Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-373

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 17 november 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

BelgiŽ - Aidsbestrijding - Opname in de lijst van landen waar de wetgeving een doeltreffende bestrijding in de weg staat

aids
UNAIDS
Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties
voorkoming van ziekten

Chronologie

17/11/2010 Verzending vraag
24/6/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-374

Vraag nr. 5-373 d.d. 17 november 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Blijkens de Global Commission on HIV and the law, die werd opgericht naar aanleiding van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (VN), United Nations Development Program (UNDP) met de steun van het Joint United Nations Programme on HIV†/†AIDS (UNAIDS), het VN-programma voor aidsbestrijding, zijn er vandaag honderd en zes landen waar de wetgeving een doeltreffend beleid ter bestrijding van HIV†/†AIDS in de weg staat. Opmerkelijk genoeg komt ook BelgiŽ in dat lijstje voor, alsook Nederland, Duitsland en Zweden.

1) Welke precieze wetgevende en beleidsmatige obstakels hebben BelgiŽ in bovenvermelde lijst doen belanden?

2) Welke concrete initiatieven zal BelgiŽ ondernemen om de resterende wetgevende en beleidsmatige obstakels weg te nemen?

3) Zal een overleg met de gemeenschappen hiervoor noodzakelijk zijn?

Antwoord ontvangen op 24 juni 2011 :

De Global Commission on HIV and the law, opgericht door het United Nations Development Program (UNDP), vermeldt dat er 106 landen zijn wiens wetgeving een doeltreffend beleid ter bestrijding van HIV/AIDS in de weg staat.

Deze lijst is gebaseerd op de antwoorden van de “civil society” voor de “national composite policy index” van het UNGASS 2010 verslag”, de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is voor de opstelling niet geconsulteerd.

Voor wat België betreft en volgens onze informatie zou dit antwoord gelinkt zijn aan de wetgeving over intraveneuze druggebruikers (IDU) en over gevangenen. Deze wetgevingen vallen onder de bevoegdheden van de minister van Justitie.