Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11083

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 6 februari 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Baarmoederhalskanker - Uitstrijkjes - Overzicht - Zelf afnemen van een uitstrijkje - HPV-testen

kanker
gynaecologie

Chronologie

6/2/2014 Verzending vraag
12/3/2014 Antwoord

Vraag nr. 5-11083 d.d. 6 februari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid dat onlangs werd gepubliceerd dat uitstrijkjes, die door vrouwen zelf worden afgenomen, even effectief zijn in het detecteren van baarmoederhalskanker als uitstrijkjes die worden genomen door de huisarts of gynaecoloog. Uit eerder onderzoek bleek al dat steeds minder uitstrijkjes worden afgenomen door huisartsen, nog slechts een dikke 8 % van de uitstrijkjes worden afgenomen door huisartsen. Daarnaast blijkt dat vrouwen die een uitstrijkje laten nemen dit te vaak doen maar dat een grote groep vrouwen nooit een uitstrijkje laat nemen. Nochtans is baarmoederhalskanker wereldwijd de derde vaakst voorkomende kanker. Door vrouwen zelf een uitstrijkje te laten afnemen zou men de dekkingsgraad kunnen verhogen en zo baarmoederhalskanker vroegtijdig kunnen opsporen. Veel vrouwen ondervinden immers nog drempelvrees om dit te laten doen door een arts. Nu uit dit onderzoek blijkt dat, indien bepaalde PCR testen gebruikt wordt, vrouw dit evengoed zelf kunnen doen. Uit Nederlands onderzoek blijkt bovendien dat de HPV-testen effectiever zijn in het opsporen van baarmoederhalskanker dan het klassieke uitstrijkje. vanaf 2016 zullen in Nederland dan ook de klassieke uitstrijkjes vervangen worden door de HPV-testen. Ook in ons land wordt momenteel een onderzoek gevoerd naar de effectiviteit van de HPV-testen. Na de publicatie van de resultaten zal hieromtrent een advies gevraagd worden aan de Hoge gezondheidsraad. Daarnaast werd recent aan de Universiteit van Antwerpen een nieuwe onderzoeksmethode ontwikkeld die HPV sneller en effectiever kan opsporen. Volgens de onderzoekers kan deze nieuwe onderzoeksmethode ook gebruikt worden voor de primaire screeningsprogramma's en kan dit zeker kostenbesparend zijn. Ik stelde u hierover reeds een mondelinge vraag (5-1271) maar gezien recente ontwikkelingen had ik graag wat meer bijkomende informatie op uw antwoord.

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte minister:

1) Wat is het standpunt van de geachte minister omtrent de bevindingen van deze verschillende onderzoeken. Zal de nieuwe onderzoeksmethode, ontwikkeld door de Universiteit van Antwerpen worden meegenomen in het onderzoek van het KCE?

2) Welke timing voorziet u vooraleer de resultaten van het onderzoek van het KCE bekend zijn?

3) Hoeveel uitstrijkjes worden in ons land jaarlijks afgenomen door artsen? Gelieve de cijfers op te splitsen voor de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013.

4) Wat is de dekkingsgraad in BelgiŽ? Welk percentage van vrouwen is reeds getest op baarmoederhalskanker? Hoeveel vrouwen krijgen jaarlijks de diagnose van baarmoederhalskanker? Ook hier graag voor de jaren 2010, 2011, 2012, 2013.

5) Bent u van mening dat, door vrouwen zelf een uitstrijkje te laten afnemen, de dekkingsgraad kan verhogen? Bestaan daar reeds cijfers over?

6) Bent u bereid, indien de resultaten van het onderzoek van het KCE positief zijn, om, net zoals in Nederland het klassieke uitstrijkje te vervangen door de HPV-testen?

7) Bent u bereid maatregelen te nemen om vrouwen de mogelijkheid te bieden dit zelf te doen?

Antwoord ontvangen op 12 maart 2014 :

1) De Eenheid Kankerepidemiologie (EKE) van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid evalueert nieuwe methoden voor preventie van kankers verzaakt door het humaan papillomavirus, waaronder ook baarmoederhalkanker. De voornoemde testen en behoren tot het studie domein van EKE. EKE werkt nauw samen met KCE om de vraag te beantwoorden of ook in België HPV screening de cytologische screening zou moeten vervangen.

De nieuwe onderzoeksmethode die in de universiteit Antwerpen werd geëvalueerd is een adaptatie van een bestaande test waarvan ook een commerciële variant bestaat (Inno-LIPA SPF10 PCR). Het is een test die 28 genotypes van het humaan papillomavirus identificeert.

De nieuwe variant zou toelaten om de test vlugger (minder laboratorium tijd) en meer efficiënt uit te voeren. Noch de originele noch de Antwerpse variant van de test zijn klinisch gevalideerd voor screening naar baarmoederhalskanker. Eerst dient een klinische validatie te gebeuren volgens een internationaal gevalideerd protocol alvorens deze test kan opgenomen worden in de lijst van klinische testen die kan aanbevolen worden voor primaire screening naar baarmoederhalskanker.

2) Het KCE rapport zal vermoedelijk in het tweede semester van 2014 afgerond zijn.

3) Onderstaande figuur toont het aantal cervicale uitstrijkjes dat jaarlijks wordt geïnterpreteerd. Het jaarlijks aantal afgenomen uitstrijken in 2010-12 staat in tabel 1. Voor 2013 zijn nog geen cijfers gepubliceerd door het RIZIV. Opmerkelijk is de daling van het aantal uitstrijken na 2009. In juni 2009 zijn nieuwe nomenclatuurnummers ingevoerd (afzonderlijke codes voor uitstrijkjes voor screening en follow-up). Een screeningsuitstrijkje wordt van dan af slechts éénmaal per twee kalenderjaren terugbetaald. Een opvolginsuitstrijk kan slechte tweemaal per kalenderjaar afgenomen worden na een voorafgaande abnormale uitstrijk.

Op 31 maart 2014 is het interval voor screeningsuitstrijkjes op drie jaar gebracht. Bovendien is de afname en lezing van het screeningsuitstrijkje volledig kosteloos voor de vrouw (geen remgeld meer). Het impact van deze laatste maatregel op het aantal afgenomen uitstrijkjes is nog ongekend.

Tabel 1. Aantal afgenomen cervicale uitstrijkjes terugbetaald door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeits-verzekering (RIZIV) per jaar.

Jaar

2010

2011

2012

Afgenomen uitstrijken

682,556

828,831

759,350

4) De dekkingsgraad in België over de laatste jaren (2007 en later) wordt momenteel geëvalueerd door IMA. Het rapport van deze evaluatie is nog niet gepubliceerd. De cijfers tot 2006 (WIV rapporten) zijn reeds meegedeeld in het antwoord op uw eerste vraag.

Het aantal gevallen geregistreerd in 2010 en 2011 staat in tabel 2. Er zijn nog geen gepubliceerde gegevens voor latere jaren. De evolutie van de incidentie van baarmoederhalskanker tussen 2004 en 2011 wordt getoond in Figuur 2. De trend is vrij stabiel.

Tabel 2. Aantal gevallen van baarmoederhalskanker geregistreerd door de Stichting Kankerregister per jaar.

Jaar

Aantal

2010

593

2011

623

2012

*

2013

*


5) Uit een meta-analyse van de Eenheid Kankerepidemiologie (WIV), blijkt dat de dekkingsgraad kan verhoogd worden door vrouwen die niet deelnemen aan routine screening een kit voor zelfafname aan te bieden. Bij vrouwen die een zelfafnamekit kregen was de dekkingsgraad gemiddeld 14 % hoger dan bij vrouwen die een herinneringsuitnodiging ontvingen om zich aan te bieden voor een conventionele screening. De winst in dekkingsgraad was echter heel variabel (absoluut verschil in dekkingsgraad variërend van 6 tot 30 %). Uit de meta-analyse werd besloten dat zelfafname best binnen een georganiseerde setting gebeurd, en dat resultaten van studies voornamelijk lokale waarde hebben. Onderzoek is nodig over hoe zelfafname kan worden aangeboden aan een welbepaalde doelbevolking. Ook in België dient eerst grondig onderzoek te worden gedaan over de vraag hoe deze techniek best wordt geïntroduceerd. Het WIV is goed geplaatst om in samenspraak met de Gemeenschappen en universiteiten degelijke onderzoeksprotocollen te ontwikkelen. Ik zal dit onderzoek zeker als minister van Volksgezondheid ondersteunen op de Interministeriële Conferentie van het Kankerplan.

6) We mogen niet vooruitlopen op een onderzoek dat nog niet is afgelopen. De conclusies zullen gepubliceerd worden bij het begin van de volgende legislatuur. De volgende minister verantwoordelijk voor volksgezondheid zal de conclusies en aanbevelingen voortspruitend uit dit KCE rapport zeker ter harte moeten nemen.

7) Mijn antwoord op deze vraag zit reeds vervat in het antwoord op vraag 5.