Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-506

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 10 december 2010

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Zelfstandigen - Vaderschapsverlof - Vaderschapshulp - Toekenning van dienstencheques

zelfstandig beroep
vaderschapsverlof
bijkomend voordeel

Chronologie

10/12/2010 Verzending vraag
3/2/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-506 d.d. 10 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de regeling voor het vaderschapsverlof heeft elke werknemer, ongeacht het arbeidsstelsel waarin hij werkt (voltijds of deeltijds), het recht om tien dagen van het werk afwezig te zijn bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs zijn zijde vaststaat. Die tien dagen mogen door de werknemer vrij worden opgenomen binnen vier maanden, te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Hierbij wordt de keuze gelaten ze in een keer of gespreid op te nemen. De eerste drie dagen behoudt de vader zijn loon dat ten laste is van zijn werkgever en voor de volgende zeven dagen wordt hem een uitkering toegekend via het ziekenfonds.

Voor de mannelijke zelfstandige liggen de zaken enigszins anders: een mannelijke werknemer krijgt vaderschapsverlof, maar een mannelijke zelfstandige ontvangt geen enkele hulp of verlofvergoeding. Het is voor een mannelijke zelfstandige die pas vader is geworden vaak bijzonder moeilijk om zijn beroepsleven, eventuele huishoudelijke taken en het prille vaderschap te combineren.

De problematiek van mannen en zorg is alles behalve vanzelfsprekend. Er zou een alternatief moeten komen voor zelfstandigen die vader worden. Daarom had ik van de minister graag vernomen of zij een oplossing ziet voor de zelfstandige vaders die geen vaderschapsverlof kunnen nemen.

Vrouwelijke zelfstandigen en meewerkende echtgenotes die bevallen zijn, kunnen tijdens en na de bevallingsrust gratis dienstencheques aanvragen. Misschien biedt het systeem van dienstencheques een mogelijkheid voor het toekennen van vaderschapshulp aan mannelijke zelfstandigen?

Antwoord ontvangen op 3 februari 2011 :

Ik heb de eer het geachte lid te antwoorden dat de problematiek van de verzoening van het privé-leven en het professionele leven me na aan het hart ligt. Ik heb in dat kader dan ook in 2009 een Familieplan voor Zelfstandigen uitgewerkt.

Dit Familieplan is al gedeeltelijk ingevoerd. Het is zowel op vrouwelijke als mannelijke zelfstandigen gericht. Zo kunnen bijvoorbeeld het palliatief verlof en het verlof voor de zorg van een zwaar ziek kind, allebei op 1 januari 2010 in werking getreden, worden toegekend aan de zelfstandige moeder en vader.

Wat het vaderschapsverlof betreft, de invoering ervan heeft eveneens het voorwerp uitgemaakt van een van de maatregelen van het Familieplan. Deze maatregel werd inderdaad nog niet geconcretiseerd. Het Familieplan werd voorgelegd aan het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen. In zijn advies 2009/05 van 25 juni 2009 heeft het Comité de lijst gegeven van maatregelen die prioritair moeten worden ingevoerd. Het vaderschapsverlof vormde daarin duidelijk geen prioriteit. Het werd dus nog niet ingevoerd.

Wat de moederschapshulp betreft, deze maatregel voorziet in de toekenning van 105 dienstencheques aan de vrouwelijke zelfstandigen en aan de meewerkende echtgenotes die bevallen zijn van een kind, indien zij na de bevalling hun activiteit hernemen. Het gaat hier om een maatregel die erop gericht is het moederschapsverlof aan te vullen, zonder daarbij de zelfstandige moeder te verplichten de duur van haar verlof nog meer te verlengen.

Deze moederschapshulp is gebaseerd op het artikel 18, paragraaf 5, van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen dat stelt dat de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de prestaties bepaalt die de verzoening van het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen aanmoedigen en dat Hij, bij hetzelfde besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens de toekenningsmodaliteiten bepaalt van deze prestaties.

Dit artikel kan dus als wettelijke basis worden gebruikt voor een maatregel ten gunste van een jonge zelfstandige vader, zowel voor wat betreft de invoering van het vaderschapsverlof als eventueel voor de invoering van een maatregel gelijkaardig aan de moederschapshulp via de toekenning van dienstencheques.