3-41

3-41

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 5 FÉVRIER 2004 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Jean-Marie Dedecker au ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «les mesures annoncées de lutte contre le tabagisme» (nº 3-109)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Er gaat geen dag voorbij of er wordt gepraat over de oorlog tegen tabak.

Onlangs las ik in dat verband een artikel over COPD, het chronisch obstructief longlijden, waarover ik nog nooit gehoord had en wat, als ik de ziekteprofeten mag geloven, de malaria van de lage landen is: 12% van de Belgen tussen 12 en 44 jaar zouden eraan lijden.

Er gaat ook geen dag voorbij of er wordt gepraat over passief roken. Daarover bestaan evenveel tegenstrijdigheden als over het gat in de ozonlaag. Professor Wim Offeciers, een van onze vooraanstaande klimatologen, wijst erop dat in de 13e eeuw de kloosters in onze streken wijngaarden hadden, zeker niet als gevolg van de opwarming van de aarde door uitlaatgassen, maar omdat de aarde een ellipsvormige baan rond de zon volgt.

Volgens een artikel in The Economist van 12 maart 1998 zou een studie van 1989 van de Wereldgezondheidsorganisatie, die nochtans fanatiek tegen roken is, geen verband hebben kunnen leggen tussen meeroken en longkanker. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft geprobeerd dat onderzoek in de doofpot te stoppen.

Tijdens een bezoek van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden had de Gentse professor Delbeke het over een onderzoek naar de vraag of het passief meeroken van cannabis zou kunnen leiden tot doping. De professor had bij wijze van proef vier personen in een wagen geplaatst waarin volop cannabis werd gerookt. Geen enkele van die personen werd nadien positief bevonden.

Roken is ontzettend vervelend, vooral in een auto, maar dat kunnen we ook zeggen van zweetvoeten, een lijfgeur en bepaalde parfums. Je kan gewoon een beetje opschuiven.

De kern van mijn vraag is eigenlijk de `reglementitis' in ons land. Men moet al een beetje gek zijn om te twijfelen aan de schadelijke invloed van roken. Wie rookt, speelt Russische roulette met zijn gezondheid. Daar ben ik van overtuigd. Ik heb het er alleen een beetje moeilijk mee dat de roker de nieuwe melaatse van de maatschappij wordt en dat niet alleen in ons land. Het lijkt wel besmettelijk te zijn. In Egypte bijvoorbeeld heeft Imam-moefti Nasr Farid Wasel zelfs verkondigd dat roken een grond voor echtscheiding is. Ook de paus bemoeit er zich mee. Allen die zich onthouden van een plezier of verslaving, zoals roken of drinken, zijn bezig met boetedoening. Dat reinigt hen en bereidt hen voor op het hiernamaals. Wie stopt met roken, krijgt een halve aflaat; wie ook nog stopt met drinken, krijgt er nog een halve bij...

Maar laten we ernstig blijven. In een interview met de minister vorige week las ik dat er in België ongeveer 20.000 mensen sterven aan roken en 2.500 aan passief roken. Ik heb er even de studies op nagelezen en vond onder andere een brief van 12 februari 2003 van het OIVO, het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties, over de doden in ons land. Er zouden 6.522 mensen gestorven zijn ten gevolge van longkanker; 5.538 mannen en 984 vrouwen. Ongeveer 29% van de Belgen zijn rokers. Dat is 1% meer dan het jaar voordien.

Ik weet dat het roken een zeer ernstig probleem vormt, maar ik heb het vooral moeilijk met de hypocrisie daaromheen. De grote tabaksfabrikanten kijken aan tegen een claim van 6 biljoen oude Belgische franken, maar ik heb nog nooit gehoord dat Kalasjnikov of FN voor de rechtbank zijn gedaagd omdat ze wapens maken. Ik heb het er ook moeilijk mee dat de wet op de tabaksreclame op het circuit van Francorchamps werd goedgekeurd. Ook een belangrijk dossier voor de partij van de minister... Ik wil echter niet persoonlijk worden, want ik heb heel veel respect voor de strijd die de minister voert. Ik ga ook voor de sport en ik kan alvast zeggen dat ik niet rook en dat ik roken zelfs haat, maar ik ben tegen de overdreven betutteling en tegen de hypocrisie. Waar gaat dat immers eindigen? Senator de Bethune wil dat de minister met boodschappen op zakjes chips en colaflesjes de strijd tegen suikers en vetten aangaat. Hoe lang duurt het dan nog voor er op een flesje bier een foto van een bloedende lever verschijnt of op een zak frieten de foto van een darmcyste? Ergens moeten we de betutteling, de wettendiarree en de `reglementitis' een halt toeroepen. Vandaag werd de minister nog geciteerd in een Belgische krant in verband met de funboxen. Toevallig heb ik een veertiental dagen geleden contact gehad met Olaf Cornelis en dat was voor een stuk de basis voor deze vraag om uitleg. Olaf Cornelis woont in Meise en is gehandicapt. Als bijverdienste maakt hij dergelijke doosjes voor sigaretten. Ik vind dat een elementair recht.

Mevrouw Annemie Neyts, een vooraanstaand lid van onze partij, heeft ook een sigarettenhoesje, maar dan wel van Louis Vuitton. Ik zie niet hoe de minister dat in de toekomst kan verbieden. Ik zie ook niet hoe de minister de sigarettenautomaten kan verbieden. Hoe zal hij jongeren onder de zestien verbieden te roken? Ik vrees dat er wetten zullen worden uitgevaardigd die niet controleerbaar zijn. Dat leidt tot een overvloed aan wetgeving. Ik heb gelezen in een interview dat de moeder van de minister overleden is aan de gevolgen van roken. Mijn vader is ook overleden aan longkanker. Ik weet hoe verwoestend het is, maar als liberaal vind ik dat we niet moeten overreguleren.

Om te eindigen lees ik een stukje voor uit het boek The Nazi War on Cancer van Robert Proctor. Ruim een halve eeuw geleden was er ook al een modern, vooruitstrevend land dat een stevige anti-rook campagne voerde. Het was het eerste land ter wereld dat met gedegen wetenschappelijk onderzoek het verband tussen roken en longkanker aantoonde. Men probeerde de burger er via confronterende advertenties en posters van te overtuigen dat roken een vieze, ongezonde en vooral stomme bezigheid is. Op sigaretten werden hoge accijnzen geheven en advertenties voor rookwaren moesten aan allerlei regels voldoen en mochten niet gericht zijn op de jeugd. Roken werd verboden in bussen, treinen, ziekenhuizen, sommige bedrijven en vele overheidsgebouwen. Dat land was Nazi-Duitsland.

Ik ben ook te rade gegaan bij mevrouw Marleen Lambert, expert tabakspreventie bij het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie. Ik citeer haar: "Een shockerende mediacampagne in een land als Vlaanderen is geen aangewezen keuze, je riskeert zelfs een averechts effect te bereiken ... Hoe meer je de emoties bespeelt, hoe meer kans je loopt dat rokers zich gestigmatiseerd voelen en zich afkeren van de boodschap." Wie iets verbiedt creëert een verboden vrucht. Dat is gevaarlijker dan het gebruik zelf. Het is een zieke maatschappij die het gezond verstand in wetten wil gieten.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik wil de problematiek met iets meer nuances benaderen. De vergelijking met het nazisysteem lijkt me hier alleszins overdreven.

De wetenschappelijke bronnen waarop ik mij baseer is de studie Tobacco Smoke and Involuntary Smoking, monographs, volume 83, 2004 van het International Agency for Research on Cancer van de WHO. Onlangs heeft dit IARC de invloed van passief roken op de gezondheid van de mensen herzien. De genoemde publicatie wordt in de eerstkomende weken verwacht.

Passief roken of het inademen van andermans sigarettenrook kan de gezondheid duidelijk ernstige schade toebrengen. Met onvrijwillig roken bedoelt men het inademen van carcinogene en andere giftige componenten zoals nicotine en dioxine die in uitgeademde tabaksrook aanwezig zijn.

De uitgeademde tabaksrook wordt soms aangeduid als milieutabaksrook of secundaire tabaksrook. De concentraties van nicotine in de lucht in huizen van rokers en in werkplaatsen waar roken toegelaten wordt, varieert van gemiddeld twee tot tien microgram per kubieke meter.

Meer dan vijftig studies, uitgevoerd in meerdere landen, over passief roken en longkankerrisico bij nooit-rokers, vooral echtgenoten van rokers, werden de voorbije 25 jaar gepubliceerd. De meeste van deze studies tonen een verhoogd risico aan, vooral voor personen met hogere blootstelling aan passief roken.

Om de informatie gezamenlijk te kunnen evalueren, werden er meta-analyses uitgevoerd. Deze analyses tonen een statistisch significant en consistent verband tussen het longkankerrisico bij echtgenoten van rokers en de blootstelling aan uitgeademde tabaksrook van de rokende echtgenoot. Het verhoogde risico ligt op 20 procent voor vrouwen en 30 procent voor mannen. Dit blijft gelijk ook als de personen aan andere risicofactoren worden blootgesteld. Het risico stijgt bij toenemende blootstelling.

Het verhoogde risico bij nooit-rokers die aan passief roken op het werk werden blootgesteld, is eveneens statistisch significant: het ligt tussen zestien en negentien procent. Het IARC besluit dat er afdoende bewijs bestaat om te stellen dat passief roken longkanker veroorzaakt bij nooit-rokers. De vastgestelde risico's komen overeen met de voorspellingen gebaseerd op studies van actief roken bij verschillende volkeren.

In tegenstelling tot het actief roken is er niet voldoende bewijsmateriaal om een verband te leggen tussen passief roken en risico op andere kankers dan longkanker.

Enkele epidemiologische studies hebben wel aangetoond dat blootstelling aan secundaire tabaksrook samengaat met de incidentie van coronair hartlijden. Op basis van de beschikbare meta-analyses wordt geschat dat passief roken het risico op acute coronaire aandoeningen met 25 tot 35 procent verhoogt.

Er zijn voldoende wetenschappelijke bewijzen dat passief roken een risicofactor voor longkanker is.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik beschik over de resultaten van een ander wetenschappelijk onderzoek. Een twintigtal stellingen worden met de grond gelijk gemaakt. Het is een strijd van de ene wetenschapper tegen de andere. Ik betwijfel de schadelijkheid van roken niet. Ik lees voor uit het wetenschappelijk onderzoek in kwestie: "... de belangrijkste reden daarvan is dat de dosis rook waar een meeroker aan wordt blootgesteld extreem laag is, ongeveer één duizendste van wat rokers binnenkrijgen."

Een niet-roker die zich in een gesloten ruimte bevindt samen met iemand die 1000 sigaretten rookt, krijgt het equivalent van één sigaret binnen. Is dat de moeite waard om alle mensen te verbieden een sigaretje te roken op de trein?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik ben ook zeer gehecht aan de individuele vrijheid. Op dat vlak ben ik misschien geen socialist, maar veeleer een liberaal - in de Noord-Amerikaanse zin van het woord welteverstaan.

Het is onaanvaardbaar dat zoveel mensen sterven aan ziektes als gevolg van het roken: niet alleen aan longkanker, maar ook aan hart- en vaatziekten en andere kankers zoals keelkanker en zelfs maagkanker. De overheid moet dus een duidelijk signaal geven. Dat gebeurt zelfs in de meest liberale landen ter wereld. Het kan niet meer dat mensen nog roken zonder duidelijk het risico ervan te kennen. Het debat is zo moeilijk omdat een individu de risico's van zijn gewoontes niet wil erkennen. Een mens heeft het altijd moeilijk om te erkennen dat hij een vorm van zelfmoord pleegt. Mijn moeder bijvoorbeeld, die gestorven is op 57-jarige leeftijd, heeft steeds het gevoel gehad dat haar rookgedrag geen risico opleverde voor haar gezondheid. Onze maatschappij moet duidelijk maken dat roken gevaarlijk is, en niet alleen voor de rokers.

De heer Dedecker heeft cijfers geciteerd. Ik kan andere cijfers aanhalen. Er zijn natuurlijk oneindig veel bronnen. In de horecasector zijn er vijftig keer meer mensen die aan longkanker lijden dan bij de doorsnee bevolking. Dat bewijst duidelijk dat er een verband bestaat tussen hun werk en hun gezondheid.

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Ik ben er niet trots op, maar ik ben een verwoed roker en ook arts. Artsen worden vaak geconfronteerd met problemen van `te', `te veel' of `te weinig'.

Ik denk niet dat wij moeten discussiëren over de nefaste gevolgen van tabaksgebruik. Iedereen kent de nefaste gevolgen voor de COPD. De minister heeft zelf de coronaire aandoeningen aangehaald. Van dat alles is men overtuigd. Het causaal verband is bewezen. Voor gezwelziekten is het causaal verband echter nooit bewezen.

Mocht ooit worden aangetoond dat dit vermeende causale verband met gezwelziekten achterhaald is, dan vrees ik dat het laatste schrikbeeld tegen tabaksgebruik zal wegvallen. Rokers gaan er ook nu al van uit dat er voor COPD en vasculaire aandoeningen gepaste medicamenten bestaan. Ondanks de mijns inziens weinig gepaste ontrading dat tabak doodt, roken er vandaag nog meer mensen dan vroeger. Dat is toch het beste bewijs.

U hoeft het met mij niet eens te zijn, maar van alle vermageringsmiddelen is tabak nog altijd het minst gevaarlijke. Tabak wordt gediaboliseerd, maar dat is niet de juiste aanpak.

Ik heb alle respect voor de persoonlijke ervaring van de minister en hij heeft in mijn ogen ook gelijk. Zodra echter wordt aangetoond dat er geen causaal verband bestaat tussen tabaksgebruik en gezwelziekten, zullen alle remmen op het gebruik van tabak wegvallen. Zo redeneer ik, ook al zal ik niemand aanraden om te roken, integendeel.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - We moeten ons niet beperken tot een verbod op tabaksverkoop of tot een algemeen verbod van tabaksgebruik. Er moeten ook voorlichtingscampagnes worden gevoerd die het tabaksgebruik niet alleen diaboliseren, maar tevens een positief imago ophangen van tabaksonthouding als een manier van gezond leven. Mijn benadering verschilt misschien enigszins, maar zij gaat toch in dezelfde richting. Wij mogen de zaken niet op hun beloop laten.

De heer Germeaux heeft gelijk: er roken meer mensen dan vroeger, vooral in bepaalde categorieën. Ik denk meer bepaald aan tieners jonger dan zestien jaar. Jongeren beginnen nu te roken rond de gemiddelde leeftijd van veertien jaar en dat geldt nog meer voor de meisjes dan voor de jongens.

Dit bewijst dat onze maatschappij meer aandacht moet opbrengen voor deze problematiek en een globaal plan moet uitwerken. Enkele maatregelen volstaan niet.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - De staat moet de burgers wijzen op de gevaren. Wie echter het gevaar negeert, het niet wil zien of er niet om maalt, is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen.

We kunnen ook hypocriet zijn. De staat int jaarlijks voor 2 miljard euro aan accijnzen. De gezondheidszorg van de rokers kost jaarlijks 1,46 miljard euro. De staat wint jammer genoeg dus nog geld aan de rokers.

We voeren een gedoogbeleid ten opzichte van cannabisgebruik, maar cannabisgebruik veroorzaakt vijf keer meer depressies dan normaal en tot 30% meer schizofrenie dan normaal. Het roken is door de jaren heen een bijna normaal sociaal gedrag geworden, maar wij behandelen de rokers haast als de paria's van de samenleving.

Een bepaald deel van de horecazaken moet rookvrij zijn. Dat heeft niet veel zin. Men is ook niet een beetje zwanger. De overheid zou de horeca-uitbater moeten laten kiezen voor het al dan niet rookvrij maken van zijn zaak.

Ik vrees dat de overheid meer en meer lijdt aan reglementitis en dat ze daardoor aan het doel voorbijgaat.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het is niet waar dat de staat meer geld opstrijkt aan accijnzen dan hij uitgeeft aan de gezondheidszorg van de rokers. Een mensenleven heeft toch geen prijs. We zouden al tevreden zijn mocht onze symbolische campagne tot gevolg hebben dat enkele personen het roken zouden opgeven. We moeten daar durven voor uitkomen en ik zeg dat niet uit budgettaire overwegingen.

Een tweede opmerking betreft de persoonlijke keuze. Wie rookt, kiest daar zelf voor. Dat is zijn persoonlijke vrijheid. Ik aanvaard echter niet dat personen die niet roken schadelijke gevolgen ondervinden van het passief roken. Het is immers wetenschappelijk bewezen dat passief roken schadelijk is.

Een derde opmerking betreft de maatregelen zelf, bijvoorbeeld het deel van de horecazaken dat voorbehouden wordt voor niet-rokers en rokers. Ik onderhandel daarover met de sector, maar we hebben de ideale oplossing nog niet gevonden. We zouden de restaurants kunnen verplichten om heel het lokaal rookvrij te maken. We zouden daar gemakkelijk een consensus kunnen voor vinden. De restaurants worden immers overwegend bezocht door mensen die over een beter inkomen beschikken, die van een hoger sociaal niveau zijn. De kleine populaire cafés, waarin iedereen zou kunnen roken, zouden dan buiten de reglementering vallen. Dat zou een slechte en hypocriete oplossing zijn. De sector is zelf vragende partij voor een goede regeling.

Thans wordt daarover met de sector overlegd, die zelf vragende partij is. In Californië vreesde de sector aanvankelijk veel klanten te zullen verliezen. Het tegengestelde bleek het geval te zijn. Iedereen is tevreden en er wordt nu niet meer gerookt in de horecasector. Ook in de Scandinavische landen zijn de uitbaters van cafés en restaurants tevreden over het rookverbod. Het aantal klanten is toegenomen en de inkomsten zijn hoger dan verwacht.

Dit is helemaal geen karikaturaal debat. Het is niet mijn bedoeling voortdurend dwars te liggen. We moeten trachten samen de beste oplossing te zoeken. De commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat zal binnenkort een aantal wetsvoorstellen over die materie bespreken.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Dit debat is natuurlijk eindeloos. Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen mijn mening naar voren te brengen en wens de minister veel succes in zijn strijd tegen de tabak.