Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5096

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 30 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Dwangarbeiders in Duitsland - Pensioenuitkeringen - Duitse belastingsheffing - Bilateraal verdrag

Duitsland
gedeporteerde
inkomstenbelasting
bilaterale overeenkomst
oorlogsslachtoffer
vergoedingspensioen
slachtoffer onder burgerbevolking

Chronologie

30/12/2011 Verzending vraag
3/2/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3787

Vraag nr. 5-5096 d.d. 30 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het voornemen van Duitsland om de rente/pensioenuitkering van voormalige dwangarbeiders in Duitsland te belasten ontstond terecht veel controverse. Belgen die tussen 1942 en 1945 dwangarbeid hebben verricht, krijgen daar vanaf hun 65ste een pensioen voor dat na hun dood werd doorbetaald aan de weduwe. Hierdoor ontvingen afgelopen week een aantal Belgen een brief van het Brandenburgse belastingskantoor, waarin vermeld staat dat op dit pensioen een taks moet worden betaald.

De Belgische Federale Overheidsdienst FinanciŽn kreeg derhalve heel wat verontwaardigde reacties van ex-dwangarbeiders of hun nabestaanden. De houding van Duitsland, door het heffen van een belasting op arbeid ten gevolge van politieke onderdrukking is onrespectvol.

De enorme emotionele impact die dit heeft op de nabestaanden vormt logischerwijs de aanzet voor mijn morele verontwaardiging. De belasting is choquerend voor personen die de Holocaust van dichtbij ervoeren want door de ontvangst van zo'n brief komen slechte herinneringen terug aan de oppervlakte. In 2007 besliste naar verluidt het Duitse parlement dat er op pensioenen van dwangarbeiders zeventien procent belasting moet worden betaald. Als reactie op deze collectieve verontwaardiging nam minister van FinanciŽn Didier Reynders gisteren contact op met Duitsland om ervoor te zorgen dat deze Belgen geen belastingen hoeven te betalen. Het antwoord van de Duitse regering is nog niet meegedeeld. Opmerkelijk is echter dat er een bilateraal verdrag bestaat tussen BelgiŽ en Duitsland. Daarin staat dat beide landen wederzijds belastingen mogen heffen, wat impliceert dat het pensioen dat samenhangt met een dienstbetrekking die werd uitgeoefend in een andere staat, uitsluitend in de woonstaat belast mag worden.

Op basis van de hierboven omschreven ontwikkelingen had ik u graag volgende vragen voorgelegd:

1) Hoe reageert u op het Duitse voornemen om op smartengeld voor dwangarbeiders een belasting te heffen en dit zelfs retroactief?

2) Kan u aangeven hoeveel mensen momenteel een pensioen/rente ontvangen vanwege Duitsland voor de verrichte dwangarbeid aldaar en kan u het totale bedrag weergeven op jaarbasis dat in ons land wordt uitgekeerd?

3) Kan u tevens de inhoud van het hoger aangehaalde bilateraal verdrag uitvoerig toelichten en klopt de berichtgeving als zou dit aan de basis liggen van de heffing? Kan u dit uitvoerig toelichten?

4) Kan u aangeven welke stappen u gaat ondernemen en reeds heeft ondernomen om deze belasting niet te laten doorgaan? Kan u dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 3 februari 2012 :

1. Ik besef dat dit een delicaat dossier is. Het rakelt herinneringen op uit een moeilijke periode uit onze geschiedenis. Het is dan ook van groot belang dat er met omzichtigheid én met doortastendheid gestreefd wordt naar een werkbare oplossing.

2. De Belgische belastingadministratie beschikt niet over gegevens betreffende deze Duitse uitkeringen.

3. De Belgisch-Duitse Overeenkomst tot het voorkomen van dubbele belastingen van 11 april 1967 heeft als doel een dubbele belastingheffing te voorkomen. Krachtens deze overeenkomst kan alleen Duitsland belastingen heffen op pensioenen en andere uitkeringen die door Duitsland betaald worden.

In Duitsland zijn de pensioenen van burgers die erkend zijn als slachtoffers van nationaal-socialistische vervolging vrijgesteld van belastingen. Sinds 2010 echter schrijft de Duitse administratie een groep van Belgische (weduwes van) voormalige dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog aan om hun aangifte te doen voor de periode 2005-2011. Een persbericht van 21 november 2011 van het Duitse Bondsministerie van Financiën laat nochtans verstaan dat de niet-belastbaarheid van de pensioenen van voormalige dwangarbeiders retroactief geldt. Navraag bij mijn Duitse collega leerde me dat dit enkel geldt voor mensen die in Duitsland erkend zijn als slachtoffers van nationaal-socialistische vervolging. De Duitse pensioenen van (weduwes van) Belgische voormalige dwangarbeiders die niet in Duitsland erkend zijn als slachtoffers van nationaal-socialistische vervolging, zijn dus nu wel retroactief onderhevig aan een Duitse belastingaanslag. Voor deze groep mensen wordt via diplomatieke weg met de Duitse administratie gezocht naar een structurele oplossing voor het probleem. Ook ik neem me voor om bij een contact met mijn Duitse homoloog dit dossier aan te kaarten.

4. Daarnaast bestaat er ook een categorie van (weduwes van) Belgische dwangarbeiders die wel in Duitsland erkend zijn als slachtoffers van nationaal-socialistische vervolging, maar door een Duitse administratieve vergissing toch een aanslagbiljet kregen. Deze mensen kunnen sinds 9 januari 2012 op de website van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën (www.minfin.fgov.be) een model-bezwaarschrift in het Duits vinden. Dit bezwaarschrift kan men vinden door onder de rubriek “Actueel” de link “Archief” aan te klikken. In de lijst die dan op het scherm verschijnt, klikt men vervolgens de titel “Vrijstelling van Duitse belasting op pensioenen voor voormalige dwangarbeiders” aan. Daar vindt men het bezwaarschrift.