde dame, heer of vennootschap op een bepaalde plaats en onder bepaalde voorwaarden gedogen en tegen een andere dame, heer of vennootschap die zich bereid verklaren om elders, maar onder identieke voorwaarden een casino uit te baten, vervolging instellen. Hoe kan in Antwerpen worden vervolgd, wat in Brussel wordt gedoogd, zonder het non-discriminatiebeginsel met voeten te treden ?

Door de kansspelen in het bijzonder strafrecht te houden, maakt de minister elke overdracht van bevoegdheden aan de Gemeenschappen onmogelijk. Via hun bevoegdheden voor cultuur, toerisme of sport beschikken deze Gemeenschappen nochtans over weliswaar andere wettelijke mogelijkheden. De minister geeft er blijkbaar de voorkeur aan vooral het economische karakter van de kansspelen in overweging te nemen en economische materies ressorteren nu eenmaal onder de federale wetgever. Daardoor blijft de minister meteen ook gehouden aan de Europese regelgeving ter zake. Een behandeling à la tête du client is volledig van juridische gronden ontbloot. Daarin heeft de heer Vergote overschot van gelijk. Door voorwaarden te creëren, moet aan iedereen die aan deze voorwaarden voldoet, hetzelfde recht gewaarborgd worden, zoniet zal België vroeg of laat door het Europees Hof van justitie worden veroordeeld. In het licht van de jongste uitspraken van de Europese instellingen, kom ik tot het besluit dat dit blijkbaar de allerlaatste bekommernis is van de Regering.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister De Clerck.

De heer De Clerck, minister van Justitie. ­ Mijnheer de Voorzitter, ik neem akte van het standpunt van de heer Vergote over de jackpots. Toch wil ik nog even repliceren op het begin van zijn uiteenzetting waarin hij heeft verwezen naar de christen-democratische principes en deed alsof dit nu het sociale dossier van de VLD is. Ik denk dat wij allemaal bij de afhandeling van dit dossier bescheiden moeten zijn en pragmatisch moeten zoeken naar goede oplossingen.

Zoals de heer Coveliers heeft aangehaald, is deze problematiek juridisch gezien inderdaad complex. Het non-discriminatiebeginsel kan risico's inhouden. Indien wij echter de voorwaarden voldoende scherp bepalen, aangeven waarom een beperking wordt ingevoerd en de verschillende instellingen met hun specifieke toegestane aantal spelen duidelijk opsommen, dan ben ik van oordeel dat de Europese Commissie deze hele opbouw moeilijk kan doorbreken, omdat hij verantwoord is vanuit economische en andere motieven. Ook het openbaar belang en de openbare orde zijn elementen die ingeroepen worden om verschillende categorieën in te voeren. Er zijn in het Parlement voldoende specialisten ter zake die daarover met meer kennis kunnen spreken. Ik ben dan ook niet echt bang voor de reactie van de Europese Commissie en denk dat we op dat vlak zeer zeker, zonder al te veel risico, een lijn kunnen uitstippelen.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.