Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5105

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 30 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Aangiftes homofoob geweld - Verhoging - Anomieme aangiftes - Aangiftes via het internet

discriminatie op grond van seksuele geaardheid
seksuele minderheid
geweld

Chronologie

30/12/2011 Verzending vraag
23/4/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3243

Vraag nr. 5-5105 d.d. 30 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het percentage gemelde homofobe delicten is opmerkelijk laag. Holebi's maken geen melding van het geweld dat hen is overkomen, uit schaamte, omdat ze denken dat de afhandeling bij de politie niet goed genoeg is, of omdat ze het gevoel hebben dat homovijandig gedrag nu eenmaal bij het leven hoort.

De politie van Amsterdam schat dat maar liefst 96 procent van de homovijandige incidenten niet wordt gemeld. Hierdoor heeft de politie heeft onvoldoende inzicht in de problematiek rond homofoob geweld. Een groot probleem is dat een deel van de holebi's zich niet heeft geuit en dus geen klacht durft indienen omdat ze officieel hetero zijn.

In Nederland wordt het anoniem melden van homofoob geweld in 2011 landelijk ingevoerd na succesvolle experimenteerfase in de regio's Amsterdam-Amstelland en Gelderland-Zuid. Dit om de drempels voor het indienen van klachten te verlagen en dus een beter beeld te krijgen van het effectieve geweld tegen holebi's. Sommige dadergroepen blijken zich immers te specialiseren in het viseren van holebi's om hen te beroven. De mogelijkheid om deze delicten anoniem aan te geven stellen hier paal en perk aan.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Hoe reageert de geachte minister op het Nederlands initiatief dat anoniem melden van homofoob of racistisch geweld mogelijk maakt?

2) Is zij bereid ook in ons land de mogelijkheid in te voeren om homofoob geweld anoniem te kunnen melden bij de politie en dit in het licht van het zeer laag aantal aangiftes van homofoob geweld in ons land? Zo ja, kan dit uitvoerig worden toegelicht (pilootprojecten, termijn, landelijk of niet)? Zo neen, waarom niet en kan zij dit gedetailleerd toelichten alsook aangeven aan welke alternatieven er wordt gedacht?

3) Wat vindt zij van de mogelijkheid die in Nederland wordt geboden om ook via het internet "hatecrimes" te kunnen aangeven (via www.hatecrimes.nl )? Is zij bereid een gelijkaardig initiatief ook in ons land te voorzien en kan dit uitvoerig worden toegelicht?

Antwoord ontvangen op 23 april 2012 :

Vragen 1, 2 en 3

Voor het antwoord op deze vragen verwijs ik naar mijn antwoorden op uw vragen nrs. 5-5103 en 5-5104 van 30 december 2011 betreffende ‘Homofoob geweld’.