Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5724

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 29 februari 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

SyriŽ - Aanval op Homs - Dood journalisten - Standpunt BelgiŽ

SyriŽ
politiek geweld
beroep in de communicatiesector
Rode Kruis

Chronologie

29/2/2012 Verzending vraag
20/7/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-5724 d.d. 29 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 22 februari 2012 kwamen twee internationale journalisten, Marie Colvin (Verenigde Staten) en Rťmi Ochlik (Frankrijk), om het leven in het Syrische Homs. Deze stad is de grootste bron van protest tegen president Assad en de leider reageert meedogenloos. Hij laat bommen vallen op woonwijken en scherpschutters schieten willekeurig op wie op straat durft te komen. In Homs was er ook een geÔmproviseerd mediacentrum opgericht voor de enkele buitenlandse journalisten die SyriŽ zijn binnengeraakt. Volgens de media zou het regime doelbewust bombardementen hebben uitgevoerd op het mediacentrum, waarbij ook vele burgerslachtoffers vielen. Daarnaast zijn al verschillende journalisten gewond geraakt door het geweld. Onder andere president Sarkozy veroordeelde de aanval al scherp. Het regime beschouwt de journalisten als pottenkijkers en wil elke vorm van verslaggeving uitschakelen. Het Rode Kruis probeerde te onderhandelen zodat het gewonden (o.a. journalisten) kon evacueren, maar SyriŽ gaf geen toelating.

Een andere belangrijke vraag is wat er gaat gebeuren als president Assad ooit aftreedt of afgezet wordt. Wie zal dan de macht krijgen? De oppositie is geen coherente groep, maar bestaat uit diverse groepen van burgers en deserteurs die het Syrische regeringsleger verlaten hebben. Deze groepen zijn dus niet centraal georganiseerd en men weet ook niet hoe het politieke landschap eruit zal zien na deze strijd. Een deel van de bevolking steunt immers Assad nog en vele anderen zijn wel tegen Assad, maar steunen de oppositie niet. IRIN, een organisatie van de VN die verslag doet over het Midden Oosten, vreest dat SyriŽ een tweede Egypte zal worden, waar de revolutie voorlopig helemaal geen democratie of een vrije rechtsstaat oplevert.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Hoe evalueert u deze recente ontwikkelingen?

2) Hoe staat u ten aanzien van de vergadering van "de vrienden van SyriŽ" waarvan Frankrijk onder meer deel uitmaakt? Steunt u dit initiatief?

3) Verandert de dood van buitenlandse journalisten iets aan de houding van de internationale politiek?

4) Vindt u dat de internationale politiek snel genoeg handelt om het geweld te stoppen? Zo ja, kan u toelichten? Zo neen, steunt u alternatieve bondgenootschappen zoals er een tussen de Arabische Liga, Frankrijk en de Verenigde Staten in de maak zou zijn?

5) Kan u het officiŽle regeringsstandpunt meedelen inzake het optreden van het regime in SyriŽ tegen de burgerbevolking?

6) Hoe staat u ten aanzien van de beslissing van SyriŽ dat het Rode Kruis geen gewonden mag evacueren, dus ook geen buitenlandse journalisten?

Antwoord ontvangen op 20 juli 2012 :

Ik kan het geachte lid verwijzen naar het antwoord op zijn vraag, gesteld tijdens het actualiteitsdebat over Syrië, dat plaatsvond op 2 mei 2012 (CRIV 53 COM 470 p. 1-16) en op 27 juni 2012 in de Kamer (CRIV 53 COM 525 pagina 1-17).