Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5116

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 30 december 2011

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Kameroen - Holebi's - Homofobie - Systematische arrestaties

Kameroen
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
seksuele minderheid
arrestatie

Chronologie

30/12/2011 Verzending vraag
28/2/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3245

Vraag nr. 5-5116 d.d. 30 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Kameroen wordt er de laatste weken een echte klopjacht gehouden op homoseksuelen. Niet alleen krijgen homo's steeds vaker te maken met geweld maar zelfs de minste verdenking van homoseksueel gedrag is voor de politie reden genoeg om mannen op te sluiten. Dat schrijft de Kameroense advocate Alice N'Kom in een email waarin ze de internationale gemeenschap vraagt om druk uit te oefenen op president Paul Biya. Volgens de advocate kan enkel internationale druk helpen.

De afgelopen maand zijn er meer dan tien homo's door de politie opgepakt op verdenking van homoseksualiteit. De minste verdenking is genoeg om opgepakt te worden. Eťn van de mannen werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar enkel omdat hij een sms naar een andere man heeft gestuurd. Ons land werkt samen met Kameroen op diverse vlakken. Naast niet-goevernementele organisatie (ngo)-samenwerking kreeg het land een zeer substantiŽle schuldkwijtschelding van ons land.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Hoe reageert u op de klopjacht jegens holebi's in Kameroen?

2) Kan u aangeven welke samenwerking ons land met Kameroen heeft lopen en aangeven in hoeverre deze niet in het gedrang komen indien er geen einde wordt gesteld aan de homofobie vanwege de politie aldaar? Kan u dit zeer uitvoerig toelichten?

3) Bent u bereid uw ongenoegen over deze manifeste daden van homofobie te uiten aan de zaakgelastigde van Kameroen in ons land en kan u dit concreet toelichten wat betreft de inhoud en het tijdstip van uw overleg?

4) Bent u bereid de sterk opkomende homofobie in diverse Afrikaanse landen aan te kaarten op Europees niveau alsook bij de Verenigde Naties gezien de vele incidenten in diverse landen zoals Oeganda en Kameroen? Zo ja, kan u dit concreet toelichten? Zo neen, welke andere stappen acht u dan wel aangewezen?

Antwoord ontvangen op 28 februari 2012 :

1) Dergelijke klopjachten zijn onaanvaardbaar en verwerpelijk.

2) Kameroen is geen partnerland voor de gouvernementele samenwerking. Oude gouvernementele projecten werden in de afgelopen jaren systematisch afgesloten. In 2010 (de gegevens van 2011 werden nog niet allemaal ontvangen vanwege de verschillende Belgische ontwikkelingsactoren) ontving Kameroen in totaal nog 3,2 miljoen euro officiële Belgische ontwikkelingshulp. Van dit bedrag werd 1,9 miljoen euro besteed via de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGD) (1,5 miljoen euro niet-gouvernementele samenwerking waarvan hoofdzakelijk niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en een kleiner aandeel Nederlandstalige en Franstalige universitaire samenwerking; 419 520 euro via multilaterale programma’s en 26 174 euro via steun aan privésector/BIO). Vanuit andere directies binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken kwam er nog 1,3 miljoen euro aan rentebonificaties en vanuit de Delcrederedienst 4 548 euro aan schuldkwijtschelding. Tenslotte was er nog 22 857 euro via het Waals Gewest en 81 162 euro via andere lokale overheden.

Schuldkwijtschelding vloeit voort uit internationale afspraken die enkel gebaseerd zijn op economische parameters en geen politieke conditionaliteit inhouden. Het betreft een eenmalige operaties die in de bestedingen echter verspreid kunnen zijn over verschillende jaren (afschrijvingen in functie van initieel voorziene terugbetalingen)

Niet-gouvernementele samenwerking werkt per definitie niet rechtstreeks via de overheid van het partnerland. Ngo’s zijn vaak juist goed geplaatst om de civiele samenleving in de partnerlanden te ondersteunen in hun strijd voor mensenrechten. De belangrijkste Belgische ngo’s werkzaam in Kameroen zijn Broederlijk Delen en Dienst Missie en Ontwikkelingssamenwerking (DMOS).

3) Aangezien wij geen rechtstreekse bilaterale ontwikkelingssamenwerking geven aan Kameroen, is de minister van ontwikkelingssamenwerking niet de juiste persoon voor dergelijke demarches.

4) De problematiek van de holebi-rechten komt herhaaldelijk aan bod, zowel in Europese Unie (EU)-verband als in de mensenrechtenrapportage in de Verenigde Naties (VN). Bij de vaststelling dat de situatie op het vlak van rechten van de holebi’s problematisch is in verschillende Afrikaanse landen, hoort ook de vaststelling dat het in deze landen een zwaar taboe betreft en dat er onder de bevolking wijd verspreide heel bijzondere opvattingen hierover leven, die nog worden versterkt door de boodschappen van (veelal Amerikaanse) evangelische kerken in de regio. Dit maakt het bijzonder moeilijk voor de donorlanden om dit publiekelijk te aan te kaarten. Het wordt echter in diverse bilaterale contacten ter sprake gebracht, zeker in de partnerlanden van onze ontwikkelingssamenwerking. Om effectief te zijn, moet dit ook gebeuren in samenwerking met andere donoren.