Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8315

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 26 februari 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Zelfstandige in bijberoep - Pensioenrechten - Cijfergegevens

zelfstandig beroep
geografische spreiding
officiŽle statistiek
dubbel beroep
sociale bijdrage
ouderdomsverzekering
verdeling naar geslacht

Chronologie

26/2/2013 Verzending vraag
18/7/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-8315 d.d. 26 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In april 2012 werd nog bericht dat bijna 220 000 mensen werken als zelfstandige in bijberoep, wat op dat moment een stijging van 3†% betekende tegenover 2010. Dit terwijl het aantal zelfstandigen in hoofdberoep slechts met 0,8 % steeg in diezelfde periode.

Het mag duidelijk zijn dat steeds meer mensen kiezen om aan de slag te gaan als zelfstandige in bijberoep. Deze categorie van economische activiteit wint elk jaar aan belang en wordt een steeds belangrijker deel van onze economie. Een mogelijke verklaring voor de groei is de financiŽle crisis die nog steeds heerst, en die ervoor zorgt dat mensen als zelfstandige in bijberoep aan de slag gaan om extra te verdienen.

Zoals bij wet bepaald, gelden er aparte regels voor zelfstandigen in bijberoep wat betreft sociale bijdragen. Voor de onderstaande beschrijving baseer ik mij op de categorieŽn beschreven zoals op http://www.socialsecurity.fgov.be/docs/nl/specifieke_info/zelfstandigen/bijdragen-2012.pdf

Als een zelfstandige in bijberoep een jaarinkomen heeft lager dan 1 393,70 euro, betaalt deze zelfstandige geen sociale bijdragen. Uiteraard worden er in dat geval geen pensioenrechten opgebouwd. Deze groep noemen we hier "groep 1".

Als het jaarinkomen hoger is dan 1 393,70 euro, betaalt de zelfstandige in bijberoep sociale bijdragen a rato van circa 21 % op het jaarinkomen. Als deze bijdragen lager zijn dan 692,86 euro per kwartaal (dit is de minimumbijdrage voor zelfstandigen in hoofdberoep), worden er evenmin pensioenrechten opgebouwd. Dit noemen we hier "categorie 2".

Als deze bijdragen gelijk zijn aan of groter dan 692,86 euro, met andere woorden, als de zelfstandige in bijberoep minstens even veel bijdraagt als een zelfstandige in hoofdberoep, bouwt de zelfstandige in bijberoep wťl pensioenrechten op. Dit noemen we "categorie 3".

Graag had ik dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Kan de minister een stand van zaken geven inzake de groei (of daling) van het aantal zelfstandigen in bijberoep, en dit eveneens ook voor het aantal zelfstandigen in hoofdberoep?

2) Beschikt de minister over cijfermateriaal met betrekking tot de verdeling van het aantal zelfstandigen in bijberoep per provincie, alsook per geslacht?

3) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2011 en 2012 tot categorie 1?

4) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2011 en 2012 tot categorie 2?

5) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2011 en 2012 tot categorie 3?

6) Welke is de totaliteit van de sociale bijdragen uit hoofde van een zelfstandige in bijberoep in 2011 en 2012 en kan de minister dit opsplitsen voor categorieŽn 2 en 3?

7) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep zijn er in 2011 en 2012 bijgekomen die pensioenrechten hebben opgebouwd?

8) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep in totaal hebben op dit moment pensioenrechten uitgebouwd (hoe miniem ook)?

9) Voor hoeveel gepensioneerden bestaat op dit moment minstens een deel van hun pensioen door hun activiteiten als zelfstandigen in bijberoep?

Antwoord ontvangen op 18 juli 2013 :

1. Onderstaande tabel geeft de evolutie (van 2005 tot 2012) weer, zowel in absolute cijfers als in groeipercentages, van het aantal verzekeringsplichtigen in hoofd- en bijberoep:

JAREN
(Toestand op 31/12)

Hoofdberoep

Bijberoep

Aantal

Groei (tov vorig jaar)

Aantal

Groei (tov vorig jaar)

Absolute cijfers

%

Absolute cijfers

%

2005

636.620



170.357



2006

640.732

+ 4.112

+ 0,65%

178.926

+ 8.569

+ 5,03%

2007

652.000

+ 11.268

+ 1,76%

190.268

+ 11.342

+ 6,34%

2008

659.907

+ 7.907

+ 1,21%

199.650

+ 9.382

+ 4,93%

2009

662.039

+ 2.132

+ 0,32%

205.862

+ 6.212

+ 3,11%

2010

669.726

+ 7.687

+ 1,16%

212.665

+ 6.803

+ 3,30%

2011

676.150

+ 6.424

+ 0,96%

219.369

+ 6.704

+ 3,15%

2012

683.519

+ 7.369

+ 1,09%

226.153

+ 6.784

+ 3,09%


2. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie (2011 en 2012) weer van het aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep, verdeeld per provincie en volgens het geslacht (telling op 31 december):

Te noteren hierbij is dat de geografische spreiding gebeurt overeenkomstig het officiële (domicilie) of het opgegeven adres van de verzekeringsplichtigen. Dit stemt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend. Dit laatste gegeven is trouwens niet gekend door het RSVZ.

PROVINCIE

31/12/2011

31/12/2012

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Buitenland

2.740

564

3.304

2.614

581

3.195

Antwerpen

22.428

12.777

35.205

22.595

13.305

35.900

Vlaams-Brabant

16.142

9.324

25.466

16.401

9.902

26.303

Waals-Brabant

5.012

3.408

8.420

5.096

3.685

8.781

West-Vlaanderen

17.012

8.851

25.863

17.361

9.412

26.773

Oost-Vlaanderen

20.726

10.913

31.639

21.158

11.349

32.507

Henegouwen

13.005

7.925

20.930

13.306

8.532

21.838

Luik

12.857

6.745

19.602

13.048

7.309

20.357

Limburg

13.022

6.450

19.472

13.297

6.835

20.132

Luxemburg

3.961

1.580

5.541

3.928

1.652

5.580

Namen

6.979

3.661

10.640

7.072

3.938

11.010

Brussels gewest

8.112

5.175

13.287

8.318

5.459

13.777

Totaal

141.996

77.373

219.369

144.194

81.959

226.153


3. Uit eerder uitgevoerde studies bleek dat ruim meer dan de helft, ofwel 56,12 % van het totaal aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep, in 2011 een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen had dat kleiner was dan 1 341,96 euro en aldus geen sociale bijdragen diende te betalen en ook geen pensioenrechten opbouwde. Verder valt nog op te merken dat er ook nog 21,12 % van het totaal aantal bijberoepers waren waarvan hun inkomen nog niet gekend was. Meestal betreft het starters.

Op 31 december 2012 waren er 226 153 verzekeringsplichtigen die een zelfstandige activiteit in bijberoep uitoefenden. Bijna twee derden ervan (145 411 of 64,30 %) had een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen dat kleiner was dan 1 393,70 euro. Deze categorie diende geen sociale bijdragen te betalen. Ten opzichte van 2011 is er een forse stijging van deze categorie.

Van 26 222 verzekeringsplichtigen (11,59 %) was het inkomen nog niet gekend.

4. Dezelfde interne studies geven aan dat ongeveer 17,04 % van het totaal aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep, in 2011, een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen had dat zich bevond tussen 1 341,96 euro en 12 129,76 euro (dit is het minimuminkomen voor zelfstandigen in hoofdberoep waarop 22 % aan bijdragen wordt betaald). Deze categorie bouwt evenmin pensioenrechten op.

In 2012 hadden 40 698 verzekeringsplichtigen in bijberoep (18,00 %) een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen dat zich bevond tussen 1 393,70 euro en 12 597,43 euro. Vergeleken met 2011 betekent dit een stijging van deze categorie (van 37 383 in 2011 naar 40 698 in 2012).

5. Slechts 5,72 % van het totaal aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep had in 2011 een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen dat groter was dan 12 129,76 euro. Deze categorie betaalde minstens evenveel bijdragen als de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep en bouwde aldus wel pensioenrechten op.

In 2012 had 6,11 % van het totaal aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep een geherwaardeerd netto-belastbaar jaarinkomen dat groter was dan 12 597,43 euro. Ten opzichte van 2011 kende deze categorie eveneens een stijging (van 12 555 in 2011 naar 13 822 in 2012).

Ter informatie vindt u hierna een tabel die een samenvatting geeft van het aantal verzekeringsplichtigen in bijberoep, verdeeld volgens inkomstenschijf (tellingsdatum = 31 december 2011):

Inkomstenschijven (in euro)

Aantal bijberoepers

%

Inkomen niet ingevuld

46.327

21,12

0,00 / 1.341,95 (categorie 1)

123.104

56,12

1.341,96 / 12.129,76 (categorie 2)

37.383

17,04

> 12.129,76 (categorie 3)

12.555

5,72

TOTAAL

219.369

100,00


Hierna vindt u dezelfde informatie als hierboven, doch voor het jaar 2012 (tellingsdatum = 31 december):

Inkomstenschijven (in euro)

Aantal bijberoepers

%

Inkomen niet ingevuld

26.222

11,59

0,00 / 1.393,69 (categorie 1)

145.411

64,30

1.393,70 / 12.597,43 (categorie 2)

40.698

18,00

> 12.597,43 (categorie 3)

13.822

6,11

TOTAAL

226.153

100,00


6. Een exacte opsplitsing volgens aard van bezigheid (hoofd- of bijberoep of actief na pensioen) kan niet worden weergegeven. Voor het jaar 2012 bedroegen de geïnde sociale bijdragen in totaal 3 538 625.000 euro, tegenover 3 400 215 000 euro voor het jaar 2011.

Uit eerder uitgevoerde studies mag worden verondersteld dat het (theoretisch) aandeel van de bijberoepers in het totaal van de sociale bijdragen respectievelijk 3,51 % (jaar 2012) en 3,40 % (jaar 2011) bedraagt.

Onderstaande tabel geeft de theoretische verdeling weer van de sociale bijdragen voor het jaar 2011 uit hoofde van de zelfstandigen in bijberoep en dit volgens de verdeling per inkomstencategorie:

Inkomstenschijven (in euro)

Bijdragenmassa (in euro)

Inkomen niet ingevuld

7.933.488,34

0,00 / 1.341,95 (categorie 1)

0,00

1.341,96 / 12.129,76 (categorie 2)

38.615.303,52

> 12.129,76 (categorie 3)

70.396.680,56

TOTAAL

116.945.472,42


Onderstaande tabel geeft de theoretische verdeling weer van de sociale bijdragen voor het jaar 2012 uit hoofde van de zelfstandigen in bijberoep en dit volgens de verdeling per inkomstencategorie:

Inkomstenschijven (in euro)

Bijdragenmassa (in euro)

Inkomen niet ingevuld

4.853.209,47

0,00 / 1.393,69 (categorie 1)

0,00

1.393,70 / 12.597,43 (categorie 2)

43.452.961,71

> 12.597,43 (categorie 3)

79.599.382,46

TOTAAL

127.905.553,64


7. Geen informatie beschikbaar.

8. Geen informatie beschikbaar.

9. Hieronder vindt u per ingangsjaar van het pensioen, voor de vijf laatste jaren, het aantal gepensioneerden voor wie minstens één kwartaal is opgenomen in de loopbaan die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van hun pensioen, tijdens hetwelke zij hun activiteiten als zelfstandige in bijberoep hebben uitgeoefend.

Jaar

Man

Vrouw

Totaal

2008

549

104

653

2009

650

47

657

2010

739

123

862

2011

740

168

908

2012

778

191

969