5-116COM

5-116COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MERCREDI 18 JANVIER 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Karl Vanlouwe au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes sur «le rapport sur les droits de l'homme de la Bahrain Independent Commission of Inquiry» (no 5-1719)

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - In Bahrein heeft een onafhankelijke onderzoekscommissie haar rapport voorgesteld waarin de mensenrechtenschendingen tegen demonstranten sterk werden veroordeeld. De BICI-commissie, zijnde de Bahrain Independent Commission of Inquiry, werd eind juni gevormd op vraag van het VN Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen ingesteld door de Bahreinse koning Hamad bin Isa Al Khalifa, naar aanleiding van internationaal protest tegen de manier waarop vreedzame betogers werden aangepakt door ordetroepen in de straten van de hoofdstad Manama.

De BICI-commissie bevestigde dat de ordetroepen de door Bahrein erkende mensenrechtenverdragen hebben geschonden en heeft eveneens aanbevelingen geformuleerd aan de machthebbers van de Golfstaat. Volgens het rapport hebben de ordetroepen gebruik gemaakt van `overdadig en onnodig dodelijk geweld' waarbij ten minste veertig mensen om het leven kwamen.

Hoewel het rapport meermaals melding maakt van getuigenissen over verdwenen demonstranten en lijken, zal het moeilijk zijn om achter het exacte aantal vermiste personen te komen. De BICI-commissie beschikt dan ook niet over cijfers in dat verband.

De regering van Bahrein heeft reeds aangekondigd alle BICI-aanbevelingen uit te zullen voeren. Ze voegde eraan toe dat al twintig leden van de veiligheidsdiensten officieel in verdenking zijn gesteld van mishandeling van gedetineerden.

Ik had dan ook graag vernomen hoe de minister het BICI-rapport evalueert.

De BICI-commissie stelt dat er geen mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden door troepen van de Gulf Cooperation Council. Saoedi Arabië en andere landen hebben troepen gestuurd naar Bahrein om het regime te ondersteunen. Wat is het standpunt van de minister over het optreden van de GCC in Bahrein?

Weet de minister of er internationaal of onafhankelijk toezicht zal zijn op de beloofde implementatie van de aanbevelingen van het BICI-rapport?

Is de situatie in Bahrein nog besproken op de bijeenkomsten van de Europese Raad? Zijn Europese initiatieven gepland opdat de Arabische lente in dat land een positief gevolg zal kennen?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Alvorens de vragen te beantwoorden wil ik erop wijzen dat de BICI-commissie niet werd gevormd op vraag van het VN Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen. Het is wel het VN Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten dat reeds geruime tijd zijn bezorgdheid heeft geuit over de mensenrechtensituatie in Bahrein, dat aangedrongen heeft op een onderzoek.

Ik deel de mening van Navi Pillay, de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, dat het rapport van de BICI-commissie een belangrijke eerste stap in de goede richting is. Ik schaar me ook achter de verklaring van de Hoge Vertegenwoordigster Catherine Ashton op 24 november naar aanleiding van de publicatie van het rapport.

Ik beschik niet over informatie die de stelling van de BICI-commissie tegenspreekt.

Ik ben niet op de hoogte van de formele instelling van een internationaal of onafhankelijk toezicht. Wel weet ik dat een delegatie van het OHCHR Bahrein heeft bezocht van 13 tot 17 december 2011. Daarnaast hebben zowel de EU als ons land hun bezorgdheid geuit over de mensenrechtensituatie in Bahrein, zowel in bilateraal als in multilateraal verband, meer bepaald in het kader van de VN Mensenrechtenraad.

Zowel België als de EU volgt de mensenrechtensituatie in Bahrein van nabij op.

De Raad Buitenlandse Zaken van de EU heeft conclusies goedgekeurd over Bahrein in mei 2011. Sindsdien werd de situatie nog besproken binnen de EU, maar dan vooral op het niveau van de werkgroepen. Misschien dat binnenkort deze aangelegenheid opnieuw op de agenda van de Raad van Ministers wordt geplaatst.