Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5673

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 17 februari 2012

aan de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Federale en programmatorische overheidsdiensten - Diversiteit - Opleiding - Holebi's en transgenders

ministerie
ambtenaar
seksuele minderheid
discriminatie op grond van seksuele geaardheid

Chronologie

17/2/2012 Verzending vraag
21/3/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-5673 d.d. 17 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In antwoord op mijn schriftelijke vraag 5-5121 komt de staatssecretaris met het verheugende nieuws dat de Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel & Organisatie (P&O) een opleiding voor leidinggevenden organiseerde op 14 december 2010 en 31 maart 2011 om diversiteit binnen hun dienst te brengen.

Dienaangaande kreeg ik graag nog extra informatie:

1) Ging het om een opleiding die verplicht was?

2) Zo neen, hoeveel leidinggevenden hebben deze opleiding dan gevolgd?

3) Waren de opleidingen in december 2010 en maart 2011 inhoudelijk dezelfde of complementair?

4) Hoeveel personen namen telkens deel aan deze opleiding?

5) Krijgt deze opleiding nog opvolging of wordt ze nog herhaald? Zo ja, wanneer? Indien ze tot nog toe niet verplicht was, zal dit in de toekomst wel het geval zijn?

6) Werd er in de opleiding zeer expliciet aandacht besteed aan de situatie van holebi's en transgenders op de werkvloer, en zo ja, op welke manier. Of wordt dit gegeven ondergesneeuwd in de algemene benadering in het kader van 'diversiteit'?

7) Zal er in de toekomst explicieter worden ingezoomd op de situatie van holebi's en transgenders op de werkvloer?

Antwoord ontvangen op 21 maart 2012 :

Ik heb de eer het geachte lid de volgende antwoorden geven op haar vragen:

1) De opleiding “omgaan met diversiteit binnen een team” voor leidinggevenden van de Federale Overheidsdienst (FOD) P&O stond open voor alle leidinggevenden. De opleiding was erop gericht om vooroordelen (ook op basis van seksuele geaardheid) te herkennen en hiermee om te gaan en om interacties tussen verschillende medewerkers binnen het team beter in te schatten en eventuele spanningsvelden op een professionele wijze te benaderen. De mogelijkheid om zich in te schrijven werd gecommuniceerd via de newsletter van de FOD P&O. Geen enkele leidinggevende werd verplicht de opleiding te volgen. Sommige leidinggevenden werden vanuit de stafdienst P&O evenwel aangemoedigd om zich hiervoor in te schrijven.

2) Zeven Franstalige leidinggevenden en tien Nederlandstalige leidinggevenden hebben zich ingeschreven voor deze opleiding.

3) De opleidingen in december en maart waren inhoudelijk dezelfde. In december is de opleiding gegeven voor Franstalige leidinggevenden en in maart voor Nederlandstalige leidinggevenden.

4) Zie vraag 2

5) Deze opleiding kaderde in de cofinanciering van een diversiteitsproject door de cel diversiteit van de FOD P&O. Concreet werd de opleiding gecofinancierd vanuit de moderniseringskredieten van de federale overheid. Deze opleiding wordt voortgezet. Afhankelijk van de beschikbare middelen en van het uitgestippelde beleid, worden toekomstige opleidingsprogramma’s gedefinieerd.

6) Voor de aanpak van de opleiding is expliciet gekozen om te vertrekken vanuit de reële werksituatie van de leidinggevenden. Elke deelnemer werd op voorhand een formulier inzake hun verwachtingen toegestuurd. Er werd hun onder meer gevraagd met welke misverstanden of problemen zij geconfronteerd worden bij het samenwerken met een divers samengestelde ploeg. Er werd ook gevraagd om voorbeelden te geven. De (eventuele) vooroordelen ten aanzien van holebi’s en transgenders binnen reële teams werden dankzij deze benadering allesbehalve verzwegen.

Uiteraard was er ook voorzien in een algemeen (theoretisch) gedeelte in de opleiding over het ontstaan van vooroordelen en de verschillende vormen ervan (waaronder ook discriminatie op grond van seksuele geaardheid).

7) Sinds 2006 voert de federale overheid in het algemeen en de FOD P&O in het bijzonder een actief diversiteitsbeleid. In het begin handhaafde men een doelgroepenbeleid: de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen; de integratie van personen met een arbeidshandicap en de integratie van personen van allochtone origine.

Deze thema’s blijven belangrijk maar vandaag wil men het doelgroepenbeleid meer en meer los laten. Het doelgroepenbeleid heeft als nadeel dat er altijd wel een doelgroep is die zich uitgesloten of juist gestigmatiseerd voelt door deze benadering. Overigens is het diversiteitsbeleid vóór alles de strijd tegen elke mogelijke vorm van discriminatie met respect voor elk individu. Er worden uiteraard de nodige maatregelen genomen (of gehandhaafd) daar waar bepaalde doelgroepen uitgesproken achteruitgesteld worden, zodat zij de nodige aandacht krijgen.