Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7656

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 8 januari 2013

aan de minister van Justitie

Homofobie - Homofoob geweld - Klachten - Juridische procedures - Gevolgen - Registratiebeleid - Maatregelen

seksuele minderheid
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
officiŽle statistiek
gerechtelijke vervolging

Chronologie

8/1/2013 Verzending vraag
26/3/2013 Rappel
10/9/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7656 d.d. 8 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Graag had ik van de minister een antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Kunt u op jaarbasis, en dit voor de jaren 2010-2011-2012, aangeven hoeveel keer de politie een klacht ontving over geweld met homofobe motieven?

2) Kunt u op jaarbasis, en dit voor de jaren 2010-2011-2012, aangeven hoeveel procedures werden opgestart op basis van dergelijke klachten?

3) Kunt u op jaarbasis, en dit voor de jaren 2010-2011-2012, aangeven hoeveel daders werden vervolgd voor misdaden met homofobe motieven? Kunt u deze cijfers uitvoerig duiden?

4) Kunt u op jaarbasis, en dit voor de jaren 2010-2011-2012, aangeven hoeveel zaken werden geseponeerd? Wat waren de belangrijkste redenen hiervoor?

5) Hoe evalueert u deze cijfers? Ziet u een stijging van het aantal misdaden met een homofoob motief? Worden volgens u genoeg misdrijven als dusdanig geregistreerd, gebeurt deze registratie met andere woorden correct bij politie?

6) Ziet u dit geweld als een voornamelijk stedelijke problematiek? Is het mogelijk om mij een cijfermatige verdeling te geven van geweld met homofobe motieven?

7) Deelt u mijn mening dat registratiebereidheid een groot probleem is? Wat wordt er gedaan om deze bereidheid te verhogen? Wat is er verder nog nodig? Registraties zijn immers de juridische en statistische basis van de oplossing.

8) Welke acties worden momenteel ondernomen om deze problematiek aan te pakken, en wat is verder nog mogelijk?

Antwoord ontvangen op 10 september 2013 :

1) In 2010 werden 60 klachten voor homofobie bij de politie ingediend. In 2011 en het eerste trimester van 2012 betreft het respectievelijk 86 en 68 klachten. Deze laatste cijfers moeten met de nodige omzichtigheid worden benaderd daar alle feiten nog niet geregistreerd zijn. Ik wens er op te wijzen dat grotere cijfers niet noodzakelijk betekenen dat er ook meer misdrijven werden gepleegd. De evoluties zijn eerder een indicator van de politieactiviteit, maar kunnen ook worden beïnvloed door een verandering in de neiging om een misbedrijf te melden.

2) Het antwoord op deze vraag vindt u in tabel 1 in bijlage.

3) In tabel 2 in bijlage is het antwoord opgenomen omtrent het aantal daders. De sinds 2010 geregistreerde zaken met een homofoob karakter zijn niet talrijk. Hierdoor kan er geen beeld van het criminologische fenomeen van de homofobieproblematiek worden opgemaakt. Er kan immers van worden uitgegaan dat sommige personen beslissen om geen klacht bij de politiediensten in te dienen of het homofobe karakter van de agressie waarvan ze het slachtoffer zijn niet vermelden. Het gebeurt ook dat de politie het homofobe karakter van het misdrijf niet in het aanvankelijke proces-verbaal vermeldt. Het administratieve personeel van de parketten kan ook vergeten de vermelding homofobie in het REA/TPI-systeem op te nemen. Het is tevens mogelijk dat de magistraat van het correctionele parket niet aan het administratieve personeel vraagt om de homofobe context van zijn dossier toe te voegen. Bovendien bestaan er lichte verschillen tussen tabellen 1 en 2. Dit kan worden verklaard doordat een zaak in het informaticasysteem werd geregistreerd zonder dat een enkele verdachte werd ingegeven, maar ook doordat er in een zaak meerdere verdachten kunnen voorkomen.

4) Het antwoord vindt u in tabel 3 in bijlage.

5) Het is inderdaad zo dat er een toename is van het aantal zaken die met de homofobieproblematiek verband houden. Zoals reeds aangegeven, gaat dit evenwel niet noodzakelijk gepaard met een toename van het fenomeen. Het kan er ook op wijzen dat slachtoffers het misdrijf eerder durven aan te geven of dat de politieagenten en parketten beter registreren omdat ze bewust zijn van het bestaan van het fenomeen. Er kunnen geen besluiten worden getrokken uit het op aantal geregistreerde misdrijven.

6) Er kunnen geen cijfergegevens worden geleverd over het stedelijke of landelijke karakter van de zaak. In het algemeen bestaan er weinig studies over de kwestie van homofoob geweld. Uit de studie “Agressie tegen holebi's in Brussel Stad” (Marcia POELMAN & Dirk SMITS, 2007, Makliu-Uitgevers nv) die door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid werd gepubliceerd, kunnen volgende elementen worden afgeleid: 1) Wat betreft de plaats waar de wanbedrijven worden gepleegd, is het duidelijk dat agressie tegen holebi’s overal kan plaatsvinden. Bijzonder gevaarlijk zijn evenwel plaatsen van “cruising” of “chase” waar mensen naartoe gaan met het oog op het leggen van seksuele contacten. Het risico op uitgaansplaatsen is bijzonder groot (p.116). 2) Volgens de respondenten zelf, is de subjectieve onveiligheid gelinkt aan de algemene context van de grootstad. De stad is immers een meer anonieme omgeving die conflicten in de hand kan werken of de oplossing ervan kan bemoeilijken (p.125).

7) en 8) Hoewel de registratie van klachten voor problemen kan zorgen, zou ik hier niet over “bereidheid” spreken.

Een werkgroep met leden van Binnenlandse Zaken, Justitie, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen is bezig met het opstellen van een omzendbrief inzake het strafrechtelijke beleid met betrekking tot discriminaties en haatdelicten voor alle door de wet erkende motieven. Deze gemeenschappelijke omzendbrief van het College van procureurs-generaal, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken zal met name Omzendbrief 14/2006 betreffende de strijd tegen de homofobe daden vervangen. De doelstellingen van deze nieuwe Omzendbrief zijn: (1) doeltreffendere identificatie en registratie van feiten van discriminatie en haatdelicten; (2) sensibilisering van parketmagistraten, magistraten van het arbeidsauditoraat en de politie voor de problematiek en de huidige wetgeving; (3) doeltreffendere sturing voor de magistraten en politieagenten op het terrein bij de opsporing en vervolging van de betrokken misdrijven; (4) verbetering van de samenwerking en de wederzijdse uitwisseling tussen de gerechtelijke actoren, de politieagenten en het CGKR en het IGVM; (5) bijzondere aandacht voor het opsporen van misdrijven die gepleegd zijn via het internet en opzetten van specifieke samenwerkingen. Er is in een regelmatige evaluatie van deze omzendbrief voorzien, met name op het vlak van de gegevensregistratie.

Bijlage bij QPV 5-7656 van Nele Lijnen

Voorafgaande opmerkingen over de door het College van procureurs-generaal geleverde cijfers:

(1) Hoewel de gegevensbank niet over specifieke tenlasteleggingscodes beschikt aan de hand waarvan de zaken met een homofoob karakter kunnen worden geselecteerd, is het wel mogelijk informatie te verkrijgen omtrent dit type misdrijf op basis van het contextveld “homofobie”. Dit kan bij de invoer van elke zaak in het REA/TPI-systeem worden ingevoerd. De invoer in het contextveld hangt grotendeels af van de context die de politiediensten op het aanvankelijke proces-verbaal hebben vermeld. Als de magistraat meent dat de feiten zich niet in een specifieke context hebben afgespeeld, kan het ook zijn dat context niet wordt geregistreerd ondanks het feit dat de context op het proces-verbaal vermeld kan zijn. De meegedeelde gegevens mogen dus niet als strikt wetenschappelijk worden aanzien.

(2) De gegevens hieronder stemmen overeen met de stand van de gegevensbank op 10 januari 2013.

(3) Op 28 « eersterangsparketten »" in ons land voert het parket van Eupen als enige zijn dossiers niet in het REA/TPI-systeem in omdat hier geen Duitstalige versie van bestaat.

(4) De gegevens die werden verwerkt om deze vraag te beantwoorden hebben enkel betrekking op misdrijven die door meerderjarigen werden gepleegd.

Tabel 1: Aantal van 2010 tot 2012 bij de Belgische correctionele parketten ingestroomde zaken met een homofoob karakter.

Gegevens per tenlasteleggingscode, in functie van het jaar van instroom van de zaak (a en % in kolom)

 

2010

2011

2012

TOTAAL

n/a

%

n/a

%

n/a

%

n/a

%

17H - Vol dans les véhicules/ Diefstal in wagen

.

.

1

11,11

.

.

1

3,85

35H - L. 10.04.90 relative aux entreprises de gardiennage, de sécurité et aux services internes de gardiennage/ W.10.04.90 betreffende de bewakingsfirma's, de beveiligings- en interne diensten voor bewaking

.

.

1

11,11

.

.

1

3,85

43A Opzettelijke slagen en verwondingen

.

.

3

33,33

3

33,33

6

23,08

45C Bedreigingen

2

25,00

.

.

.

.

2

7,69

45G PV van inlichtingen – geen klacht

1

12,50

.

.

.

.

1

3,85

50B Beschadigingen – vernielingen in het algemeen

1

12,50

.

.

.

.

1

3,85

52A Beledigingen

.

.

1

11,11

1

11,11

2

7,69

53D Belaging/stalking

1

12,50

1

11,11

1

11,11

3

11,54

56A - Racisme

3

37,50

1

11,11

2

22,22

6

23,08

56C Discriminatie behalve de gevallen van racistische of xenofobe discriminatie

.

.

1

11,11

2

22,22

3

11,54

TOTAAL

8

100,00

9

100,00

9

100,00

26

100,00

Tabel 2 : Aantal beklaagden betrokken bij de van 2010 tot 2012 bij de correctionele parketten in België ingestroomde zaken met een homofoob karakter. Gegevens voorgesteld per tenlasteleggingscode, volgens jaar van instroom van de zaak (a en % in kolom).

 

2010

2011

2012

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

35H - L. Wet van 10 april 1990 betreffende de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten

.

.

2

20,00

.

.

2

8,33

43A Opzettelijke slagen en verwondingen

.

.

3

30,00

.

.

3

12,50

45C Bedreigingen

2

33,33

.

.

.

.

2

8,33

45G PV ter inlichting – zonder klacht

1

16,67

.

.

.

.

1

4,17

52A Beledigingen

.

.

1

10,00

1

12,50

2

8,33

53D stalking

2

33,33

1

10,00

1

12,50

4

16,67

56A - Racisme

1

16,67

1

10,00

2

25,00

4

16,67

56C Discriminatie, behalve de gevallen van discriminatie op grond van racisme of vreemdelingenhaat

.

.

2

20,00

4

50,00

6

25,00

TOTAAL

6

100,00

10

100,00

8

100,00

24

100,00

Tabel 3 : Aantal bij de correctionele parketten tussen 1 januari 2010 en 31 december 2012 ingestroomde en op 10 januari 2013 geseponeerde zaken met homofoob karakter. Gegevens voorgesteld volgens het jaar van instroom van de zaak en volgens de geregistreerde reden voor sepot (a en % in kolom).

 

2010

2011

2012

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

Sepots van technische aard

         3

  75,00

         1

  20,00

         4

  50,00

         8

  47,06

onvoldoende bewijs

         2

  50,00

.

.

.

.

         2

  11,76

Dader(s) onbekend                                   

         1

  25,00

         1

  20,00

         4

  50,00

         6

  35,29

Sepots om opportuniteitsredenen                  

         1

  25,00

         3

  60,00

         2

  25,00

         6

  35,29

redenen eigen aan de aard van de feiten                  

.

.

         2

  40,00

.

.

         2

  11,76

beperkte  maatschappelijke  weerslag                   

.

.

         1

  20,00

.

.

         1

   5,88

misdrijf van relationele aard             

.

.

         1

  20,00

.

.

         1

   5,88

redenen eigen aan de persoonlijkheid van de dader         

.

.

         1

  20,00

         1

  12,50

         2

  11,76

toevallige feiten – specifieke  omstandigheden   

.

.

         1

  20,00

.

.

         1

   5,88

houding  van  het slachtoffer                        

.

.

.

.

         1

  12,50

         1

   5,88

strafrechtelijk beleid                                

         1

  25,00

.

.

         1

  12,50

         2

  11,76

andere prioriteiten                               

         1

  25,00

.

.

         1

  12,50

         2

  11,76

Andere redenen voor sepot                          

.

.

         1

  20,00

         2

  25,00

         3

  17,65

seining van de dader                             

.

.

.

.

         1

  12,50

         1

   5,88

pretoriaanse probatie                                 

.

.

         1

  20,00

         1

  12,50

         2

  11,76

TOTAAL

         4

 100,00

         5

 100,00

         8

 100,00

        17

 100,00