Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5099

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 30 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Iran - Kunstensector - Veroordelingen - Repressie - Reacties - Europese Unie (EU) - Verenigde Naties

Iran
religieus conservatisme
andersdenkende
rechten van de mens

Chronologie

30/12/2011 Verzending vraag
21/1/2013 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3536

Vraag nr. 5-5099 d.d. 30 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een jaar achter de tralies en 90 zweepslagen. Dat is de straf waartoe de Iraanse actrice Marzieh Vafamehr is veroordeeld. Vafamehr is de hoofdrolspeelster in de Australische film My Teheran for Sale. Daarin is ze te zien zonder hoofddoek en met een kaalgeschoren hoofd. De actrice werd in juli opgepakt voor haar rol in de film en is nu veroordeeld. Op welke gronden is niet bekend. De Iraanse regisseur Jafar Panahi werd dan weer veroordeeld tot zes jaar gevangenis en een beroepsverbod als regisseur van twintig jaar. De regisseur won in 1995 nog de Camera d'or op het filmfestival van Cannes. Het Iraanse regime maakt hiermee duidelijk dat ze de kunstensector in het vizier neemt. De schrik voor een Arabische revolutie in Iran vertaalt zich in een repressie tegen elke kritische stem binnen Iran waarbij niemand wordt gespaard.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Hoe reageert de geachte minister op het bericht dat de Iraanse actrice Marzieh Vafamehr is veroordeeld tot 90 zweepslagen en één jaar gevangenisstraf vanwege haar rol in een Iraanse film?

2) Hoe reageert hij op het bericht dat de Iraanse regisseur Jafar Panahi dan weer werd veroordeeld tot zes jaar gevangenis en een beroepsverbod als regisseur van twintig jaar? Past dit binnen een nieuwe repressiegolf vanwege het regime tegen de kunstensector? Kan hij toelichten hoe hij hierop beleidsmatig reageert?

3) Is hij bereid zich in EU-verband in te spannen voor een veroordeling van deze arrestaties en deze straffen? Indien niet, waarom niet en kan hij dit uitvoerig toelichten? Zijn sancties een optie?

4) Is hij bereid zowel via bilaterale contacten, als via de Europese Unie en de relevante instrumenten van de Verenigde Naties (VN), de Iraanse autoriteiten met aandrang aan te spreken op hun internationaalrechtelijke verplichtingen op het vlak van mensenrechten? Zo ja, op welke wijze gaat hij dit doen en wanneer? Zo nee, waarom niet?

5) Bent u eveneens bereid om EU-verband in te spannen om de vervolging van onafhankelijke filmmakers in Iran te veroordelen? Indien niet, waarom niet? Welke andere stappen overweegt u?

Antwoord ontvangen op 21 januari 2013 :

1 & 2. Ik betreur en veroordeel de uitspraak in zowel de zaak van mevrouw Vafamehr als in de zaak van mijnheer Panahi. Ik was dan ook opgelucht te vernemen dat de straf van mevrouw Vafemehr in beroep werd verminderd: zij werd vrijgelaten en de veroordeling tot 90 zweepslagen werd omgezet in een geldboete.

Ik ben reeds geruime tijd bezorgd over de steeds slechtere mensenrechtensituatie in Iran, en in het bijzonder over de systematische vervolging van religieuze en etnische minderheden, mensenrechtenverdedigers en advocaten, maar ook personen uit de kunstensector. 

3, 4 & 5. Via een persverklaring van de Hoge Vertegenwoordigster Catherine Ashton op 18 oktober 2011, heeft de Europese Unie de straffen tegen mevrouw Vafamehr en mijnheer Panahi veroordeeld en Iran verzocht om deze straffen te herroepen en om een einde te stellen aan de vervolging van deze en andere leden van de kunstensector. Iran werd verder gewezen op zijn verplichtingen onder de internationale verdragen waarbij het partij is, in het bijzonder het folterverbod en het recht op vrije meningsuiting. Een week eerder had de Raad Buitenlandse Zaken conclusies aangenomen waarin bezorgdheid werd geuit over de mensenrechtensituatie in Iran en de repressie werd veroordeeld. Er zijn reeds Europese sancties tegen Iran van kracht in verband met de mensenrechtensituatie. Deze werden trouwens versterkt in maart 2012. 

België brengt de slechte mensenrechtensituatie in Iran systematisch onder de aandacht van de Verenigde Naties Mensenrechtenraad tijdens het debat onder het agendapunt ‘Situaties die de aandacht van de Raad vereisen’. Tijdens de sessie van de Raad in september 2012 heeft België specifiek de vrijlating gevraagd van alle gevangenen die worden vastgehouden omwille van hun geloof en eveneens opgeroepen om alle mensenrechtenverdedigers en advocaten vrij te laten. Tijdens de sessie van maart 2012 heeft de Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen over de mensenrechtensituatie in Iran, die voorziet in de aanstelling van een speciale rapporteur. België heeft deze resolutie uiteraard ten volle gesteund en heeft ook steun geuit, zoals in het verleden steeds het geval was, aan de resolutie aangenomen in de Algemene Vergadering over de mensenrechtensituatie in Iran in de herfst 2012. België kaart verder in Europese Unie-verband regelmatig individuele zaken van mensenrechtenverdedigers en anderen aan bij de Iraanse autoriteiten.  

Ik zal het Belgisch beleid dat ik zojuist heb toegelicht zowel in Europese Unie- als Verenigde Naties-verband verder zetten.