Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7105

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 27 september 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Verkoop van monitoring- of spionagesoftware aan onderdrukkende regimes - Standpunt - Cijfers

spionage
computerprogramma
officiële statistiek
dictatuur
uitvoerbeperking
Syrië
Iran

Chronologie

27/9/2012 Verzending vraag
21/11/2013 Rappel
9/1/2014 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7106

Vraag nr. 5-7105 d.d. 27 september 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verneem heden dat Duitsland niet wil dat er monitoring- of spionagesoftware wordt verkocht aan onderdrukkende regimes. Het is de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle die op de Internet and Human Rights Conference over het plan sprak. Het plan is vooral gericht op landen als Iran en Syrië.

Minister Westerwelle benadrukte het belang van het internet bij het organiseren van politieke protesten. Hoewel het internet ook kan misbruikt worden om te infiltreren en individuen op te sporen: "Deze regimes horen niet de technische instrumenten te krijgen om hun eigen burgers te bespioneren”, aldus minister Westerwelle. Daarom wil hij een Europees verbod op de export van zulke software naar bepaalde regimes.

Met de oproep herhaalt de minister de uitspraken van commissaris Neelie Kroes. Die sprak eind vorig jaar al over een soortgelijk plan. Nu wil Duitsland het voortouw nemen om zo'n verbod Europees te lanceren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Hoe reageert u op het voorstel om op EU-niveau een verbod in te voeren op de verkoop van monitoring- of spionagesoftware aan onderdrukkende regimes? Steunt u dit voorstel en kan u aangeven of u zelf mee bereid bent concrete stappen te doen om dit voorstel door te drukken?

2. Bestaat er heden in ons land regelgeving omtrent de export van monitoring- of spionagesoftware of hardware naar dictatoriale of onderdrukkende regimes? Zo ja, kan u toelichten? Zo neen, waarom niet en acht u dit niet aangewezen?

3. Kan u respectievelijk voor de jongste drie jaar aangeven naar welke niet-democratische landen monitoring- of spionagesoftware of hardware werd uitgevoerd? Wordt dit heden überhaupt opgevolgd en zo ja, door wie?

Antwoord ontvangen op 9 januari 2014 :

1 - EG-verordening 428/2009 van 5 mei 2009 bepaalt dat goederen opgenomen in de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik zijn onderworpen aan de criteria van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van 8 december 2008.

Bovendien bepaalt de regelgeving dat een lidstaat de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik die niet op deze lijst voorkomen kan verbieden of vergunningplichtig maken om redenen die verband houden met de openbare veiligheid of de bescherming van de rechten van de mens.

De verordening bepaalt ook dat lidstaten elkaar moeten raadplegen wanneer ze een transactie willen vergunnen die gelijksoortig is met een transactie die eerder door een andere lidstaat geweigerd werd. Ze moeten ook de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte brengen van hun uiteindelijk besluit.

2 - Voor het overige is het niet aan mij om commentaar te leveren op een zaak die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gewesten valt. Het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid en de Gewesten van 17 juli 2007 bepaalt verder dat het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest België vertegenwoordigen de Europese unie-werkgroep die zich buigt over goederen voor tweeërlei gebruik.