Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3246

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 29 september 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

Syrian Electronic Army - Syrische oppositie - Hacken websites - Intimidatie

computerpiraterij
SyriŰ
andersdenkende
censuur
vrijheid van informatie
internet
internetsite
vrijheid van meningsuiting

Chronologie

29/9/2011 Verzending vraag
18/10/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-3246 d.d. 29 september 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Nederland worden Syrische opposanten systematisch belaagd door het Syrische regime. Diverse websites werden gehackt en er is sprake van verregaande intimidatie ten opzichte van de Syrische residenten aldaar. Zo werd de de Facebook-pagina van "Jasmijnplein" evenals een aantal andere Facebook-pagina's van Syrische oppositie in Nederland op dinsdag 13 september jl. gehackt. Bij het slot van een Arabisch filmfestival in Nederland, mede-georganiseerd door betrokkenen bij "Jasmijnplein", werd eveneens verstoord door medestanders van president Assad waarbij beeldopnamen werden gemaakt van opposanten van het bewind van president Assad.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Is de geachte minister op de hoogte van het bestaan van een speciale eenheid van de Syrische overheid, "the Syrian Electronic Army", die zich bezighoudt met het hacken van Facebook-pagina's en websites van opposanten van het Syrische regime in binnen- en buitenland? Hoe reageert hij hierop?

2) Kent hij verklaring 117 van het Syrian Electronic Army, waarin wordt gemeld dat het Syrische leger erkent een aantal Facebook-pagina's en -groepen te hebben gestopt?

3) Heeft hij weet van gelijkaardige acties in ons land ten opzichte van de Syrische oppositie waarbij websites worden lamgelegd en waarbij de mensen fysiek worden ge´ntimideerd? Zo ja, kan hij dit concreet toelichten en aangeven welke stappen hij hiertegen eventueel opportuun acht?

4) Wat kan hij doen om deze elektronische terreur van democratisch gezinde kranten tegen te gaan en de vrijheid van meningsuiting van de Syrische oppositie, ook op het internet, te garanderen?

5) Is hij bereid om te bezien of initiatieven op het gebied van de (nieuwe) media, gericht op democratisering van landen in de Arabische regio, kunnen worden gesteund? Indien neen, waarom niet?

6) Is hij bereid de Syrische ambassadeur hierover concreet aan te spreken en erop aan te dringen dat dergelijke feiten in ons land ten opzichte van Syrische residenten niet aanvaardbaar zijn? Kan hij dit concreet toelichten?

Antwoord ontvangen op 18 oktober 2011 :

1. Ik ben op de hoogte van het bestaan van een groep, genaamd Syrian Electronic Army. Op zijn Facebook-pagina verklaart deze groepering geen banden te hebben met het regime van President Assad. Opposanten verklaren dan weer dat deze groep opgericht werd door leden van de inlichtingendiensten en aanhangers van het regime.

Deze groepering zou onder meer verantwoordelijk zijn voor het hacken van de websites van Harvard University en Newsweek en haar acties kaderen in een campagne om de protestbeweging in diskrediet te brengen en steun te vergaren voor het regime van President Assad.

Het is duidelijk dat de strijd tussen het huidige regime en de opposanten ook op internet gevoerd wordt, aangezien ook websites van de regering gehackt werden en er tijdelijk anti-Assad-berichten te lezen waren.

Gelet op het belang van propaganda en het gebrek aan toegang tot objectieve informatie in Syrië, wegens de weigering van de Syrische autoriteiten om internationale journalisten vrij te laten werken, volgen mijn diensten deze zaken van nabij.

2. Van deze specifieke verklaring ben ik niet op de hoogte, maar ik kan het geachte lid verzekeren dat zowel mijn diensten in Brussel als de Belgische Ambassade in Damascus deze elementen opvolgen. Bovendien dient herhaald te worden dat er vele, vaak tegenstrijdige verklaringen worden afgelegd waarvan de oorsprong en waarachtigheid moeilijk te achterhalen zijn.

3. Ik heb geen weet van gelijkaardige acties in ons land.

4. Vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel recht dat in elk land zou moeten gerespecteerd worden. In alle bilaterale contacten, maar ook in multilaterale fora, zal België de noodzaak voor respect voor de mensenrechten benadrukken, ook in het geval van Syrië. Wat de concrete mogelijkheden ten aanzien van de elektronische terreur tegen de Syrische oppositie betreft, moet men erkennen dat hierbij de mogelijkheden en middelen beperkt zijn.

5. Een aantal lidstaten van de Europese Unie (EU) zijn bijzonder onderlegd in de thematiek van vrijheid van meningsuiting en het internet. De initiatieven van deze landen worden in de mate van het mogelijke door België ondersteund. Het meest recente voorbeeld van dergelijke steun is de Belgische cosponsoring van de beslissing van de Mensenrechtenraad om tijdens de maartsessie een paneldiscussie te organiseren over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van meningsuiting op het internet. Deze beslissing werd op initiatief van Zweden genomen tijdens de afgelopen septembersessie van de Mensenrechtenraad.

6. Over dit concrete onderwerp zal ik de Syrische ambassadeur in België niet aanspreken. Echter, sinds het begin van de protesten heb ik de Syrische mbassadeur reeds drie maal laten convoceren door mijn diensten om het Belgische standpunt aangaande de situatie in Syrië duidelijk te maken.