Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10271

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 4 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Baarmoederhalskanker - Humaan papillomavirus - Preventie - Uitstrijkjes - Overzicht - Thuistest

kanker
infectieziekte
gezondheidsstatistiek
leeftijdsverdeling
medisch onderzoek

Chronologie

4/11/2013 Verzending vraag
5/12/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-10271 d.d. 4 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Nederland zet nog meer in op de preventie van baarmoederhalskanker door de invoering van de HPV-thuistest. HPV of het humaan papillomavirus kan de huid en de slijmvliezen infecteren en ongeveer 15 typen van dit virus hebben de zeldzame complicatie dat ze baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Momenteel laat 77 % van de doelgroep om de vijf jaar een uitstrijkje nemen, maar de meeste gevallen van baarmoederhalskanker worden vastgesteld bij vrouwen die nauwelijks of nooit een uitstrijkje laten nemen. Om de preventie te verbeteren voert Nederland nu de thuistest in. De thuistest biedt echter ook een mogelijke oplossing voor vrouwen die seksueel misbruikt zijn geweest. Voor hen is het immers vaak moeilijk om naar een arts te gaan voor een gynaecologisch onderzoek.

In BelgiŽ raadt men vrouwen vanaf 25 jaar die seksueel actief (geweest) zijn aan om de drie jaar een uitstrijkje te laten nemen. Voor vrouwen tussen de 50 en de 65 jaar volstaat een uitstrijkje om de vijf jaar, op voorwaarde dat zij regelmatig uitstrijkjes hebben laten nemen.

Hieromtrent heb ik enkele vragen.

Gelieve de cijfergegevens weer te geven per doelgroep: vrouwen tussen de 25 en 50 jaar en de vrouwen tussen 50 en 65 jaar.

1) Hoeveel vrouwen volgen de richtlijnen en laten een uitstrijkje nemen per drie of per vijf jaar? Kunt u cijfermatig toelichten?

2) Hoeveel vrouwen laten zich nauwelijks of nooit controleren? Ligt dit getal zorgwekkend hoog?

3) Hoe evolueren deze cijfers? Kunt u toelichten?

4) Hoeveel vrouwen werden de afgelopen vijf jaar besmet met het HPV- virus? Gelieve de cijfers gegroepeerd per jaar weer te geven.

5) Hoeveel vrouwen kregen de afgelopen vijf jaar de diagnose baarmoederhalskanker? Gelieve de cijfers gegroepeerd per jaar weer te geven.

6) Acht de minister het nuttig de thuistest ook in BelgiŽ in te voeren? Waarom wel? Waarom niet? Kunt u toelichten?

Antwoord ontvangen op 5 december 2013 :

1. Voor België is de richtlijn om 1 uitstrijkje te laten afnemen om de 3 jaren bij vrouwen van 25 tot 64 jaar. We geven daarom iets meer detail over screening over een interval van 3 jaar dan voor een interval van 5 jaar. 

Dankzij twee rapporten van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV) zijn gedetailleerde data beschikbaar over het gebruik van uitstrijkjes in België voor de periodes 1996-2000 en 2002-2006:

Een meer recente analyse is momenteel aan de gang. 

In de periode 2004-06 werden in België meer dan 3.2 miljoen uitstrijken afgenomen bij ongeveer 2.8 miljoen vrouwen uit de leeftijdsgroep 25-64 jaar. Dit resulteerde in een screeningscoverage van 61%. (Vlaanderen: 60%, Brussel: 62% en Wallonië: 63%). De coverage varieerde met de leeftijd: voor vrouwen van 25-49 jaar was die gemiddeld 15.6% hoger dan bij vrouwen van 50-64. Het contrast was het grootst in Vlaanderen (verschil van 17.7%) en het laagst in Brussel (verschil van 11.2%). Vrouwen behorende tot socio-econmisch zwakkere categorieën en die genieten van verhoogde terugbetaling voor medische zorgen waren duidelijk minder goed gescreend (40% coverage in leeftijdsgroep 25-64) dan vrouwen die niet genieten van verhoogde terugbetaling (64%)  . 

Men noteert een belangrijke overscreening: gemiddeld werden er 1.88 uitstrijkjes per gescreende vrouw genomen (Vlaanderen: 1.88, Brussel: 1.95 en Wallonië: 1.88). Zie Tabel 1 in bijlage. 

Tabel 2 toont dezelfde statistiek beschouwd over een periode van 5 jaar (2002-06) voor gans België.   

71% van de vrouwen uit de doelleeftijd 25-64 jaar had minstens één uitstrijkje over de periode van 5 jaar (76% bij vrouwen jonger dan 50 en 61% bij vrouwen van 50 of ouder). 

2. We kunnen stellen dat ondanks het feit dat voldoende uitstrijkjes worden afgenomen om de totale doelbevolking te dekken, de 3 jaar-coverage amper 61% bedraagt. Dit wil zeggen 39% van de vrouwen van 25 tot 64 onvoldoende gescreend wordt. 29% heeft zelfs geen uitstrijk gehad over een periode van 5 jaar. Oudere vrouwen en vrouwen behorende tot socio-econmisch zwakkere groepen worden onvoldoende gescreend; 

3. Er is een lichte stijging in de screeningscoverage merkbaar over een periode van ongeveer 10 jaar (gemiddeld +0.58%/jaar). Merkwaardig is dat op lokaal niveau de stijging geen verband houdt met georganiseerde acties (uitnodigingen verstuurd door Vlaamse provincies). De coverage ligt iets hoger in Wallonië waar geen georganiseerd campagnes zijn opgezet in de geëvalueerde periode. Er is dus weinig evidentie over de doelmatigheid van schriftelijke uitnodigingen.  

In 2009 werd de terugbetaling van een screeningsuitstrijkje beperkt tot 1x/2 jaar en werd een apart nomenclatuurnummer gecreëerd voor cytologische opvolging na een vorig abnormaal uitstrijkje of na behandeling van een letsel dat kanker vooraf gaat.  Dit heeft geleid tot 41% vermindering in het jaarlijks aantal gelezen uitstrijkjes/jaar tussen 2010 ten opzichte van 2008. Het impact op de screeningscoverage en de overscreening zijn echter nog niet gekend (analyses zijn aan de gang).   

4. Tabel 3 geeft de prevalentie weer van hoog-risico types van infectie met het humaan papillomavirus bij vrouwen die deelnamen aan screening en wiens uitstrijkje werd gelezen in een laboratorium dat deelnam aan de SEHIB studie (Surveillance of Effects of Human papillomavirus Immunisation in Belgium, 20010-12). In totaal was 13.6% van de onderzochte vrouwen besmet met een hoog-risico type. Dit percentage liep op met de graad van cytologische afwijking (Zie tabel 3). De prevalentie is hoog bij oudere tieners en jonge twintigers maar daalt nadien progressief met toenemende leeftijd met nog een piek bij vrouwen van 50-54 (zie tabel 4).   

5. Met betrekking tot incidentie van kanker registreerde de Stichting Kankerregister de cijfers zoals weergegeven in tabel 5.   

6. Twee nieuwe meta-analyses werden onlangs uitgevoerd door de Eenheid Kankerepidemiologie van het WIV-ISP. De eerste had als onderwerp: coverage verhoging door opsturen van een kit voor zelfafname. In de meeste studies werd een hogere deelname genoteerd bij vrouwen die oorspronkelijk niet deelnamen aan screening in vergelijking met een klassieke herinneringsbrief. De bevindingen hebben echter een lokaal karakter en kunnen niet zomaar naar de Belgische context vertaald worden. Er is nood aan het opzetten van een aantal studies in België alvorens men kan overgaan tot implementatie van zelf afname. 

Een ander meta-analyse ging over de diagnostische accuraatheid van HPV testing op zelf afgenomen materiaal. Deze meta-analyse maakte duidelijk dat slechts bepaalde HPV testen voldoende sensitief en specifiek zijn op zelf-stalen. 

Het is belangrijk dat voor men overgaat op invoering van zelf-afname men heel goed de keuze van de HPV test, als ook alle stappen van de logistieke organisatie, transport, afname, versturen naar labo, uitvoeren van testen, communicatie van resultaat, oproepen van vrouwen met positieve HPV test, enzovoort grondig nagaat. Ook hiervoor is piloot onderzoek met een rigoureus studie design nodig.  

Alvorens beslissingen te nemen omtrent zelf afname, dient men na te gaan of in België het moment is gekomen om over te stappen op virologische screening ter vervanging van de huidige cytologische screening. Er bestaat vandaag evidentie van hoge kwaliteit dat de eerste vorm van screening meer effectief is dan cytologische screening voor wat betreft de reductie van de incidentie van baarmoederhalskanker.

Tableau 1. Nombre de femmes dans la population, nombre de frottis interprétés et nombre de femmes pour lesquelles au moins un frottis a été interprété sur une période de 3 ans, couverture de dépistage et rapport entre le nombre de frottis réalisés et le nombre de femmes dépistées (en Belgique et dans les trois Régions, 2004-2006, par groupe d’âge).

Tabel 1. Grootte vrouwelijke bevolking, aantal geïnterpreteerde uitstrijken en aantal vrouwen met minstens één uitstrijkje gelezen over een periode van 3 jaar, screeningscoverage en ratio van aantal uitstrijkjes over aantal gescreende vrouwen (België en drie Gewesten, 2004-06, per leeftijdsgroep).

Periode/Période 2004-2006






Regio/Région

Leeftijd/âge

Aantal vrouwen/

nombre de femmes

Aantal geïnterpreteerde uitstrijkjes/ nombre de frottis interprétés

Aantal vrouwen met minstens 1 uitstrijkje/ nombre de femmes ayant fait l’objet d’au moins 1 frottis

3 jaar coverage/ couverture sur 3 ans

Ratio aantal uitstrijkjes / aantal gescreende vrouwen

Rapport nombre de frottis/ nombre de femmes dépistées

Vlaanderen/ Flandre

25-29

182,262

222,293

125,998

69.1%

1.76


30-34

198,161

248,660

136,976

69.1%

1.82


35-39

223,036

274,584

148,987

66.8%

1.84


40-44

238,790

284,919

154,708

64.8%

1.84


45-49

225,042

255,882

137,564

61.1%

1.86


25-49

1,067,291

1,286,338

704,233

66.0%

1.83


50-54

202,432

211,279

111,871

55.3%

1.89


55-59

190,117

165,403

88,674

46.6%

1.87


60-64

154,445

115,763

63,607

41.2%

1.82


50-64

546,994

492,445

264,152

48.3%

1.86

 

25-64

1,614,285

1,778,783

968,385

60.0%

1.84

Brussel/ Bruxelles

25-29

44,460

53,603

29,099

65.4%

1.84


30-34

42,748

56,762

29,372

68.7%

1.93


35-39

38,292

49,144

25,221

65.9%

1.95


40-44

35,327

43,548

22,290

63.1%

1.95


45-49

32,827

39,626

20,245

61.7%

1.96


25-49

193,654

242,683

126,227

65.2%

1.92


50-54

30,319

36,109

18,006

59.4%

2.01


55-59

28,008

29,559

14,614

52.2%

2.02


60-64

22,071

21,799

10,807

49.0%

2.02


50-64

80,398

87,467

43,427

54.0%

2.01

 

25-64

274,052

330,150

169,654

61.9%

1.95

Wallonië/ Wallonie

25-29

100,515

139,373

73,039

72.7%

1.91


30-34

114,537

153,925

80,895

70.6%

1.90


35-39

121,414

156,906

82,849

68.2%

1.89


40-44

128,635

158,926

83,890

65.2%

1.89


45-49

125,529

153,400

79,803

63.6%

1.92


25-49

590,630

762,530

400,476

67.8%

1.90


50-54

117,822

137,814

70,356

59.7%

1.96


55-59

110,959

117,195

59,385

53.5%

1.97


60-64

77,771

73,512

37,787

48.6%

1.95


50-64

306,552

328,521

167,528

54.6%

1.96

 

25-64

897,182

1,091,051

568,004

63.3%

1.92

België/ Belgique

25-29

327,237

415,269

228,136

69.7%

1.82


30-34

355,446

459,347

247,243

69.6%

1.86


35-39

382,742

480,634

257,057

67.2%

1.87


40-44

402,752

487,393

260,888

64.8%

1.87


45-49

383,398

448,908

237,612

62.0%

1.89


25-49

1,851,575

2,291,551

1,230,936

66.5%

1.86


50-54

350,573

385,202

200,233

57.1%

1.92


55-59

329,084

312,157

162,673

49.4%

1.92


60-64

254,287

211,074

112,201

44.1%

1.88


50-64

933,944

908,433

475,107

50.9%

1.91

 

25-64

2,785,519

3,199,984

1,706,043

61.2%

1.88

Tableau 2. Nombre de femmes dans la population, nombre de frottis interprétés et nombre de femmes pour lesquelles au moins un frottis a été interprété sur une période de 5 ans, couverture de dépistage et rapport entre le nombre de frottis réalisés et le nombre de femmes dépistées (en Belgique, 2002-2006, par groupe d’âge).

Periode/période 2002-2006






Regio/région

Leeftijd/âge

Aantal vrouwen/

nombre de femmes

Aantal geïnterpreteerde uitstrijkjes/ nombre de frottis interprétés

Aantal vrouwen met minstens 1 uitstrijkje/ nombre de femmes ayant fait l’objet d’au moins 1 frottis

5 jaar coverage/ couverture sur 5 ans

Ratio aantal uitstrijkjes / aantal gescreende vrouwen

Rapport nombre de frottis/ nombre de femmes dépistées

België/Belgique

25

326742

659033

259333

79.4%

2.54


30

359792

763080

284956

79.2%

2.68


35

388372

804891

296941

76.5%

2.71


40

399576

814553

299839

75.0%

2.72


45

377328

750257

273747

72.5%

2.74


25-49

1,851,810

3,791,814

1,414,816

76.4%

2.68


50

347612

656206

233956

67.3%

2.80


55

316748

540494

190859

60.3%

2.83


60

254615

368093

134975

53.0%

2.73


50-64

918,975

1,564,793

559,790

60.9%

2.80

 

25-64

2,770,785

5,356,607

1,974,606

71.3%

2.71

Tableau 3. Prévalence des infections à HPV chez les femmes ayant participé à un dépistage, par résultat cytologique (Source : SEHIB, EUROGIN 2013).

Types

NILM

ASC-US

ASC-H

LSIL

HSIL

Totaal/total

N

3,696

263

39

155

31

4,184

hrHPV

10.1

22.4

46.2

60.0

87.1

13.6

HPV 16

2.8

8.0

20.5

23.9

61.3

4.5

HPV 18

0.7

0.8

2.6

5.2

16.1

1.0

HPV 31

2.0

3.4

10.3

9.1

16.1

2.5

HPV 33

0.4

0.4

2.6

3.9

6.5

0.6

HPV 35

0.5

0.0

0.0

2.6

6.5

0.6

HPV 39

1.0

2.3

5.1

7.8

0.0

1.3

HPV 45

0.4

0.0

0.0

0.7

0.0

0.3

HPV 51

1.0

5.3

5.1

11.6

12.9

1.8

HPV 52

1.2

3.8

5.1

12.3

3.2

1.8

HPV 56

1.1

3.8

5.1

9.7

6.5

1.7

HPV 58

0.8

3.0

2.6

4.5

6.7

1.2

HPV 59

1.1

3.4

15.4

4.5

9.7

1.5

HPV 68

0.1

0.4

0.0

0.7

0.0

0.2

Tableau 4. Prévalence des types de HPV à haut risque par catégorie d’âge de 5 ans (Source : SEHIB, EUROGIN 2013)

Leeftijd/âge 

Prevalentie/prévalence

[95% CI/IC]

15

-

19

19.2

[12.8,27.9]

20

-

24

19.2

[16.4,22.3]

25

-

29

18.8

[16.5,21.3]

30

-

34

14.5

[11.6,18.0]

35

-

39

12.4

[9.4,16.1]

40

-

44

10.7

[8.0,14.2]

45

-

49

6.0

[3.9,9.0]

50

-

54

10.5

[7.7,14.1]

55

-

59

5.8

[3.6,9.2]

60

-

65

4.5

[2.4,8.1]

Tableau 5 : Cancer du col de l’utérus : nombre de nouveaux diagnostics, incidence brute et incidence standardisée pour l’âge, Belgique, 2007-2011

Invasief/ invasif (ICD10: C53)

N

CR

ESR

WSR

CRi

2007

694

12.8

11.5

9.2

0.90

2008

633

11.6

10.2

8.0

0.79

2009

598

10.9

9.7

7.6

0.76

2010

601

10.9

9.5

7.6

0.73

2011

623

11.2

9.7

7.6

0.74

In situ (ICD10: D06)

N

CR

ESR

WSR

CRi

2007

1964

36.4

37.8

34.8

2.71

2008

2163

39.7

41.6

38.8

2.98

2009

2240

40.8

42.9

39.7

3.05

2010

2407

43.5

45.8

42.5

3.27

2011

2926

52.4

55.5

51.7

3.94

CR : crude rate ou incidence brute (n/100.000 personnes-années)

ESR et WSR : incidence standardisée pour l’âge en utilisant respectivement la population standard européenne et mondiale (n/100.000 personnes-années)

CRi : Risque cumulatif pour les 0-74 ans (en %)

CR: crude rate of bruto-incidentie (n/100.000 persoonsjaren)

ESR en WSR: voor leeftijd gestandaardiseerde incidentie gebruik makend van Europese en Wereld standaardpopulatie (n/100.000 persoonsjaren)

CRi: Cumulatief Risico voor 0-74 jaar (%)