Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5727

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 29 februari 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Oeganda - Wetsvoorstel - Homoseksualiteit - Seksuele discriminatie - Belgische samenwerking

Oeganda
seksuele minderheid
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
ontwikkelingshulp

Chronologie

29/2/2012 Verzending vraag
1/10/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-5727 d.d. 29 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Enkele dagen geleden werd in Oeganda een controversieel wetsvoorstel van onder het stof gehaald. In haar originele vorm kon volgens de wet een persoon de doodstraf krijgen voor homoseksueel gedrag. Nadat het vorige wetsvoorstel zeer veel internationale kritiek had gekregen, werd het zonder debat afgewezen. Nu probeert parlementslid David Bahati het wetsvoorstel, in een gewijzigde vorm, opnieuw door het parlement te krijgen. Er is wel enige onduidelijkheid. In het nieuwe wetsvoorstel is de doodstraf niet geschrapt, terwijl de uitvoering hiervan nooit de bedoeling zou worden. Het gedeelte over de doodstraf zou na overleg in een comitť met parlementsleden verwijderd worden. Wel kunnen homoseksuele daden bestraft worden met levenslange opsluiting. Dit zou een verlenging van de huidige straf zijn, want nu riskeren homoseksuelen immers al veertien jaar cel. Dit zou dus niet bepaald een verbetering zijn ten opzichte van de vorige wet, omdat mensen ter plaatse verklaren dat opsluiting in Oeganda zo mogelijk nog gruwelijker is dan de doodstraf.

Volgens David Bahati moet de wet homoseksualiteit en de verspreiding daarvan tegengaan, om zo ook de jeugd tegen seksueel misbruik te beschermen. Bahati is lid van de politieke partij National Resistance movement (NMR) en de fractievoorzitter in het parlement. Met 205 van de 289 zetels in het parlement is de NRM afgetekend de grootste partij. Haat jegens homoseksuelen is dus niet enkel wijdverspreid bij de gewone bevolking, ze is ook aanwezig in het parlement. Dit vertaalt zich in mensonterende wetsvoorstellen zoals deze.

Op de website van Buitenlandse Zaken staat te lezen dat Uganda op de vierde plaats staat voor Belgische ontwikkelingssamenwerking. "BelgiŽ schenkt extra aandacht aan de transversale thema's gendergelijkheid, milieu, sociale economie en de Rechten van het Kind." Deze nieuwe wet zou deze strijd voor menswaardigheid en gelijkheid sterk beknotten.

Op 4 juli 2011 gaf u volgend antwoord op een parlementaire vraag over het wetsvoorstel op dat moment: "De rechten van LGBT (lesbian, gay, bisexual en transsexual) zijn een bijzonder aandachtspunt van de Belgische buitenlandse politiek inzake mensenrechten. Onze ambassade in Kampala heeft de situatie op de voet gevolgd en blijft deze volgen. Er wordt ook gecoŲrdineerd met de EU-partners ter plaatse." Ook werd het volgende gezegd: "Ik kan u evenwel meegeven dat zowel de Europese Commissie als meerdere EU-lidstaten, waaronder Nederland en Zweden, al te kennen hebben gegeven hun samenwerking met Oeganda te herbekijken als de wet op homoseksualiteit verder verstrengd wordt."

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Wat vindt u van het feit dat dit wetsvoorstel opnieuw wordt bovengehaald?

2) Wat doet BelgiŽ om de rechten van homoseksuelen in Oeganda te beschermen?

3) Heeft Europa naar uw mening veel kunnen veranderen aan de situatie vergeleken met vorig jaar?

4) Verandert dit wetsvoorstel de houding of het gedrag van BelgiŽ ten aanzien van Oeganda? Wordt de samenwerking herbekeken, zoals u het vorig jaar mogelijk achtte?

Antwoord ontvangen op 1 oktober 2012 :

1.De “Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender (LGBT)-toolkit” laat toe om tussen te komen in externe acties tegen discriminatie en aanvallen op LGBT activisten. De actie is misschien individueel maar ook meer concreet door de tendensen of signalen, publieke verklaringen, de media, sensibiliseringscampagnes over stereotiepen. België speelt hierbij een actieve rol via zijn ambassades, maar ook in Genève en New York. Mainstream niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) hebben ook lang geaarzeld voor ze hun stem durfden te verheffen tegen anti-LGBT. De laaste jaren hebben aangetoond een evolutie van dienstverlening naar pleitbezorging en juridische actie door ngo’s om rechten af te dwingen. 

2.De minister van Ethiek en Integriteit, Simon Lokodo, is resoluut tegen LGBT. In februari 2012 heeft hij zelfs een workshop rond dit onderwerp gesloten. Maar er is in principe weinig kans dat het dreigement om 38 ngo’s te sluiten zal worden uitgevoerd.

In een zeer democratisch proces heeft de Europese Unie (EU) Gerald Kankya (Programma Coördinator Twerwaneho Lsitenes Club (TLC)) winnaar gekroond en daarenboven hulde gebracht aan twee LGBT activisten in een periode waarin heel de wereld vreest dat een voorstel tegen homoseksualiteit zal ontberen België heeft met succes gelobbyd voor de erkenning van de waarnemersstatus voor EHAHRDP (East and Horn of Africa Human Rights Defender Program) bij Economic and Social Council (ECOSOC) en dat een van de leden van de EHAHRDP werd genomineerd voor de prijs van mensenrechtenverdedigers (in het kader van de EU-richtsnoeren). In de gemeenschap van sponsors verdedigt men het overleg, indien er een reactie ontstaat. De acties te ondernemen zijn bijvoorbeeld een prijsverdeling die elk jaar voorstaan zou plaatsvinden en contacten te onderhouden met lokale mensenrechtenverdedigers in Oeganda.