Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9556

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 12 juli 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

de verkiezingen in Iran

Iran
presidentsverkiezing

Chronologie

12/7/2013 Verzending vraag
15/10/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3810

Vraag nr. 5-9556 d.d. 12 juli 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Bij de recente verkiezingen in Iran werd Hassan Rohani verkozen tot president. Er stelden zich 680 mensen kandidaat, waaruit er acht werden goedgekeurd door de Raad van Hoeders. Kritische analisten stellen dat vijf kandidaten qua standpunten zeer dicht staan bij de conservatieve Ayatollah Ali Khamenei en dat geen enkele kandidaat voor grondige hervormingen staat. Verschillende oppositieleden werden zelfs onder huisarrest geplaatst. Bepaalde groepen uit de oppositie hebben de verkiezingen geboycot en riepen op om niet te gaan stemmen, zodat het nieuwe regime zo weinig mogelijk legitimiteit geniet. De nieuwe president zal enkel de bevelen van Ayatollah Khamenei opvolgen, stellen ze, omdat Khamenei de buitenlandse betrekkingen, het nucleaire programma en de nationale veiligheid beheerst.

IraniŽrs vertelden aan de BBC hoe de pers geen objectieve verslaggeving mocht brengen over de verkiezingen en dat het maatschappelijk middenveld fel wordt beknot in zijn activiteiten. Een opposante noemde Iran een "democratie met handboeien". Op die manier zal volgens de oppositie Iran haar harde lijn aanhouden, zonder dat de echte economische en sociale problemen worden aangepakt. Anderzijds moeten we vaststellen dat een deel van de oppositie en de hervormers wel zijn gaan stemmen, omdat ze hopen dat Rohani wel veranderingen kan doorvoeren in zijn land.

Graag had ik de minister volgende vragen gesteld:

1) Hoe evalueert hij de recente presidentsverkiezingen in Iran? Verliepen deze correct, en is Rohani legitiem verkozen, gelet op de strenge en ondemocratische selectieprocedure?

2) Hoe ziet de minister Hassan Rohani als president? Denkt de minister dat hij gematigd zal regeren en Iran terug open zal stellen voor het internationale debat, of zal Khamenei de touwtjes in handen houden? Wat is zijn mening hierover met betrekking tot het nucleaire debat?

3) Denkt de minister dat de nieuwe president de vele binnenlandse problemen zal aanpakken, of wordt de politiek van Khamenei op dit vlak doorgezet?

4) Klopt het dat journalisten en het maatschappelijk middenveld sterk in hun vrijheid beknot worden, en dat het democratisch gehalte van het Iraanse regime zeer twijfelachtig is?

Antwoord ontvangen op 15 oktober 2013 :

1. De presidentsverkiezingen van 14 juni 2013 zijn vreedzaam en zonder incidenten verlopen, wat niet het geval was in 2009. Maar zoals u zelf stelt, zijn deze verkiezingen helemaal niet conform de westerse democratische normen, onder meer omdat de kandidaten vooraf op basis van voornamelijk politieke criteria werden geselecteerd door de Raad van Hoeders van de Grondwet onder het nauwlettend toezicht van de Opperste Gids Khamenei. Laatstgenoemde wou bij de eindselectie van de acht kandidaten toch blijk geven van een bepaalde vorm van “pluralisme” (oorspronkelijk zes behoudsgezinde of zeer behoudsgezinde kandidaten en twee gematigde kandidaten, waarvan er een zich uiteindelijk heeft teruggetrokken). Op die manier wilde (Opperste Gids) Khamenei deze verkiezingen een “democratisch tintje” geven en een grote participatie van met name de aanhangers van de hervormingsgezinden bewerkstelligen. Omdat er geen alternatief was, hebben laatstgenoemden de enige overblijvende gematigde kandidaat, Hassan Rohani, dan ook massaal gesteund. Niettegenstaande de beperkingen die inherent zijn aan het Iraanse politieke bestel, geniet de verkiezing van de heer Rohani toch een zekere legitimiteit, rekening houdend met zijn onverwachte score (50,71 % van de stemmen bij de eerste verkiezingsronde) en de hoge participatiegraad (72,7 % van de kiezers). De verkiezing van Hassan Rohani kan trouwens worden beschouwd als het resultaat van de toenemende economische en sociale druk ingevolge het slechte economische beheer van President Ahmadinejad alsook de internationale sancties die verband houden met het nucleair dossier en de rechten van de mens.

2. De internationale gemeenschap heeft de verkiezing van de heer Rohani over de hele lijn met een zeer gematigd optimisme onthaald. In een perscommuniqué van 16 juni 2013 zei ik kennis te hebben genomen van de verkiezing bij de eerste stemronde van de heer Rohani en drukte ik de hoop uit dat zijn presidentschap tot een betere situatie op sociaal-economisch gebied en op het gebied van de mensenrechten zal leiden, de spanningen in de regio zal doen afnemen en zal bijdragen tot het snel vinden van een diplomatieke oplossing voor het Iraans nucleair dossier. Momenteel is het uiteraard nog te vroeg om conclusies te trekken uit de verkiezing van de heer Rohani die op 4 augustus in functie is getreden. Hij wordt als een pragmaticus beschouwd en lijkt meer geneigd te zijn tot openheid en gematigdheid, wat zou kunnen wijzen op een andere toon en stijl. Wat de inhoud betreft, zal vooral moeten worden gekeken naar zijn vermogen om invloed uit te oefenen en naar de echte manoeuvreerruimte ten opzichte van de conservatieven en de Opperste Gids, die de reële beslissingsmacht over strategische aangelegenheden in handen heeft. Wat dit punt aangaat, zou een belangrijk signaal moeten uitgaan van de nakende aanstelling van de opvolger van de heer Jalili als hoofdonderhandelaar over het nucleair dossier en van de toespraak die President Rohani op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2013 zal houden. De toekomstige Iraanse president zal hoe dan ook op zijn daden worden beoordeeld. In verband met het nucleair dossier ben ik net als mijn Europese unie (EU)-ambtgenoten van mening dat de dubbele aanpak van de EU, die gebaseerd is op de voortzetting van de dialoog, enerzijds, en sancties, anderzijds, in afwachting dat Iran concrete vooruitgang boekt, moet worden gehandhaafd. Wel kan men verwachten dat Rohani vertrouwenwekkende gestes zal uitproberen in de hoop de internationale sanctiedruk op Iran te verlichten. In 2004 - toen Rohani de nucleaire onderhandelaar was - heeft hij de capaciteit getoond om compromissen te sluiten, zonder dat de fundamentele nucleaire optie van Iran echt in gevaar kwam (ondertekening Aanvullend Protocol met IAEA, opschorting van verrijking). Het is mogelijk dat er een herhaling komt van dergelijke voorstellen, maar zeker gekoppeld aan de verlichting van sancties.

3. Gezien de verbintenissen die Hassan Rohani tijdens de verkiezingscampagne uitdrukkelijk is aangegaan, is het zeer goed mogelijk dat hij zal proberen de sociaal-economische situatie in Iran te verbeteren, niet alleen om tegemoet te komen aan de diepe verzuchtingen van de bevolking maar ook om het bewind in stand te houden. Dat is evenwel een grote uitdaging, rekening houdend met de aanzienlijke impact die de internationale sancties op de economische situatie hebben en met de nood aan hervorming van het economisch beleid van de Iraanse autoriteiten, dat almaar vaker op de korrel wordt genomen. Wat dit aspect betreft, zal de manoeuvreerruimte van de heer Rohani wellicht vrij beperkt zijn, wat hem ertoe zou kunnen aanzetten een aantal concessies te doen, meer bepaald inzake het nucleair dossier.

4. De schendingen van de mensenrechten en van de fundamentele vrijheden in Iran (onder andere, de vrijheid van meningsuiting en vrije media) zijn nog steeds het voorwerp van veel kritiek vanwege de internationale gemeenschap omdat er ter zake geen vooruitgang wordt geboekt. België, in het kader van gezamenlijke initiatieven van de EU-lidstaten, met name binnen de geëigende internationale organisaties, zoals in de Raad voor de rechten van de mens, op gezette tijden kritiek uit ten aanzien van de schendingen van de mensenrechten waaraan Iran zich schuldig maakt.